Louise Starr Tomkiel, VSA, 30 october 2002
1. Jezus: « Zeer binnenkort zal de wereld het geheel zonder technische apparaten en hulpmiddelen moeten doen. Ik wil, dat Mijn kinderen zullen leven in een zuivere en schone atmosfeer. Er zullen zich geen chemicaliën meer bevinden in de lucht, het water, en de aarde. Het leven [op de Nieuwe Aarde] zal eenvoudig zijn. Aan elk van u zullen door de hemel zaden worden gegeven, waarmede gij uw gewassen moet telen. Wanneer het voedingsgewas rijp is, zult gij met elkander delen. Niemand zal honger lijden, noch iets te kort komen. Vlakbij zullen er stroompjes vloeien met zuiver water. Ik zal zorgen voor talloze putten en bronnen. Water, zoals gij het nog nooit hebt gezien of geproefd, zal in al uw behoeften voorzien, en in de behoeften van al uw dieren. »
2. « Er zal geen electriciteit meer zijn. Uw woningen zullen meestal met hout worden verwarmd, en het koken zal geschieden in de vuurhaard, of op de bovenplaten van de kachels. De huizen zullen worden verlicht door olie, langs natuurlijke weg gewonnen uit Mijn schepping. De kleren, die gij vandaag hebt, zullen kunnen blijven dienen - als gij er tenminste zuinig op bent, en er goed voor zorgt, en verder zullen weven en spinnen, en naaien en breien, en het vervaardigen van schoeisel, weer uw dagen vullen. De zoete geur van baksels zal door de woningen trekken. De familie- en gezinsleden zullen voor de maaltijden tesamen komen. De vaders, de moeders, en de grootouders zullen verhalen vertellen of voorlezen. In elk huis zal men uit de Bijbel lezen, en de tijd voor gebed zal een vreugdevolle tijd van samenkomst zijn voor het gezin, waarbij God zal worden geprezen en gedankt. »
3. « Gij zult de planten van de aarde gebruiken om kracht op te doen en om te genezen, indien dat nodig mocht zijn. Mijn schepping zal worden gebruikt, zoals dat de oorspronkelijke bedoeling was. Reizen zal eenvoudig zijn. Auto's, bussen, treinen, en vliegtuigen zullen er niet meer zijn. De mensen zullen wagens bouwen, en eenvoudige rijtuigen. Gij zult paarden hebben, en trekossen, en ezels, [en muildieren] om u te helpen bij het boerenwerk, bij het werk op het land, en als trekdier, en om u er mee te verplaatsen. »
4. « Een veel eenvoudiger en een veel gelukkiger leven [dan heden] zal terugkomen. Dier zal neerliggen naast dier, en beest zal liggen naast beest, en er zal harmonie heersen onder de mensen. God zal de Heer van allen zijn, en alle harten zullen Hem aanbidden, Hem prijzen, en Hem danken. De liefde zal heersen, en zal het ganse leven totaal doordrenken. Er zal geen vrees meer zijn, geen angst. Gods Geboden zullen worden bemind en geëerd, en men zal er naar leven. Overal zal vrede heersen. »
5. « Daarom, geliefde en trouwe kinderen van Mijn Rest-Kerk: Prijst Mij ! Eert Mij ! Bemint Mij ! Verheugt u ! Alles waarover Ik u heb verteld, zal en moet geschieden, vóórdat het Tijdperk van Vrede kan aanbreken. Weest gereed ! Bereidt u er op voor ! Het kwaad zal en moet echter enige tijd heersen, maar alles zal worden vervuld. Vertrouwt op Mij ! Gelooft Mij ! Hoopt op Mij ! Bidt ! En blijft altijd Mijn geliefde, kleine, nederige, toegewijde, en getrouwe kinderen. Nimmer zal Ik een van de Mijnen verloren laten gaan. Ik geef u sterkte, moed, wijsheid, en een vrede, die niet van de wereld is. Blijft in Mij, en Ik blijf in u ! Ik schenk u Mijn barmhartigheid en Mijn liefde in overvloed. Wacht en hoopt, want Ik ben uw God, de God van waarheid ! Weest geduldig doorheen alles, want uw beloning zal groot zijn ! »