de verdiensten van de Mis

Datum: 
Zon, 2004-02-01

De verdiensten van de Mis

Wie geniet de verdiensten van de Mis ?

1. Sommige lezeressen verwarren waarschijnlijk de geldigheid van deMis, een meer juridisch begrip, met de verdiensten van de Mis, watbetrekking heeft op het al of niet ontvangen van de nodige genaden doorde gelovige, die de Mis bijwoont, een meer sacramenteel begrip.

2. Het is juist, zoals door sommige lezeressen werd gesteld, dat deverantwoordelijkheid voor de geldigheid van de Mis in beginsel op deeerste plaats bij de celebrerende priester ligt. Als een Mis niet geldig is,en de aanwezige gelovige dat niet weet, noch ziet, noch beseft, krijgt dezegelovige de volle genaden, alsof de Mis wel geldig was - want degelovige vertrouwt op de priester, en in beginsel is dat terecht.

3. Maar, gelovigen moeten niet naief zijn, en mogen niet blindelings opde priester, dat is op elke priester, vertrouwen - die tijd is tegenwoordigecht wel voorbij ! Men is in onze dagen ook als gelovige verplicht om zelfzo goed mogelijk na te gaan of de Mis geldig is of niet. De hemelseboodschappen wijzen nadrukkelijk op deze eigen verantwoordelijkheidvan de gelovige.

4. Twijfelt men aan de geldigheid, weet men het werkelijk niet, geennood, men heeft dan geldig misgehoord, men deelt in de verdiensten, enmen ontvangt als gelovige dan de volle genade. Slechts als men zekerweet, dat de Mis ongeldig is (eigenlijk is het dan 'mis' met een kleineletter), gaat de eigen verantwoordelijkheid van de aanwezige gelovigedoorwegen.

5. Betreft het een ongeldige zondagsmis, dan moet men - op die zondag- proberen om alsnog ergens anders een geldige Mis bij te wonen. Is erdaarvoor nergens meer gelegenheid, of is men niet in staat daar naar toete gaan, dan wederom geen nood, men heeft zijn zondagsplicht vervuld,ondanks de ongeldige Mis, en omdat men als het ware bedrogen werddoor de celebrerende priester, wat men vooraf niet wist, krijgt men tochalle genaden.

6. Men moet echter beslist niet vervallen in de valse opvatting, dat dedienst van naastenliefde inhoudt de eigen verantwoordelijkheid af teschuiven op de priester, en men mag niet altijd zo maar, en nietblindelings, aannemen, dat de Mis wel goed zal zijn. Naastenliefdebetrachten houdt zeker niet in, dat men het ongeloof en het bedrog van depriester niet wil zien. Het is juist een teken van ware naastenliefde depriester met respect en vriendelijk te wijzen op die fouten bij de Miswaardoor deze Mis niet meer geldig kan zijn.

7. Natuurlijk mag men geen lichtvaardig oordeel vellen. Als men goed opde hoogte is, dan mag men, en dan moet men, oordelen over degeldigheid. Is men niet goed op de hoogte, dan mag men bij eerlijketwijfel aannemen, dat alles in orde is. Maar, wederom, dat is geenvrijbrief om zelf gemakzuchtig te zijn, en zonder grond aan te nemen datde Mis, dat is elke Mis, altijd wel geldig zal zijn.

8. Men moet zich op de hoogte stellen, men moet zelf studeren, enmen moet proberen de waarheid te vatten. En bij een ernstigvermoeden van ongeldigheid, of, als dat vermoeden in zekerheidovergaat, moet men de juiste gedragswijze volgen. Indien mogelijk,moet men de celebrant vriendelijk, maar duidelijk, wijzen op zijnfout, en verbetering eisen, en als het zondag is, moet men proberenalsnog een geldige Mis elders bij te wonen.