de hemel spreekt: deel I

Hemelse boodschappen over de hedendaagse liturgie

Deel I

DE ONDERSTAANDE HEMELSE BOODSCHAPPEN ZIJN ZO VEEL MOGELIJK IN TIJDSVOLGORDE GERANGSCHIKT

De verrezen Jezus verschijnt aan 500 leerlingen (1Kor.15,6). Kort daarna speelt zich het volgende af:

� Kort na middernacht zag ik de Heilige Maagd op Haar knieën uit de handen van Petrus de Heilige Eucharistie ontvangen. In zijn hand hield hij de pateen van de kelk waarop de Hosties, die de door Jezus zelf geconsacreerd waren, lagen. En hij deed er een in de mond van Maria. �

Anna Katarina Emmerick, gestigmatiseerd, Dülmen, 1774-1824

Op paasmaandag waren in de herberg van Emmaüs Jezus en de twee leerlingen aan tafel:

� ... Daarna zegende Hij het stukje brood, en zich van Zijn zitplaats verheffend, hief Hij beide handen omhoog, en Hij bad, kijkend naar de hemel. De twee leerlingen stonden rechtop tegenover Hem, diep bewogen en als buiten zichzelf. Toen de Heer het Brood gebroken had, bogen zij zich tot boven de tafel, brachten daarbij het hoofd tot bij Zijn hand en ontvingen elk een van de stukjes in hun mond ... � [Sommige bijbelgeleerden menen, dat deze scène betrekking heeft op een Joodse maaltijd en niet op de H. Mis.] 

Anna-Katarina Emmerick, gestigmatiseerd, Dülmen, 1774-1824

Onze Heer Jezus Christus:

� Als gij een priester onwaardig de Heilige Mis ziet opdragen, zeg dan niets over hem [tegen anderen], zeg het liever aan Mij. Ik sta naast hem aan het Altaar. �

� Waarlijk het Heilige Offer is een en hetzelfde, zelfs indien het wordt opgedragen door een onwaardige priester, maar de genaden, die over de mensen afgesmeekt werden, zijn niet dezelfde. �

� Men zal nooit een priester mogen aanvallen, ook niet wanneer hij dwaalt. Het is beter, dat men bidt en boete doet, zodat Ik hem zijn genade weer zal kunnen schenken. Hij alleen vertegenwoordigt Mij volledig, zelfs als hij niet naar Mijn voorbeeld leeft. �

� Aanvaard nooit, dat er een ongepast woord over een priester wordt gesproken en zeg geen onvriendelijk woord over hem, zelfs niet als het terecht zou zijn ! �

Mutter Vogel (Moeder Vogel), 29-06-1929, 28-06-1939

In de kerker van Tulliánum bij de vervolgde christenen waar Sint Paulus de Eucharistie opdraagt:

� Dan zie ik verder een donkere omgeving en bedoel daarmede een ruime ommuurde plaats. Het is ondergronds. Het licht dringt er moeizaam binnen door twee openingen met ijzeren tralies op grondhoogte; zij dienen ook voor luchtverversing. Nochtans volstaan zij helemaal niet voor het aantal personen, dat daar verblijft. Bovendien druipt het vocht van de muren. De muren bestaan uit bijna vierkante blokken steen, met mortel samengevoegd. Er is geen bepleistering. De vloer is van aangestampte aarde. �

� Ik weet, dat het de kerker van Tulliánum is. Mijn gids zegt het mij. [Men denke aan een begeleidende engel.] Ik weet ook, uit dezelfde bron, dat deze opgehoopte massa mensen, in zo'n kleine ruimte, ... christenen zijn, gevangen genomen omwille van hun geloof. Zij wachten daar op de marteldood. Het is de tijd van de vervolgingen, en wel juist een van de eerste, want ik hoor [door de gevangenen] spreken over Petrus en Paulus, en ik weet, dat dezen onder Nero werden gedood. ... Er zijn personen van elke leeftijd en van elke sociale stand. ... [Nero was Romeins keizer van 54 tot 68. In het jaar 64 was de grote brand van Rome welke door Nero aan de christenen werd toegeschreven. Dat leidde tot de eerste grote vervolging]. �

� "Vrede zij u, mijn broeders," dondert een stem, die ik onmiddellijk meen te herkennen. "Paulus, Paulus, zegen ons." Er komt beweging in de massa. ... "Vrede zij u," herhaalt de Apostel. Hij baant zich een weg tot in het midden van de ruimte: "Zie hier ben ik met Diomede en Valénte om jullie het Leven [de Eucharistie] te brengen." ... Paulus, klein, eerder lelijk, maar een type, dat indruk maakt, staat in het midden van de plaats en bidt met de armen uitgestrekt in kruisvorm. Hij is gekleed als een dienaar, ... Aan zijn zijde staan Diomede en Valénte. Ook zij dragen dezelfde kledij. Zij zijn echter veel jonger dan Paulus. �

� ... Al de christenen zijn neergeknield en zingen. ... Terwijl zij zingen, komen ook Romeinse soldaten en gevangenen-bewakers binnen om de wacht te verzekeren opdat geen vijandig-gezinden zouden binnendringen. Paulus maakt zich klaar voor de ritus. ... Er wordt een linnen doek uitgespreid ... waarop de kelk en het brood worden neergezet. Ik neem deel aan de Mis van de martelaren. Zij wordt door Paulus opgedragen en gediend door twee priesters die hem vergezellen. Het is evenwel niet dezelfde ritus als die van onze tijd. [Onze tijd is 1943, toen Maria Valtorta dit visioen kreeg.] �

� Ik meen, dat er elementen in voorkomen, die er nu niet in zijn, en dat zij anderzijds elementen mist, die er nu wel zijn. Er wordt bijvoorbeeld geen epistel gelezen. En na de zegen: "Zegene u de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest," volgt er niets meer. Nochtans leek het essentiële vanaf het Evangelie tot de Consecratie zoals in deze tijd (1943). ... Na het uitdelen van de Communie is de Mis ten einde. Paulus legt zijn gewaden af en bergt ze samen met de linnen doek, de kelk en het hostiedoosje in een tas, die hij onder zijn mantel draagt. Tot slot zegt hij: "Vrede zij de martelaren van Christus." ... Allen antwoorden: "Vrede." "Broeders, de vrede zij met jullie allen. Denk aan mij, wanneer jullie in het Rijk zult zijn aangekomen." En zegenend verlaat Paulus de groep. � [Men bedenke, dat bovenstaande beschrijving in genen dele volledig is.]

Maria Valtorta, Italië, 1943

Visioen van de Heilige Mis opgedragen door de Heilige Paus Urbánus I (Paus van 222-230)[ De nu volgende beschrijving is wel tamelijk uitgebreid, maar zeker niet volledig]:

� Ik zie de catacomben. [Waarschijnlijk zijn dit de catacomben van Calíxtus.] Alhoewel ik er nooit geweest ben, begrijp ik, dat het de catacomben zijn. Ik zie de donkere openingen in de grond uitgehouwen. Het zijn nauwe gangen, laag en vochtig. ... Hier ontmoeten wij ook meerdere personen. Zij komen van alle kanten te voorschijn. ... De menigte groeit aan, tot zij zich verzamelt in een grote halfronde zaal. In het midden bevindt zich het altaar, dat gekeerd staat naar het volk. Het is vol schilderingen en mozaïeken. ... Op het altaar staan veel lichtjes te branden. Een rij van in het wit geklede en gesluierde maagden vormt een krans rond het altaar. �

� Zegenend treedt een ouderling met een goedig en majesteitsvol uiterlijk binnen. Ik geloof, dat het de Paus is, of een Hogepriester, omdat allen zich tot de grond buigen. Hij is omringd door priesters en diakens, en met een glimlach van onuitwisbare schoonheid op het gelaat, gaat hij tussen een haag neergebogen hoofden door. Alleen al zijn glimlach getuigt van zijn heiligheid. Hij bestijgt het altaar, en, terwijl de gelovigen zingen, maakt hij zich klaar voor de ritus. �

� De Eucharistieviering vangt aan. Deze verloopt omzeggens zoals bij ons, en is veel ingewikkelder, dan deze die ik zag in het Tulliánum toen de H. Mis werd opgedragen door de Apostel Paulus. [Maria Valtorta verwijst hier naar de misorde zoals deze gebruikelijk was in 1943, d.w.z. alle gebeden en gezangen in het Latijn en de priester met de rug gekeerd naar het volk, en allen gekeerd naar het Oosten. Dat was namelijk de enige misorde, die zij kende. Toch is uit het verband en uit de tekst niet met zekerheid op te maken, dat de Paus de Mis opdroeg met de rug naar het volk.] ... Deze oude celebrant, als hij niet de Paus is, dan toch zeker een bisschop, wordt bijgestaan door diakens. Hun kledij verschilt veel van de zijne. De kleding van de Paus gelijkt veel op de kapmantels voor dames, met een afgerond manteltje, dat borst en rug bedekt, ook de schouders en de armen, ongeveer tot aan de polsen. [Bedoeld worden kapmantels zoals Maria Valtorta die kende in 1943.] De diakens dragen een misgewaad, dat gelijkt op het hedendaagse. Het reikt tot aan de knieën en het heeft wijde en korte mouwen. �

� In de Heilige Mis wordt er gezongen. Naar ik begrijp, zijn het psalmverzen, of teksten uit de Apocalyps. Er volgen lezingen uit de Heilige Schrift. Om de beurt worden deze door de diakens voor de gelovigen becommentariëerd. Bij het einde van het Evangelie, dat door een jonge diaken wordt gezongen, staat de Paus op. Ik noem hem nu zo, omdat ik hoorde hoe een moeder hem zo noemde tegen haar ongedurig kindje. De evangelielezing was die van de parabel van de tien wijze en domme maagden. [De Paus houdt een homilie over de gelezen evangeliepericoop]. ... �

� Wanneer de Paus zijn homilie beëindigt, ontstaat gesmoord stemmengeluid - want de chistenen fluisteren zacht - terwijl zij kijken en wijzen naar de rij maagden. Maar er wordt om stilte gevraagd. De catechumenen verwijderen zich, en de Heilige Mis gaat verder. [De catechumenen, de doopleerlingen, mochten slechts het eerste gedeelte van de Mis bijwonen. Omdat zij nog niet gedoopt waren, mochten zij de Heilige Geheimen niet volledig vieren.] Er is geen Credo. Ik hoor het tenminste niet. Enkele diakens gaan tussen de gelovigen door en verzamelen de offergaven, terwijl anderen hun mannenstem, afwisselend met de heldere stemmen van de maagden, in een lofzang doen weerklinken. Wierookwolken stijgen op, terwijl de Paus bidt aan het altaar, en de diakens, op de handpalmen rustende, kostbare vazen en rijkelijk versierde amforen, gevuld met offergaven, omhoog heffen. �

� Dan gaat de Heilige Mis verder zoals ook nu (1943) bij ons. Na de dialoog, die de prefatie voorafgaat, en na de prefatie, gezongen door de gelovigen, valt er een diepe stilte. [Men bedenke, dat het Sanctus eigenlijk tot de prefatie behoort.] Er zijn alleen nog de ademhaling en het gefluister van de celebrant waar te nemen. Deze staat gebogen over het altaar, hij bidt, en richt zich daarna op om met een duidelijker stem de woorden van de Consecratie uit te spreken. �

� Mooi is het Onze Vader door allen gebeden. Wanneer de uitdeling van de Heilige Speciën begint, zingen de diakens. [De celebrant en de diakens hebben daarvoor gecommuniceerd.] Eerst communiceren de maagden. Daarna zingen zij het lied, dat ik hoorde bij de begrafenis van de Heilige Agnes. Het weerklinkt zolang de uitdeling van de Speciën duurt en wordt afgewisseld met de psalm: "Zoals het hert naar de wateren smacht, zo verzucht mijn ziel naar u, mijn God." �

� De Heilige Mis is ten einde. De christenen verdringen zich rond de Paus om zijn zegen te ontvangen, of een persoonlijke zegen te vragen, en zij nemen afscheid van de maagden tot wie de Paus zich heeft gericht. Dat afscheid nemen heeft nochtans plaats in een aan-grenzende zaal, ik zou zeggen een voorkamer van de eigenlijke kerk. ... Zij verlaten de catacomben. Allen wikkelen zich in donkere mantels en maken zich, door de nog halfduistere weggetjes, stilletjes uit de voeten, want het ochtendgloren is nauwelijks begonnen. �

Maria Valtorta, Italië, 1943

Een priesterwijding in de catacomben door de Heilige Paus Marcellus I (Paus in 307/308) ten tijde van de vervolgingen:

� Ik bevind mij zonder twijfel in de catacomben. ... Ik ben in een catacombenkerk, ... Ze is rechthoekig en loopt uit op een grote ronde aula. In het midden (daarvan) staat, op enige afstand van de muren, het altaar: een rechthoekige tafel bedekt met een echte altaardoek, of een strook linnen, die langs alle zijden hoog is afgezoomd, maar zonder kant of borduursel. Op de muren van de absis is een evangelisch tafereel geschilderd, ... De kerk wordt amper verlicht, door de flakkerende, geel-rode, schijn van olielampjes. Er is meer licht bij het altaar. Op de achtergrond is nauwelijks een lichtschijn merkbaar, daar waar zich de gestalten van personen in zeer donkere gewaden in de schaduw verliezen. �

� Op het altaar staat de nog gedekte kelk. De Heilige Mis moet nochtans reeds zijn begonnen. Aan het altaar staat een ouderling met een ascetisch bleek gelaat, alsof het uit ivoor was gebeiteld. ... Een mager, ernstig, heilig gezicht. Ik zie hem duidelijk, omdat hij gedurende de ritus, aan de andere kant van het altaar, met het gelaat naar mij is gekeerd. Hij draagt de kazuifel of de cape van die tijd, waarover, benevens, de stola, het pállium. �

� Voor het altaar zijn drie jonge mannen neergeknield. ... [Nu volgt de beschrijving van de priesterwijding] ... Dan begrijp ik, waarom de Heilige Mis nog maar juist begonnen was, want kort daarop komt de lezing van het Evangelie. - De Heilige Mis is bijna dezelfde als de onze [van 1943], en ook dat doet mij besluiten, dat wij ons op het einde van de tweede eeuw bevinden. Ik denk ook, dat er een priesterwijding heeft plaats gevonden. ... �

Maria Valtorta, Italië, 1943

Jezus de Meester spreekt:

� Wat is de Eucharistie ? Het is het grootste en heiligste mirakel van God. Het is God. Het is God, omdat in de Eucharistie Gods Zoon aanwezig is, die God is zoals de Vader; God, vlees geworden uit liefde, vlees geworden door God, die liefde is, door de werking van de Liefde, de werking van de Derde Persoon. ... Ik ben de verwekker van dit mirakel. ... Ik wilde u zeggen, dat het echt is, u zeggen, dat het met de grootste eerbied moet worden vereerd. Jezus, de Meester, aanbidt Zijn goddelijke Natuur in de Eucharistie. Ziedaar waarom Ik je als Meester verschijn en niet als glorievolle Jezus. De glorievolle Jezus zou niets kunnen aanbidden. Want al het aanbidden door alles wat bestaat, gaat naar Hem, daar Hij God is, die naar Zijn Rijk is teruggekeerd. ... Terwijl de priester zijn priesterlijke functie vervult, is hij de grootste eerbied waardig. Dit wordt aangetoond door het feit, dat Ik aan zijn bevel gehoorzaam en als Bloed neerdaal om uw hart te zuiveren, en als Vlees tot voedsel voor uw ziel. Leer van Mij, die nederig ben, eveneens nederig te worden. �

Maria Valtorta, Italië, 1943

Onze Lieve Heer spreekt:

� ... Het is vereist, dat men terugkeert naar de zuivere en heilige tijden [van de eerste Christenen], en hoe verlang ik er naar, dat Mijn kinderen van de gehele wereld het geloof en de godsdienstige gevoelens en gebruiken van hun voorouders zouden terug vinden. ... Maar Ik wil u doen begrijpen wat het is dat gij mist en wat gij hebt verloren, nl. dat is de zondagspraktijk. Heeft Mijn Goddelijke Zoon jullie echter niet geleerd: 'Ziet toe, dat gij de dag des Heren heiligt !' De zondag is aan God toegewijd, doet dan uw [godsdienstige] plicht, en laat de rest pas nadien komen. God moet als eerste gediend worden. �

Geheime geschriften, België, 1949

Jezus spreekt:

� Zeg hen, dat het Mij afkeer inboezemt, dat zij rechtstaande en zonder enig teken van eerbied communiceren. ... Het is niet goed, dat zij staande de Communie ontvangen, en men mag de zegen slechts geknield ontvangen. Men moet vol vroomheid tot de tafel van de Heilige Communie naderen. [Hier wordt bedoeld de zegen met het Allerheiligste tijdens het Lof, of de zegen door de priester bij het einde van de Heilige Mis.] �

De religieuze van Mexico, 2 maart 1969

Onze Lieve Heer:

� Bedenk toch, dat gij Mijn broeders zijt, uw handen zijn geconsacreerd, en [ook] uw gehele wezen. [Dit is gericht tot de priesters.] Gij kunt op uw borst de ware en levende Jezus dragen, en gij kunt Jezus [in de Heilige Hostie] aan de zielen geven. [Men denke aan de pyxis, hangende aan een koord om de hals, waarin de Heilige Hostie naar de zieken wordt gebracht.] Maar slechts gij ! En niemand anders ! Gij zijt het immers, die Mij op aarde vertegenwoordigt. Denk er toch over na ! �

San Damiano, Italië, 4 augustus 1969

Onze Lieve Heer:

� Ik voel Mij diep gekrenkt door die wereldse muziek in Mijn kerken, waarvan vele tempels van Satan zijn geworden. �

Een zienster uit het Brusselse, 12 october 1972

Onze Lieve Heer:

� [Men bedenke bij hetgeen volgt, dat de Heilige Mis de onbloedige tegenwoordigstelling van het kruisoffer is. De Mis is dan ook een werkelijk offer. Jezus verwijst daarna.] In vele kerken ben ik haast altijd alleen. ... Die onverschilligheid [van de gelovigen] tonen zij zeer duidelijk tijdens de vlugge en ketterse eucharistievieringen, waar zij de gezamenlijke gebeden zonder enige liefde afraffelen, terwijl zij meestal zitten toe te kijken, als naar een spektakel, in plaats van te mediteren over Mijn pijnlijke lijdensweg, die Ik voor het heil van al die ondankbaren heb doorgemaakt. �

Een zienster uit het Brusselse, 17 november 1972

Vraag:

Heer, wat denkt u over de handcommunie ? �

Antwoord:

� De gelovigen moeten de H. Hostie ontvangen uit de hand van de priester. Elke andere manier van handelen is een heiligschennis, een gruwel, zoals Mijn Allerheiligste Moeder het bij haar verschijningen al heeft verklaard. �

Een zienster uit het Brusselse, 6 mei 1973

Vraag:

Heer, ... welk verschil is er tussen de tong en de handen [bij het ontvangen van de Heilige Communie]: dat is toch hetzelfde. �

Antwoord:

� De tong kan heel wat verwoestingen aanrichten, maar nochtans is ze bij een groot gedeelte van de gelovigen zuiverder dan de handen, die zich buiten het werk kunnen bezoedelen door tal van slechte handelingen. Maar wee hem [of haar], die het Lichaam van Christus ontvangt in een onzuivere mond en met een bezoedelde ziel ! �

� De zuivering van de handen, die gebeurt tijdens de wijding van de priester, is het symbool van de zuiverheid, de reinheid en het volledig verzaken aan alle passies van de wereld. Daarvan moet hij zijn hele leven lang het bewijs leveren, om Mij te volgen op de weg naar Calvarië. Aan die handen heb Ik, op de vooravond van Mijn lijden, de macht gegeven om het Heilig Misoffer op te dragen en om Mijn Lichaam en Mijn Bloed te consacreren. Niemand anders mag de Heilige Gedaanten aanraken.

� Er valt niets aan te veranderen: Het gaat om iets, wat voor de gewone mens onmogelijk is en wat de grootheid van het priester-schap uitmaakt, ... �

Een zienster uit het Brusselse, 6 mei 1973

Vraag:

Heer, waarom spreekt u niet tot de priesters ? �

Antwoord:

� Zij houden Mij ver van zich af door hun hoogmoed, hun wankel geloof, hun heiligschennissen en hun ongeloof. Slechts weinigen beminnen Mij met een vurige liefde. Velen onder hen relativeren hun priesterschap tot een gewone beroepsbezigheid met alle voor-delen, die daaraan verbonden zijn. Denk je, dat zij Mij in ongewijde handen zouden geven, indien zij Mij beminden ? Hun geconsacreer-de handen worden vervangen door andere, die Mijn Lichaam en Mijn Bloed brengen naar ongelukkige zielen, die het moeten stellen zonder hun geestelijke steun [bedoeld wordt de steun van de priester], en die tevergeefs wachten op het bezoek van de gezondene-van-God, die hen kan troosten in hun lichamelijk en geestelijk lijden, die hen de vergeving van de Heer kan schenken en die hen kan bijstaan in het uur van het pijnlijk afscheid [bedoeld wordt het stervensuur.] �

� Je hebt gezien, wat ze met Mij gedaan hebben. Tegenwoordig hebben zij Mij van plaats veranderd: Ik bevind Mij niet meer in het centrum van Mijn kerk, maar Ik ben teruggedrongen in een hoek, alleen, vergeten door zovele christenen, die niet meer naar Mijn kerk komen, en er niet meer heen zullen gaan. Daar bekommeren de priesters zich niet om. Mijn ziel is bedroefd ten dode toe ! �

Een zienster uit het Brusselse, 6 juli 1973

Onze Lieve Heer:

� Ze kennen Mij geen enkel recht meer toe om kritiek uit te brengen op hun levenswijze en op hun gedrag tegenover Mij. ... ze maken van Mijn leer, ... een godsdienst geknipt naar de maat van hun mentaliteit en hun gemakzucht. �

� De Missen worden ingekort, en het persoonlijk gebed, dat voedsel schenkt aan de ziel en haar met God verenigt, wordt vervangen door een collectief gebed, afgedreund door een onverschillig publiek, dat er aanwezig is uit verplichting en niet meer uit liefde, en dat er naar verlangt dat alles ten einde zal zijn. �

� De christenen vertonen zich in het huis van de Heer op de meest schaamteloze wijze. Velen onder hen zijn onwelvoegelijk en belache-lijk gekleed. Zij knielen niet meer voor hun God, en ze verlaten Hem met dezelfde oneerbiedigheid. Ze gaan Hem ontvangen, niet meer aan de Heilige Tafel [lees: aan de communiebank], maar rechtstaand, met de meeste oneerbiedigheid, en in hun heiligschennende handen.

Een zienster uit het Brusselse, 31 juli 1973

Vraag:

Heer, mag men gedurende een Mis aan oude mensen het Heilig Oliesel toedienen, wanneer men voorziet, dat zij in de loop van het jaar zouden kunnen sterven ? �

Antwoord:

� Het Heilig Laatste Oliesel is een sacrament, dat slechts toegediend moet worden in gevallen van dreigend doodsgevaar of van zware ziekte, die het leven in gevaar kan brengen. �

� De naam van dit sacrament wettigt zichzelf. Het is de uiterste tussenkomst van de Kerk in het lijden van de ziel in nood. Op geen enkel ander ogenblik van het leven mag dit sacrament worden toegediend, of het verliest al zijn waarde, die God er in Zijn oneindige barmhartigheid aan heeft verbonden voor het ogenblik, dat de ziel zich in gevaar bevindt, of dat zij op het punt staat voor Hem te verschijnen. �

Een zienster uit het Brusselse, 8 october 1973

Onze Lieve Heer:

� Een goede christen [christin] moet vaak gebruik maken van het sacrament van de Biecht en hij [zij] moet in staat van genade blijven. �

Een zienster uit het Brusselse, 8 october 1973

Onze Lieve Heer:

� Ik heb je gezegd, dat veel kerken tempels van Satan zijn geworden, en dat men bijgevolg moet volharden in het toepassen van de Heilige Leer, zoals die door Christus werd opgelegd. Niets mag men er aan veranderen. Met volharding moet men de religieuze diensten blijven volgen in het Huis van God, waar de liturgie bewaard bleef volgens het traditionele geloof, en in eerbied voor de blijvende aanwezigheid van Jezus in de Heilige Eucharistie in al de tabernakels van de wereld, waar de christen in eeuwigdurende aanbidding voor moet neerknielen. Een goede christen moet [zal] het bijwonen van elke heiligschennende viering vermijden. �

Een zienster uit het Brusselse, 17 october 1973

De Allerheiligste Maagd:

� Ik lijd zo diep, als Ik zie, hoe al die slechte christenen in de onzedelijkste kledij de kerk van Mijn Zoon betreden, terwijl de geestelijkheid helemaal onverschillig toekijkt. �

� Dit zijn geen zielen vol liefde, die Hem gelovig en nederig hun genegenheid komen betuigen door deel te nemen aan de Eucharistie en aan de smarten van Zijn lijden. �

� Ze komen naar de Mis met een leeg hart en ze denken niet aan Hem, noch aan al het bloed, dat Hij voor hun heil, en voor hun hemels geluk, heeft vergoten. �

� Het is een belachelijke optocht van mensen, die Hem rechtstaand en in heiligschennende handen komen ontvangen. Daarna gaan ze zitten zonder een dankzegging te doen, zonder Hem te danken voor Zijn aanwezigheid in hun ziel. �

� Ze kauwen op Zijn arm Lichaam, zo pijnlijk gekneusd door de zonden van de mensen en van Zijn priesters, die Hem blijven marte-len. �

� Die heiligschennissen moeten inderdaad ophouden. Zij, die er mede begonnen zijn, en steeds blijven doorgaan met het opdringen van hun valse leerstellingen, en met het ontwijden van de sacramenten en van de heilige plaatsen, zullen een zware tol moeten betalen. �

Een zienster uit het Brusselse, 30 october 1973

Onze Lieve Heer:

� Het Huis van God is een plaats van gebed en ingetogenheid, en niet datgene, wat zij er van maken, want geopend voor tweevoudig gebruik: voor heiligschennende missen en voor allerlei spektakels, waar de christenen op worden uitgenodigd om hen [de organisatoren daarvan] in hun dwalingen te volgen en terecht te komen in de hel ! �

� Ik wil, dat degenen, die Mij trouw zijn gebleven en die Mij beminnen, en die in stilte lijden om deze ontheiligingen, zouden wegblijven uit die vervloekte tempels. Ik wil, dat ze hun godsdienst zoeken te beoefenen in de ware Kerk van Christus, die zich ook in hun ziel bevindt. �

� Ik wil, dat zij de Mis bijwonen in zedige kledij, met eerbied en godsvrucht, geknield, het missaal in de hand, bevrijd van hun fouten [door de Biecht] om de Heilige Eucharistie te ontvangen, terwijl ze door hun gebed en hun liefde hun hart met Mijn lijden verenigen. �

Een zienster uit het Brusselse, 2 november 1973

Aan de Heer wordt de vraag gesteld, wat Hij denkt over de zaterdagavond-missen ter vervanging van de zondagse Mis.

Antwoord:

� Die Missen keur Ik af, omdat men er slechts heen gaat om toe te geven aan zijn luiheid en om er 's-zondags op uit te trekken. De zondagse uitstappen moeten vóór alles worden voorafgegaan door het bijwonen van één van de vroege goddelijke diensten, die de Dag des Heren heiligen. Vandaag de dag verkiezen de christenen op de eerste plaats te voldoen aan hun zelfvoldaan egoïsme, terwijl zij zich onttrekken aan hun [godsdienstige] plicht, en Mij tot hun dienaar maken. [Namelijk door het deelnemen aan de H. Mis op zondag als de sluitpost van hun weekeind programma te zien.] �

� Al deze nieuwe schikkingen, die in strijd zijn met de Heilige Leer, werden ingevoerd door de geestelijke bandeloosheid van degenen, die hun macht misbruiken [bedoeld worden de hogere leiders van de Kerk, zetelend in het Vaticaan en te Rome], en die de steen van Petrus, welke de Kerk van Christus ondersteunt, onder het gewicht van hun dwalingen hebben gespleten. �

Een zienster uit het Brusselse, 10 november 1973

De Heer:

� Wee u, bisschoppen en kardinalen, trouwe aanhangers van de vrijmetselarij, die optreedt als de promotors van de valse leer van Luther en Calvijn. �

Een zienster uit het Brusselse, 2 maart 1974

De Heer:

� Ik verafschuw die vernieuwde Missen, die opgedragen worden op een tafel, en niet meer op het offeraltaar vóór het tabernakel. �

� Waarom die ontwijdingen, die door ongehoorzaamheid aan de Heilige Liturgie van de Kerk de herinnering aan de smarten van Mijn lijden één na één laten verdwijnen ? �

� Men ontvangt de Eucharistie niet meer met eerbied, niet meer met liefde en niet meer met geloof in de tegenwoordigheid van Christus, maar wel met onverschilligheid ... �

� Wat een dwaling is het, de valse leerstellingen van de ketters te volgen, en hoe kunnen Mijn Bedienaars aan dergelijke ketterijen meewerken, ze aan anderen opdringen, .... �

� Verder betwisten zij ook Mijn Godheid - Ik, die zit aan de rechterhand van de Vader. Ze betwisten Mijn werkelijke tegenwoordigheid in de Heilige Gedaanten, ... �

Een zienster uit het Brusselse, 10 maart 1974

Vraag:

Heer, zou u willen antwoorden op de vraag van een priester, die wil weten wat u denkt over de geconcelebreerde Missen ? �

Antwoord:

� Door zijn wijding is de priester ertoe gehouden dagelijks het Heilig Misoffer op te dragen. Dit moet gebeuren met geloof en liefde en in eerbied voor de liturgie en de traditie van de Kerk. Deze verplichting vervalt, wanneer hij in de absolute onmogelijkheid verkeert om de plicht, die aan deze zwaarwegende opdracht is verbonden, te volbrengen. �

� De geconcelebreerde Missen zijn uitzonderlijke liturgische plechtigheden, waar de priesters vandaag misbruik van maken om te voldoen aan hun zelfzucht en hun luiheid. In geen enkel geval mogen deze Missen de verplichtingen van de priester vervangen. [Jezus zegt hier niets over het aantal aan concelebratie deelnemende priesters. Een eenvoudige practische regel is: het maximum aantal deelnemers aan concelebratie is gelijk aan het aantal priesters, dat staande rond het altaar, dit met de rechterhand, bij gestrekte arm, gemakkelijk aan kan raken.] �

� Dat het merendeel van hen het [eigen] stil gebed (het Officie of Brevier of de Liturgie van de Uren), de meditaties, en de godsvrucht tot Maria (het Rozenhoedje of de Rozenkrans) verwaarlozen, is één van de voornaamste oorzaken van hun dwalingen, die te wijten zijn aan die inactiviteit en geestelijke laksheid. �

Uitgezonderd wat betreft het dienen van de Mis, verwerp en veroordeel Ik elke vorm van medewerking vanwege de leken aan het opdragen van het Heilig Misoffer. [De Heer aanvaardt, in overeenstemming met de traditie, slechts mannelijke misdienaars, geen misdinettes, zoals uit de boodschappen blijkt.] �

� De lezing van de Heilige Schrift [de lezingen uit de H. Schrift] en ook de homilie moeten door de priester worden gedaan. �

� De Heilige Eucharistie, die door niet-gewijde handen wordt uitgedeeld, en die de gelovigen rechtstaand en met dezelfde oneerbiedigheid ontvangen, betekent een gruwel, die streng zal worden gestraft.

[Gewijde handen hebben slechts de bisschop en de priester. De diaken heeft geen gewijde handen. Toch is het traditie, dat de seminarist-diaken, de transeúnte diaken, de Heilige Communie uit mag delen. Een pastorale werker is een leek en heeft geen gewijde handen. �

Een zienster uit het Brusselse, 18 maart 1974

Onze Lieve Heer:

� De ongewijde handen, die, ondanks Onze waarschuwingen, tóch de Heilige Eucharistie ontvangen, zullen op de dag van het oordeel door het zuiverend vuur worden verbrand. �

Een zienster uit het Brusselse, 4 mei 1974

De Heer:

� Al de tafels, die het offeraltaar vervangen, zullen worden vernield. Ik zal ze één na één omverwerpen, zoals het met die van de kooplieden in de Tempel te Jeruzalem is gebeurd. �

Een zienster uit het Brusselse, 4 juni 1974

De Heer:

� Dan zal het zuiverend vuur zijn uitroeiend werk verrichten: de hoogmoedigen, de goddelozen, de heiligschenners, de misdadigers, de trouwelozen, en degenen, die ergernis geven, zullen worden verslonden. [Dit slaat op de kastijdingen van de Eindtijd, die plaats zullen hebben vóór Jezus' Tweede Komst, vóór de Wederkomst dus.] �

� Ik zal Mijn macht laten zien aan degenen, die met Mij hebben gespot. Voorwaar Ik zeg u: Er is slechts één God, één enkele Wet, één enkele Leer, nl. die van Jezus Christus, en om het even wie er één jota aan zou willen veranderen, zal worden vernietigd. �

� Dat allen in staat van genade zijn, en dat zij, na een volmaakt berouw, bevrijd van hun zonden door het boetesacrament [dat is de persoonlijke Oorbiecht], met eerbied en deemoed de Heilige Eucharistie ontvangen, volgens de traditie van de Heilige Kerk. �

Een zienster uit het Brusselse, 22 juli 1974

Onze Lieve Heer:

� Het betaamt niet, dat de vrouwen zich tooien in mannenkledij, wat in de ogen van de Eeuwige God een afschuwelijkheid is. Ik keur sterk af, dat zij zich in een dergelijke vermomming voor Mij en Mijn Allerheiligste Moeder, in Mijn kerk en in de heiligdommen, waar zich verschijningen hebben voorgedaan, aanbieden, en alzo tot de Heilige Sacramenten durven naderen. �

� Deze durf wordt geduld door Mijn gezagsdragers, die zich voor Mij zullen hebben te verantwoorden voor de onophoudelijke heiligschennissen van de heilige plaatsen, die zij hebben aangemoedigd, en die het voorwerp zullen uitmaken van strenge sancties op de dag van het oordeel. �

Een zienster uit het Brusselse, 30 juli 1974

GECITEERDE ZIENERS EN ZIENSTERS

  • Anna Katarina Emmerick, gestigmatiseerd, Dülmen, 1774-1824
  • Anna-Katarina Emmerick, gestigmatiseerd, Dülmen, 1774-1824
  • Mutter Vogel (Moeder Vogel), 29-06-1929, 28-06-1939
  • Maria Valtorta, Italië, 1943
  • Maria Valtorta, Italië, 1943
  • Maria Valtorta, Italië, 1943
  • Maria Valtorta, Italië, 1943
  • Geheime geschriften, België, 1949
  • De religieuze van Mexico, 2 maart 1969
  • San Damiano, Italië, 4 augustus 1969
  • Een zienster uit het Brusselse, 12 october 1972
  • Een zienster uit het Brusselse, 17 november 1972
  • Een zienster uit het Brusselse, 6 mei 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 6 mei 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 6 juli 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 31 juli 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 8 october 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 8 october 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 17 october 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 30 october 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 2 november 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 10 november 1973
  • Een zienster uit het Brusselse, 2 maart 1974
  • Een zienster uit het Brusselse, 10 maart 1974
  • Een zienster uit het Brusselse, 18 maart 1974
  • Een zienster uit het Brusselse, 4 mei 1974
  • Een zienster uit het Brusselse, 4 juni 1974
  • Een zienster uit het Brusselse, 22 juli 1974
  • Een zienster uit het Brusselse, 30 juli 1974