1. In het Vlaamse parochieblad Kerk en Leven, nummer 19 van 10 mei 1995 staat op de voorpagina een artikel van Peter Vande Vijvere, getiteld: Lied van Geloof. Ter herinnering: In heel nederlandstalig België verschijnt maar één parochieblad. De oplage is ca. 700.000 exemplaren per week ! Dit weekblad komt overal in Vlaanderen, omdat de mensen er zeer aan gehecht zijn de plaatselijke parochieberichten te ontvangen met mededelingen over de Heilige Missen, de uitvaarten, de bedevaarten, enz. Het bedoelde artikel betreft het bekende gedicht (lofdicht), genaamd Magníficat, gesproken door de Heilige Maria bij de ontmoeting met haar nicht, de Heilige Elisabeth. Men zie voor de achtergrond de tekst van de evangelist Lucas 1,46-55. In het artikel van Peter Vande Vijvere, komt een aantal betreurenswaardige theologische fouten en vergissingen voor.
2. De schrijver geeft het begin van de tekst van het Magnificat weer als volgt: � Met heel mijn hart roem ik de Heer, met al mijn adem juich ik om God, mijn redder; want Hij heeft omgezien naar zijn vernederde dienares. ... Machthebbers heeft Hij van hun troon gehaald, vernederden gaf Hij een hoge plaats. ... � Deze vertaling is geheel fout.
3. Dr. Jos Keulers geeft in zijn standaardwerk van het Nieuwe Testament van 1951: � Groot prijst mijn ziel de Heer, en mijn geest jubelt in God, mijn redder, omdat Hij neerzag op de geringheid zijner dienstmaagd. ... Machtigen stortte Hij van hun tronen, en Hij verhief geringen. ... �
4. De wat oudere Canisiusvertaling van 1973 heeft: � Mijn ziel prijst groot den Heer, mijn geest jubelt van vreugde in God, mijn Redder; want Hij ziet op de geringheid neer van zijn dienstmaagd. ... De machtigen haalt hij neer van de troon, maar Hij verheft de geringen. ... �
5. De officiële Nederlandse tekst van de Willibrordvertaling van 1981 heeft: � Mijn hart prijst hoog de Heer, van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder: daar hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd. ... Heersers ontneemt Hij hun troon, maar verheft de geringen. ... �
6. Pater Christofoor Wagenaar geeft in zijn bekende vertaling rechtstreeks uit het Grieks (1988): � Mijn ziel verheerlijkt de Heer, en mijn geest jubelde om God, mijn reddder. Want Hij zag neer op de geringheid van zijn dienares. ... Hij haalde machtigen neer van hun troon, en verhief geringen. ... �
7. De Neo-Vulgaat, de officiële Latijnse tekst van de Kerk, van kracht sedert 1979, heeft: � Magníficat ánima mea Dóminum, et exsultábit spíritus meus in Deo salvatóre meo, quia respéxit humilitátem ancíllæ suæ. ... depósuit poténtes de sede, et exaltávit húmiles; ... �
Overigens heeft de Oude Vulgaat, die 1500 jaar lang in de Kerk is gebruikt (tot 1979), precies dezelfde vier kernwoorden: ánima - spíritus - humilitátem - húmiles.
8. De beroemde, wat oudere, engelstalige Douay Rheims Version van 1899 geeft: � My soul doth magnify the Lord. And my spirit hath rejoiced in God my Saviour. Because he hath regarded the humility of his handmaid; ... He hath put down the mighty from their seat, and hath exalted the humble. ... �
9. De Revised Standard Version Catholic Edition, de herziene katholieke standaard versie van 1966, die tegenwoordig overal in de engelstalige wereld wordt gebruikt, heeft: � My soul magnifies the Lord, and my spirit rejoices in God my Saviour, for he has regarded the low estate of his handmaiden. ... he has put down the mighty from their trones, and exalted those of low degree; ... �
10. Het zeer bekende, moderne en uitgebreide commentaar van de Navarra Bijbel van 1983/1987, in het Spaans en in het Engels gepubliceerd, met zeer veel citaten uit de kerkvaders en de concilies, laat er geen twijfel over bestaan, dat het viertal kernwoorden moet zijn: soul - spirit - humility - the humble, in het Nederlands dus: ziel - geest - nederigheid - nederigen.
11. Correcte vertalingen uit de grondtekst worden dus gekenmerkt door:
ánima ziel soul
spíritus geest spirit
humílitas/humilitátem nederigheid/geringheid humility
húmiles de nederigen/geringen the humble
12. Conclusie: De Nederlandse vertalingen van Dr. Keulers en Pater Wagenaar en de Canisiusvertaling zijn correcte vertalingen van het Latijn en van het Grieks, de oorspronkelijke taal van de evangelist Lucas. Ook de Engelse vertaling van de Douay Rheims is een correcte vertaling van het Latijn en het Grieks. In de Willibrordvertaling is het eerste kernwoord hart in plaats van ziel gewoon fout. Ook de eerste twee kernwoorden hart en adem in de vertaling van Peter Vande Vijvere zijn beslist fout.
13. Van Dale's Grootwoordenboek van de Nederlandse Taal geeft:
nederig - onaanzienlijk, gering, bescheiden; van personen: bescheiden over zichzelf denkend en sprekend, niet hoogmoedig.
nederigheid - onderworpenheid, bescheidenheid, ootmoed.
Maar:
vernederen - in aanzien of vermogen verlagen, klein maken, krenken, oneer aandoen.
vernederend - verlagend, krenkend, honend, beschamend.
vernedering - krenking, belediging.
14. Het is direct duidelijk, dat het derde en vierde kernwoord vernederde en vernederden in de vertaling van het Magnificat van Peter Vande Vijvere niet alleen fout zijn, maar zelfs zwaar beledigend zijn voor Onze Lieve Vrouw.
15. Hoewel aangenomen mag worden, dat Vande Vijvere toch wel de Grote Van Dale in zijn boekenkast zal hebben staan, schrijft hij even verderop in het artikel toch nog: � Maria noemt zichzelf vernederd. Men kan ook lezen: nederig. ... � Vande Vijvere kent blijkbaar niet het verschil tussen "vernederd" en "nederig". Verder commentaar hierop is overbodig.
16. Het commentaar van de vertalers opgenomen in de Willibrordvertaling zegt nog: � Maria prijst Gods grote daden en haar eigen persoon (verzen 46-50), vervolgens wijst zij erop, hoe God de armen en de geringen, dit zijn de waarlijk vromen, verheft boven de rijken en machtigen, ... �
Er is echt een onmetelijke afstand tussen de "vernederden", dat zijn de "gekrenkten", degenen, die "oneer wordt aangedaan" enerzijds, en de "waarlijk vromen" anderzijds. Onbegrijpelijk, dat de auteur Vande Vijvere dit verschil klaarblijkelijk niet kent. En wat te denken van de redactie van Kerk en Leven, die dit alles klakkeloos publiceert ?
17. Dan schrijft Vande Vijvere nog verderop in zijn artikel: � Recente bijbelstudies tonen aan dat Lucas in het magnificat een oud-christelijk bevrijdingslied bewerkt. Lucas past dit lied toe op Maria, ... �
Deze zin betekent, dat er een oud-christelijk lied zou hebben bestaan - waarvan men overigens nimmer een spoor op schrift heeft gevonden - wat door een of andere christen, of door Lucas zelf, in de mond van Maria zou zijn gelegd in het zg. kindheidsevangelie. Gewoon bedrog dus, zo zegt men in feite, gepleegd door Sint Lucas, namelijk door een tekst in de mond te leggen van Maria, welke zij nooit zou hebben gesproken.
18. De 'studies'(?), waar Vande Vijvere naar verwijst, zijn helemaal niet zo recent. In het boek van Dr. Keulers van 1951 treft men er al een bespreking van aan, èn een gefundeerde afwijzing. Geen enkele serieuze bijbelgeleerde betwijfelt heden nog, dat de tekst van Lucas' kindheidsevangelie authentiek is. Geen van de commentaren in de Canisiusvertaling (1973), de Willibrordvertaling (1981) en de Navarra Bijbel (1983/1987) maakt nog een woord vuil aan de verzinsels betreffende het zg. oud-christelijke lied.
19. In de tweede druk van het Bijbels Woordenboek van 1954-1957 wordt onder het lemma Magnificat niet eens meer gesproken over het mogelijke ontstaan van het Magnificat uit een zg. oud-christelijke lied. Toen al - in 1957 - was dit een achterhaalde zaak. Maar sommige sprookjes hebben blijkbaar een lang leven.
20. Het Magnificat is bijna geheel samengesteld uit teksten van het Oude Testament, vooral uit de psalmen en uit het danklied van Hanna in het eerste boek van Samuel. En de vrome Joodse vrouw, die de Heilige Maagd Maria was, kende al deze teksten heel goed. Het is heel aannemenlijk, en volkomen begrijpelijk, dat zij in vrome geestdrift en zielsvervoering, onder inspiratie van de Heilige Geest, de lofzang Magnificat heeft gedicht.
21. Wat verderop in het artikel schrijft Peter Vande Vijvere: � De eerste gedachte bij het woord God in de Schrift is niet grootheid of majesteit maar aanwezigheid omwille van de ander. God staat onvoorwaardelijk ten dienste van de ander, ten dienste van de menselijkheid van de mens. Jahweh betekent: Ik zal er zijn voor u. ... �
Het godsbegrip, dat hier door Vande Vijvere wordt verwoord, is niet het christelijke, noch het katholieke, godsbegrip. Het is verkapt humanisme, van de platste soort.
22. Als er iets is, dat met name het Oude Testament kenmerkt, dan is het wel het enorme respect, ja, de vrees voor de ontzagwekkende majesteit van God, de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde, die slechts met de grootste eerbied mocht worden benaderd en bejegend. Men hoeft slechts bijvoorbeeld enkele lofpsalmen te lezen om hiervan overtuigd te geraken. En de hogepriester was de enige, die met veel schroom tot de Ark van het Verbond - Gods Woning onder Zijn Volk - mocht naderen, de Ark, welke steeds voor de ogen van het volk werd verhuld door gordijnen en voorhangsels. Welke 'onheilige Schrift' Peter Vande Vijvere voor ogen staat, is niet duidelijk, maar de christelijke Heilige Schrift kan het niet zijn.
23. Het is verder zeker niet zo, dat God ten dienste staat van de mens, op de wijze zoals Peter Vande Vijvere schrijft. God heeft niemand nodig, Hij is zichzelf genoeg. Het is juist andersom, de mens is - althans moet minstens leven als - een dienaar Gods, een onnutte dienstknecht van de Heer, als hij eeuwig gelukkig wil worden. De Heilige Schrift laat er nergens twijfel over bestaan, dat de mens moet leven volgens Gods geboden: God beveelt, de mens moet gehoorzamen. Doet hij (of zij) dat niet, dan volgt de straf: oorlog, verbanning, hongersnood, ga zo maar door. De profeten van het Oude Testament doen niet veel anders, dan telkens weer het volk en de koningen vermanen toch hun God te volgen en trouw te blijven.
24. De uitdrukking 'de menselijkheid van de mens' in het bovengegeven citaat klinkt leuk, maar betekent niets. 1) Een mens is een mens, omdat 2) hij menselijk is, en 3) omdat hij menselijkheid bezit. De drie termen betekenen steeds hetzelfde.
Er zijn trouwens ook schurken, die niets menselijks meer hebben, omdat zij van de duivel zijn bezeten en totaal verdorven zijn; en er zijn gemartelde en gekwelde mensen, die niets menselijks meer hebben in hun groot lichamelijk en geestelijk lijden.
25. Jahweh betekent niet: 'Ik zal er zijn voor u'. Dit is gewoon een al of niet opzettelijke vervalsing. Elke kenner van het Hebreeuws weet beter dan dat.
De eigennaam van God in de Hebreeuwse Bijbel is JHWH, of verkort JHW, of JW, of JH. Het is nu echt wel bewezen, dat de lange vorm JHWH de oorspronkelijke naam is. Het tetragrammaton [vier-letter-groep] JHWH komt meer dan 6.800 maal voor. Uit de Hebreeuwse bijbeltekst kan men niet opmaken, hoe de Israëlieten die naam uitspraken, daar zij geen klinkers schreven, slechts de vier medeklinkers JHWH. Maar de vergelijkende taalwetenschap heeft aangetoond, dat de uitspraak JAHWEH moet zijn geweest. Want de vrome Joden schreven onder het tetragram JHWH de klinkers van het woord Adonaï, of Adonaj, dat is 'Heer'. De bewoording Jehovah is beslist fout.
26. De naam Jahweh wordt zo goed als algemeen als een imperfectum [onvoltooid verleden tijd] beschouwd, maar daarmede is de betekenis van deze werkwoordsvorm nog niet helemaal gegeven. De bijbelse verklaring leidt die vorm af van de stam HJH (hajah) of HWH (hahwah) van het werkwoord 'zijn' en komt dan tot: � Ik ben, die ben. � Zie ook Ex.3,14.
27. Een nieuwere, maar niet algemeen aanvaarde, verklaring van de naam Jahweh, nl. als een zelfstandig naamwoord, gevormd van de stam HWH (hahwah = zijn), zou leiden tot de betekenis � de Zijnde �. Het is mogelijk, dat dit 'zijn' van God niet slechts wijst op het metafysische 'zijn uit zichzelf', maar ook op het meer dynamische 'werkzaam aanwezig zijn' (maar dan als een nevenbetekenis). De naam Jahweh schijnt ook te wijzen op Gods trouw, waardoor Hij eisen stelt aan Zijn uitverkoren volk en dat volk tot heil voert (als het gehoorzaam is). Men hoort ook wel zeggen dat de betekenis van Jahweh zou zijn: � Ik ben de Zijnde � of � Ik ben degene, die is. � Dit zijn dan ietwat vrijere vertalingen.
28. Hoe het ook precies moge zijn, de traditionele wetenschappelijke verklaring is, dat de betekenis van Jahweh is � Ik ben, die ben �, eventueel �Ik ben de Zijnde � en de betekenis, die Peter Vande Vijvere er aan geeft is beslist fout.
Jan A. A. van der Wulp