Uit Profetische Stemmen nummer 45 van mei 2000
In de onderstaande bespreking wordt gebruik gemaakt van gegevens, zoals vermeld in het artikel "Het lot van de mensheid", geschreven door H. L. Wesseling, in NRC-Handelsblad van 6 april 2000.
Kan men een wereldgeschiedenis schrijven in 250 bladzijden. Ja, dat kan. Het kan ook korter. In 25 bladzijden, of in 25 woorden, of nog minder. "De mensen worden geboren, leven en lijden, en sterven", is een correcte en volledige samenvatting van de geschiedenis der mensheid in negen woorden. De meeste lezers willen echter wat meer vernemen als het boek een wereldgeschiedenis betreft. Iets over alle werelddelen, iets over alle tijdperken, en men wil zo veel mogelijk aspecten behandeld zien, en dan nog iets over belangrijke personen. Daarom zullen niet veel schrijvers van historische werken zich aan een wereldgeschiedenis wagen, die in één, niet te dik, deel dat alles behandelt. Gewoonlijk telt zo'n werk meerdere delen en meerdere auteurs.
Welnu, er is een moedig man geweest, die zich aan zo'n project heeft gewaagd. Het is David Fromkin, wiens boek The way of the world. From the dawn of civilizations to the eve of the twenty-first century (letterlijk: Hoe het de wereld verging. Vanaf de dageraad van de beschaving tot aan de vooravond van de 21ste eeuw) onlangs in het Nederlands is verschenen onder de titel Het lot van de mensheid. Fromkin is een Amerikaan; hij doceert in Boston. Het boek telt drie delen: Past (Verleden), Present (Heden), en Future (Toekomst), opvolgend 80, 74 en 57 pagina's groot. De eigenlijke tekst telt maar ca. 200 bladzijden, en daar zit de toekomst ook nog in.
Inderdaad wordt de gehele wereldgeschiedenis behandeld, althans zoals de schrijver gelooft, dat deze heeft plaats gehad, maar de diverse tijdvakken krijgen niet even veel aandacht. De heer H. L. Wesseling schrijft in zijn bespreking: � De eerste miljard jaar bijvoorbeeld worden behandeld in 23 bladzijden. Dan zijn we ongeveer 15.000 jaar geleden aanbeland. De volgende 13.000 jaar worden behandeld in 19 bladzijden. De rest van het boek is gewijd aan de daarop volgende 25 eeuwen, met andere woorden aan de 'gewone' geschiedenis. �
Wij waren welhaast met stomheid geslagen toen wij dit lazen. En wij schudden van harte en bedroefd ons hoofd om zo veel dwaasheid bij de geleerden (?) van deze dagen. Hoe is het toch mogelijk, dat zo veel geleerden (?) maar blijven geloven in de evolutie, waar elke echte wetenschapper allang weet, dat evolutie een geloof is, ja, een mythe, daar het evolutieve denken in strijd is met de wetenschappelijke feiten. Want alleen bij het geloof in evolutie hangt men die verschrikkelijk lange tijden aan en gelooft men dat de geschiedenis van de mensheid zo lang heeft geduurd.
Echter, over de eerste miljard jaar van de aarde valt slechts te vertellen, dat, àls de aarde al zo lang bestaat (maar dat is niet bewezen, al is het een aanvaardbare veronderstelling), dat de aarde al die tijd een droge, rotsachtige bol was, zonder atmosfeer, overdag door de hitte van de zon zeer heet, en 's-nachts door de afkoeling zeer koud. Enig leven was er absoluut onmogelijk. Deze toestand kan vele duizenden of eventueel miljoenen jaren hebben voortbestaan. Dit duurde tot het moment, dat God tot de Schepping besloot. Maar dat was niet 15.000 of 13.000 jaar geleden, neen, dat was ongeveer 6.000 jaar geleden. Dat is alles, wat er van te vertellen valt. Er is minder dan één bladzijde voor nodig, waar onze auteur voornoemd er 23 voor gebruikt. Welk een onzin moet daar niet in staan !
God begon zo'n 6.000 jaar geleden met de Schepping door op de aarde de voorwaarden te scheppen voor het leven van planten, dieren en mensen. Daartoe nam Hij de aanwezige koude, steenachtige bol en veranderde de condities. Er waren nodig:
De evolutietheorie kan op geen enkele aannemenlijke wijze verklaren hoe en waarom de genoemde ruimtelijke basisvoorwaarden voor het bestaan van leven (niet voor het ontstaan er van) er kwamen. En het is met de wiskundige statistiek aangetoond, dat precies deze combinatie van ruimtefactoren nimmer door het toeval kan zijn ontstaan, ook niet als er miljoenen jaren voor beschikbaar zouden zijn. Men moet nog bedenken, dat er toen ook al meerdere natuurkundige en chemische wetten moesten zijn geweest om deze aarde zonder leven te kunnen laten bestaan. De evolutie kan niet verklaren waar die wetten vandaan komen. En, waarom die wetten (die wij nu kennen) en geen andere ?
Vervolgens schiep God het leven, ongeveer zoals het Bijbelboek Génesis (Schepping) dit verhaalt. Dit kan lang of kort hebben geduurd, maar vele duizenden jaren waren er beslist niet voor nodig. God kan scheppen in een oogwenk en uit het niets (ex níhilo). Laten we het er op houden, dat ongeveer 6000 jaar geleden de aarde in korte tijd werd geschapen, dat is de aarde ongeveer zoals wij die nu kennen (het woord ongeveer wordt toegevoegd, omdat er later nog belangrijke veranderingen in de condities op aarde optraden, bijvoorbeeld tijdens de zg. Zondvloed). De Bijbel heeft slechts enige bladzijden nodig om dit gedeelte van de geschiedenis der mensheid correct te beschrijven. Maar, de bovengenoemde auteur heeft 19 bladzijden nodig om een geheel valse geschiedenis te schrijven.
Want, wetenschappelijk staat het volgende vast:
1. De Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica (belangrijk deel van de natuurkunde) zegt, dat er een begin in de tijd moet zijn geweest. Dat begin was dus bij de Schepping van de aarde en van alles wat er op leeft.
2. Alle hoofdsoorten (basistypen) van planten en dieren, en ook de mens, worden gekenmerkt door een uniek erfelijk complex, een uniek DNA. De microbiologie (genetica) heeft aangetoond, dat het DNA van hogere diersoorten en de mens dermate complex is, en zoveel verschillende genen bevat, dat die soorten niet in elkaar zijn om te zetten, niet door het toeval, niet door uitwendige beïnvloeding, niet door de technieken van gen-engineering. Mensen en apen zijn bijvoorbeeld niet in elkaar om te zetten. De diverse basistypen dinosauriërs al evenmin.
3. Het is statistisch aangetoond, dat zelfs de eenvoudigste aminozuren (bouwstenen van de soorteigen eiwitten) van een eencellig wezen niet als gevolg van het toeval en onder invloed van uitwendige omstandigheden van druk, temperatuur, e.d., kunnen zijn ontstaan. Des te meer geldt dit voor de meer complexe eiwitten van hogere soorten planten en dieren. Er moet een andere oorzaak zijn van de oorsprong van de levende wezens.
4. Een gevolg van de eigenheid van het DNA van vooral hogere diersoorten is, dat alle exemplaren van die soorten van één ouderpaar af moeten stammen. Dit geldt ook voor de mens. En bijvoorbeeld ook voor basistypen dinosauriërs.
5. Men is er nimmer in geslaagd in het laboratorium levende stof te vormen uit dode stof. Alleen levende stof brengt levende stof voort. Evenmin slaagde men er ooit door experimenten in om basistypen van diersoorten in elkaar om te zetten.
6. Men heeft vele duizenden zg. archeologische fossiele anomalieën bestudeerd. Dat zijn in de oudheidkunde die fossielen, of versteende resten, die volgens de evolutionisten niet passen in de door hen aanvaarde geologische (aardkundige) tijdschaal. Daarbij is onweerlegbaar zeker gebleken, dat alle bekende levende basissoorten planten en dieren, èn alle bekende uitgestorven soorten, zoals dinosauriërs, tegelijkertijd hebben geleefd. Er zijn duizenden voorbeelden van menselijke resten (van de homo sápiens), die gevonden werden in dezelfde aardlagen en dezelfde gesteenten als de resten van zg. uitgestorven dieren, zoals dinosauriërs.
7. Bovendien is aangetoond, dat vele soorten dino's in de Middeleeuwen nog leefden. Daarvan zijn massa's historische bewijzen, waarbij men moet bedenken, dat dino's in die dagen meestal draken werden genoemd. Zelfs heden leven er nog meerdere, zg. uitgestorven, soorten dieren, zoals de c�lacanth. Mensen en allerlei soorten dino's hebben vele euwen lang tegelijkertijd geleefd tot aan het einde van de Middeleeuwen (ca. 1500).
8. Er zijn meer dan 100 bewijzen uit allerlei takken van de natuurwetenschap, en uit andere wetenschappen, zoals de demografie, dat de aarde jong is, zeker niet miljoenen of honderdduizenden jaren oud. De uitkomsten van die meer dan 100 experimenten en berekeningen klonteren rond de 6.000 jaar.
9. Het is al vaak aangetoond, dat radio-actieve dateringsmethoden bij een ouderdom van meer dan 5.000 jaar niet betrouwbaar zijn. Dit komt gewoonlijk door de verontreiniging van de monsters, die niet vast is te stellen.
De Bijbel beschrijft, dat de diverse soorten kort na elkaar, of minstens in een beperkte tijd, werden geschapen. Men zegt: De basissoorten werden apart, en ongeveer tegelijkertijd, en niet na elkaar geschapen. De Schepping had synchroon plaats, NIET diachroon. Planten en dieren leefden daarna dan ook tegelijkertijd met de mens op de aarde. Het gehele scheppingsverhaal van de Bijbel wordt zonder enige twijfel door de wetenschap bevestigd. En zo nam dan zo'n 6000 jaar geleden de geschiedenis van de mensheid een aanvang. Maar er gebeurde nog iets zeer bijzonders, wat van zeer groot belang is voor het onderscheid: evolutie of creatie ?
10. Een basisgedachte van het evolutiemodel is de uniformiteit, d.w.z. men neemt een ongestoorde ontwikkeling in de aardkorst aan gedurende miljoenen jaren. Dit speelt vooral bij de bestudering van gesteenten en afzettingslagen, bij de bepaling van de ouderdom van aardlagen (en de fossielen daarin), en bij het indelen van fossielen in de zg. geologische tijdperken. Maar de gehele structuur van de geologische tijdperken is vals, omdat de uniforme ontwikkeling in het geheel niet heeft plaats gehad. Het enige juiste model betreffende het ontstaan van de diverse aardlagen en afzettingen, is het catastrofemodel. De aarde is namelijk meerdere malen getroffen door zware kosmische catastrofen (rampen) welke de aardlagen flink door elkaar hebben geworpen. Een van die catastrofen wordt in de Bijbel beschreven als de Zondvloed. Velikofsky heeft echter aangetoond, dat deze enorme vloed in het geheugen van alle volkeren bewaard is gebleven. Een tweede dergelijke catastrofe trad op tijdens de Éxodus (Uittocht) van de Joden uit Egypte. Ook hiervan heeft Velikofsky aangetoond, dat de verspreiding veel verder ging dan het gebied van de Rode Zee.
De problemen bij de ouderdomsbepalingen van zg. anomale fossielen in aardlagen en in afzettingen, zijn slechts verklaarbaar door het catastrofemodel. De Zondvloed en de ramp bij Uittocht geven betere verklaringen van de feitelijke toestand der aardlagen en afzettingen, dan de veronderstellingen van de evolutionisten. De evolutionisten noemen deze versteende resten anomaal, dat is niet passend in hun schema van de geologische tijdperken, omdat zij aan dit fictieve schema de voorrang geven boven de feiten, die uit de vondsten spreken. Vanuit de werkelijkheid is er niets anomaals (ongewoons) aan die fossielen; het zijn vondsten, die het catastrofemodel en de synchrone Schepping, en het failliet van de diachrone Schepping, bevestigen.
Het evolutieve denken, dat het besproken geschiedenisboek van de auteur David Fromkin kenmerkt, en dat hij als zijnde geheel zeker wegzet - hij heeft er nota bene 42 bladzijden van zijn boek voor over om de niet-bestaande evolutie van de mensheid tot het jaar 500 voor Christus te beschrijven - dat evolutieve denken dus, is een dwaas verzinsel van iemand, die in het geheel niet van de (natuur)wetenschappe-lijke feiten op de hoogte is. Ook de heer Wesseling, die de bespreking in de NRC schreef, lijkt Fromkins fantasieën voor waar te houden.
Fromkin's boek is niet zo maar een historisch overzicht, niet zo maar een geschiedenisverhaal. Het is een verhaal met een boodschap, het brengt een geloof, nl. het geloof in het evolutieve denken en in de evolutieve ontwikkeling. Het verhaal van Fromkin is in wezen het verhaal van de vooruitgang. Hij getuigt van zijn geloof in de rede en in de vooruitgang. Fromkin wil laten zien hoe de mensheid via een serie grote veranderingen, uit de Afrikaanse wouden van miljoenen jaren geleden is terecht gekomen in de wereld van de 21ste eeuw. Die grote veranderingen zouden dan zijn:
Ook dit alles is totaal bezijden de werkelijkheid. Fromkin meent, dat de mens zich van een primitieve voorouder door evolutie heeft ontwikkeld tot de hoog-ontwikkelde mens van heden. De evolutionist meent, dat de latere toestand beter en hoger is dan de allereerste toestand. Van een primitieve aapachtige en mensachtige voorouder tot de mens van heden met zijn computers en technologie, dàt heeft de zich-ontwikkelende mens allemaal zelf tot stand gebracht, inclusief een geweten en de neiging naar vrede te zoeken, zó is dat vooruitgangsgeloof. Want bij het meer primitieve past het meer oorlogszuchtige, en bij de stammenoorlogen van lang geleden past het ontbreken van een geweten. Pas het ontwikkelen van de rede, en het toenemend gebruik van het verstand, zouden voor vooruitgang, zowel materiëel als geestelijk, hebben gezorgd. Het zijn allemaal verzinsels.
Want van ca. 6000 jaar geleden (en dat ligt wetenschappelijk vast als beginpunt van de mensheid) tot heden is de tijd veel te kort voor zulke uitzonderlijke veranderingen in de mens (homo sápiens). En alle fossielen en opgegraven artefacten (maaksels) van de mens bewijzen, dat het om dezelfde mens, als die van nu, gaat. Er is nimmer een spoor van de echte zg. missing-link (de ontbrekende schakel) gevonden, al proberen doorgewinterde evolutionisten dit telkens weer aan de mensheid wijs te maken. Alle zg. 'bewijzen' daarvan zijn vals gebleken.
En de vergelijkende linguistiek (vergelijkende taalkunde) heeft glashelder aangetoond, dat oude talen als het oud-Hebreeuws en het Sanskriet beslist geen primitieve talen zijn; integendeel die talen vertonen grotere mogelijkheden tot het uitdrukken van nuances dan vele moderne talen. Er heeft helemaal geen ontwikkeling naar een hogere, betere taal plaats gehad, juist andersom: Er is achteruitgang opgetreden. En het wordt steeds waarschijnlijker, dat alle huidige talen, via de grondtaal van hun taalgroep afstammen van één oertaal. Men heeft zodoende al bijna bewezen, dat het verhaal van de toren van Babel met de taalverwarring daarbij, waar is.
Onderzoekers naar het in de Atlantische oceaan verzonken vasteland Atlantis of Lemuria zijn van mening, dat de bevolking daarvan een hoge graad van technologische beschaving had bereikt, die in sommige opzichten met onze beschaving kon wedijveren. Dus is een vergevorderde beschaving geen uniek kunstje van onze generaties. Ook vóór de Zondvloed bestond al een hoog-technologische beschaving op het continent Lemuria/Atlantis, die door de Zondvloed (een grote kosmische ramp) letterlijk ten onder is gegaan. Het is onjuist alle oudere beschavingen als primitief weg te zetten en slechts de huidige als door-ontwikkeld te beschouwen.
De vergelijkende psychologie en de sociaal-psychologie tonen aan, dat er altijd al van een persoonlijk geweten in elke individuele mens sprake was. De bewijzen daarvoor uit de wereldliteratuur zijn werkelijk overweldigend. Al mogen er in bepaalde tijden bepaalde differentiaties zijn opgetreden in het persoonlijk geweten, het is een fictie aan te nemen, dat er in de loop der eeuwen een steeds beter werkend individueel geweten is ontstaan door de werking van de voortschrijdende ontwikkeling. Het geweten van iemand als konig David, of de Onderkoning van Egypte Jozef, werkte even fijn en genuanceerd als dat van koning Boudewijn van België. En de oude Griekse schrijvers van de antieke oudheid worden heden nog graag gelezen om hun levenswijsheden.
In het voorgaande is bewust beperkt tot argumenten op grond van de resultaten van de natuur- en andere wetenschappen. Die wetenschappen geven al ruim voldoende bewijzen voor creatie en een jonge aarde. Maar als men over God en de Schepping spreekt, komt men op het gebied van de theologie. Dat is óók een wetenschap, een gewijde wetenschap nog wel. En díe wetenschap draagt nog meer definitieve argumenten aan voor creatie en tegen evolutie. De bewijsvoering is echter wat anders dan in de profane wetenschappen. Daarom zullen we slechts de resultaten geven van 2000 jaar theologiestudie.
God schiep hemel en aarde. Op aarde schiep Hij het Aards Paradijs. God schiep Adam en Eva als het eerste mensenpaar. Die twee wandelden met God in het Paradijs. Zij kenden geen lijden, geen ziekte, en geen dood, èn geen zonde. Dat bleef zo tot aan de zg. zondeval. Zij werden ongehoorzaam aan Gods bevel. God strafte hen daarom, joeg hen weg uit het Paradijs, en verplaatste dit naar elders. De aarde veranderde. Planten en dieren veranderden. Hadden tot dan lijden, ziekte, haat en de dood niet bestaan, niet bij de mens, niet bij planten en dieren, vanaf de zondeval bestond dat allemaal wel, tot op heden. Adam en Eva droegen de gevolgen van hun persoonlijke zonde, de zondeval, over op hun nageslacht, door vererving dus (niet door nabootsing). Dat heet de erfzonde (of erfschuld). Alle mensenkinderen (behalve de Maagd Maria) kennen sindsdien deze erfschuld.
Men beseffe, dat de eerste toestand beter was dan de latere toestand. Dit is geheel tegengesteld aan wat de evolutionist zegt. De eerste toestand, was al evenmin primitiever dan de latere zijnswijze. Het is juist andersom: De eerste toestand was hoger ontwikkeld en beter, want Adam en Eva wandelden met God. En na de zondeval kende men de zonde, en was men niet meer volmaakt. Men was er slechter aan toe dan eerst. Men moest nu immers in het zweet des aanschijns voor zijn dagelijks brood zwoegen. En de vrouwen moesten sindsdien hun kinderen onder pijnlijke weeën baren.
Het persoonlijk geweten ontstond niet langzamerhand in de loop der tijden, zoals de evolutionist wil. Nee, God schiep de mens zó, dat zijn geweten vanaf de conceptie een integraal deel van de persoon uitmaakt. Wel dient het geweten door de opvoeding te worden gevormd. Dat gold voor de kinderen van Adam en dat geldt tot op onze dagen. Evolutionisten willen dat het geweten ontstond door eeuwenlange nabootsing van het gedrag en de houding van de voorouders. Dit is vals.
Het evolutieve denken introduceert in alle levensgebieden de verandering als blijvend beginsel. Altijd maar weer verandert alles, niets mag hetzelfde blijven. Maar God is de Eeuwige, de Onveranderlijke, de Tijdloze. Zijn Wezen is onveranderlijk, Zijn wetten zijn onveranderlijk. Zijn Geboden zijn onveranderlijk. De Tien Geboden evolueren niet. Zij zijn heden nog precies hetzelfde als ten tijde van Adam en Eva en toen Mozes ze op steen ontving. Ook de betekenis ervan is niet veranderd. Wel kunnen er door de maatschappelijke veranderingen nieuwe toepassingen ontstaan van de Tien Geboden.
Vals is ook het zg. zoeken naar vrede. Evolutionisten menen, dat vrede uit de overeenstemming der geesten kan voortkomen, en kan worden bereikt door verstandig onderhandelen. Zij beschouwen vrede als doel op zichzelf. Zij willen de vrede bereiken langs de weg van een vredesproces. Deze visie is vals. Vrede is een gevolg, en wel het gevolg van een leven in harmonie met God en met de goddelijke wetten. Het gebrek aan vrede is het gevolg van de zonde, van de persoonlijke zonde. Niemand, die in zware zonde leeft, is in staat in zijn omgeving vrede te bewerkstelligen. Eerst moet men God als Schepper en Heer erkennen, aan Hem zijn fouten belijden, en dit berouw omzetten in goede daden. Dan pas volgt de vrede als vrucht van deze christelijke instelling en een christelijk leven.
Weinigen beseffen, dat het woord van de Apostel Paulus: "Door de zonde [van Adam en Eva] kwam de dood in de wereld", niet slechts op de geestelijke dood slaat, maar óók op de lichamelijke dood. Want vóór de erfzonde bestond de dood niet, niet van planten, niet van dieren, niet van de mens. Dit is de genadeslag voor alle vormen van evolutie. Immers, ook al werden planten en dieren vóór Adam en Eva geschapen, zij stierven niet, want de zonde van de mensen bestond nog niet. Pas nà de erfzonde begonnen planten en dieren en mensen te sterven. Het is dus onmogelijk, dat er gedurende de jaren, vóórdat Adam werd geschapen, allerlei planten en dieren stierven. Geen enkel restant van een afgestorven plant of een dier kan ouder zijn dan Adam en Eva. Daarom is het gepaat over prehistorische dieren vals. De historie begon met Adam en Eva. En een prehistorie is er nooit geweest. De zg. prehistorische dieren zijn allemaal gestorven nà de Schepping van Adam en Eva, en nà de zondeval, en zij behoren dus tot de historie.
En zo is de cirkel rond. Het is inderdaad mogelijk een wereldgeschiedenis in 200 bladzijden te schrijven. Als men dan maar niet de eerste 42 bladzijden besteed aan de fantasieën van het evolutieve denken over de oorsprong van mens en dier. De korte en heldere geschiedenis van de Bijbel over het ontstaan van de mensheid is alles wat men behoeft over te nemen, eventueel met de wetenschappelijke bewijzen er voor.