leonieke citaten deel IV

Datum: 
Zat, 2004-07-24
Profeet: 
Leonie Van den Dijck

Leonieke citaten deel IV

Citaten uit "Het wonderbaarlijke leven van Leonie Van den Dijck"

De citaten werden hoofdzakelijk geselecteerd naar het belang, dat zij hebben voor de toestand van onze dagen. Ze werden in de chronologische volgorde van het boek opgenomen. Veel van de oudere visioenen betreffen de Tweede Wereldoorlog maar de latere slaan merendeels op de tribulaties van onze dagen.

DEEL IV

Pag 297 tot 298

4 Profetieën over de roden: terreur, barbaarsheid, slavernij, kerkvervolging, de Europese beschaving weggeveegd, ook in Vlaanderen omwille van zijn diep christelijk geloof. Vlucht is de enige redding. Gebed en boete.

Wat de zwarten en de witten hebben uitgericht zal kinderspel gelijken, bij wat de roden over 't volk zullen brengen. Gelukkig zij die hen zullen ontsnappen. Waar zij zullen komen, verliest het leven zijn waarde. Er is dan nog slechts barbaarsheid en wilde terreur. Een ongekende slavernij wordt het lot van de mensen. Gelovigen worden op duivelse wijze gefolterd. Het lijkt de macht van Satan. Zonder Gods tussenkomst zal de wereld ten onder gaan in een chaos van ellende.

Indien er niet gebeden wordt en geboet, indien er geen ommekeer plaats grijpt, maar als men steeds voortgaat met God te tergen, zal het lot van de oosterse volken ook over ons komen, met al de gekende gruwelen en folteringen aan deze volken reeds voltrokken. Als dat moest gebeuren, wordt de Europese beschaving van de aardbodem weggeveegd en vervangen door een ongekende barbaarse terreur, waarbij elke menselijke waarde totaal vernietigd wordt.

Voor dat deze vrienden vertrekken komt het weer over de oorlog te pas, en Leonie zegt hen dat ze te Brugge mogen gerust zijn, dat het daar tamelijk rustig zal verlopen. Als de Duitsers weg zijn, komen daar ook de uitspattingen van de witten maar dat zal daar van korte duur zijn.

De vrienden komen dan terug op de zwarten – witten - roden en gans op 't onverwachts spreekt Leonie over Vlaanderen. Verbijsterd luisteren de vrienden toe en vragen tweemaal opnieuw of dat werkelijk in Vlaanderen zal gebeuren, waarbij Leonie bevestigend antwoordde. Ze zijn geslagen, en gans het hart in ervan. Ze hebben er alle moed bij verloren, maar vragen toch of het dan te Brugge ook zo erg zal zijn. Leonie antwoordt hen, dat Brugge altijd op een bijzondere wijze gespaard zal worden, meer dan welke andere stad hier in ons land, het heilig Bloed wordt daar immers bewaard. Maar Leonie, zeggen de vrienden, Brugge ligt toch ook in Vlaanderen!

Leonie is nu gans onder de indruk, van wat ze daar zojuist gezegd heeft, en nu wil ze de vrienden gerust stellen, en ze zegt: maar het zal nog zó hard niet zijn, hoor ik heb wat overdreven. Maar de vrienden zijn teneergeslagen en blijven onder de indruk van haar eerste woorden. Gans ontmoedigd en geslagen hebben ze de terugreis aangevat. Later vernam ik dat er onder de vrienden waren die voor goed ons land hebben verlaten en van anderen hoorde ik dat ze bij 't minste gerucht van gevaar er ook zouden uittrekken.

Toen ik bij een volgend bezoek daarop terugkwam, bevestigde Leonie mij haar eerste woorden en zegde dat het er hier erg, zeer erg zou aan toegaan. Vlaanderen zou op verschrikkelijke wijze gefolterd worden omwille van zijn diep christelijk geloof. Leonie bevestigde mij dat nog klaarder op volgende wijze. Ze zegde: moest ik niet zijn wat ik nu ben, en weten wat ik nu weet, wel, dan zou ik over 't water vluchten en had ik geen schip, dan zou ik nog over 't water gaan, al ware 't in een beerkuip. Me dunkt, krachtiger kon Nieke dat niet uitdrukken. Tegen vrienden heeft Leonie nooit meer daarover gesproken, hoe ze ertoe ook gepraamd werd. Door dit alles kan ik slechts bevestigen, dat de rode terreur ook hier alles zal overspoelen. Onze redding ligt dan wel uitsluitend in gebed en boete (1).

-----------------------------------
(1) O.L. Heer openbaarde hetzelfde aan de Dienares Gods zuster Aiello Elena: “Rusland zal al zijn machten van het kwaad loslaten over alle naties, en als zijn tijd zal gekomen zijn zal hij het beste deel van mijn kudde vemietigen’ (1953); “Rusland zal zijn nieuwe dwalingen verspreiden over heel de wereld en de Kerk vervolgen’ (1956): in de laatste kastijding “zal Rusland verbrand worden’ (1961).
-------------------------------------------

Pag 301 tot 305

7. Leonie verklaart haar visioen over de Paus. Straf over de grote steden voor misverzuim en ontucht. Parijs verbrand. Gruwelijke massamoorden.

Bij een van mijn volgende bezoeken vertelde Nieke me dat ze bezoek gekregen had van West-Vlaamse vrienden en dat er weer was gesproken geweest over de Paus. Hoor, zegde ze, de mensen denken en praten er maar op los. Ze vroegen weer of hij nog altijd in de hoek moest blijven staan en in hun brein weven ze zo allerlei voorstellingen, die daar beter niet zouden in opkomen. Ik zal u nog eens klaar en duidelijk zeggen wat daarover kan gezegd worden. De verantwoordelijkheid van de Paus is zeer groot, maar boven alles blijft hij mens. Als Hij de toestanden zich weer ziet toespitsen, schrikt hij terug voor het lot van het mensdom, maar dat is wat anders dan te beweren dat hij niet moedig zou zijn. Als ik hem zag vluchten uit het brandend paleis, was dat niet uit schrik als dusdanig, hij vluchtte slechts op het allerlaatste ogenblik, toen reeds de muren in puin neervielen en de brandende balken voor en achter hem neerploften. Er moet veel voor de Paus gebeden worden, opdat hij moge verlicht en gesterkt worden, want zijn regering is een der belangrijkste uit de geschiedenis, nu dat alle machten ingezet worden om God en godsdienst uit te bannen.

Leonie sprak ook weer over de straf die over veel grote steden zal komen. De zondagsmis wordt hoe langer hoe meer verzuimd en een nieuwe golf van ontucht komt over de wereld neer, terwijl het huwelijksmisbruik in erge mate toeneemt. De grote stad (Parijs) zal door brand verwoest worden, evenals veel andere steden. Wat in de oorlog is gebeurd gelijkt kinderspel met wat nu nog te wachten staat. Om het verzuimen van de zondagsmis, omwille van het zondagswerk, omwille van de huwelijksontering en de ontucht, komen er ontzaglijke straffen over het volk. Alle vermaning wordt nutteloos want de massa wordt hoe langer hoe meer aangestoken door haat en nijd, genot en vermaak, die steeds met vernieuwde krachten de aarde overspoelen. Alle orde schijnt van de aarde verdwenen, en er heerst slechts opstand en twist onder de volkeren.

Weer worden hele volken ontvoerd en vernietigd. Eens zag ik een grote massa in een bos gedreven worden. Hier en daar stonden vaten op zekere afstand van elkander opgesteld. Toen zag ik dat het volk bespoten werd met een wit vocht, en weldra stond daar alles in brand, terwijl er verschrikkelijke kreten opstegen. Dezen die uit het vuur meenden te ontsnappen werden er met bajonetsteken terug in gedreven, want er stonden daar veel mannen rondom opgesteld, een soort soldaten, want ze droegen een geweer zoals men hier bij onze soldaten ook ziet. Dat gebeurde zo op verscheidene plaatsen, en daaraan gaan ook weer hele massa's ten onder. Door allerlei straffen, zelfs de meest ongekende, wordt er een opruiming onder 't volk gehouden, tot God zelf zal ingrijpen. Het volk leeft als in een roes maar wat zal het ontwaken vreselijk zijn!

2de HOOFDSTUK

Leonie's naderende dood. Algemeen verval verergert. God zelf herstelt de vrede. Gilbert en Henri roepen haar. Leonie's physiognomy. Peter Hurcos. Geestelijkheid gestraft.

1. Leonie spreekt over haar eenzame dood. De oorlog heeft niets geleerd de algemene afval neemt toe, Babelse verwarring van de geesten. Geen vrede mogelijk, God zelf komt de orde herstellen door kastijding. Indruk op de bezoekers.

Tijdens mijn menigvuldige bezoeken aan Leonie heeft ze me dikwijls gesproken over haar overlijden. Reeds van in 1934 heeft ze me gezegd dat ze zou sterven, verlaten door al haar vrienden. Heel in ´t begin heb ik daar niet veel acht op geslagen en aanzag deze mededeling als een doodgewoon feit. Later heb ik mij evenwel afgevraagd hoe dat wel zou kunnen gebeuren, dat Leonie zou sterven zonder dat er iemand van haar talrijke vrienden zou aanwezig zijn. In de jaren dertig ging er geen dag voorbij of er was bezoek; later is dat zeker veel verminderd, maar ze bleef steeds veel vrienden houden, of zou iedereen haar afvallig worden?

Deze dag waren er drie dames uit het Brusselse, oude vriendinnen, 't was jaren geleden dat ze nog op bezoek geweest waren en ze hadden natuurlijk veel te vertellen. Ook Leonie vertelde weer, en 't kwam te pas over sterven. Ze zegde: ik zal van deze wereld weggaan, verlaten van vrienden en kennissen. Maar een van de dames zegde hierop: kom, Leonie, hoe zou dat kunnen gebeuren. 't Zal toch rap geweten zijn indien er gevaar van sterven zou komen. 't Zal gebeuren gelijk ik reeds zo dikwijls heb gezegd, antwoordde Leonie. 't Werd stil, en ik en de anderen dachten op deze woorden na, en we meenden dat het tegenovergestelde zou gebeuren. Deze dag was Nieke weer spraakzaam wat eigenaardig aan deed bij haar nu gewone inkeer in zichzelf. Als de dames uitgepraat waren geraakt en eindelijk ook nog voorbije oorlogsgebeurtenissen hadden verteld, begon Leonie te vertellen. De dames luisterden en kwamen langzaam onder de indruk van haar woorden, terwijl ze soms zegden:

't is wreed wat er allemaal is gebeurd. Waarop Nieke dan antwoordde: neen, maar wel wat ik heb zien gebeuren en nog zal komen Waarop ze ten laatste vroegen: Leonie, komt er dan een nieuwe oorlog?

Leonie vertelde verder: de voorbije oorlog heeft aan de volken niets geleerd, spijts de massa's doden die er geweest zijn, en spijts de afschuwelijke folteringen die aan velen werden voltrokken. In plaats van verbetering onder de massa is de afval geweldig toegenomen en zal nog vermeerderen naarmate we verder schrijden. Onder vrienden gaat het al niet meer, en zo ook onder de landen. De enen willen het zo en de anderen willen het anders. Het volk leeft in tweedracht, en zo is geheel de wereld. Men spreekt van de toren van Babel maar de verwarring is nog nooit zo groot geweest als nu, en dat zal nog gaandeweg toenemen. Men zal ten laatste ter plaatse trappelen, zodat noch vóóruit noch achteruit, een uitweg kan gevonden worden. God heeft de mensen aan hun lot overgelaten. De geest van hovaardij, heeft eenieder aangegrepen en de ene wil voor de andere niet meer buigen. Soms zal het schijnen dat er terug een lichtpunt is dat de oorzaak van onrust zal wegnemen, maar weldra blijkt dat ijdele hoop te zijn, en zullen er nieuwe onrustzaaiende berichten de gemoederen opschrikken.

Velen hebben gedacht dat met het eindigen van de oorlog alles gedaan was, en dat er nu voor lange jaren weer vrede en welstand zou komen. Dat zal niet meer gebeuren. Werkelijke rust komt er niet meer. Nu eens zal alles rustig schijnen en daarna zal alles weer vol onrust zijn. Rampen allerlei zullen het mensdom treffen en langs alle kanten klinken oorlogsgeruchten. Zo zal de tijd in de toekomst zijn en in deze toestand zakt de wereld verder naar zijn einde. Vóór dat het einde er zal zijn, want zo ver zijn we nog niet, komen nog zware straffen over de volken.

Het wordt nog zo erg dat wat onder de oorlog gebeurd is, slechts een kleine afbeelding is van wat nog te verduren valt. Hele massa's zullen weer ten onder gaan aan de afschuwelijkste folteringen, en andere massa's verdwijnen bij andere rampen. Hele volkeren worden uitgeroeid en overal wordt een schrikbarende vervolging ontketend, waarbij de goede gelovigen veel zullen te onderstaan hebben. In andere landen gaat het weer nog erger dan hier, want er zijn hier ook zeer veel slechte mensen, de anderen, het kleinste getal, leven beter dan vroeger en er wordt meer gebeden en geboet. Hele massa's heb ik zien verpletteren door oorlogstuigen (tanks), die in opeengepakte massa's mensen werden gedreven zodat ze niet ontkomen konden. Ik heb er zien afslachten midden grote bossen, waar jacht op hen gemaakt werd, nog erger dan op wilde dieren. Ik heb er daar ook zien werken, die als schimmen totaal uitgemergeld waren en dwangarbeid moesten verrichten, steeds gebukt, de knoet vrezende van de bewakers, die hen oplettend gadesloegen en hen bij de minste verzwakking als voor dood neersloegen.

En buiten dat alles, komen nog de straffen die God Zichzelf heeft voorbehouden. Er komt slechts vrede nadat de grote opruiming onder de volken is geschied. De mens kan de wanorde niet meer keren, en 't is God zelf die de orde met behulp van de gruwelijkste kastijdingen zal komen herstellen!

De dames waren die dag tamelijk laat bij Leonie gebleven, zodat het voor mij zelfs tijd werd, naar huis terug te keren. Ik verliet samen met hen Leonie en begeleidde hen tot bij de statie. Ze waren diep geschokt over wat ze gehoord hadden, zodanig zelfs dat een van hen zegde: ik ben tevreden dat ik reeds zo oud geworden ben, want op de duur is 't leven niet meer waard geleefd te worden. Ik kon hen troosten met te zeggen, dat God is als een vader, die te gepaste tijd ook moet kastijden, maar dezen van zijn kinderen niet zal straffen die niet plichtig zijn. Ik zegde hen tot afscheid dat Nieke reeds sedert lange tijd tot haar vrienden had gezegd: leeft, of het uw laatste dag was en, die zo leeft en zijn plichten doet, moet niet vrezen.

Pag 310 tot 312

5. Het lot van de geestelijkheid: massale afslachting, slavenarbeid, als uitschot behandeld.

Weinige tijd daarna was ik bij Leonie en ze vertelde me wat ze in visioen had gezien. Ze bevond zich op een berg, een hoogte, en voor haar was er een grote vlakte die gans gevuld was met mensen, ze schenen daar verzameld te zijn en op iets te wachten. Onder deze massa waren ook veel geestelijken en hoogwaardigheidsbekleders; ik zag dat aan hun kleding, en er stonden onder hen ook een aanzienlijk aantal van de hoogste geestelijkheid, want ze droegen mijters op hun hoofd. Plots was heel die massa verdwenen. Dan zag ik daar op eens een bos, waarin totaal uitgemergelde wezens stonden te werken. Het was slafelijke arbeid dat ze moesten verrichten, ze stonden daar halfnaakt en hadden slechts een broek aan. Tussen hen stonden er bewakers opgesteld, ofwel gingen ze daar over en weer en ze hielden een knoestige knuppel in de hand. Hier en daar zag ik dat een van deze schimmen onbarmhartig werd neergeslagen, want het geleken schimmen, zo uitgemergeld stonden ze daar te werken. Sommigen zwaaiden de bijl en anderen sleepten aan lange strak gespannen koorden zware boomstammen voort.

Hier en daar herkende ik er een van hen die tussen het volk op de vlakte hadden gestaan en zelfs van hen die een mijter hadden gedragen. Naar ik meende te verstaan, waren het allen geestelijke personen, die daar bovenmenselijke arbeid moesten verrichten. Dan zag ik daar plots enkele stukken brood tussen hen geworpen worden, waarop ze zich als wilde beesten wierpen. Het was gruwelijk om aan te zien. De drang naar levensbehoud had hen gelijk wilde beesten gemaakt. Al dezen die op de vlakte waren geweest waren omgekomen of omgebracht. Dezen die hier als slavenarbeiders werden gebruikt, moesten, omwille van hun geloof, onder onmenselijke voorwaarden, en gedurig onder de waanzinnige vrees van de knoet, als het laagste uitschot van het volk arbeiden. (1)

Als Leonie daar wat later op terugkwam zegde ze dat dit het lot zal zijn van priesters en geestelijken als de vijanden van ons geloof ooit over onze landen moesten losgelaten worden. Een hele tijd later vernam ik van een goede kennis dat Leonie hem ook over dat vizioen verteld had.

-------------------------------------------
(1) "God behoudt het Zich voor Zijn gezalfden te kastijden", werd reeds eerder in een visioen geopenbaard. Het is duidelijk dat de voorgaande beschrijving daarover gaat, en in het bijzonder betrekking heeft op de aangepaste bestraffing van de algemene en ongehoorde ongehoorzaamheid van de geestelijken, en hun ontstellende en vermetele zorgeloosheid en oneerbiedigheid voor de H. Eucharistie, tot de profanatie toe o.a. de H. Communie in de hand, waartegen tevergeefs en langdurig vermaand werd door het hoogste kerkelijke gezag.
------------------------------------------

6. Gods voet verplettert de aarde omwille van de hemeltergende toestanden: nu is 't de hel op aarde, God wordt uitgesloten, de geboden worden overtreden, het gouden kalf, de ontucht, de goeden tellen niet meer mee.

Een andere maal vertelde ze me over de erbarmelijke toestand waarin de wereld op dit ogenblik verkeert. Gelijk het nu is, zegde Nieke, zo slecht is de wereld nooit geweest. Op hemeltergende wijze wordt God vergramd en 't gelijkt hier de hel op aarde. Luistert, zegde ze, er zullen niet zoveel jaren meer voorbij gaan, vóór dat God zal toeslaan. Gods rechtvaardigheid kan deze toestanden niet langer dulden, en weldra komen de straffen over het schuldige mensdom neer. Ik heb u al gezegd, vervolgde ze, dat ik op zeker ogenblik God Zijn voet op de aarde zag neerzetten, gereed om de wereld te verpletteren. Van dat ogenblik zijn we zover niet meer af, en 't is dan dat God zal toeslaan.

Overal is of wordt God uitgebannen en de wereld is geworden als een rovershol. De ene zit gereed om de andere te bespringen. De eerbied voor de ouders is verdwenen, en het familiegeluk is volledig zoek geraakt Vreugde en genot worden buiten de huiselijke kring gezocht, en broers en zusters zijn als vreemden voor elkander geworden, terwijl men nog slechts bij krakeel en twist beseft dat ze nog onder elkander wonen. Het gouden kalf en de ontucht zitten als goden op de hoogste troon om de hulde van de massa in ontvangst te nemen. Zij die tegen de stroom van verderf willen oproeien worden onder de voeten gelopen en smaad, schimp en spot is hun aandeel, terwijl ze de speelbal gelijken van de massa. Weldra zal God wannen, zodat alleen zuiver koren zal overblijven, terwijl het kaf ten prooi van het vuur zal geworpen worden.

Pag 316 tot 317

2. Leonie herleeft wonderlijk en doet een relaas van heel haar leven aan Mr. Schellinck. Ze bevestigt alles nog eens. Vier vijfden der mensen zullen verdwijnen. Haar drie geheimen.

Zo midden de Meimaand 1949 was ik van 's morgens heel vroeg bij Leonie en ik vond haar in bed liggend. Er werd wat gesproken, maar ik vroeg haar om stil te blijven liggen, daar ik zag hoe zwak en vermoeid ze was. Als ik sprak van naar de kapel te gaan, zette ze zich onder zware inspanning recht. Op mijn helpend gebaar wees ze dit af en ging lachend rechtop zitten. Ze begon te praten en te vertellen, en mijn vragen om kalm en stil te blijven hadden geen succes. Ze was reeds een half uurtje aan het spreken toen ik bang werd, want het scheen me toe dat Leonie hoge koorts kreeg. Ze werd rood zoals ik haar nooit zo gezien had. Ze weerde af en zei dat met haar alles goed was, en dat ze zich wonderlijk goed voelde. Dat blozend gezicht bleef ze behouden en tekenen van koorts had ze werkelijk niet.

Rond de middag kwam het me voor, dat ze wel dertig jaar jonger leek dan ze was; ze geleek toen nog een veertigjarige frisse vrouw en zat als dusdanig maar steeds te vertellen. Die dag gaf ze mij een relaas van heel haar leven en op wondervolle wijze verhaalde ze alles van in het begin der verschijningen, tot het laatste toe; het geleek een bevestiging van alles wat er gebeurd was en dat ze meegemaakt had.

Over wat komen moest zegde ze: Schellinck, ik heb u altijd gezegd dat er drie kwart der mensen zullen verdwijnen als God zal toeslaan, maar 't zal nog erger zijn, de hand omhoog brengende, met de vingeren uitgespreid, toonde ze met de andere hand dat er op vijf, vier zouden verdwijnen, terwijl ze de vier vingers neerdrukte, en de duim alleen recht bleef. Ze herhaalde nog eens: vier op vijf van de mensen zullen omkomen, want de toestand is nog veel verslecht. Voor mijn vertrek wees ik haar op haar buitengewone toestand en zei dat niet te begrijpen, waarop ze antwoordde: Schellinck, lichamelijk ben ik niets meer, maar hier, op 't hoofd wijzend, ben ik nog altijd gelijk ik geweest ben. Als gewoonlijk nam ik afscheid, met de drie kruisjes die ze me op ´t voorhoofd tekende.

Bij mijn volgend bezoek sprak ze mij terug over de drie geheimen, die ze sinds jaren bewaarde, met de belofte dat ze mij die te gepaste tijde zou kenbaar maken ….vóór ze zou sterven. Dat wist ik reeds jaren en ze was er ook dikwijls op teruggekomen, tot ik mij eens riskeerde van aan te dringen, maar dat pakte bij Leonie niet. Neen, sprak ze, dat is iets buitengewoons en dat zal ik maar op mijn uiterste kenbaar maken. Ik had zoveel vernomen bij haar dat ik mij best kon voorstellen dat het hier over zeer bijzondere dingen zou gaan. (1) Ook die dag nam ik als gewoonlijk afscheid. Nog éénmaal was ik daarna bij haar, ik was ook deze toestand reeds gewoon geworden, zodat ik niet dacht dat ze zou kunnen vertrekken, zonder dat ik er bij was.

------------------------------------
(1) De drie geheimen zouden kunnen zijn: Leonie zal Schellinck tien dagen vóór zijn dood verwittigen; dit is gebeurd. Dat ze misschien hetzelfde zal doen voor anderen. Dat het H. Kruis zal verschijnen tien dagen vóór de ramp. [Dit zal wel betrekking hebben op het Grote Kruis wat kort voor de Grote Waaarschuwing overal aan de hemel te zien zal zijn.]
-------------------------------

Pag 358 tot 360

2. De zondvloed trof alle leven op aarde. Azië bakermat van de mensheid. Oorzaken van de zondvloed: geloofsverval en ontucht. Vergelijking met het zedelijk verval nu.

Of de zondvloed lokaal was of niet, daarover heeft Leonie nooit met een woord gerept. Ze zegde dat alle levende wezens erin omkwamen. Uit de inhoud van mijn talrijke onderhouden met haar en wat ze zei over de nachtelijke reizen, moet ik met stelligheid zeggen dat, volgens Leonie, de bakermat van 't mensdom wel degelijk in Azië ligt, en dat ze nooit of nimmer zo tot mij gesproken heeft dat ik de indruk moest hebben dat er reeds op andere mogelijke plaatsen mensen zouden bestaan hebben. Heel de periode die ligt tussen de aankomst (na de zondeval en na het vertrek uit het Aards Paradijs) van Adam en Eva op aarde, tot en met de zondvloed, moet zich voltrokken hebben aldaar. 't Is slechts na de zondvloed dat ik Leonie heb horen spreken over Egypte en de landen waar de zwarte volken leven. Leonie heeft veel verteld over de streken waar onze eerste voorouders hebben geleefd, en meer bepaald wat betreft de periode na de zondvloed. Van wat ik vernam, moet veel gebeurd zijn in Azië, alhoewel sommige van deze streken tamelijk dicht tegen Afrika moeten hebben gelegen.

Naarmate de tijd vorderde, heeft Leonie dikwijls de toestand van onmiddellijk vóór de zondvloed vergeleken met onze huidige tijd. Wat ze ervan zegde was wat de gewijde geschiedenis ons leert: alle levende wezens kwamen om. De grote oorzaak was: en de gestadige geloofsafval en het allerverschrikkelijkste zedenbederf Bijzonderlijk dat laatste moet haar zo geweldig hebben getroffen, dat ze daar bij iedere gelegenheid op terugkwam. Dat valt sterk op in het boek. Zelfs in de jaren dertig sprak ze er dikwijls over en legde de nadruk op speciale straffen die daarvoor over het mensdom zouden komen. Er zijn echter talrijke vrienden die in de mening verkeren, dat "het water" de straf is die zal komen voor de ontuchtigaards. Dat komt voort uit het feit van dat visioen, toen de engel zich tussen haar en God bevond en met de punt van zijn enorm zwaard, de wateren in beroering bracht waarbij die onafzienbare menigte volk omkwam. Inderdaad is het water ook een van de straffen voor de ontucht, maar de grootste en verschrikkelijkste straf is wel "het vuur".

Er zijn echter verschillende straffen of rampen, die slechts als voorproef bestemd zijn, om intussen de mensen de tijd te gunnen, de ogen te openen en tot God terug te keren. Indien het volk echter voor de vermaningen doof blijft en in die stinkende poel blijft voort ploeteren, dan verzwaren de straffen, en wanneer eindelijk de maat vol is, zoals voor de zondvloed, zal God toeslaan. Dat de hedendaagse toestanden veel slechter worden, in plaats van te verbeteren, wordt genoegzaam bewezen door het telkens terugkeren van Leonie's vergelijking met de tijd van vóór de zondvloed. Moesten ze weten wat hen te wachten staat, zegt ze dan, ze zouden onmiddellijk de dood verkiezen en tevreden zijn dat ze er zo goed van af komen, dan te moeten ten ondergaan in de verschrikkelijke folteringen die voor de ontuchtigen bestemd zijn. Gedenk Sodoma, zegde ze telkens, en ook sprak ze over de plaats in de H. Schrift, waar, om dezelfde redenen, in aanwezigheid van een grote menigte, de grond open barste, terwijl er de vlammen uitsloegen, en al de ontuchtigaards onmiddellijk in de brandende poel verdwenen. (1)

------------------------------------
(1) Numeri 16, 32-35.
----------------------------------------

2. Verdere beschrijving van de verschrikkelijke hedendaagse toestand. Ze zondigen als duivels in de hel. De laatste tijden. Uitstel. Tenslotte moeten de vier vijfden omkomen. Gruwelijke straf door het vuur.

In 1943 zegde ze mij: het volk heeft uit deze oorlog niets geleerd en God is ook zinnens er een eind aan te maken. Niemand weet dat ik iedere nacht in de geest over deze streken en andere delen van de aarde rondwaar en de mensen zie zondigen als duivels in de hel. 't Is verschrikkelijk, terwijl zoveel volk moet doodbloeden, en de enen moeten omkomen met de wapenen in de vuist terwijl ze als wilde dieren elkander te lijf gaan, en anderen omkomen door die oorlogstuigen, die onverwachts neerkomen en soms massa's doden vergen, en terwijl soms een zuster of broer of een vader, ginder in het buitenland moet omkomen en in de verschrikkelijkste omstandigheden de dood moet ingaan, dat hun broer of kind hier, door dat vele en stinkende geld misleid, zijn vermaak gaat zoeken en nachten gaat doorbrengen in die walgelijke krochten, die nu overal als paddestoelen uit de grond zijn verrezen. Neen, ze hebben niets geleerd. Op dit ogenblik zijn we niet ver meer af van de toestand, gelijk hij was onmiddellijk vóór de zondvloed, maar we zijn reeds dichtbij het ogenblik, dat we die toestand zullen overtreffen, en, ge weet, zegt ze: God heeft zijn maat, en eens deze bereikt, eist Zijn Rechtvaardigheid de verdiende straf.

In 1944-1945, zegde Leonie mij dat we de toestand van juist vóór de zondvloed hadden overtroffen, maar dat omwille van de laatste tijd waarin we zijn getreden, God beslist heeft, het uur der vergelding uit te stellen. Vele jaren zal het echter niet meer duren of men komt hier op aarde in een toestand van wanorde waaraan niemand meer paal noch perk kan stellen, en dan zal de wrekende arm Gods over de volkeren der aarde neerploffen. Ik zag niets anders dan vuur, vuur op aarde en vuur in de lucht, en bloed. Vergeet niet zei ze dan, dat de drie vierden der mensen zullen omkomen. Een paar maanden voor haar dood zei ze me nog eens: Schellinck, één zaak moet ik terugtrekken van wat ik u sinds jaren heb meegedeeld, namelijk dat er niet de drie vierden maar wel vier vijfden van de mensen moeten verdwijnen. Ze herhaalde dat nog eens terwijl ze de vier vingers van haar uitgestrekte hand omlaag drukte, zodat alleen nog de duim rechtop bleef staan: vier op vijf weg, zei ze. Dat zag ze op het ogenblik, zoals ze zegde, dat ze zich in visioen verschrikt van Onze Lieve Heer afkeerde, als Hij gereed stond om de aarde onder Zijn voet te verpletteren.