De citaten werden hoofdzakelijk geselecteerd naar het belang, dat zij hebben voor de toestand van onze dagen. Ze werden in de chronologische volgorde van het boek opgenomen. Veel van de oudere visioenen betreffen de Tweede Wereldoorlog maar de latere slaan merendeels op de tribulaties van onze dagen.
DEEL III
Pag 252 tot 255
3de HOOFDSTUK
De H. Aartsengel Michaël straft de ontucht. Profetieën over de dood van drie geestelijken, over de gewelddadige dood van pastoor Duerinck, over ons Vorstenhuis. De wonderbare rozenstruik. Theresia Neumann. Algemene hoogmoed. Rationalisme van zekere geestelijken. Leonie klasseert de geestelijken. Haar vernedering en haar triomf.
1. Visioen van de H. Aartsengel Michaël. Vervloeking en verdelging van een grote massa door het water. Straf voor de ontucht. Ze willen niet luisteren.
Leonie vertelde me het volgende over een visioen dat ze de vrijdag in de week vóór 27 juli 1941 had gekregen. Ziehier haar woorden. Plots zie ik een grote mist. Daarin komt een persoon staan die ik niet duidelijk zien kon, de mist was te dik, maar de persoon bevond zich op een kleine afstand van mij. Niettegenstaande deze onduidelijkheid en het moeilijke zicht, wist ik toch terzelfdertijd dat Hij zijn ogen op mij gevestigd hield. Opeens komt er zich een tweede persoon plaatsen tussen mij en de eerste persoon. Terwijl de eerste persoon recht voor mij stond, met het aangezicht naar het mijne, stond de tweede persoon met de linkerzijde naar mij gekeerd en met de rechterzijde naar de eerste persoon. Hij staarde recht voor zich uit en scheen mij niet te zien. De nieuwgekomene kon ik zonder moeite helder zien, als ware er geen mist. Hij bevond zich dicht in mijn nabijheid. Hij is gekleed in een eigenaardig pak met witte en rode strepen, die van boven naar onder lopen. In de lenden draagt hij een band en de broek komt niet lager dan de knieën, waar ze gepoft is. Dat heb ik hier op de wereld nog niet gezien, zulke eigenaardige kledij. Rond zijn benen zijn riempjes bevestigd, maar van zijn voeten kan ik niets zeggen omdat mijn aandacht er niet op gevestigd is geweest.
Nu spreekt de eerste persoon in de mist, tot de andere. Wat hij zegt versta ik niet en ik begrijp er niets van, het is voor mij onbegrijpelijke taal. Ze vertelt verder: de tweede persoon heft, zonder iets te zeggen, de linkerhand omhoog, met het binnenste naar mij gekeerd. Zijn gehele hand is open. Plots zijn de vingeren in de palm gesloten, behalve de duim, die naar boven is gericht. Daarna gaat de andere arm ook omhoog, en nu eerst zie ik dat hij in deze hand een zwaard omkneld heeft, dat met de punt ervan de hoogte ingaat. Zo staat hij daar en zijn blikken zijn strak recht voor zich uit gericht.
H. Michaël uitvoerder van de straf voor de ontucht.
Nu kijk ik ook in deze richting, en ik zie voor mij een totaal onbekend land. Ik zie langs beboste, rotsachtige wegen een hele massa volk dat zich met soldaten vooraan, langs de kronkelende wegen voortbeweegt tot ze in de vlakte komen die zich daar voor mij uitstrekt. Deze vlakte is begrensd door een groot water. Aan de boorden van dat groot water liggen er een ontelbaar aantal schepen, geheel in orde en gereed om te vertrekken (uit te varen); dat zie ik zo maar zonder er meer te kunnen over zeggen. In de vlakte vóór het water krioelt het intussen van deze onafzienbare massa mensen die nog altijd aangroeit.
Nu spreekt de eerste persoon weer tegen de tweede, maar ik versta het wederom niet. En onmiddellijk daalt de arm waarmee hij het zwaard omhoog houdt, naar omlaag. Dat zwaard is zeer groot en lang want de persoon moet zich niet eens bukken om met de punt ervan, de waterspiegel te bereiken. Op het ogenblik dat de punt het water raakt, komt uit zijn mond het woord: vervloekt! Het rolt als een orkaan, en het golft als een donder de eindeloze verte in. Op datzelfde ogenblik ligt de ontzettende massa volk in dat wilde, woelende water. De dood moet reeds ingetreden zijn want ze glijden om en langs en over elkander, zonder dat er de minste beweging gedaan wordt. Als bergen rollen de massa´s water over elkaar, en wat een ontzaglijke woeling was dat. Zij worden als in een molen, van onder naar boven gedraaid. Wat een afgrijselijk schouwspel, huiveringwekkend en die ijselijke stilte daarna, en terwijl ik nog altijd toezie, hoor ik een stem die zegt: dat is de straf voor de ontucht! En alles verdwijnt en ik ben wederom alleen.
Het water: straf voor de ontucht.
Die zonde is een gruwel voor God.
Reeds vier jaar geleden sprak ik met Leonie over deze straf, waarover ze vroeger reeds verscheidene malen had gesproken (nml. de straf voor de ontucht), zonder dat ze evenwel in verdere bijzonderheden wou gaan. Soms antwoordde ze dan wel eens bruusk: dat zal het water zijn. En ziedaar, een visioen dat ze ziet ontrollen, jaren later. Zoals dat nog gebeurde wou Leonie niet de minste opheldering geven, bestemd voor het volk of om te kunnen antwoorden op mogelijke vragen. Ze zegt opnieuw: ze willen niet horen, ze luisteren niet, ze zijn veel te slim geworden, maar ze zullen voelen!
Ze vervolgde na een wijl: het heeft geen zin meer er over te spreken; ze weten alles beter, maar laat ze maar voortdoen, en laat ze maar verder de schouders ophalen.
Telkenmale is Leonie op deze gruwelijke zonde teruggekomen. Ze moet er in visioenen dikwijls gruwelijke zaken over gezien hebben en zoals ze vroeger reeds aanhaalde, worden daarvoor reeds hele massa's gekastijd onder de oorlog.
2. Rake profetie over de naaste dood van drie geestelijken. Harde waarheid over de toestand in de wereld. Leonie's geestelijke raad.
Na het overlijden van Monseigneur Ladeuze (Leuven) waren er ter gelegenheid der teraardebestelling veel hoogwaardigheidsbekleders aanwezig: ook Monseigneur Van Crombrugge, Mgr. van Ongevallen en anderen waren daar. Een van twee voornoemden was daar met twee van zijn collega's, en gedrieën hadden ze in de kerk plaats genomen. Toen men aan Leonie een dagblad toonde met de foto van de rouwdienst, gefotografeerd binnen in de kerk en van achter naar voren, en men haar daarop de drie voormelde geestelijken toonde, en ze hen bij naam hoorde noemen, nam Nieke haar bril en vroeg om dat eens te mogen zien. Ze keek er een wijle naar, gaf dan het blad terug en sprak: wel, ge ziet deze drie hier, hé? Zie, vóór dat het jaar zal ten einde zijn, zal men ook voor hen, alle drie, een rouwdienst gecelebreerd hebben, want ze zullen kort na elkander sterven. Deze rake woorden zijn heel juist uitgevallen. Toen Leonie dat zegde waren er zeker minstens een tiental personen in haar huis aanwezig.
Uiteenzetting van de slechte zedelijke toestand.
De zondenlijst van deze wereld.
Geld zal waardeloos worden.
Dezelfde dag werd Leonie met honderden vragen bestormd. Nu dat we reeds meer dan één jaar in oorlog waren en de honger zich reeds scherp liet voelen, vroeg men haar: Leonie, gaat het nog lang duren? Leonie komt er met het eten geen beterschap? Nieke gij hebt gezegd dat we eens met de vrede zullen opstaan, wanneer zal dat zijn? Leonie zal er voor ons nog gevaar zijn? Leonie, dit, Leonie, dat. Op eens zegt ze: ze hebben nog maar amper één jaar te lijden van de oorlog en ze reklamen al!
Hoort, gaat ze verder, sedert bijna honderd jaar kwam Onze Lieve Vrouw de mensen verwittigen, dat ze zich moesten beteren en bekeren of dat er zware straffen zouden neerkomen. Sedertdien heeft Maria deze boodschap meermaals komen herhalen en in plaats van boete te doen, in plaats van zich te bekeren en een beter leven te beginnen, hebben ze er nog meer op losgeleefd. Sindsdien, spijts alle vermaningen, is de wereld ontzaglijk verslecht. Onze Lieve Heer heeft honderd jaar geduld gehad, Hij heeft Zichzelf en Zijn Heilige Moeder laten bespotten, want alle vermaan werd op een schouderophalen onthaald, en nu zou het al moeten gedaan zijn.
Durft er hier iemand beweren dat hij aan niets schuld heeft? Hoeveel hebt gij allemaal reeds geboet? Zijt ge allemaal reeds beter geworden dan vroeger? Ik zal u eens wat zeggen, zei Leonie: heeft iedereen het hoofd reeds gebukt? Is er naastenliefde? Zijn er reeds veel bekeringen? Is het gedaan met het verzuimen van de zondagmis? Is er geen ontucht meer? Hebt ge reeds het geld, als iets totaal waardeloos, langs de straten zien liggen? Is de straf voor de ontuchtigaards er reeds geweest? Is de ziekte-epidemie reeds over de wereld gekomen? Nu zijn het nog altijd straffen door de mensen zelf opgelegd, maar door God toegelaten en gebruikt, maar God heeft ook zelf straffen uit te delen, en zo kan er geen sprake zijn van gedaan. Deze oorlog zal eindigen, bijna even plots als hij gekomen is, maar dan is het nog niet gedaan.
Leonie's geestelijke raad: een gerust geweten.
Drie vierden van de mensen komen om.
Harde berispingen
Een goede raad kan ik u geven en dat is: leeft alle dagen of het uw laatste dag was; maakt dat ge altijd gereed zijt; sterven moet iedereen, maar we leven in een tijd van tuchtiging en vergeet niet dat de drie vierden van de mensen zullen omkomen vóór dat er weer vrede op aarde zal komen. Ze ging verder: als ge goed leeft, als uw geweten u gerust laat, als ge bij 't minste gevaar niet meer bang zijt, dan is 't met u in orde, en als dat zo zal zijn zult ge u al de rest niet veel meer aantrekken. Sterft ge, wel, wat is dat? Is er hier zoveel dat u bekoren kan? Of hebt ge misschien ook liever uw hemel hier op aarde? Pas op voor dezen, ze zullen hun hemel hier op aarde trachten te hebben maar hem verspelen, en heel zeker ook deze hierna.
Leonie's gereserveerdheid tegenover de eenvoudigen en de goeden.
Leonie sprak niet altijd even duidelijke taal tegen de vrienden. Dat hing veeleer af van hun innerlijke toestand. Nochtans is het voorgekomen dat ze tegenover eenvoudige zielen de toestand verzweeg of hem rooskleuriger liet voorkomen dan hij was. Na hun vertrek zegde ze dan: ze hebben werkelijk geen schuld aan wat het volk moet lijden en ik heb met dezen oprecht medelijden. Daarom geef ik hen steeds hoop en zo verstrijkt de tijd ook voor hen. Anderen daarentegen berispte ze soms heel hard en slingerde hen, zonder aanzien van hun persoon, nog al harde woorden naar het hoofd.
Pag 263 tot 264
8. Leonie´s klassering van de geestelijken. Drie soorten. Over de Lucifers van heden. Het heidendom keert terug. Hoogmoed wortel van alle kwaad. Hun gedrag tegenover Leonie. Haar triomf.
s´Anderendaags sprak Nieke me over de geestelijken in 't algemeen. Ze zegde: ik klasseer de geestelijken in drie soorten.
De eerste soort, de ouderen, zijn dezen die het meest het geloof van de oude stempel hebben bewaard. Ze zijn nederig, vervullen goed hun plichten, geloven nog met een oprecht hart, dat God almachtig is, dat Hij mirakelen kan doen, dat er vroeger wonderen geschiedden en dat er heden nog kunnen gebeuren. Hun verstand is nog niet beneveld door de tegenwoordige moderne theorieën.
De tweede soort, zijn deze die tussen de ouderen en de jongeren staan. Onder hen zijn er die naar de oude trant overhellen, gelukkig genoeg. Er zijn er echter ook reeds die met de nieuwe trant meegaan en de moderne begrippen overnemen.
De derde soort, dat zijn dan de nieuwe, de aankomelingen, de jeugd met de moderne denkbeelden. De ouderen geloven nog tenminste dat God onze Schepper is, en dat Hij de mens naar Zijn evenbeeld heeft geschapen. De jongeren daarentegen nemen aan dat de mens van de aap afstamt, en ze doen hun best om de mensen tot de lage staat van deze dieren terug te brengen. (1) De meeste volken van Europa met hun aloude beschaving worden zo van hoog tot laag naar het heidendom teruggevoerd. Luister maar eens naar de radio en zijn beschamende, wilde negerdansen, die door ons volk reeds overgenomen worden en waarvoor ze nu in oorlogstijd, 's zondags uren ver gaan om aan dat walgelijke gedoe te kunnen meedoen, en waar ze dan nog hun gezondheid maar bovenal hun reine ziel verspelen.
De jongere soort, dat zijn de moderne godgeleerden, de moderne wijzen, de moderne kritikasters, de moderne alweters, het licht van onze tijd, in één woord: de Lucifers van heden. (2) Ze vergeten slechts één zaak en dat is dat God voor eeuwig de hovaardij in de hel heeft neergeploft. Ze zouden zich willen boven God verheffen, Hem willen dwingen, wonderen te doen zoals zij dat gaarne zouden hebben, Hem willen verplichten aan hen te verschijnen, opdat ze dan met borst en schouders boven de massa zouden kunnen prijken. Heel sluw en berekend brengen ze het volk op een dwaalspoor en doen het de spot drijven met kinderen, mannen en ouderlingen die van Hierboven met een heilige zending belast werden. En dan zeggen ze: wat zou God of Zijn Heilige Moeder geinteresseerd zijn om tot dat kleine volk te komen. Velen van hen zullen varen als de man met zijn ene talent.
Wat mij betreft, ik aanvaard graag al de vernederingen, al die vervolgingen en bespottingen waartoe ze zich verlagen, mij toe te dienen. Ik gun hun dat genot gaarne, maar wat ze me toch niet kunnen ontnemen zijn de verdiensten die ik intussen verzamel. Ik wil, evenals de Meester, een steen des aanstoots zijn. Dat ze maar voortdoen, met mij blijft het niet al te lang meer duren, en het is slechts na mijn dood dat ze zullen weten wie ik was. Na mijn dood moeten ze niet wenen, want ze moesten eens weten hoe ik er naar tracht en verlang!
Pag 279 tot 281
8. Verergering van het zedelijk verval. Geen vijf procent waardig te Communie. Vooruitzicht op nog groter verval. God zal ingrijpen en het volk zuiveren. Ziekte en hongersnood. Leonie's zwijgzaamheid. Intenser lijden, ineengedoken in haar zetel. Haar hoestbuien. Afscheid van de vrienden.
In de vastentijd 1942, spreekt Leonie terug over de zonden der wereld. Ze zegt: in plaats dat er gebeden wordt en boete gedaan, verergeren de toestanden nog gaandeweg. Velen denken aan vrede, ze zouden ze graag zien aanbreken, ze worden onrustig want hun geld slinkt zienderogen. Het eten vermindert nog, de kolen worden uiterst schaars en het gebrek vermeerdert van dag tot dag. Vrede komt er echter nog niet, ze kan nog niet komen, want de schandelijkste driften uiten zich op de ontzaglijkste wijze, men tergt God op verschrikkelijke wijze. Ik kan het sedert geruime tijd niet meer aanzien wie op de communiebank gaat plaatsnemen. Welke verschrikkelijke heiligschennissen worden er bedreven! Zoals het hier is, gaat het ook op een ander. Ik zeg u dat er van de honderd nog geen vijf waardig zijn om daar te gaan plaatsnemen.(1) Dat ze er toch maar wegbleven. Wat zal hun rekening allerverschrikkelijkst zijn.
De kwalen en straffen die dienen om het volk tot bezinning te brengen, worden als dusdanig niet aanvaard, en de wereld schijnt ermee behebt, om van langs om meer naar het botvieren te gaan van alle mateloze driften. Men denkt niet aan straffen en de wereld maakt zichzelf wijs, dat wat heden is, een natuurlijk feit is en het gevolg van zekere natuurlijke omstandigheden. Weet evenwel, dat het God niet zal zijn die het hoofd zal buigen. God zal de aarde zuiveren door allerhande plagen over te zenden, door een opeenvolging van verschrikkelijke straffen over de aarde te doen neerkomen.
Zoals men bij voorgaande rampen niet geluisterd heeft, zo zal het heden ook gebeuren, en de tegenwoordige kastijding zal rap vergeten zijn. Opnieuw en meer dan ooit zal men zijn driften de vrije teugel laten en God zal de wereld aan zijn lot overlaten. Het zal echter niet lang duren of de aarde zal gelijk zijn aan een rovershol, en men zal niets kunnen doen omdat er geen eendracht zal zijn. God heeft zich voorgenomen de volkeren hardhandig tot de orde te roepen. Gods hand zal telkens verpletterend neerkomen, zodat ten laatste iedereen de hand Gods zal voelen. Voor dat iedereen gebukt heeft, en het hoofd gebogen heeft tot op de grond, en in het stof gekropen is, komt er geen verpozen. Gij zult nog zeer veel moeten beleven en zien, zelfs de verschrikkelijkste dingen en de zwaarste straffen zullen het volk opruimen, en zij die zullen overleven zullen dan als heiligen zijn. Terwijl mijn geest de wereld doorloopt, zie ik alle zonden bedrijven, in alle landen en door alle soorten van volken. Wat zult ge nog allemaal moeten horen? Nog moeten zien? Op een ander nog erger en meer dan hier!
---------------------------
(1) Ook dergelijke uitdrukkingen vinden we terug b.v. bij St. Brigitta als ze sprak over de toestand te Rome.
----------------------------
Besmettelijke ziekten en hongersnood.
De overblijvenden zijn heilig.
Leonie´s zwijgzaamheid.
Er wordt boetvaardigheid gedaan, ik zie van langs om meer, 's nachts veel kloosterlingen hard boeten, gelukkig voor ons land, maar toch komen hier verschrikkelijke straffen. Een hele reeks jaren is er aan verbonden. (Dus zou het bij het eindigen van de oorlog niet gedaan zijn.) Ik meen te verstaan dat er altijd en telkens weer besmettelijke ziekten zullen uitbreken; verschrikkelijke aardbevingen en andere straffen zullen het volk op verschrikkelijke wijze uitdunnen. Er zal dikwijls hongersnood heersen en ongekende straffen zullen over geheel de aarde neerdalen. Een klein gedeelte zal deze tijden doorworstelen, en daarna komt er weer rust op aarde.
Spreek daar met niemand over en houd dat voor u, en teken het op, opdat gij het niet zoudt vergeten. Als ik hier niet meer zal zijn moet ge alles bekend maken aan de Kerkelijke Overheid. Sedert geruime tijd zijn mijn lippen toegevallen, spreken helpt niet meer, want men gelooft niet, maar telkens komen ze vragen wat er gaat gebeuren, en als ik hen iets zeg geloven ze het niet en lachen er mee. Nu zal ik niet meer spreken, mijn mond zal niet meer opengaan en dat ze nu toezien en afwachten.
Leonie begint zelfs voor haar meest vertrouwde vrienden een koppige stilzwijgendheid aan de dag te leggen. Niets of zeer weinig kan men nog over haar lippen krijgen. Ze sluit zich, hoe langer hoe meer, op in zichzelf. Als er bij de bezoeken, die zeer zeldzaam beginnen te worden, toch iets gevraagd wordt, zegt ze: mijn hoofd doet veel te veel pijn, en wat er nog komt (visioenen, enz.), is voor mij alleen. Als gij gaarne iets weet moet ge het maar aan mijnheer Schellinck vragen. Zo snijdt ze tegenwoordig iedereen de pas af. Ze is het bovenmate beu geworden van nog te spreken. Al haar vermaningen zijn in de wind geslagen geweest, en nu moet iedereen maar afwachten wat komen zal.
Pag 284 tot 291
5de HOOFDSTUK
De zware straffen voor het groot zedelijk verval.
Oorlogsprofetieën. Er komt een schijnvrede.
1. De toekomstige kastijdingen. De drie tijdperken in de geschiedenis. De rozenblaadjes. Vooral de jeugd wordt onnoemelijk slecht. Algemene bandeloosheid. Weest gereed.
De zondvloed waarin alle levend wezen van de aarde verdelgd werd, was een straf voor hetzelfde kwaad waardoor nu ook alle volkeren zijn aangetast. Weldra zal het kwaad nu nog groter worden dan in die tijd. Er bestaat een maat die niet mag overschreden worden, en eens deze bereikt, slaat God toe. Zo'n groot kwaad heeft er sinds de Schepping nog maar driemaal op aarde geweest. De eerste maal was het juist vóór de zondvloed; de tweede maal juist vóór de komst van Christus op aarde en nu is het de derde maal. De eerste maal kwam de zondvloed en God verdelgde het mensdom op aarde. De tweede maal zond God Zijn Zoon op aarde en Zijn geboden en wetten werden terug onderhouden. God kan echter Zijn Zoon niet een tweede maal laten geboren worden om de wereld nogmaals te redden, en bijgevolg moet de aarde door onnoemelijke kastijdingen gezuiverd worden. Wie zal echter de wereld terug in zijn goede plooi brengen? Een van onze tegenwoordige mensen kan dat niet meer, omdat de wanorde te groot geworden is. Een nieuwe, die de orde toch zou kunnen herstellen, zal niet geboren worden, omdat de tijden vervuld zijn. Als men hier niet meer zal weten van wat hout pijlen maken, zal God Zijn voet op de aarde plaatsen, en ze onder haar eigen vuil verpletteren.
Als Leonie zweeg bleef er nog geruime tijd stilte. Toen werd er gezegd: er wordt tegenwoordig toch veel gebeden. Ja, antwoordde Nieke, er wordt veel gebeden en ook boete gedaan, maar dat gebeurt door enkelingen, door dezen die door de genade geraakt werden, maar vergeet niet dat de massa gaandeweg verder afdwaalt en gedurig slechter wordt, terwijl ze nog altijd aangedikt wordt door nieuwe afvalligen. We zijn in een toestand gekomen, zegt ze, dat de maat bijna vol is, en niemand hier op aarde is nog in staat de orde te herstellen. De chaos zal gaandeweg toenemen, tot het ogenblik gekomen is dat God zal toeslaan, en veel jaren zullen daar niet meer over heen gaan.
Na de middag is iedereen van de vrienden tot aan de kapel geweest. Anders ging men samen met Leonie, maar aangezien ze nu lichte pantoffels draagt, wegens de zware pijnen aan de voeten, kan ze niet eens meer tot ginder gaan. Als ze weer bij Leonie zijn deelt ze rozenblaadjes uit en in sommige daarvan ziet men vage tekenen. In het mijne staat het Heilig Aanschijn, zegt er een, en een andere spreekt van Onze Lieve Vrouw, en onwillig worden deze blaadjes overgereikt van hand tot hand, uit schrik ze kwijt te geraken. Deze blaadjes verhuizen dan ook vlug naar een kerkboek of worden voorzichtig in een papiertje gewikkeld en verdwijnen in de handtassen.
Leonie begint daarna nog te spreken over de oorlogsgruwelen, die niet gekend zijn, maar alle dagen hele hopen slachtoffers vergen. ´t Is onuitsprekelijk zegt ze, hoevelen de dood ingaan en 't zal maar later geweten worden. Deze die overblijven zullen gruwelen als ze dat eens zullen vernemen. Wat nu gebeurt zou het vroeger barbarenvolk met afgrijzen hebben vervuld. Terwijl er nu zoveel volk opgeruimd wordt leeft de rest van het volk er onverschillig op los en velen zijn op korte tijd onnoemelijk slecht geworden. Bijzonderlijk de jeugd wordt fel aangetast, en 't kwaad grijpt snel om zich heen. Puinhopen verrijzen t' allen kante en massa's gaan de dood in, terwijl op andere plaatsen gruwelijk kwaad bedreven wordt. God wordt op verschrikkelijke wijze getergd zodat Zijn wraak grotelijks toeneemt.
Het volk is zover gekomen dat wanneer de oorlog zal gedaan zijn, de wanorde snel op aanzienlijke wijze nog zal toenemen. Toestanden die nu ontstaan zijn zullen daarna met alle middelen voortgezet worden en moord en doodslag zullen als aan de orde van de dag komen. De massa leeft ondereen als een massa wilde dieren; er wordt geroofd en gestolen om het genotsleven te kunnen voortzetten, en inplaats van liefde onder de mensen is er slechts haat overgebleven. Alleen genot is nog van tel, en alle middelen om dat doel te bereiken worden aangewend. De jeugd wordt door een verschrikkelijke bandeloosheid aangegrepen, zodat alle begrippen van godsdienst op een schaterlach onthaald worden. De rampen zullen elkander snel opvolgen en 't volk uitdunnen, totdat Gods arm zal neerploffen en door ongekende straffen de orde zal herstellen. Er is nu niet veel goeds meer te verwachten, leeft dus zodanig dat ge iedere dag gereed zijt.
2. Verdere oorlogsprofetieën. Commentaar van Leonie.
Op een der volgende zondagen ben ik met mijn echtgenote en een paar Aalsterse vrienden opnieuw bij Leonie. Bij het bespreken van de oorlogsgebeurtenissen komen deze zodanig onder de indruk dat ze besluiten zich een schuilplaats op te richten. Dat hebben ze ook gedaan en ze hebben het niet gelaten bij één dergelijk schuiloord; ten laatste hadden ze er drie. Dat ging zo. Sedert geruime tijd sprak Leonie over nog in aantocht zijnde straffen. Sommige mededelingen troffen dan zo diep, dat men geen onderscheid meer kon maken met wat betrekking had op de oorlogsfeiten zelf en wat er daarna nog zou komen. De meesten hebben gedacht dat het met het eindigen van de oorlog inderdaad volledig zou gedaan zijn. Dat is niet zo.
Toch wil ik de aandacht vestigen op een puntje dat nader dient toegelicht. Bij het uitbreken van de oorlog heeft Leonie wel degelijk gezegd: degenen die de jaren vijftig zullen zien aanbreken, zullen gered zijn. Dat wou noch min noch meer zeggen, dat de oorlog verscheidene jaren zou duren en dat er tot rond de jaren vijftig dus gevaar zou geweest zijn. Uit wat ik later vernam van Leonie, kwam ik tot de gevolgtrekking, dat inderdaad aangekondigde straffen steeds voorwaardelijk zijn, dat de straffen kunnen verzwaren of verminderen naar gelang het volk luistert of niet naar de vermaningen van Hierboven. In ieder geval heb ik in de jaren die de oorlog voorafgingen ook gedacht dat deze er zou komen om het volk tot de werkelijkheid terug te roepen Het is slechts onder de oorlog zelf dat ik langzamerhand tot het besef kwam dat het met het eindigen van de oorlog niet zou gedaan zijn, ik was Leonie veel te goed gewoon geworden om haar niet te begrijpen. Wegens deze wijziging, durfde ik haar echter niet om verdere uitleg vragen, omdat ik wist dat ik op tijd zou ingelicht worden.
Toch staat het vast dat indien de volkeren tot een algemene beterschap waren gekomen, de oorlogsgruwel zou volstaan hebben als tuchtiging. De verbetering is er niet gekomen, integendeel, de volkeren zijn zodanig slechter geworden, dat er zich als een wijziging in Gods plannen heeft voorgedaan. De oorlog zou spoediger eindigen maar er zouden andere rampen komen en ze zouden voortduren, altijd verergeren, tot God zelf zou toeslaan om de orde te herstellen. Ten laatste werd mij dat ook door Leonie gezegd in de loop van 1943. Het is ook van dan af dat er in haar optreden tegenover vrienden en kennissen, een grondige wijziging is gekomen. Van dan af begon ze zich van iedereen af te zonderen omdat ook haar talrijke waarschuwingen voor het merendeel in de wind geslagen werden. Het is met haar dan zo geworden, dat ze uiterlijk met iedereen afbrak, maar ze bad en boette verder evenveel en evenzeer voor alle vrienden terwijl ze ogenschijnlijk iedereen als aan zichzelf overliet.
2. De honderd jaar van verwittigingen vóór de straf zijn voorbij. Ernst van die straf. Oorlogsgevaar voorzegd.
Ziehier nu hoe ik van Leonie meer vernam en weerom op de haar eigen manier. Op een namiddag in de week, toen het weerom toch zo stil was te Onkerzele, zaten we beiden te praten over de oorlog, de verschijningen en Onze Lieve Vrouw. Plots zegt ze: Schellinck, hoeveel tijd heeft God aan Noë gegeven om de Ark te bouwen, tegen dat de hem aangekondigde straf over het mensdom ging komen? Honderd jaar, antwoordde ik. Inderdaad, zegde ze. Ze vroeg: hoe lang is 't geleden dat Onze Lieve Vrouw de wereld heeft komen waarschuwen voor de in aantocht zijnde rampen? In 1846, antwoordde ik. Dat is nog geen honderd jaar, zegde ze, maar het scheelt niet meer zoveel. Hoor, sprak ze: zo slecht als juist vóór de zondvloed is het nu nog niet, maar die tijd nadert snel, we zijn er vlak bij. God heeft Zijn maat en deze mag niet overschreden worden. Dan kwam de zondvloed. God heeft echter beloofd de aarde niet meer door het water te verdelgen, daarom zal er nu wat anders gebeuren.
Deze maal zal het ook niet juist honderd jaar zijn, er zullen nog wel enkele jaren overgaan, maar lang zal het toch niet meer duren vóór dat God zelf zal ingrijpen. De zondvloed was een onbekende straf op aarde in die tijd. Deze maal is het ook een ongekende straf die het volk zal opruimen. Deze maal zal het wat meer dan honderd jaar zijn, omdat we stilaan naar het einde gaan en dergelijke toestanden zich nooit meer op aarde zullen kunnen voordoen. Eens de maat bereikt gaat het zeer snel, en wordt het een ongekende chaos hier op aarde. God heeft alsdan het mensdom aan zichzelf overgelaten. Driemaal heb ik Onze Lieve Heer de wereld zien slaan, maar op een zeker ogenblik zag ik Hem gereed om de aarde met Zijn voet te verpletteren. En ik dacht: nu is 't gedaan, en ik sloeg de ogen neer in afwachting. Toen ik opkeek was het volk zodanig gedund dat meer dan drie vierden waren omgekomen. Ze vervolgde: die tijd is niet meer zo ver verwijderd, maar eerst zullen nog talrijke straffen over 't volk neerkomen, tot de allerlaatste toe, en ze zullen er de vinger Gods in erkennen. Daarna, door de kastijding geleerd, zullen de overlevenden als heiligen leven, maar dat geluk zal ook niet blijven duren, omdat het einde spoedig nadert. Uit wat hier voorkomt kan afgeleid worden dat telkens Leonie over toekomstige straffen spreekt, er niet moet uit verstaan worden dat dit nog onder de oorlog zal gebeuren.
Ze spreekt nu terug, en dikwijls, over de onmiddellijk nabije toekomst. Indien het toch voorkomt dat ze over feiten spreekt die op de oorlog betrekking hebben, dan laat ze dat ook goed verstaan.
Zo waren beide vrienden waarover het hierboven ging, in bamistijd 1943, weer met ons bij Leonie. Gelijk het met andere vrienden gebeurde, kwamen zij ook achter nieuws vissen, de oorlog bleef immers maar duren. 't Is er nog niet mee gedaan, sprak ze, er moeten eerst nog veel puinen komen en nog veel volk zal verdwijnen. Opeens zegt ze tegen hen: bidt maar goed en blijft standvastig want ge kunt ook nog in gevaar komen. Aalst is een zeer slechte stad en ge woont er middenin. Ik heb gezien (in de geest) dat ze daar tegen u iets aan het oprichten waren en nog op andere plaatsen in de stad, en moest het slecht gaan, er zou ook voor u groot gevaar kunnen komen (ze bedoelde hiermee de versterkte schuil - en afweerplaatsen, die de Duitsers er enkele maanden later zouden oprichten en waarvan er een, inderdaad tamelijk dicht bij hen uit de grond rees).
4. Geheime Duitse wapens aan het licht gebracht. Leonie ziet het bombardement van Chièvres.(1)
Er zullen nog erge dingen gebeuren, sprak ze, want in Duitsland zijn ze bezig met geheime wapens te vervaardigen. Er moet veel gebeden worden opdat ze de tijd niet meer zouden hebben, deze nog te gebruiken, want dan zouden er nog zeer veel slachtoffers vallen, ook in ons land. Hoor, zegde ze, ge zult nog zien wat ik u nu ga vertellen. Nog enige maanden en er zal een panische schrik ontstaan onder de vreemde legers en volken. Ik heb iets door de lucht zien vliegen, waaruit langs achter rook kwam en ook vuur. Neen, 't zijn geen vliegtuigen, 't is een van die geheime wapens. Het trekt goed op vliegtuigen, het is echter niet zo groot en de vleugels zijn daarom ook veel te klein. Waar dat neerkomt ontstaan grote puinhopen en veel mensen verliezen er het leven bij. Ook andere tuigen heb ik zien door de lucht schieten en waar deze neerkomen veroorzaken deze even grote en nog grotere puinhopen. Dan zal het volk weer in paniekstemming leven. Later herkenden we in die tuigen, de V1 en de V2. Het is inderdaad gelukkig geweest dat de oorlog tamelijk snel geëindigd is, anders waren de puinhopen niet te overzien geweest en was het verlies aan mensenlevens nog in enorme mate gestegen.
Nieke ziet Chièvres bombarderen.
Soms zijn er van die dagen waarbij Nieke terugkomt op vroegere visioenen en op de vermaningen die ze gaf aan iedereen en aanzette tot bidden en boeten, waarvan echter niet veel gekomen is. Men heeft niet willen luisteren, zegde ze dan, en men draagt er meer en meer de gevolgen van. Ze vergeten dat hoe verder we gaan, hoe gevaarlijker de toestanden worden. Hier bedoelde ze de oorlogsgebeurtenissen. Plots staat ze recht en zegt: zie, terwijl ze haar arm uitstrekt in de richting van Geraardsbergen, ziet ge die stralen niet? Ik kijk maar zie niets, hoe ik ook iets tracht op te vangen. Ziet ge dat niet, vraagt ze. Ach, waarom nieuwe slachtoffers? ziet hoe de mensen lopen, hele huizenblokken tuimelen neer in puin, wat een verwoesting, en altijd zijn er die ongelukkige, onschuldige kinderen bij. Maar God moet verzoend worden door rein en zuiver bloed. Deze maal is het ook erg, 't is ver van hier. 's Anderendaags vernamen we door de bladen dat de gebombardeerde stad Chièvres was. Ze drijven af, de schurken, en ze verkneukelen zich nog om de rampzalige vlucht van de slachtoffers. Dan zegt ze: morgen zult ge dat wel in de bladen lezen waar het was, maar vergeet niet het uur, zie, het is nu bijna half drie.
Een dergelijk feit was niet alleenstaande, er zijn nog van die feiten geweest die ze mij aankondigde op het ogenblik van de voltrekking ervan, waarvan we dan 's anderendaags of een paar dagen nadien, het relaas in de dagbladen vonden. Zoals ze mij gewaarschuwd had over de bombardementen van Aalst, Leuven, Kortrijk en andere steden, waarschuwde ze nu ook weer. Deze bombardementen noemde ze barbaarsheden.
--------------------------------
(1) Chèvres bedoeld wordt Chièvres, gemeente in de provincie Henegouwen, ten zuiden van Aat. Bedevaartplaats en voorname, oude heerlijkheid.
-----------------------------------
5. Haar vrienden worden verwittigd voorzorgen te nemen: de vriend aan de kust, Barones de Béthune. De gruwelen van het einde van de oorlog. Afslachtingen. Barbaarsheden.
Ik heb destijds op haar aandringen enkele van haar vrienden moeten verwittigen van het gevaar dat ze weerom gingen lopen in de stad of de wijk waar ze woonden. Ik heb er verwittigd die aan de kust woonden, in een villa. Deze mensen vroegen schriftelijk om inlichtingen en ten laatste verlieten ze hun woning en trokken zich terug in een klein stadje hier in het binnenland (wat eigenlijk ook nog niet goed was voor Leonie, daar ze meer op de buiten bedoeld had). Kort na hun vertrek, ginder aan de kust, werden inderdaad daar ook bombardementen uitgevoerd.
Hier nog één enkel geval om de juistheid daarvan te staven. Hier in Aalst woonde mevrouw de barones de Bethune, een rijke en aanzienlijke dame. Ik kende haar zeer goed en zij is ook verscheidene malen bij mij thuis op bezoek geweest. Ze was ook een zeer goede vriendin van Leonie. Om zoveel mogelijk menslievende werken te kunnen doen had ze ook dit jaar weer een aanzienlijke hoeveelheid aardappelen en meel ingeslagen. Op zeker ogenblik komt ze me verwittigen dat er bij haar moet ingebroken geweest zijn, vermits veel te veel aardappelen en meel verdwenen waren. Ze zweeg, maar onderzocht langswaar men dat had komen halen, maar ze kon geen enkel spoor vinden.
Begin december was ze daar terug om me te komen melden dat nu alles verdwenen was. Zelfs haar eigen rantsoen was weg. Ze vroeg me om daarover raad aan Leonie te willen vragen. Leonie antwoordde dat de meid en de knecht de daders waren. Bij deze verklaring zegde deze dame dat ze de moed niet bezat om ze beiden weg te sturen, en bij een volgend bezoek zegde Nieke daarop, dat ze dan beter deed voor een tijd weg te trekken; bij een van haar dochters, dan moest ze hen niet rechtstreeks wegsturen en 't stelen zou gedaan zijn. Dat vond de dame zeer goed, ze ging bij haar dochter, terwijl aldus meid en knecht naar huis mochten gaan, maar ze verbleef slechts een tiental dagen bij haar dochter en ging toen naar Gent wonen, waar ze slechts korte tijd verbleven heeft om zich daarna te Merelbeke te vestigen. Ze was natuurlijk zinnens later naar Aalst terug te keren.
Vier maanden vóór de luchtaanval op Merelbeke deed Leonie de dame verwittigen, dat ze daar niet veilig woonde en moest vertrekken. Ik verwittigde inderdaad de dame maar ze ging er niet weg. Ik dacht er verder niet meer aan. Twee maanden later deed Leonie mij haar weer verwittigen en ik moest haar zeggen dat, indien ze nu niet luisterde, ze de gevolgen zou moeten dragen. Weerom keek de dame uit naar een woongelegenheid te Gent, en ze ging er zich vestigen. Ze was amper veertien dagen uit Merelbeke vertrokken toen de luchtaanval er plaats greep en omzeggens heel het dorp wegveegde.
Barbaarse afslachtingen bij het einde van de oorlog.
In die tijd sprak Leonie me veel over 't verloop van de oorlog, en ze zegde dan dat hij snel zou eindigen. Vóór dat echter zal gebeuren zullen er nog velen verdwijnen, want 't zal met geen "suiker" zijn dat er vrede zal komen. Er zal nog veel verwoest worden en overal, bijzonderlijk in andere landen zullen zich reusachtige puinhopen opstapelen. Veel mensen zullen daarbij het leven inschieten want hele steden gaan erbij ten onder. Buiten deze gevaren die de gemoederen zullen in spanning brengen, zullen op andere plaatsen ontelbare mensenlevens verloren gaan.
Ze worden er afgeslacht zoals men nog nooit met de dieren heeft gedaan. Eindeloze karavanen worden als onnuttige voorwerpen dagelijks de dood ingedreven. Anderen laat men verhongeren en sterven aan een gruwzame dood. Tegenover anderen bedienen ze zich van foltertuigen waarover de oude barbaren zouden blozen, en die slechts uit een duivels brein ontworpen worden. De gruwelen zullen weldra hun toppunt bereiken en als eenmaal de vrede weerkeert zal de wereld er met verstomming kennis van nemen.(1)
------------------------------
(1) Bedoeld worden de concentratiekampen en de uitroeiing der joden.
------------------------------------
6. Een woordje over de toekomstige bevrijding. De vrede zal een hersenschim zijn. Leonie zondert zich nog meer af, gekluisterd in groot lijden.
Ze vervolgt: hoe worden nu deze van over 't water verwacht? Zij zullen als helden ontvangen worden en ze zullen als goden die hulde in ontvangst nemen, die men hen gedurende lange tijd zal brengen. Het zal evenwel vlug blijken, dat ze niet degenen zijn waarop alle hoop moet gevestigd worden. Dan zal blijken dat de zo zeer verlangde vrede maar een hersenschim is geweest. In plaats van rust en eendracht, zijn weer overal de tegenstellingen teruggekomen en nieuwe gevaren hangen dreigend over de wereld. Deze toestand is het lot van de toekomst. Nu eens een schijn van rust; morgen weer dreigende onweerswolken.
Gedurende dit tijdperk waren de bezoeken veel verminderd en ze zouden nog verminderen. De tijdsomstandigheden en de gevaren droegen daar natuurlijk veel toe bij, maar van de andere kant had Leonie zich ook van het volk teruggetrokken. Men weet reeds dat ze zelfs niet meer trachtte haar trouwe vrienden nog te zien. Midden de dreigende gevaren die nog in aanzienlijke mate zouden toenemen naar gelang we naar 't einde van de oorlog zouden gaan, kan dit tijdperk als geëindigd beschouwd worden. Er breekt nu inderdaad een tijdperk aan waarin het lijden van Leonie nog in aanzienlijke mate toeneemt; een tijd waarin ze zeer dikwijls voor dagen lang gekluisterd wordt in haar zetel. Het is ook in deze tijd dat ze die dagen zoveel mogelijk gans alleen doorbrengt, omzeggens verlaten van iedereen, vermits ze zelfs de kinderen naar haar dochter doorstuurde.