kerk en staat

Kerk en staat

Uitbreiding van een korter artikel eerder opgenomen in
Profetische Stemmen nummer 57 van september 2001
door Ir. Ing. Jan A. A. van der Wulp

ZIJN KERK EN STAAT GESCHEIDEN ?

Een redactie ontspoort !

1. Met de nodige verbazing lazen wij het Nederlandse tijdschrift Kwartana 01/2 (kwartaal-uitgave). Op de voorplaat staat een foto van de Nederlandse minister (lees: minístra) van Volksgezondheid, de vrouwelijke arts mevrouw Borst, die onvermoeibaar heeft gestreden voor abórtus provocátus (kindermoord) en euthanásia (moord op langdurige zieken, bejaarden en gehandicapten). Werkelijk, voor het blad Kwartana, dat voorgeeft de katholieke zaak te verdedigen, lijkt het weinig gepast om juist de betreffende dame, minzaam glimlachend, op de voorplaat te zetten. Men had beter een ikoon van de Heilige Maagd Maria gekozen, ons aller hemelse Moeder, die de kindjes, de zieken en de ouderen waarlijk bemint, en hen niet de dood in wil drijven. Spijtig !

Koningschap of democratuur ?

2. Het artikel Kerk en Staat, in Kwartana 01/2, is van de hand van de Duitse kardinaal Meisner, en het bevat, gelukkig maar, slechts enkele forse ketterijen. "Kerk en staat zijn gescheiden" zegt de kardinaal Meisner, zo staat er. Als dat niet meer is dan de vaststelling van een feitelijk bestaande maatschappelijke toestand, dan is het natuurlijk juist. Maar als die woorden als een katholieke geloofsuitspraak bedoeld zijn, met de inhoud, dat het zo hoort, dat het zo goed is, en daar lijkt het op, dan is dat valse katholieke leer. Want de zuivere en authentieke maatschappijleer van de Kerk zegt, dat de katholieke (erfelijke) monarchie (al of niet constitutioneel) de door God gewenste staatsvorm is. In de hemel kijkt men daarom heel wat vriendelijker naar de Franse Zonnekoning, naar Franco, zelfs naar Salazar, ja, en naar de twee enig overgebleven, katholieke koningshuizen, die van Spanje en België, dan naar de meeste andere hedendaagse staatsleiders.

3. Lees maar na in de leer van de Kerk gegeven vóór 1960 en vóór 1800. Lees bijvoorbeeld maar eens de encycliek van de toenmalige Paus bij de instelling van het feest van Christus Koning begin 20e eeuw in 1925. Sommige staatsvormen heten geen katholieke monarchieën, maar vertonen er wel wezenlijke trekken van. Zo bijvoorbeeld de oorspronkelijke staatsvorm van de Verenigde Staten van Noord-Amerika gesticht door George Washington. De staat werd duidelijk op het christendom gegrondvest, de rechten van God werden erkend, de gekozen president heeft de macht van een erfelijke koning, en is feitelijk een gekozen koning.

4. Dan staat er in datzelfde artikel van kardinaal Meisner nog, dat de huidige democratische staatsvorm nuttig is geweest voor de maatschappij, en de Kerk niet heeft geschaad. Wel, wel, en de in vele, democratisch geregeerde, staten talloze, aangenomen onchristelijke wetten dan ? En de achterstelling van het katholiek onderwijs dan ? En de secularisatie dan ? Het beginsel van de democratie leidt tot het absolute recht van de meerderheid van stemmen, leidt tot de democratuur. En men heeft met meerderheid van stemmen in Duitsland, en bij ons, talloze christelijke beginselen over boord gezet, en onchristelijke wetten aangenomen: abortus, echtscheiding, euthanasie, homohuwelijk, gelijkheid van andere, niet-christelijke godsdiensten, zoals de islam, enz. Geen schade ? Laat ons niet wenen !

5. Het beginsel van de democratie is, dat het gezag van onderop, uit het volk, voortkomt, op het volk steunt, en door het volk aan haar vertegenwoordigers wordt overgedragen. Dit is echter valse leer. Want alle gezag komt van God, dus van bovenaf. En alle gezagsdragers, hoe ook benoemd, aangesteld of verkozen, moeten zich voegen naar Gods wetten. De ongelovige, geseculariseerde (verwereldlijkte) massa�s van onze dagen kiezen echter middels het democratische verkiezings- en bestuursstelsel leiders, die wetten maken naar hun volkse smaak, die niet die van God is. Van het zich voegen naar Gods wetten komt niets terecht. En het soms nog bestaande, vrijwel uitsluitend ceremoniële koningschap, heeft niet de macht (meer) om moreel slechte wetten tegen te houden (ook niet in Spanje of België).

6. Bij het katholieke, meer autocratische (erfelijke) koningschap in een christelijk-katholieke maatschappij, heeft de koning altijd de macht om het goede middels wetten te bevorderen, en het slechte te beletten. Maar het allerbelangrijkste is echter, dat dit koningschap, omdat het katholiek is, zich moet houden aan de katholieke geloofs- en zedenleer. Want het is dàt complex van leringen, zeden en gebruiken dat richting moet geven aan alle wetten en daden. En zelfs een zg. slechte koning, of regionale leider, een provincie-gouverneur, kan in dit stelsel altijd worden gewezen op de vaststaande katholieke leer en zeden. Hij, de koning, en iedereen in zijn rijk, weet wat goed en fout is, en iedereen kan een beroep doen op de geloofs- en zedelijke regels, die immers voor allen gelden, en aan allen bekend zijn. En als een slechte koning of gouverneur sterft, komt er een andere, die beter is. Het is bovendien wezenlijk, dat in dit stelsel de leidingevenden altijd persoonlijk verantwoordelijk zijn. Ook dat is een katholiek beginsel: Iedereen is verantwoordelijk voor de eigen daden en moet uiteindelijk tegenover God verantwoording afleggen. En omdat iedereen dat weet, zal men ook op aarde sterk geneigd zijn daar rekening mee te houden.

7. In het systeem van de democratuur met een of enkele partijen is de persoonlijke verantwoordelijkheid verdwenen. De partijlijn moet door allen gevolgd worden. Een partijbons, die sterft, wordt door een andere partijbons vervangen. En partijen gaan niet gauw �dood�. Zie maar naar communistische landen, zoals Rusland, waar het zo�n 70 jaar heeft geduurd voordat er iets veranderde in het staatsbestuur. En in een dergelijk atheïstisch (goddeloos) stelsel zijn er geen algemene morele en zedelijke normen, waarop men een beroep kan doen. De individuele burger is waarlijk de speelbal van de inzichten van de partijbonzen.

Mater et Magístra

8. In de volgende kolom van het artikel van kardinaal Meisner staat, dat de Kerk (zonder hoofdletter staat het er) niet de meesteres is, die boven de staat staat en hem instructies geeft. Dit is valse katholieke leer ! Want de Kerk is de Mater et Magístra, de Moeder en Leermeesteres, van alle volkeren ! En de Kerk gaat boven de staat in zaken van leer en maatschappij-inrichting, en wijze van leven. En de Kerk leert de volkeren het ware geloof en de ware zeden, en de staat moet zich daarnaar richten, zó is de ware katholieke leer ! Niet voor niets werden in het verleden keizers en koningen door de Paus gekroond. Omdat de Paus als Plaatsvervanger van Jezus-Christus, het allerhoogste gezag op aarde heeft, bevestigt híj de koningen en keizers in hún gezag. En de koningen en keizers geven hun gezag weer door aan hun plaatselijke gouverneurs en leiders van regio�s. Dit belet overigens niet, dat het volk op een of andere wijze inspraak kan hebben in de personen, die die ambten bekleden. Dat de staat heden echter, zeg ongeveer vanaf 1800, autonoom meent te zijn, en meent te kunnen handelen tegen de ware christelijke leer in, zal hem, de staat, nog behoorlijk opbreken. Want God zal die staten, die Hem als Opperste Wetgever en Rechter negeren, die Zijn wetten veronachtzamen, slechts gedurende een bepaalde tijd hun gang laten gaan. De geschiedenis leert, dat zij zullen worden vernietigd en de bevolkingen verstrooid.

Vrijheid, gelijkheid, broederschap

9. De kardinaal Meisner debiteert dan nog, dat de begrippen �vrijheid, gelijkheid en broederschap� uit de Heilige Schrift, uit het Nieuwe Testament, stammen. Wat een vervalsing ! Wat een leugen ! Het zijn alle drie zuivere vrijmetselaarsbegrippen, die zeker niet uit Jezus� woorden stammen, en die tijdens de Franse revolutie - de moeder van alle revoluties - werden geintroduceerd, en later algemeen werden. Die drie woorden zijn het resultaat van de subtiele vervalsing van christelijke begrippen door Satan. Vrijheid betekent heden vrijwel absolute vrijheid voor het individu om zijn gang te gaan, ook als dit ten koste van anderen of de gemeenschap gaat. Dat er ook plichten zijn, en dat anderen rechten hebben, en dat God rechten heeft, en dat men plichten heeft ten opzichte van God, dat telt gewoonlijk niet meer mee.

10. Gelijkheid betekent tegenwoordig vooral, dat allen gelijk moeten zijn voor de wet, en allemaal even veel of even weinig moeten ontvangen. Dat miskent schromelijk de feitelijke (door God voorgegeven) on-gelijkheid van de mensen. Christelijk is het om te zeggen, dat iedereen moet ontvangen, wat hij of zij nodig heeft, gezonden zowel als zieken. Als jonggehandicapten, of bejaarde zieken, extra medische hulp en verzorging nodig hebben, dan moeten zij die krijgen, ook al kost dat veel meer dan dezelfde zorg voor de gezonden. Als sommige kinderen beter kunnen leren dan anderen, dan moeten zij verdergaand en meer uitgebreid onderwijs kunnen krijgen dan de middelmoot. En mentaal gehandicapten moeten eveneens aangepast onderwijs kunnen krijgen. Alles moet aangepast zijn aan de enkele individuen om elke persoon de kans te geven zich te heiligen en zich als christen te ontwikkelen ten dienste van het geheel, en op weg zijnde naar de hemel.

11. Het laatste begrip broederschap is de valse vervanging van de christelijke naastenliefde. Broederschap wordt zuiver horizontaal en biologisch verstaan. Omdat we allemaal mensen zijn en dezelfde erfelijke eigenschappen hebben, daarom moeten we elkander broederlijk bejegenen, moeten we lief zijn voor elkaar. Maar het mag ons niet te veel kosten, het mag niet te moeilijk zijn, want dan is het gedaan met de broederschap. Naastenliefde vindt haar oorsprong in God, heeft een verticale dimensie. Omdat ik God bemin, dáárom bemin ik mijn naasten, en daarom wordt ik verpleger van melaatsen of AIDS-patiënten, ook al zou ik er zelf het leven bij in moeten schieten. De bereidheid grote offers te brengen voor de naaste - tot het eigen leven toe - is een wezenlijk onderdeel van de naastenliefde, en die ontbreekt bij de broederschap.

Het primaat van de Kerk

12. Kerk en staat leven in een partnerschap, zo staat er dan nog in de laatste alinea, van datzelfde artikel, en dat moet zo blijven, zo staat er ! Hierbij worden aan de staat geen voorwaarden gesteld. Het lijkt, alsof elke staatsvorm en elk handelen van de staat goed is. Hoe kan men nu als waar christen een partnerschap aangaan met een staat, die abortus, prostitutie, homohuwelijk, en euthanasie, en nog honderd andere zonden gedoogd, of goedkeurt, of bevordert. Vals, valse leer, want de staat moet christelijk zijn, of zij zal niet (meer) zijn, en zij moet christelijk handelen, of zij zal tenslotte niet meer zijn, dat is zij zal worden verwoest. Lees het Oude Testament er maar op na (Babylonische gevangenschap). De jongere geschiedenis heeft dat ook ruimschoots bewezen. Welnu, daar zijn wij in Europa heden ook aan toe !

13. Bij een partnerschap denkt men aan gelijkheid, aan gelijke partners, maar dat is een vals inzicht, want de Kerk (dat is de Rooms-Katholieke Kerk) heeft het absolute primaat over leer en zeden, over geloof en moraal voor de ganse mensheid en voor alle staten en volkeren. Dat dit heden door de ongunst der tijden vrijwel nergens op aarde meer wordt erkend, en als gevolg vrijwel nergens op aarde het geval meer is, op enkele zeer zeldzame kleine eilandjes na, is wat anders, want dat verandert het beginsel niet. Ook dit is oude katholieke leer, die wordt verzwegen, maar die wel degelijk vastligt.