Joodse Tempelrituelen

Datum: 
Din, 2009-07-14

ART09071407 --- Versie 14 juli 2009
JOODSE TEMPELRITUELEN
RITUELEN VAN DE JOODSE TEMPELDIENST

Het onderstaande artikel - een vrije bewerking van een Engelse tekst ingezonden door Alfred Edersheim - verdient het zeer aandachtig te worden gelezen, ja, te worden bemediteerd. Er wordt een analogie (overeenstemming) gezien tussen de Rituelen van de Joodse Tempeldienst en het Lijden en de Kruisiging van Onze Heer Jezus Christus.

JOHANNES DE DOPER IS EEN ECHTE PRIESTER

In het oude Israël was een priester van de Allerhoogste God verplicht om van een te brengen offer af te kondigen, dat het aangenaam was aan God. Deze eis geldt nog steeds voor de Heilige Mis in de Katholieke Kerk. Johannes, de priester, doet dit dan ook op de oever van de Jordaan, als Jezus wordt gedoopt, wanneer hij zegt: “Ziet hier het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt”. Op die manier vervulde God zijn eigen eis, vastgesteld voor de slachtoffers in de Joodse eredienst. Men bedenke, dat het wezen van de Katholieke Heilige Mis inhoudt de onbloedige tegenwoordigstelling van het Kruisoffer van Jezus de Heer.

Johannes de Doper is een Cohen (een bekende Joodse familienaam), hij is een priester van Israël. Hij werd als Leviet geboren, en alleen Levieten mogen offers opdragen, zodat het passend was, dat hij Jezus kenbaar maakte als het Lam van God. Het Hebreeuwse priesterschap was erfelijk. Zijn - Sint Jan’s - priesterschap was daarom waarschijnlijk de reden, dat hij groot respect genoot, en waarom de menigte hem volgde in de woeste streek, waar velen naar hem luisterden.

Zelfs Heródus nam nota van zijn uitspraken, en, ware Sint Jan een gewone radicaal of een fanatiekeling geweest, dan had Heródus wel anders gehandeld. Bovendien, in de Passieweek vroeg Jezus aan de ouderlingen in de Tempel: “Het doopsel van Johannes, was dat uit den hemel, of kwam het van de mensen ?” Zij hadden kunnen antwoorden: “van de mensen”, als Johannes een gewoon man was geweest, en geen Cohen. Maar zij durfden Hem geen vragen meer te stellen.

In de Katholieke Mis moet de priester nog steeds verklaren, dat het slachtoffer acceptabel is. Vlak voor het feestmaal (de Communie) heft de priester de geconsacreerde Hostie (die dan waarlijk het Lichaam van Jezus Christus is), op en zegt: “Ziet hier het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt”. Men kan betwijfelen of de meeste hedendaagse celebranten het oude Joodse voorschrift kennen. Het is een exclusief voorrecht van het ware priesterschap, sinds de Tien Geboden werden verkondigd, om te verklaren, dat het offerlam aan God welgevallig is.

Het hogepriesterschap van Jezus begint met de proclamatie van Johannes. Maar zodra het dienstwerk van Jezus aanving, begon dat van Johannes te verminderen. Na verkondigd te hebben, dat Christus het “Lam Gods” is, was het werk van Johannes voltooid. Hij werd gearresteerd en gevangen genomen. Na zijn doopsel begint Jezus zijn leerlingen uit te zoeken. Dit verhaal evenaart dat van Samuel en David in het Oude Testament.

Allebei waren zij (Samuel en Johannes) mannelijke kinderen, zij waren een gave Gods ter beantwoording van de gebeden van hun ouders. Beiden werden al op heel jonge leeftijd toegewijd aan God. Allebei predikten zij berouw, beiden tuchtigden zij de Joodse koning van hun tijd: Samuel bekritiseerde Saul en Johannes bekritiseerde Herodes; Saul zalfde David en Johannes doopte Jezus. Samuel was de laatste der Rechters en de onmiddellijke voorganger van de grote Koning David. Johannes was de laatste der Grote Profeten, en priester van het Oude Testament, en hij doopte de Eeuwige Koning, Jezus Christus.

Tijdens zijn laatste reis naar Jeruzalem erkent een blinde hem - Jezus - als Koning, die nog gekroond zou worden (Markus 10,46-48). De Heer vervult iedere Messiaanse profetie: vier honderd jaar tevoren noemde Zacharias hem al bij zijn Naam. Hij beschreef het welkom met palmtakken, dat zelfs geen blinde man kon missen. En Bartimáeus, die blind was, miste het belangrijke punt niet, maar de geleerden, de beschaafden, en allen in Israël zagen het niet.

De genezing van de blinde Bartimáeus was een Messiaanse gebeurtenis. Hij noemde de Heer Jezus Christus de “zoon van David.” Dit is de enige keer, dat deze titel in de Evangeliën staat. Overal elders wordt de Heer vermeld als de “Mensenzoon”. Bartimáeus’ blindheid werd genezen, toen hij hem ‘Zoon van David’ noemde. De fysieke blindheid van Bartimáeus verbeeldt de hele Natie Israël. De Zoon van David, de gezalfde van God, was gekomen om het zicht te brengen aan Israël.

Nu ging hij naar Jeruzalem om tot Koning te worden gekroond, en om zichzelf op te offeren voor alle volkeren. Zodra Israël Jezus erkent als de “Zoon van David” (dus Zijn Koningschap erkent), zullen ze niet langer blind zijn. Juist zoals werd geprofeteerd, om de natie te redden, zullen ze “Hem aanroepen, die komt in de naam van de Heer”.

EEN PROFETIE VERVULD ALS EEN SCHOT IN DE ROOS

De profeet Zacharias had meerdere honderden jaren voor de triomfale intocht geschreven: “Verblijd U ten zeerste, O dochter van Sion; roep het uit, O, dochter van Jeruzalem: Ziet de Koning komt naar U: Hij is rechtvaardig, en Hij is Uw redding; nederig, en rijdend op een ezel, en op een veulen, geworpen door een ezel”. Mattheus en Johannes halen allebei deze profetie aan. Merkwaardig, tegelijkertijd noemt Zacharias Christus zelfs bij zijn gewone naam. Het woord voor “redding” in het Hebreeuws is Yeshua, of “Jezus” in het Grieks.

Een eeuw voor de profetie van Zacharias gaf de grote profeet Daniël ons de juiste datum voor de vervulling van de profetie (Daniël 9,25-26) Dat was 600 jaar voor het gebeurde. Het Oude Testament deelt mede, dat Hij zes dagen voor het Joodse Pascha arriveerde, waarschijnlijk op onze Donderdag. Mozes had voorgeschreven, dat het Paaslam uitgezocht moest worden en naar huis gebracht op of voor de 10de Nissan, om vier dagen later op de 14de Nissan geofferd te kunnen worden. De lammeren moesten in de Tempel vastgemaakt woorden voor openbare inspectie. Ze konden dan elk gekocht worden in de Tempel voor een groep van minstens tien personen.

De Donderdag, dat Jezus Christus arriveerde, zou de dag geweest moeten zijn waarop de priesters naar de heuvels van Bethlehem zouden gaan. De kudden van de Tempel werden daar geboren en groot gebracht. Op die dag zouden de priesters en hun helpers de kudden naar de stad hebben gedreven. Achteraan deze groep zou dan Jezus gekomen zijn, juist op deze dag, gezeten op een veulen.

Mozes, de eerste Redder, kwam, gezeten op een veulen, veertienhonderd jaar eerder naar de kinderen van Israël met een boodschap van redding en bevrijding. Daarom was de intrede van Jezus in Jeruzalem nóg een extra profetisch teken voor het Hebreeuwse volk, en het echte werk van een Bevrijder (Verlosser), welk teken herkend had moeten worden.

In de tijd van Jezus vierde geheel Israël de bevrijding uit de slavernij van Egypte op de feestdag van de Ongedesemde Broden, dat was Nissan 15, een hoogheilige ‘Sabbat-dag’, die op iedere weekdag gevierd kon worden, echter het was beslist niet de gewone wekelijkse Sabbat-dag. Die feestdag was ingebed in een feestweek, waarbij het Joodse Pasen werd beschouwd als de mindere feestdag, en het feest van de Ongedesemde Broden de grote heilige gebeurtenis was, die alle aandacht en eerbied kreeg zoals gebruikelijk voor de wekelijkse Sabbat (de rustdag, geen arbeid).

De Passieweek begint op onze Zondag, als de Heer in zijn huis is (de Tweede Tempel). Jezus, het Lam Gods, werd in de Tempel gedurende vier dagen door de Schriftgeleerden, onderzocht, en beproefd met moeilijke vragen, die hij alle met groot succes beantwoordde.

Ook moet notitie genomen worden van het feit, dat Jezus, als een lam, in de tempel was verkocht door Judas Iskariot, en was gekocht door de priesters-Levieten. Die waren zó haatdragend en jaloers, dat ze niet konden inzien, dat zij de Troost der Volkeren kochten, het volkomen en volmaakte slachtoffer, dat zij zelf vervolgens zouden opdragen als offer voor de zonden van alle volkeren, en voor hun eigen zonden.

En Hij kwam in de tempel, en begon diegenen, die aan het verkopen waren, er uit te jagen (Lukas 19:4). Mozes had opdracht gegeven, dat ter voorbereiding van het Joodse Paasfeest en het Feest van het Ongedesemde Brood, alle gist (dat het Ongedesemde Brood zou besmetten) uit het huis van het gezin moest worden verwijderd. Gist moet vergeleken worden met zonde, vooral met trots en hoogmoed, want gist veroorzaakt zwelling. Ieder huis moest onderzocht worden of er nog gist aanwezig was. Bedenk, dat de zonde de zondaar doet zwellen van trots en hoogmoed, omdat hij de voorschriften en de geboden van Jaweh-God negeert.

HET SLACHTOFFER VOOR DE ZONDEN EN HET BRANDOFFER

Een priester is nodig tot op de dag van vandaag om een geldig bloedoffer te brengen. In het ritueel voor het Joodse Pasen voorgeschreven in Levíticus, zijn twee lammeren nodig. Het eerste lam was het slachtoffer voor de zonden, en het bloedoffer werd altijd gevolgd door een brandoffer. Het geslachtofferde lam werd gegeten op de vooravond van het Joodse Paasfeest. Vandaag, is er, in de Eucharistie, het slachtoffer, dat bij iedere Heilige Mis opnieuw wordt gebracht met de woorden: “Dit is de kelk van mijn Bloed, dat vergoten wordt om de zonden te vergeven”.

Het andere (tweede) lam was altijd bestemd voor het brandoffer, welk lam in zijn geheel moest worden opgebruikt op het altaar, en worden gegeten door de priesters, als boetedoening voor de zonden van de priesters en de hele natie. Dit lam werd geofferd op de 14de dag van de maand Nissan, rond drie uur na de middag. Het offer werd verbrand om het geheel te doen verbruiken.

Wij komen tot de conclusie, dat Jezus Christus iedere druppel bloed verloor, die hij verliezen kon. Een snel bloedverlies zou geleid hebben tot een snelle dood door shock. Daarom moest de doodstrijd lang duren, met toenemende uitputting en voortdurende bloedingen van opnieuw openende wonden, om een gezonde, sterke man, in de kracht van zijn leven, de dood te laten sterven, die zijn Vader had verordend.

Om ‘bezoedeling’ van de hogepriesters te voorkomen, moest het doodvonnis uitgesproken worden door de laffe Pilatus. De wet van Mozes verbood immers om de dood te vermengen met de plechtigheden van het Joodse Pasen. Dat feest is een herdenking van de bevrijding van Israël uit Egypte, wat een gaan van de dood (in slavernij) naar het leven (in vrijheid) inhield. Zulk een vermenging zou een bezoedeling van het Joodse Paasfeest zijn, en het offer, dat de priesters moesten brengen voor de zonden van de natie, te niet doen.

Een ander interessant vereiste is, dat het lam, dat in de tempel geofferd wordt, voor de zonden van de natie, alleen aange-raakt mag worden door de hogepriesters (Kaifas en Annas). Deze twee, die als Levieten dienst deden in de tempel, waren vanaf hun jeugd als priesters in training. Zij moesten Jezus zeker gezien hebben in de Tempel, toen hij, 12 jaar oud, de ouderlingen verbaasde, en hun ver voor was in zijn kennis van de Wet. Waarschijnlijk was hun jaloersheid toen al ontstaan.

Johannes 18,28 zegt, dat de hogepriesters zelfs niet in het Praetórium (bij Pilatus) kwamen “ten einde niet bezoedeld te worden om het Paaslam te kunnen eten”. Jezus zegt tegen Pilatus, dat zijn zonde kleiner is dan die van hen (Johannes 9,11). Daarom, van het begin tot het einde, zonder het zelf te weten, handelden de priesters nauwkeurig om te voldoen aan de eisen van de wet van Mozes om het Lam Gods te offeren. Zij hadden het behoorlijk gekozen, onderzocht, gekocht, en verder het offer van het Lam van God gebracht op de juiste manier, zowel wat de plaats betreft als het tijdstip.

De Evangelies zeggen op verscheidene plaatsen, dat de Joodse priesters probeerden de schuld van de dood van Jezus af te schuiven op de laffe Pilatus door hem te manipuleren het doodvonnis uit te spreken. Zonder twijfel waren er verschillende manieren om pijn te veroorzaken tijdens de kruisiging. Men kan er zeker van zijn, dat deze priesters samenwerkten met de soldaten om de grootst mogelijke pijn aan Jezus toe te dienen. Hun haat van en jaloersheid op de Verlosser, en hun versteende hypocrisie (schijnheiligheid), maakten uiteindelijk de vervulling van het Joodse Paasoffer (in de persoon van Jezus) tot in het kleinste detail mogelijk.

TOT KONING GEKROOND

Het midden van de maand Nissan was gereserveerd om Joodse koningen, te beginnen met Saul, te kronen. Het is ironisch, tot hartbrekend toe, dat Jezus met doornen gekroond werd. Dat is symbolisch voor de gevolgen van de zonden, want die verschijnen in de Heilige Schrift direct nadat God de aarde vervloekt had, en dorens en distels laat groeien als straf voor de zonde van Adam en Eva. De Bijbelse gegevens wijzen er op, dat alle vereisten voor een kroning aanwezig waren: Toejuiching en aanvaarding door de bevolking bij de triomfale intocht (op Palmzondag); erkenning van het koningschap door de heersende regeerders (de Romeinen), met de geschreven aankondiging (“Jezus van Nazareth, koning de Joden”), geschreven door Pilatus zelf, die weigerde het te veranderen; de gruwel van de ceremonie van de kroning (met de doornenkroon), die gedaan werd om de Godmens te vernederen en te beschimpen; en dan de formele voorstelling aan het volk, gekroond, en in een gewaad van koninklijke kleur (“Ziedaar uw koning”). Het kronen van Jezus was bevolen door God zelf, en het moest gebeuren op de tijd, waarop de Joodse koningen werden gekroond in het oude Israël ! En zó geschiedde het inderdaad !

ONGEWONE DUISTERNIS

In de Romeinse literatuur van die tijd is sprake van een “on-gewone duisternis”. Dit was geen schemering door het verdwijnen van het natuurlijke daglicht, maar een buitengewone duisternis, die drie uren duurde en het slachten van het Joodse Paaslam door de Hogepriesters in de tempel onmogelijk maakte. Een gewone storm zou niet gezien worden als een “ongewone duisternis”. De duisternis kon geen zonsverduistering zijn, want het Joodse Paasfeest is een feest bij de volle maan, op de 14de van de eerste maanmaand. En, op de 3de april van het jaar 33, ging de zon juist onder toen de maan vol was boven Jeruzalem.

Flávius Joséphus vertelt in zijn ”Geschiedenis van de Joodse Oorlog” dat het de gewoonte was om tussen 12 en 3 uur ’s-middags het Paaslam te slachten, maar het slachten moest in ieder geval voltooid zijn vóór zonsondergang. Tijdens dit bijzondere Joodse Paasfeest was het te donker om de lammeren te slachten, en dat duurde drie uren. Want, onze liefderijke God vond deze dag van zo groot belang in de geschiedenis der mensheid, dat hij die dag met een bovennatuurlijke duisternis onderstreepte, zodat geen ander lam kon worden geslacht dan Zijn Eigen Zoon.

HET SCHEUREN VAN HET VOORHANGSEL TEKENT GODS DIEPE SMART

Het scheuren van het voorhangsel van boven naar beneden was een wonderbaarlijk feit, een verschrikkelijk voorteken, en een diepe uitdrukking van Gods smart over het verlies van een geliefd persoon, en de ontrouw en het onbegrip van gans het Joodse volk, Zijn eigen volk nog wel, en vooral omwille van de haat tegen Jezus van de oudsten en de leiders van het volk. De avond tevoren hadden de hogepriesters --- bij Jezus’ ter-dood-veroordeling --- in woede hun klederen gescheurd, en nu scheurt God Zijn gewaad, het voorhangsel van de Tempel, dat het Heilige der Heiligen scheidde van het tabernakel.

Het voorhangsel was gemaakt van materiaal, gewoven uit kostbare metalen en exotische draad, meer dan 4 duim (ca. 10 cm) dik en zeventig voet (ca. 20 m) lang. Volgens berichten was het tonnen zwaar, en er waren 3.000 priesters en dienaren nodig om het te hanteren, hetgeen, begrijpelijk, natuurlijk niet dikwijls gebeurde. De aardschok, die volgde op de dood van Jezus, kon misschien het voorhangsel hebben doen vallen, maar het kon niet daardoor in tweeën scheuren.

Het scheuren van het voorhangsel is één manier om Gods smart over de kruisiging uit te leggen. Andere wijzen van uitleg zijn zeker mogelijk, en deze gebeurtenis kan verscheidene betekenissen, die allen waar zijn, combineren, zoals bijvoorbeeld het einde van het oude Verbond en het begin van het Nieuwe Verbond.

HET IS ONWAARSCHIJNLIJK DAT DE HEILIGE MOEDER JEZUS NA ZIJN DOOD AANRAAKTE

Waarschijnlijk hielpen Joseph van Arimathéa en Nicodémus om het lichaam van Jezus van het kruis af te nemen en Hem in het graf te leggen. Ofschoon zij tegenwoordig waren bij de gebeurtenissen van het lijden en de dood van Jezus --- toch waren deze twee mannen lid van de Hoge Raad van 14 peronen, die Jezus veroordeelde. Volgens de voorschriften van de Joodse altaardienst, mochten alleen leden van de Hoge Raad fysiek contact maken met het Offer van het Lam van God.

Gezien deze voorschriften is het onwaarschijnlijk, dat Maria hielp bij de kruisafname, of het Lam aangeraakt heeft, zoals de Piëta dat uitbeeldt. Dat vermindert zeker niet de Zeven Smarten van de Heilige Moeder. Het maakt deze namelijk erger. Want de Heilige Moeder verdroeg die dag de ongelofelijke smart Hem niet te kunnen aanraken. Dat kon weleens de laatste en hevigste smart geweest zijn, die ze aan God opofferde, opdat Gods wil tot de letter kon worden vervuld, en de profetie voltrokken werd. Wij weten allen hoe de Heilige Moeder, de Allervoorzichtigste Maagd, gehoorzaamheid aan Gods wil boven alles stelde. Het is overigens wel zeker, dat Zijn Moeder, die Onbevlekt was gebleven, de best gekwalificeerde persoon zou zijn geweest om Hem aan te raken.

HIJ IS VERREZEN OP DE 17DE NISSAN (DE DERDE DAG)

De zeventiende Nissan is een dag met grote symbolische betekenis. De Heilige Schrift vermeldt het als de dag waarop de ark van Noach tot rust kwam. Het is duidelijk dat God een plan had om deze dag in de toekomst nog eens te gebruiken, en we zien het noemen van een datum maar zelden in de Bijbel.

Door Noach werd de mensheid herboren tot een nieuw leven, vrij van het verwoestende kwaad, dat God er toe noodzaakte de rest van de wereld door de Zondvloed te vernietigen. Op de zeventiende Nissan zijn ook wij in Christus herboren tot een nieuw leven, bevrijd van de erfzonde, die ons anders uit de hemel zou houden. Tot nu toe zijn dit, in de geschiedenis der mensheid, de twee belangrijkste overwinningen. Daarom houden studenten van de Bijbel het er op, dat de zeventiende Nissan de bijbelse feestdag van de Overwinning is.

Het Joodse Paasfeest bevat ook een spel. Voor de maaltijd worden drie stukken ongedesemd brood genomen. Het eerste en het laatste stuk worden als ongedesemd brood aan de gasten geserveerd. Het middelste stuk, dat “Afikomen” (nagerecht, ook: puddingkoek) wordt genoemd, wordt in een linnen doek gewikkeld en verborgen in het Joodse huis. Na de maaltijd, wordt aan de jongsten van de gasten verzocht om de Afikomen te zoeken, en naar de tafel te brengen om verdeeld te worden. Voor de meeste Christenen verbeeldt dit de begrafenis van Christus, en het linnen waarin Zijn lichaam werd gewikkeld, alsook de latere verdeling van het Lichaam van Christus in de Heilige Hostie bij de Communie.

HET LAATSTE ZOETE NAGERECHT

Het is fascinerend, dat Sint Jan, de jongste Apostel, het eerste bij het graf was, op zoek naar Jezus na de Verrijzenis, en Hem niet vindt. De Verlosser en Redder, die Ongedesemd Brood (zondeloos) was, voor ons werd gebroken, die betaald heeft voor de erfzonde, veroorzaakt door trots en hoogmoed, is verrezen. Menselijke trots wordt gesymboliseerd door gist, omdat zowel brood als onze ziel zwellen, de een door de gist, de ander door trots en hoogmoed. Maar de Heer nam, door te verrijzen, de gevolgen van de erfzonde letterlijk uit de wereld weg.

Wij allen moeten onthouden, dat de symbolen van de Verlossing en het Nieuwe en Volmaakte Verbond, door de Heer eerst in ons midden op de Seder-tafel werden geplaatst, en daarna in onze Katholieke Heilige Mis worden tegenwoordig gesteld. Van het begin af aan waren de Seder en later de Katholieke Heilige Mis aanwezig in Gods plan om ons verlossing te brengen. De Messias kwam niet om na Zijn Offer gepaste symbolen te moeten zoeken waarmee wij Hem zouden kunnen herdenken. Immers de meest sprekende symbolen waren al aanwezig en voorhanden. Zij konden worden genomen uit de bekende Joodse rituelen, onder andere die van de Tempeldienst.

NOOT: Seder - in het Hebreeuws betekent dit ‘orde’ - is de naam van de maaltijd, welke in traditionele Joodse gezinnen op de vooravond van het acht dagen durende Joodse Paasfeest (Pesach) wordt gehouden. Er zijn vaste liturgische voorschriften verbonden aan dit feest waarbij de Uittocht uit Egypte wordt herdacht. De sedermaaltijd bestond in de dagen van de Tempel uit het eten van het Pesachlam met ongezuurde broden en bittere kruiden. Heden verloopt de maaltijd rond de sederschotel, met ongedesemd brood (matsa), wat lamsvlees aan het bot, een ei, en bittere kruiden. Men drinkt er wijn bij.