1. Tegenwoordig zijn vele Missen volgens de Nieuwe Orde niet geldig, omdatde priesters zich niet aan de vastgestelde teksten en handelingen houden,en/of omdat de priesters niet de goede intentie hebben. De priester moetwillen doen (en moet doen), wat de Kerk wil, dat er gedaan wordt, dat is watde Kerk wil, dat hij - de priester - doet. Hij hoeft er niet zelf in tegeloven, hij hoeft niet in staat van genade te zijn, als hij maar deintentie heeft te doen, wat de Kerk wil, dat hij doet. WELNU, DIE INTENTIEIS VAAK AFWEZIG IN ONZE DAGEN.
2. In vroegere dagen was de goede intentie van de priester altijd eenvoudigvast te stellen. Want, bij de oude Latijnse liturgie zijn de rubrieken in deliturgische boeken zeer gedetailleerd en zeer precies. Ook al was eenpriester of bisschop een echte vrijmetselaar en verkeerde hij in staat vanzware zonde, of geloofde hij totaal niets meer, hij moest zich strict aan derubrieken houden, wilde hij niet opvallen, of worden berispt, of, in heternstigste geval, worden verwijderd uit zijn dienstbetoon. Afwijkingen vande riten en rubrieken kwamen niet voor, omdat dat nooit werd getolereerd.Elke priester of bisschop volgde altijd de rubrieken. Dus waren alle Missenen wijdingen altijd geldig. Overal waar heden de oude Latijnse liturgie nogwordt gebruikt, is dit nog steeds het geval.
3. Zelfs als een priester of bisschop tijdens de oude Latijnse Heilige Misin zichzelf zou denken en tegen zichzelf zou zeggen, dat hij de Mis nietgeldig wenst op te dragen, dan blijft toch de Mis geldig, zolang hij maar deofficiele rubrieken volgt. Immers, het is zelfbedrog om in zichzelf tezeggen, dat men iets niet wil doen, en het dan toch te doen, zoals hetbehoort. Als men iets doet, dan wil men het ook, zo leert ons het gezondeverstand ! En, als men iets echt niet wil, wel, dan doet men het niet !
4. Er wordt verteld, dat Mgr. Lefebvre, de stichter van dePriesterbroederschap van Sint Pius X, gewijd is door eenkardinaal-aartsbisschop, waarvan later bekend werd, dat deze consecrerendebisschop een notoire vrijmetselaar was. Op grond daarvan heeft men wel debisschopswijding van Mgr. Lefebvre ongeldig willen noemen, waardoor eveneensde geldigheid van de priesterwijdingen, verricht door bisschop Lefebvre,betwist zou zijn. Dit alles is geheel onjuist.
5. Immers, de bedoelde wijdende bisschop heeft zich bij zijn wijdingenstrict aan de liturgische voorschriften van de oude Latijnse liturgiegehouden, en dus bleek daaruit, dat hij wilde doen, wat de Kerk wil, dat erwordt gedaan. Dus waren al zijn wijdingen geldig en was ook de wijding vanMgr. Lefebvre geldig, en dus zijn al de priesterwijdingen van Mgr. Lefebvregeldig !
6. In onze dagen met de vele onduidelijke en onvolledige liturgischevoorschriften van de nieuwe misliturgie in de landstaal is het moeilijk omvast te stellen of de priester de goede intentie heeft om te doen, wat deKerk wil, dat er wordt gedaan. Heel wat priesters zullen eerder willen doen,wat zij zelf graag willen, of doen, en niet wat de Kerk wil. Een eerste testbestaat er in na te gaan of de priester zich aan de officiele liturgischeboeken houdt, het Nederlandse of het Vlaamse altaarmissaal. Volgt hij degebeden in het missaal ? Doet hij de handelingen als voorgeschreven in hetaltaarboek ? Met name de consecratiewoorden mogen niet worden veranderd.
7. Dan moet men nagaan of hij de voorgeschreven handelingen uitvoert, vooralof hij wel knielt na de Consecratie (we spreken niet over priesters, diewegens gezondheidsproblemen niet meer kunnen knielen). Verder beluistere mengoed de woorden van de preek of homilie. Verkondigt hij het ware geloof ofniet ? En men ga na wat hij zegt en doet in het gewone dagelijkse leven.Bidt hij nog zijn brevier ? Bidt hij het rozenhoedje ? Verkoopt hij modernepraat ? Uit al die waarnemingen moet men persoonlijk een conclusie trekkenover de goede intentie van de celebrerende priester. Het is nietgemakkelijk, maar het moet. Een andere weg is er heden niet.