1. Niemand is verplicht te trouwen. Men mag ongehuwd blijven. Dan echter moet men (volgens de traditionele katholieke geloofsleer) afzien van alle geslachtelijke aanrakingen, handelingen en genoegens. Immers alle sexuele handelingen en gevoelens leiden tot, en vinden normalerwijs hun hoogtepunt in, de algehele geslachtelijke vereniging van man en vrouw. Zij zijn het voorspel daartoe. Zij omkaderen de volledige gemeenschap. En elke geslachtsgemeenschap is voor de ongehuwde ontuchtig. Dus ook alle sexuele handelingen, zoals die gewoonlijk er aan vooraf gaan en er op volgen, zijn ontuchtig, als men niet getrouwd is.
2. Hier worden vanzelfsprekend niet de gewone soort kussen, aanrakingen en liefkozingen bedoeld, zoals men die in het openbaar met familieleden en in zijn vriendenkring ook uitwisselt. Sommige (normale) ongehuwde mensen vinden overigens het gemis aan sexuele bevrediging helemaal niet zo erg. Zij zijn bijvoorbeeld gauw moe, of hun geslachtsdrift is zwak.
3. Een bijzonder geval vormen degenen, die ongehuwd zijn, en die een lief hebben, die verkering hebben, of die verloofd zijn. Hiervoor geldt hetzelfde als voor alle andere ongehuwden. Maar door de langzamerhand tussen partijen groeiende intimiteit, door hun opgang naar het voorgenomen huwelijk, kan de verleiding om een voorschot op het huwelijk te nemen wel eens (te) groot worden. Men moet dit echter vermijden.
4. Alle natuurlijke sexuele gevoelens en daden zijn altijd gericht op het andere geslacht, voor de man op de vrouw-echtgenote, voor de vrouw op de man-echtgenoot. De geslachtelijkheid is van aard her ingebed in de relatie met de partij van het andere geslacht. Daarom is elke sexuele interesse en elk geslachtelijk gevoel ten opzichte van zichzelf verwerpelijk. En elke sexuele handeling, aan het eigen lichaam verricht, is altijd onkuis en zondig. Men spreekt gewoonlijk van onanie (in engere zin) of masturbatie (zelfbevrediging).
5. Een bijzonder kwalijk psychologisch effect van veelvuldige masturbatie is, dat de jongen of de man, het meisje of de vrouw, zich te veel op zichzelf richt, waardoor langzamerhand fixatie (verstarde gerichtheid) op de eigen persoon ontstaat. Dit leidt er toe, dat men weinig, of veel minder, in erge gevallen helemaal niet meer, in staat blijkt te zijn om een gezonde relatie met iemand van het andere geslacht op te bouwen.
6. Sommigen blijven celibatair, dat is ongehuwd en maagdelijk, omwille van het Koninkrijk Gods. Daartoe behoren priesters, bisschoppen, en mannelijke en vrouwelijke kloosterlingen: monniken, monialen, zusters en broeders. Zij dienen van alle geslachtelijke gevoelens en handelingen, in de breedste zin te verstaan, af te zien.
7. Immers: zij hebben een speciale band met God. Zij zijn uitsluitend op God gericht. God is zuiver geest. In die geestelijke relatie spelen de sexuele vermogens van het menselijk lichaam geen enkele rol. Elke geslachtelijke gedachte of handeling introduceert een wezensvreemd element in die relatie van de godgewijde mens, trekt de persoon in kwestie af van God, en is in feite een vorm van ontrouw.
8. Een bijzonder geval zijn de lichamelijk en geestelijk gehandicapten. Het gaat dan om diegenen, waarvan de handicap zodanig erg is, dat zij geen gezin kunnen stichten en dat ook niet zouden kunnen onderhouden. Algemeen gezegd: zij kunnen, wegens de zwaarte van hun handicap, nooit aan de normale echtelijke verplichtingen voldoen.
9. Zij allen moeten zich, zoals alle ongehuwden, in beginsel van alle geslachtelijke handelingen en van alle sexueel verkeer onthouden. In veel gevallen betreft het personen, die in inrichtingen en instituten verblijven, daar zij niet thuis verzorgd en verpleegd kunnen worden.
10. Bij sommige misdeelde gehandicapten zijn de lichamelijke of geestelijke vermogens, of beide zodanig beperkt, dat zij niet tot geslachtsgemeenschap in staat zijn, ook al zou dit toegestaan zijn. Toch hebben zij doorgaans wel (hevige) sexuele gevoelens en verlangens. Door hun bijzondere handicap zijn zij vaak niet in staat tot beheersing van deze gevoelens. Dikwijls uiten zij die gevoelens door masturbatie. Er zijn ook (geestelijk) gehandicapten, die wel tot gemeenschap in staat zouden zijn, maar geen begrip hebben van doel en waarde van de geslachtelijkheid. Ook zij uiten hun gevoelens gewoonlijk door masturbatie.
11. Sommige psychologen menen nu, dat men de gehandicapte mensen, die masturberen, maar hun gang moet laten gaan, daar zij geen andere mogelijkheid hebben voor hun 'sexualiteitsbeleving'. En in die gevallen, dat mannelijke en vrouwelijke gehandicapten met elkaar 'hun sexualiteit kunnen beleven', zoals men zegt, al of niet eindigend in volledige gemeenschap, zou men dat niet slechts moeten toelaten, maar zelfs bevorderen. Er zijn zelfs psychologen-begeleiders, die menen, dat er voor het verzorgend en verplegend personeel een (sexuele) rol is weggelegd. Dit personeel zou de misdeelde mensen moeten 'helpen' hun sexualiteit te 'beleven', indien nodig en mogelijk gaande tot algehele gemeenschap toe.
12. Niets van dat alles is echter in overeenstemming met de goddelijke orde en de Tien Geboden. Er bestaat geen recht op sexualiteit, zoals er bijvoorbeeld een recht op eten en drinken en een recht op wonen bestaat. Sexualiteit kan nooit louter lustbeleving zijn. De sexualiteit is natuurlijkerwijze ingebed in de persoonlijke huwelijksrelatie van man en vrouw leidend tot het kind als vrucht van hun verbond en hun liefde.
13. Hoe droevig het ook is, dat sommige gehandicapten niet kunnen huwen, zij staan daarin niet alleen. Sommige niet-gehandicapten kunnen ook niet huwen, bijvoorbeeld omdat zij de zorgen en de lasten van het huwelijk niet aan zouden kunnen, of omdat zij voor hun zieke ouders moeten zorgen. En het is een goedkope sentimentele truc, om op grond van het medelijden, dat misdeelden oproepen, bij anderen te pleiten voor hun 'sexuele vrijheid'.
14. Het is ook een misvatting te menen, dat gehandicapten pas 'volwaardig' leven als zij hun sexualiteit kunnen beleven. Er zijn massa's mensen, die niet gehuwd zijn, die nimmer 'hun sexualiteit beleven', die volkomen gezond en normaal en gelukkig, dat is 'volwaardig', leven. Sexualiteitsbeleving behoort niet tot de eerste levensbehoeften, zoals eten, drinken en slapen. Sexualiteitsbeleving kan gemist worden. Ook zijn er grote verschillen in de sterkte van de geslachtsdrift. Er zijn heel wat mensen, die het niet zo erg vinden hun sexualiteit (eens) niet te (hoeven) beleven, al doen de media ons gewoonlijk anders geloven.
15. Er zijn zoveel vormen van lichamelijk en geestelijk gehandicapt zijn, inbegrepen de combinaties, dat het onmogelijk is hier algemeen over de sexuele uitingen van deze personen te schrijven. Het is juist, dat sommige gehandicapten niet in staat zijn te begrijpen, dat geslachtelijke gevoelens en handelingen slechts in het huwelijk thuis horen. Weer anderen zijn niet in staat van zelfbevrediging (masturbatie) af te zien, ook al zouden zij enig begrip hebben van de plaats van de sexualiteit in het huwelijk. Nog anderen begrijpen niet, dat zij hun sexualiteit niet mogen uiten tegenover medebewoners of verzorgend personeel. Allerlei mengvormen van sexueel gedrag komen voor.
16. Echter voor alle gevallen gelden de volgende algemene regels voor gehandicapten, die thuis of in inrichtingen worden verzorgd:
N.B.: Hiermede worden vanzelfsprekend niet afgekeurd de gewone soort (a-sexuele) kussen, aanrakingen en lichte liefkozingen, welke men in het openbaar met familieleden en vrienden ook uitwisselt bij gelegenheid van een begroeting, een gelukwens of een afscheid.