EXORCISME VAN 30 MAART 1976
E. = Exorcist.
B. = Beëlzebub, duivel, van het koor van de Aartsengelen
De Paus, de Kerk en de Mis
B: � De toestand in de wereld is nu ernstig. De Paus lijdt veel. Hij kan het, om zo te zeggen, niet meer aan zien. Hij is een martelaar, hij lijdt meer dan Sint Stéphanus. Daar hij practisch niets meer te zeggen heeft, ... �
� De Paus lijdt verschrikkelijk om wille van de nieuwe Mis. Hij weet, dat het document betreffende de (nieuwe) Mis niet zó is ontvangen als hij het heeft gewild, en dat de nieuwe Mis ... [hij stoot vreselijke kreten uit]. �
� Wij hebben reeds één keer gezegd, dat Paus Paulus VI een document ten gunste van de oude Mis had voorbereid en dat wilde afkondigen. Het was aldus: de Paus heeft de Mis van de Heilige Pius V weer opnieuw willen invoeren. Hij had daarvoor een document in de vereiste authentieke rechtsvorm opgesteld. Hij wilde dat decreet dan publiceren urbi et orbi. �
['Urbi et orbi', dat is: 'voor de stad Rome en de wereld', hetgeen betekent dat het decreet algemene geldigheid zou hebben gehad. De afkondiging was voorzien voor october 1975.]
� Enige van zijn onderhorigen overlegden om te zien hoe zij de restauratie van de oude Mis zouden kunnen verhinderen. Zij stelden een ander document op. Dat geleek op zodanig volmaakte wijze op het eerste, in de opzet, in de opmaak en in de bewoordingen, dat men op het eerste gezicht niet zou zien, dat het stuk vervalst was. �
� De Paus, die goede Paus, ging de opeenvolging van de inhoud na, en wij hebben hem zodanig kunnen verblinden, dat hij niet heeft bemerkt, dat de afdruk was vervalst. Toen dan dat document zijn handtekening droeg, moesten de mensen wel aannemen ...... en zij [de vervalsers] zeggen, dat het werkelijk van de Paus komt. En zo was het voor elkaar [hij lacht met boosaardige vreugde]. �
EXORCISME VAN 18 JUNI 1977
E. = Exorcist.
B. = Beëlzebub, duivel, van het koor van de Aartsengelen
De aflaten
B: � ... Aan de zielen in het vagevuur wordt heden vreselijk te kort gedaan. ... �
E: � In de naam van ... ik vraag je: Kan men op Allerheiligen en Allerzielen nog de Tóties-Quóties aflaat verdienen ? �
[Tóties .. quóties ... betekent: zo dikwijls ... als ... De Tóties-Quóties aflaat is een volle aflaat voor de overledenen welke wordt verdiend als de gelovigen op Allerheiligen en Allerzielen de kerk en het kerkhof bezoeken om daar de voorgeschreven gebeden ten gunste van de overledenen te verrichten. Vroeger bestond de gewoonte om de kerk of het kerkhof even te verlaten en dan terug te keren om nogmaals de gebeden te verrichten. Vaak werd dit vele malen herhaald. Vandaar de uitdrukking 'zo dikwijls als men ... binnengaat'.
B: � ... De aflaten, die een Paus heeft toegestaan, kunnen door een andere Paus niet zo maar simpeltjesweg buiten werking worden gesteld, zo doen Zij Hierboven mij zeggen. ... �
� Alle aflaten zijn een onschatbaar geschenk. Maar wat een Paus eertijds heeft gebonden, kan een andere Paus niet ontbinden, tenzij hij persoonlijk de vooropgezette bedoeling heeft dit te doen. Hoewel hij [Paus Paulus VI] heeft medegewerkt, het was niet alleen de Paus, anderen hebben er aan medegedaan. Door hem [de Paus] is er niet zoveel aan gedaan. Dat is versjacherd en bedisseld geworden opdat de zielen van het vagevuur geen voordelen van dergelijke gebeden meer zouden hebben. �
Het Sacrament van de Boete
B: � Het boetesacrament ... dat is me ook iets. Dat komt niet in eerste instantie van de Paus af, die collectieve absoluties, die boetevieringen. Hij heeft in het geheel niet gezegd dat deze een echte Biecht zouden vervangen. Dat is een uitvinding van ons. �
� Zonder de echte Biecht verliezen de mensen elk moreel besef. Als gevolg daarvan zondigen zij veel meer. De mensen denken dan: "Als men tegenwoordig niet meer verplicht is neer te knielen in de biechtstoel, tegenover een goede kerel in toog, ... als men niet meer verplicht is al zijn zaakjes te vertellen, ... dan zal het leven heel wat gemakkelijker zijn." ... �
� En zij denken nog: "Tegenwoordig is men niet meer verplicht in nederigheid neer te knielen en te bekennen: 'Zeg eens, ik heb dit gedaan, en nog dat, ik ben bij zo'n vrouwmens geweest, en nog bij eentje die gehuwd is, we hebben zo het een en ander op onze kerfstok'." �
� Zij denken heel eenvoudig: "Vandaag de dag kan men zich dat allemaal veroorloven. De priesters zeggen zelf dat men alleen maar naar de boetevieringen moet gaan, en alles wordt vergeven. Waarom zouden wij ons die grote penitenties dan nog laten opleggen, en die zware handeling van het zich vernederen uitvoeren ? ... De priester zegt bovendien, dat de boeteviering de Biecht vervangt." �
� Ziedaar wat er gebeurt. En gij wilt dan doen geloven, dat de mensen bij een boeteviering precies hetzelfde doen als bij een echte Biecht. Gij meent, dat de 5 of 6 b's nog steeds worden afgewerkt ! ... Wij weten wel beter ! �
[De uitdrukking 'de 5 of 6 b's' slaat op de 5 traditionele fasen bij de echte Biecht: bidden - zich bezinnen op de gedane zonden - berouw hebben daarover en een goed voornemen maken - de zonden bekennen aan de priester in de persoonlijke Biecht - boete doen door de opgelegde penitentie te volbrengen.]
Aflaten
B: � Boete doen, zij moeten niet alleen hun penitentie volbrengen, zij moeten voldoening geven voor hun zonden. Zij zouden dat kunnen doen door veel, zeer veel, aflaten te verdienen. Dan zullen de 300 dagen of de 7 jaren - of weet ik wat - op hen van toepassing zijn, volgens de voorwaarden, die de Paus destijds voor de aflaten heeft vastgesteld. Deze aflaten zijn heden nog geldig. Maar de mensen weten het niet. Men moet dit opnieuw afkondigen van alle preek-stoelen. �
De Biecht
B: � Zij Daarboven zegt, dat de boeteviering nooit de Biecht vervangt. Wij hebben dat reeds gezegd. Nooit, verre van daar, vervangt de boeteviering een Biecht. De ware, volledige, ernstig gesproken, Biecht moet zijn plaats weer innemen. Men dient dat van alle preekstoelen luidop af te kondigen. �
� Zij Daarboven [hij wijst naar boven] zegt, dat men van alle preekstoelen zou moeten afkondigen, dat men weer echt te biecht moet gaan. Een boeteviering is geen Biecht. Een boeteviering, dat is een massabijeenkomst, het heeft iets gemaakts, iets toneelmatigs, waar-door de illusie ontstaat dat alles vergeven en vergeten is. �
De Eerste Heilige Communie
B: � Zij [hij wijst omhoog] laat zeggen met betrekking tot het Heilig Sacrament, over de Eerste Communie, dat het volstrekt jammerlijk is, en een onvoorstelbaar verlies voor het kind, wanneer het niet biecht vóór de Eerste Communie [hij zucht pijnlijk]. Men moet, voor een zó groot en zó waardig ... �
� Wij willen niets meer zeggen. �
� Voor een zó groot Sacrament, en heel in het bijzonder omdat Christus voor de eerste keer in de ziel komt, en opdat er een band zou ontstaan tussen de hemel en dat menselijk wezen, dat gaat communiceren, is het volstrekt noodzakelijk te biechten te gaan, een geldige, algemene en volledige biecht te spreken [hij ademt diep en pijnlijk]. �
� Daar, waar dat niet plaats heeft, daar verdwijnt het respect voor het Sacrament, ja zelfs voor de hemel. ... [de woorden komen met moeite naar buiten, hij lijkt te stikken]. �
� ... en voor alle heilige zaken. Alle vroomheid en alle eerbied ver-dwijnen helemaaal. Maar wat het meest betreurenswaardig is, zo laat Zij zeggen, wat veel erbarmelijker is, dat is, dat zó het kind, dat communiceert, een valse mentaliteit krijgt ten overstaan van het Sacrament des Altaars, en meer algemeen gezegd, ten overstaan van de Heilige Eucharistie. Deze kinderen zullen denken, dat men fouten en zonden kan hebben zoveel men wil, en toch te Communie kan gaan, dat dat zal zijn toegestaan. �
� Daar, waar deze Biecht voor de eerste Heilige Communie ontbreekt, daar ontbreekt een element van onberekenbaar belang. Het is een verlies, dat in het merendeel van de gevallen, of toch minstens in veel gevallen, nooit zal kunnen worden hersteld [hij ademt moeilijk]. �
� Men zegt wel, dat kinderen nog geen fouten hebben, dat kinderen goed zijn, dat zij niet weten wat zij doen, dat zij nog onschuldig zijn. Maar, zij hebben meer fouten en zij zondigen meer, dan men gelooft. Wij hebben daarbeneden [hij wijst naar beneden] kinderen, veel meer kinderen, dan gij zoudt denken [hij kreunt]. �
Het eucharistisch vasten
B: � Ziedaar, zoals het is: De Sacramenten hadden helemaal niet ver-anderd moeten worden. Dat is gedeeltelijk gekomen door de boze aanleg van de vrijmetselarij. [En gedeeltelijk door de geestelijkheid en de leken, die zo naïef waren met de heersende modetrends mee te willen doen.] Anderzijds, het is voorgekomen, bijvoorbeeld bij de Heilige Communie, dat de Paus zei, dat de verplichting om de gehele nacht te vasten, voor de gelovigen een te zware wet was. Vooral in de missies kwam het voor, dat de mensen tot de middag of tot de avond nuchter moesten blijven, en dat was dikwijls zwaar. [Omdat zij van ver moesten komen naar de kerk, of omdat de priester van ver kwam.] �
� Maar er was ook een aanzienlijke winst, want de gelovigen waren verplicht boete te doen, om zeer grote offers te brengen, die, al met al, duizenden en duizenden zielen hebben gered. Daarom zou de hemel nooit gewild hebben, dat men de wet van het eucharistisch vasten zou veranderen. Men heeft toen gezegd, de Paus of de kardinalen, het doet er niet toe, ... dat men hen een stap tegemoet wilde komen. Dan heeft men de wet eerst teruggebracht tot 3 uur, en vervolgens tot één uur. �
� Betreffende de wet van het algehele vasten: Vroeger mocht men zelfs geen melk of iets dergelijks nemen, zelfs vloeistof was niet toegestaan. Dat was een boetedoening, welgevallig aan de hemel. De hemel zag veel liever dat, dan wat er nu is voorgeschreven. � [Voor ernstige zieken bestond een uitzondering. Eveneens voor hen, die langdurig zeer zware lichamelijke arbeid moesten verrichten.]
De handcommunie in de jonge Kerk
E: � In de naam van ... Hoe was het met de handcommunie in de eerste tijden van de Kerk ? �
B: � Christus heeft - wij hebben dat zelf gezien in die tijd - wanneer Hij het brood brak, dit niet in de hand van de Apostelen gegeven. Wij willen niet meer praten. Wij willen niets meer zeggen. �
� Wij houden er niet van dat te zeggen. Nee, wij houden er helemaal niet van dat nu te zeggen. �
� Destijds, toen Christus heeft gezegd: "Dit is Mijn Lichaam", bij het Laatste Avondmaal, heeft Hij het Brood [lees: de geconsacreerde Hostie] rechtstreeks in de mond van de Apostelen gelegd. Over het Kostbaar Bloed valt niets te zeggen. Men dronk dat; men nam dat niet eerst in de hand. �
� De Apostelen, die aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal, hebben nimmer anders gehandeld. Zij gaven de Heilige Communie in de mond. ... Christus wilde niet, dat men Hem later in de hand zou nemen. ... Dat men Hem, veel later, in de hand is gaan nemen, komt, omdat men de dingen niet goed begreep. Christus heeft het nooit zo gewild. Hijzelf heeft de mondcommunie gegeven. En ook de Heilige Maagd ontving dit Sacrament nooit anders, en altijd op de knieën, terwijl zij zich diep vooroverboog. ... Wij willen dat niet zeggen. �
� ... De Apostelen, die bij het Laatste Avondmaal aanwezig waren, hebben de Communie nooit anders gegeven dan in de mond. Indien het later anders is gedaan, dan is dat niet de fout van de Apostelen. ... Zij Daarboven [hij wijst omhoog] hebben dat niet ingesteld, noch ooit gewild. Dat was helemaal niet hun bedoeling. �
E: � Wie heeft de handcommunie gewild en ingevoerd ? �
B: � Die vraag mag niet gesteld worden. �
E: � In de naam van ... �
B: � Dat hebben wij bekokstoofd en beraamd. Wij hebben tegen elkaar gezegd: Als wij de handcommunie reeds konden invoeren bij de eerste christenen, dan zal men veel later kunnen zeggen: 'Reeds in de tijd van de eerste christenen bestond de handcommunie al.' En daardoor, dat Concilie [bedoeld wordt het Tweede Vaticaans Concilie (1963-1965)], de mensen van vandaag, moesten kunnen zeggen: 'Men communiceerde al wel in de hand bij de eerste christenen, daarin zit dus helemaaal geen kwaad. Zij waren immers de eerste christenen, dat was de tijd kort na de tijd toen Christus nog leefde, men was nog dichtbij de tijd van Christus. Dat kan dus beslist geen zonde zijn.' �
� Naar recht en billijkheid, zij weten niet, dat dit door God niet wordt gewild. Op dat moment reeds [ten tijde van de eerste christenen], hebben wij tegen elkaar gezegd, dat als wij het daarop zouden kunnen laten uitlopen, een zekere verflauwing en lauwheid het gevolg zouden zijn. Echter, de tongcommunie is teruggekomen. Heilige zielen en grote Kerkleraren hebben heel goed gezien hoe de vork in de steel stak, en dat dat beter zou zijn, en dat zij [de gelovigen] veel meer eerbied zouden hebben, indien men Hem van Daarboven [hij wijst omhoog] in de mond zou ontvangen ... indien men Hem maar niet eenvoudig weg in zijn klauwen zou kunnen nemen, in vuile handen ... met te lange of gelakte nagels, of in onverzorgde handen. Wij kunnen zelfs niet alles zeggen. Er zijn dikwijls mensen, die zich de poten niet gewassen hebben op de dag, dat zij ergens heen gaan ... Ik wil dat niet zeggen ... Het is een schrikwekkende oneerbiedigheid. �
INTERMEZZO
In dit verband is het goed kennis te nemen van de volgende passage uit de decreten van het Concilie van Trente - Sessie XIII, hoofdstuk 8, Denziger 881 of 1648 (881 vóór 1963; 1648 nà 1963). Het betreft het Sacrament van de Eucharistie. Men vergete niet, dat het Concilie van Trente een strict dogmatisch Concilie was, en dat de uitspraken betreffende geloof en zeden onfeilbaar zijn.
� In sacramentáli autem sumptióne semper in Ecclésia Dei mos fuit, ut láici a sacerdótibus communiónem accíperent, sacerdótes autem celebrántes se ipsos communicárent; qui mos tamquam ex traditióne apostólica descéndens iure ac mérito retinéri debet. �
� Bij de sacramentele ontvangst [van de Eucharisie] is het echter altijd gewoonte geweest in de Kerk van God [dus in de universele Kerk, niet slechts in de Latijnse Kerk], dat de leken de Communie ontvangen [uit de hand] van de priesters, en dat de priesters-celebranten zichzelf de Communie geven. [Deze] gewoonte moet worden gehouden, met goed recht, en als juiste titel, want komende van de apostolische traditie. �
De gewoonte heeft dus altijd bestaan, zo bevestigt het Concilie van Trente, dat de Heilige Communie wordt ontvangen: door de leken, van de priester, en door de priester-celebrant, van zichzelf. De consequentie van deze regel is, dat de leken de Communie in de mond ontvangen. Want als zij de Communie in de hand zouden ontvangen, zelfs al was dit van de priester, dan zou het daarop volgende bij zichzelf in de mond steken van de Hostie, moeten worden gezien als zichzelf de Communie geven. Hetgeen nu juist is voorbehouden aan de priester. Elke andere uitleg zou aan de bepaling van het Concilie zijn zin ontnemen.
De laatste zin met de uitdrukking 'want komende van de apostolische traditie' is van groot belang, want dit schijnt wel in te houden, dat de gewoonte van de handcommunie niet tot de apostolische traditie behoort, maar een niet-gerechtvaardigde uitzondering daarop is, want tegenstrijdig aan de wil van Christus de Heer, en tegenstrijdig aan het gebruik van de Apostelen.
*******
Voorzichtig oordelen
B: � Er zijn goed gelovige mensen, die geloven dat al het nieuwe van de Paus komt, ... Zij weten ook niet, dat het een zonde is om de Communie in de hand te ontvangen. Zij willen niet opvallen tussen de anderen, niet als eenling apart staan. ... Deze mensen begaan geen ernstige zonde. Het is niet hun fout als de priester het zó doet. ... Deze mensen handelen zo uit gehoorzaamheid en geloven dat het van de Paus komt, ... �
[Het betreft hier mensen die werkelijk onwetend zijn, door eenvoud van geest of naïviteit. Want er bestaat ook schuldige onwetendheid. En men kan, zoals er staat, niet willen opvallen tussen de anderen: dan kan er een zonde van lafhartigheid zijn.]
� Het is óók zó met de Heilige Mis. De Mis van Sint Pius V wordt door Hen Daarboven, door de hemel [hij wijst naar boven] beschouwd als de Mis van voorkeur. Maar men zou moeten zeggen aan vele priesters, dat zij niet het recht hebben om de mensen op te winden of in de war te brengen door te zeggen: 'Als gij niet naar de Mis van Sint Pius V kunt gaan, ga dan maar helemaal niet ... lees dan maar geheel alleen thuis de misgebeden uit het missaal.' �
� Dat standpunt is niet goed. Een dergelijke priester is ondanks alles geen goede herder. Want wij hebben het reeds eerder gezegd: Er is een groot verlies aan genaden opgetreden [doordat de oude Mis is vervangen door de nieuwe Mis], dat is waar, maar de nieuwe Mis brengt, in de mate waarin zij wordt gecelebreerd met het volle geloof en deels uit gehoorzaamheid aan de bisschop [en volgens de officiële boeken], toch nog veel genaden met zich mee. Zelfs al heeft zij niet die volheid van genaden, zoals de Mis van Sint Pius V, zij brengt toch genaden aan. Als de mensen thuis blijven en menen, dat zij slechts hun [oude] missaal behoeven te openen, en dat zij zich dan beter achten dan anderen, en zich boven die anderen verheven voelen, dat is niet goed. �
� Er zijn ook traditionalisten, die zich verheffen boven de modernen. Zij Daarboven willen dat niet. Dat is niet de Geest van Daarboven [hij wijst naar boven]. In de hemel vinden zij dat farizeïsme, en zij menen dat men niet het recht heeft zo te zijn. Zij [Onze Lieve Vrouw] laat zeggen, dat er ook veel traditionalisten zijn, die vol zijn van zichzelf. ... Wij willen niet meer praten. �
De zondagsplicht
� Maar als aanvulling moeten wij nog dit zeggen: De priesters, die zeggen: 'Het is beter, dat gij thuis blijft dan naar zulke Missen [bedoeld worden landstalige nieuwe Missen] te gaan', begaan een fout. Indien de Mis zover is ontwijd, dat de priester zelf niet meer in de woorden van de Consecratie gelooft, en de woorden niet meer uitspreekt, zoals dit moet worden gedaan, indien hij niet meer de bedoeling heeft te consacreren, dan is de hostie niet geconsacreerd, dan is het waar ... maar de mensen kunnen toch altijd nog in de kerk bidden. �
� Ik moet ook nog zeggen: Zij [de gelovigen, die zo'n niet-geldige Mis bijwonen] zullen Christus niet ontvangen, en evenmin de volheid van de genade, dat is juist, maar bepaalde genaden komen altijd beschikbaar. Vooral wanneer goede christenen, met een diep geloof, naar de Mis gaan, en te Communie gaan vol devotie, met de bedoeling Christus te ontvangen, dan is de hemel rechtvaardig genoeg om niet te zeggen: 'Omdat de priester de dingen niet doet zoals het behoort, zullen zij geen genaden ontvangen.' Die mensen ontvangen toch zekere genaden. �
[Als het tekort in de intentie van de priester is bewaarheid, als dit dus duidelijk is, en indien de gelovige dit met zekerheid weet, dan is de Mis bijwonen en vooral daar te Communie gaan, een materiële daad van afgoderij. Deze is nimmer toegestaan. Echter, het tekort in, of het ontbreken van, de juiste intentie van de priester mag niet zo maar worden aangenomen. Als er twijfel is, kan men de Mis toch bijwonen.]
E: � Voldoen die mensen aan de zondagsplicht ? �
B: � Indien de gelovigen de gelegenheid hebben om een Mis van Sint Pius V bij te wonen, dan geeft de hemel daar de voorkeur aan, heel sterk zelfs. Maar indien er geen andere mogelijkheid is, kunnen zij naar een andere Mis gaan. Volgend op de Mis van Sint Pius V in het Latijn, komt, op de tweede plaats, de Tridentijnse Mis in de volkstaal [de Tridentijnse Mis en de Mis van Sint Pius V zijn een en dezelfde Mis], onder de voorwaarde, dat zij de totaliteit van alle woorden van de Tridentijnse Mis ongeschonden bevat, voor zover dat mogelijk is. Pas daarna, op de derde plaats, komt de nieuwe Mis. Maar, die mensen, die dat niet weten, en die te goeder trouw zijn, vervullen toch hun zondagsplicht, als dat tenminste hun bedoeling is. �
� Wij willen daarmede niet zeggen, dat de andere Missen ook goed zijn. Wij hebben reeds voldoende vaak gezegd, aan welke Mis Zij Hierboven [hij wijst naar boven] de voorkeur geven. �
[In het voorgaande stukje tekst ging het immers over de vervulling van de zondagsplicht, en niet over de beste wijze om God eer te bewijzen en de Heilige Geheimen te vieren.]
De handcommunie
E: � Mogen de priesters de Communie in de hand geven als het volk er om vraagt ? �
B: � In geen geval ! Beslist niet, in geen enkel geval ! Gelooft gij, dat de priester de ledepop van zijn volk is ? Hij heeft het recht bevelen te geven. ... Indien de priesters de Communie in de mond zouden geven, zoals Zij Daarboven [hij wijst naar boven] het willen, zullen zij in het begin waarschijnlijk tegenkanting ondervinden, want wij, de anderen, zullen olie op het vuur gooien, maar op den duur zullen zij veel meer gelovigen in hun kerken zien komen, dan daar, waar men de Communie op andere wijze geeft, daar, waar die verflauwing is opgetreden. �
� Er zijn altijd mensen, die moeilijkheden zullen maken. Maar het omgekeerde is ook waar. [Er zullen ook mensen de priester vanaf het begin steunen.] Want, in hun hart, zullen zij hun hoed voor u afnemen. Met de mensen is het gewoonlijk zó: Zelfs als zij soms tegen u ingaan, en vervelend doen, in hun hart zeggen zij tegen zichzelf: 'Hij heeft misschien wel gelijk, hij weet in ieder geval wat men behoort te doen, hij doet wat moet, ondanks de tegenwerking, hij handelt uit overtuiging, zijn manier van doen zal wel goed zijn.' Ziedaar, wat zij denken in het diepst van hun hart. �
� En in dat geval, Zij van Hierboven [hij wijst naar boven] zijn van mening, dat degene, die dit kan, ... altijd, terwille van de liefde Gods, de Communie in de mond moet geven, want het is een zonde als men het weet en het niet doet. 'Gelukkig zij, die geloven zonder gezien te hebben.' Dan is er ook niet meer die afschuwelijke profanatie (ontheiliging) van het Sacrament, zo en niet anders is het. �
De kruimeltjes
E: � In de naam van de Heilige Drievuldigheid ... Hoe moet de priester zich gedragen ten opzichte van de allerkleinste deeltjes [los gekomen van de geconsacreerde Hosties] ? �
B: � Het is het beste, dat men na de Communie water over de handen van de priester giet. Of, bijvoorbeeld, als hij de Communie thuis heeft gebracht, dat hij de vingers in een glas water onderdompelt, en dat men dat dan tot de laatste druppel leegdrinkt. Zodoende, toont men nog respect. Dat doet men nog wel zo hier en daar. ... Maar nu, nu willen wij niet meer praten. �
Het doopsel
B: � Zij heeft gezegd: het doopsel. ... Hoort ge ? Opeens heeft Zij [hij wijst naar boven] bevolen: het doopsel. ... En ook nog, Zij geeft de hele tijd opdrachten aan ons. ... Dat Zij van Daarboven toch heengaat in Haar zeven wolken. Wij zijn telkens verplicht ons daarbeneden [hij wijst naar beneden] te gaan zitten vervelen. �
B: � Veel priesters dienen het doopsel niet meer toe, zoals het behoort. Men past niet meer de volledige riten toe, met de verzaking aan de [boze] geesten, zoals het zou moeten. Dikwijls zegt men zelfs niet: "Ik verzaak aan ... " Wij willen onze eigenlijke naam niet uitspreken. �
[Aan iemand, die tegenover Paus Paulus VI zijn verwondering uitsprak over het feit, dat de exorcismen uit het nieuwe ritueel van het doopsel waren verdwenen, antwoordde de Paus: "Wat wilt u. Dat is buiten mij omgegaan." (privé mededeling)].
E: � ... de duivel, aan zijn werken en aan zijn bekoringen. �
B: � Men zegt zelfs dát niet meer, en daarmede zijn wij accoord. Dat geeft ons grote kansen. Dát niet meer zeggen, dat is beklagenswaardig, allereerst voor de dopeling. Er komt veel bezetenheid voor tegenwoordig, omdat het doopsel niet meer op passende wijze wordt toegediend. [Zelfs bij jonge kinderen.] ... Wij willen niet spreken. Niet spreken. Ah, dat verplettert ons haast. �
� ... Wanneer peter of meter de kleine dopeling vasthoudt en vertegenwoordigt, moet deze zeggen: "Ik verzaak aan ..." Peter en meter moeten dat in plaats van de dopeling zeggen. ... �
Oude of nieuwe riten van de Sacramenten
E: � In de naam van ... Zeg ons nog: Kunnen de priesters, moeten de priesters, de oude riten bij het toedienen van de Sacramenten gebruiken, hebben zij het recht daartoe ? Zeg de waarheid, en niets dan de waarheid ! �
B: � Zij moeten de oude riten volledig en in hun volle omvang gebruiken. De nieuwe riten zijn een uitvinding van ons, de anderen [hij wijst naar beneden], en van de vrijmetselaars, die er dus in geslaagd zijn de kardinalen te bewerken, en soms ook de Paus, die zichzelf daarvan pas tamelijk laat rekenschap heeft gegeven. Dat is me een danig gesjacher en geknoei geweest met de Sacramenten, met al diegenen, die veranderd zijn geworden. Het is een boze aanleg van ons, de anderen, zelfs wat betreft het Sacrament van de Zieken. �
Het Sacrament der Zieken of het Heilig Oliesel
B: � Wij wilden niet meer, dat men het Oliesel zou toedienen met de heilige olieën op de 5 zintuigen, daarbij de passende woorden sprekend, bijvoorbeeld: 'Moge God al de zonden, die gij hebt begaan door het gehoor, vergeven.' Men had daarbij altijd speciale aandacht voor de oren, en de ogen, voor de mond en de neus, en ook de handen. ... Wij wilden dat niet meer. Dat verkrijgt voor de zwaar zieke en voor de stervende te grote genaden. Wij dachten, dat als wij ... Maar dat willen wij niet zeggen. �
� Wij dachten, dat als wij de kardinalen en die van Rome zover konden brengen dat men slechts één zalving met de heilige olieën zou toedienen op de handen (en het voorhoofd), er weldra zelfs geen sprake van heilige olieën meer zou zijn, en dan zouden wij veel hebben bereikt. Hoe oppervlakkiger zij de dingen doen, des te minder genaden ontvangt de stervende. En dan zouden wij er misschien in kunnen slagen die mens te vangen op een hoekje van de rand van het graf om hem naar beneden trekken. Ziedaar, wat wij dachten, en ziedaar, waarom wij ons hebben georganiseerd om de zaken op die manier te regelen. Ik wil zeggen, met medeplichtigheid van de vrijmetselaars. �
� Ik wil zeggen, dat er nog wel een mini-genade zal zijn van Daarboven. Er blijft altijd nog wel een kleine mini-genade. Maar in de grond van de zaak, er is toch voor Hen van Daarboven [hij wijst naar boven] sprake van een veel groter verlies dan indien de dingen op passende wijze zouden worden gedaan. �
� Nu moet ik nog het volgende zeggen: Men moet de organen van alle 5 zintuigen volledig en in volle omvang zalven. De verwanten moeten zich op de knieën zetten rondom het bed, en men moet alles voor de priester gereed zetten. Er moet water, een kruisbeeld en wijwater zijn, en 5 kleine plukjes watten, neergelegd zoals het behoort. Alle aanwezigen behoren te bidden voor de stervende. Dan hebben wij minder macht en krachten om hem/haar in de war te brengen, en hem/haar zo ver te krijgen, dat hij/zij niet meer in staat zal zijn een daad van berouw te stellen. ... Oh, dat wij dat allemaal moeten zeggen. �
Het vormsel
B: � En dan het vormsel .. dat is een apart hoofdstuk. Maar wij willen daar beneden niet over spreken. �
E: � Spreek, in naam van ... �
B: � Wij willen niets zeggen. [Terwijl hij zich tot de exorcist wendt:] Ga elders heen, jij. Jullie bent drie zwartrokken (de 3 priesters). Drie zwartrokken, dat zijn jullie. �
E: � In naam van de Allerheiligste Drievuldigheid ..., spreek ... �
B: � Ah ! Het vormsel. ... �
E: � Het Onbevlekt Hart van Maria beveelt het je, je moet gehoorzamen. �
B: � Het vormsel wordt ook niet meer toegediend zoals het zou moeten, tenminste niet overal. Voor alles laat Zij zeggen: Indien een vormeling het vormsel wil ontvangen, moet men zich er eerst wekenlang goed op voorbereiden. Men moet altijd en overal tot de Heilige Geest bidden en deze om veel genade smeken. Indien de vormeling dit niet doet, zijn er veel genaden, die deze zou kunnen ontvangen, en die hij nu niet ontvangt. �
[In het voorgaande werd over vormeling, in het mannelijk, gesproken. Vanzelfsprekend geldt al het gezegde ook voor vrouwelijke vormelingen.]
� Indien hij niet bidt, en indien hij slechts oppervlakkige catechese ontvangt over het vormsel, ... en daarna, als hij zich de kerk binnen laat draven, ... en dan naar voren komt om zich een klein knipje met de vingers door de bisschop te laten geven, ... en weer buiten gaat, zonder veel na te denken ... dan zijn er nauwelijks genaden te verwachten. Want, op die manier maakt men geen echte soldaten van Christus, zoals het zou moeten. �
E: � Het onuitwisbaar (onvergankelijk) merkteken - charácter indelébilis - blijft toch ? �
B: � Dat blijft, vanzelfsprekend, maar het moet worden aangebracht zoals het hoort. �
E: � Wordt dat aangebracht zoals het behoort in de tegenwoordige rite ? �
B: � Dat wordt niet overal meer gedaan zoals het behoort, maar meestal wel. Wezenlijk is, wat er zich in het hart van de vormeling afspeelt. Deze moet zich zeer goed voorbereiden, zoals ik heb gezegd. Gedurende vele weken moet hij zich voorbereiden, en de Heilige Geest aanroepen, en de Hoge Dame daarboven, en gans de hemel [hij wijst naar boven]. Hij moet vragen om voor hem te bidden, opdat hij een goede en echte soldaat van Christus zou worden. �
De Engelbewaarders
B: � Vanzelfsprekend moet men in het bijzonder zijn eigen Engelbewaarder aanroepen, of als men er meerdere heeft, moet men ze allemaal aanroepen. Vooral jullie priesters, jullie hebt er meer dan één. Er zijn er, die twee of drie Engelbewaarders hebben. ... meestentijds ontvangen priesters een tweede. �
E: � Krijgen bisschoppen ook meerdere Engelbewaarders ? �
B: � Ja, Engelen worden aan hen toegevoegd naar gelang het belang van de werkzaamheden aan hun ambt verbonden ... Ik wil zeggen, alle Engelbewaarders zijn geweldig, maar zij bezitten niet allen dezelfde vermogens en niet dezelfde macht om te beschermen. Zij zijn er in alle soorten. ...�
Het vormsel
B: � Ik moet terugkomen op het vormsel. Indien een of andere vormeling niet van tevoren tot de Heilige Geest heeft gebeden, en nog veel minder nadien, zal hij nooit een echte soldaat van Christus zijn. Hij zal met de stroom meegaan, hij zal de masssa volgen. Hij ontvangt nu veel minder genaden, dan indien het vormsel nog op passende wijze was toegediend, met de volledige zalving en met al de woorden, die vroeger werden gesproken. ... Maar ondanks alles, degene, die gevormd is geworden, heeft grotere krachten om te weerstaan aan het kwaad, en om het goede te doen, dan degene, die niet is gevormd. �
Het Huwelijk
B: � En dan het huwelijk. Men mag niet zeggen: "Nu zijn wij verloofd, in ieder geval, wij zijn van plan te zullen trouwen, practisch beschouwd zijn wij al getrouwd, en als gevolg daarvan kunnen wij ons iets veroorloven en doen wat wij willen. Zijn wij niet voor el-kander gemaakt ?" Men mag dat niet doen. Zij Daarboven willen dat niet [hij wijst naar boven]. � [Dit verwijst naar het zg. voorschot op het huwelijk, waarbij de verloofden zich te grote sexuele vrijheden veroorloven, mogelijk zelfs gaan samenwonen.]
� Men moet zich dat ontzeggen en men moet offers brengen, tot aan de dag, dat men met zijn verloofde naar het altaar gaat, om zijn verbintenis te bezegelen voor de priester en voor Hen daarboven [hij wijst opnieuw naar boven] ... voor de Kerk en voor allen, voor alle Engelen en Heiligen ... voor het ganse leven. �
Gemengde huwelijken
� Het komt vaak voor ... dat een protestant en een katholiek, komen en zeggen: "Mijnheer pastoor, wat moeten wij doen ? Is er geen oplossing ? Wij zouden best wel willen trouwen in de katholieke kerk." Dat zeggen zij nog wel. Hadden zij toch maar van te voren nagedacht, en overwogen, dat het huwelijk met een protestant een gevaar inhoudt. �
[Men bedenke, dat deze woorden gesproken zijn in Zwitserland, een gemengd katholiek-protestant land, in dat opzicht zeker vergelijkbaar met Nederland, maar minder met België, hoewel er in beide Lage Landen tegenwoordig ook het gevaar van een huwelijk met een liberaal denkend persoon bestaat.]
� Toch, zij komen, en de priester houdt hen de reddende hand voor, en zegt tot hen: "Ja, wij hebben een oplossing daarvoor. Gij kunt beiden naar de katholieke kerk komen. We zullen een oecumenische viering houden."
� Dat behaagt aan de mensen. Zij drinken het als melk. Vooral de protestanten zeggen: "Het is prachtig, dat wij zo iets kunnen meemaken. ..." Vanzelfsprekend zien zij niet welk verlies aan genaden en zegeningen het gemengde huwelijk vertegenwoordigt voor de katholieke partij. Een goede katholiek kan geen huwelijk aangaan met een protestant ! ... �
� Wij moeten ook nog het volgende zeggen: Zij [hij wijst naar boven] laat zeggen, dat eenieder, alvorens om te gaan met een jonge man, of een jonge vrouw, of wanneer hij/zij op het punt staat dit te doen, zonder dralen moet vragen aan zijn partner tot welke godsdienstige bekentenis deze behoort. In voorkomend geval mag men niet verder gaan. Men moet de logische gevolgtrekking maken, en de verhouding verbreken, zoals het past voor een dappere soldaat van Christus. �
E: � Wil de hemel dan geen gemengde huwelijken ? �
B: � De hemel wil geen gemengde huwelijken. De hemel laat die toe, maar ziet ze niet gaarne. �
Het priestercelibaat
B: � ... Wij fluisteren hen in: "Bid het brevier toch niet meer, het is verloren tijd." Indien zij nog geheel het brevier zouden bidden, zouden deze verleidingen veel geringer zijn. Wij weten wel hoe wij het moeten aanpakken. �
� Indien alle priesters, zonder uitzondering, één uur aan hun brevier zouden besteden, zoals vroeger het geval was, dan zouden wij erg weinig macht hebben. Er zouden er maar weinig zijn, die zouden vallen. ... �
Vrouwen en priesters
E: � En zij, de vrouwen, die de priesters bekoren en verleiden ? �
B: � Meestentijds dragen zij een nog grotere verantwoordelijkheid [dan de priester] ... Zij weten best dat hij katholiek priester is, en welk een overvloed van zegeningen ... Wij willen niets meer zeggen. �
� ... zij weten, welk een overvloed aan genaden des hemels de priester heeft, en hoe hoogstaand zijn ambt is. Daarom mogen zij absoluut niet bij hem rondhangen. Dat zijn ernstige zonden, zeer ernstige zonden, waarvoor de straf zich vooreerst niet van haar zal verwijderen. �
EXORCISME VAN 29 JUNI 1977
E. = Exorcist.
B. = Beëlzebub, duivel, van het koor van de Aartsengelen
De priesterwijding
B: � De Hoge Vrouwe ziet niet graag de priesterwijding zoals die tegenwoordig gedaan wordt. Zij [in de hemel] houden niet van die nieuwe ritus. Deze nieuwe wijdingsritus is vooral gemaakt met het oog op het volk en minder met het oog op God en Zijn majesteit. Men dient de vroegere ritus te gebruiken, en het accent te leggen op het feit, dat de priester een priester is van de Allerhoogste in de geest van Jezus-Christus, de eeuwige en enige Hogepriester. �
� ... Indien de priesterwijding was toegediend als vroeger, zouden zij [de jongere priesters] veel meer het oordeel van de Heilige Geest bezitten, het inzicht in wat goed is, en wat het niet is. Dat begint reeds bij de wijding. Het is er trouwens hetzelfde mee als met het vormsel. �
� De priesterwijding wordt niet meer geheel toegediend zoals het behoort. ... zo zeer, dat er niet meer de volheid van de genaden is ... het is niet meer de volledige wijding. De priester wordt gezonden om te verkondigen, om op passende wijze de Heilige Mis te celebreren, om op gepaste wijze de Sacramenten toe te dienen, om te zegenen en te wijden. �
� Het priesterschap is een zeer hoogstaand, zeer verheven Sacrament, met algemene strekking, waarvoor wij, de anderen, hierbeneden [de demonen], onze nederlaag moeten erkennen. Dat Sacrament drukt hem (de priester) een onuitwisbaar merkteken in de ziel. Wanneer zo'n priester zijn dienstwerk slecht heeft vervuld, slecht heeft geleefd, en bij ons in de hel komt, kunnen wij hem veel meer kwellen. �
De priesterlijke plichten
B: � De priesters moeten verkondigen. Doen zij dit nog zoals het behoort ? Preken zij nog zoals het moet ? Onderrichten zij de kinderen nog behoorlijk ? Meestentijds doen zij dat niet meer. Zij ver-draaien veel zaken, en onderrichten niet meer de waarheid, zoals zij het zouden moeten. Zij onderwijzen de kinderen niet meer. Zij preken niet meer over de deugden en de ondeugden, noch over de kunst om de deugden te beoefenen. Het merendeel onderricht en preekt tegenwoordig ... alsof het anecdotes (grappige verhaaltjes) zijn. ... Zij ondersteunen elkander wederkerig in het modernisme, en zouden dat willen opleggen aan het volk. �
� Het volk wil de waarheid niet meer. ... het wil de weg van de minste weerstand volgen. Dan hebben zij vrij spel. Heden houdt men er niet van te horen spreken over de deugden, noch over de navolging van Christus. Lijden, veel lijden, zijn kruis dragen ... de hedendaagse mens hoort daar niet graag meer over praten. Hij wil de kruisweg van Christus niet navolgen, zoals Zij Daarboven [hij wijst naar boven] het willen. Hij wil leven op zijn manier. �
� Niet alle priesters dragen tegenwoordig nog dagelijks de Heilige Mis op. Velen doen dit niet meer dan één of twee keer per week ... en het volk wordt dat met smart en vol bezorgdheid gewaar. Ook, het volk gaat nauwelijks meer naar de Mis. Kijk toch in de kerken. Hoe meer zij (de priesters) wegzinken in het modernisme, des te minder mensen zien zij in de kerk. Zo kwijnt het christelijk leven weg. �
Verlies aan genaden
B: � Er zijn nu priesters, die zelfs niet meer geloven aan de noodzaak om te knielen bij de Consecratie. Maar als, bijvoorbeeld, de bisschop het vormsel komt toedienen, dan, opeens, buigen zij de knieën, ... Maar als er niemand anders is dan het volk, en als er geen bisschop is, noch een andere overste, dan voelen zij zich niet klein genoeg voor Die van Daarboven om Hem een kleine eerbetuiging te bren-gen. Zij zijn immers van gevoelen, dat men voor Hem [hij wijst omhoog] wel kan blijven staan ... dat knielen niet van enig belang is. Dan, ... dan doet het er ook niets meer toe, als de mensen blijven zitten in de kerk en nauwelijks aandacht hebben voor de Consecratie, en blijven staan als piketpalen bij de zegen. Dat is niet van belang, het betreft immers Hem [hij wijst omhoog] maar. � [Eertijds knielden de gelovigen voor de priesterlijke zegen aan het einde van de Mis.]
� Wij moeten ook zeggen, wij hebben het al eerder moeten zeggen: deze 'aanpassingen' vertegenwoordigen een verschrikkelijk, een noodlottig, verlies voor het volk en voor de priesters. Velen geven zich er wel rekenschap van, maar voor heel wat mensen is het wel goed zo, want het is veel gemakkelijker, wanneer men gedurende de ganse Mis kan blijven zitten, en dat er overal verlichtingen zijn in-gevoerd. Indien de mensen nog verplicht waren om te knielen tijdens de Mis ... zoals vroeger ... - op heel wat plaatsen knielt men nog - maar indien zij overal, overal ter wereld, nog verplicht waren te knielen, om zodoende aan Die van Hierboven de eerbewijzen te brengen, die Hem toekomen, zouden er ook meer genaden zijn en meer (innerlijke) verlichting. Als zij terug zouden keren tot het knielen en tot het vrome gebed, zouden zij inzien, dat zij een veel te gemakkelijk en een veel te oppervlakkig leven leiden. Dat geldt ook voor de priesters, ... en zelfs voor de bisschoppen. �
De goede herder
B: � De ware priester onderhoudt het celibaat, laat de Hoge Dame zeggen. De echte priester houdt zichzelf verre van welstand en de weg van de minste weerstand. De ware priester zet zichzelf met geheel zijn persoon en volledig in voor het volk, waar hij Christus in ziet ... met Zijn Mystiek Lichaam. De ware priester zal zich eerder laten doden, dan niet te volbrengen hetgeen Christus wil, zoals Hij het wil, en zoals Zij Hierboven [hij wijst naar boven] het willen. �
� Tegenwoordig zouden de priesters best tijd hebben om huisbezoek te doen. ... Weinigen doen het nog, en dan niet uit liefde voor het welzijn van de zielen. Veel mensen klagen dat zij niet worden bezocht. Hoe meer de priesters beschikken over transportmiddelen en hoe gemakkelijker zij het hebben, des te minder zullen zij de mensen ontmoeten. Dat komt, omdat zij minder genaden bezitten en omdat zij minder bidden ... omdat zij hun brevier niet meer bidden, omdat zij niet op de passende wijze zijn gewijd, omdat zij niet meer het ware priesterschap van Christus beleven, niet meer echt Christus nabootsen, welke, in naam van God, het kruis aanbeveelt: het lijden en het offer. ... De ware herder is gereed om zijn bloed te geven voor elk van zijn schapen. ... Zij van Hierboven scheppen geen genoegen in de priesters, die hun schapen niet willen gaan opzoeken, en slechts doen wat in hun kraam te pas komt. �
Geleerdheid
� Tegenwoordige priesters zeggen: "Wij zijn geleerd, wij zijn doctor, wij weten alles beter." Maar bij het einde van het einde zal het niet dàt zijn, waar Zij Hierboven [hij wijst omhoog] naar zullen kijken. Zij zullen er niet naar zien, of iemand een geleerde is, naar wat deze in zijn hersens heeft, niet naar wat zijn kennis is op het gebied van filosofie of wiskunde. Voor alles zullen zij vragen: Is hij een echte herder ? Zoekt hij zijn schaapjes op, ... ? Ziedaar waar Zij van Hierboven [hij wijst omhoog] naar zullen kijken, en hèt grote kwaad van vandaag is, dat de huidige priesters dat niet meer doen. ... �
� Men zou van de daken moeten schreeuwen, dat het beter is zijn tijd te besteden aan de navolging van Christus, dan aan het verwerven van doctorstitels. ... Geen enkel doctoraat, geen enkele titel, kan vergeleken worden met het goede, dat de priesters doen, die nog echt hart voor de zielen hebben, en die weten zich in te denken in de plaats van anderen. Zij vragen zich af: "Wat zou ik nog kunnen doen om deze mensen te redden ? ... Wat zou ik kunnen doen om ze tot de praktijk van de Sacramenten terug te voeren ?" Vanzelfsprekend is het tegelijkertijd nodig, dat zij de Sacramenten op gepaste wijze toedienen en volgens de oude riten, opdat hemelse zegeningen er aan verbonden zouden zijn. Zo niet, dan hebben zij zogezegd al van te voren verloren. �
EXORCISME VAN 8 DECEMBER 1977
E. = Exorcist.
B. = Beëlzebub, duivel, van het koor van de Aartsengelen
De Allerhoogste aanbidden
B: � Zij [hij wijst omhoog] zeggen: Aanbidt, aanbidt vooral, hebt meer eerbied ten overstaan van de Allerhoogste, de oneindige, de voortreffelijkste, de onbeperkte majesteit van God. Deze is veel groter dan gij u kunt indenken. Keert nimmer uw rug naar het Heilig Sacrament [zware ademhaling], en roept ook de anderen op om de majesteit van God te aanbidden, en doe hen die kennen. ... �
Alles overboord gooien ?
� Men kan niet eenvoudig weg een Kerk, een Mis en de preken overboord gooien, die gedurende tientallen en honderden jaren hebben bestaan. De geestelijkheid is verblind. Te laat zullen zij het inzien. Velen van hen zullen verloren gaan, omdat zij het niet helder hebben willen zien. ... �
EXORCISME VAN 5 APRIL 1978
E. = Exorcist: Ernest Fischer, pr., oud-misionaris, Gossau.
V. = Verdoemde ziel: Verdi-Garandieu.
Pastoor Verdi-Garandieu, verdoemde menselijke ziel, was in de 17e eeuw priester van het bisdom Tarbes, hetzelfde bisdom waar heden Lourdes toe behoort. Hij richt zich langs de bezeten vrouw tot zijn broeders in het priesterschap.
Een verloren leven
V: � Welk een dwaasheden heb ik uitgehaald, door niet mede te werken met de genade, door het leven te leiden, dat ik heb geleid. ... Waarom heb ik het slechte voorbeeld gegeven, zoals heden duizenden en duizenden priesters dat doen, door niet te leven volgens de priesterlijke roeping. Waarom heb ik niet de catechismus onderwezen, zoals ik het had moeten doen ? �
� Ik heb mijn tijd doorgebracht met naar de kleding van de vrouwen te kijken, meer dan aan de geboden Gods te gehoorzamen. In waarheid, ik was niet warm en niet koud, ik was lauw, en de Heer heeft mij uitgespuwd. ["Omdat gij lauw zijt, en noch warm, noch koud, zal ik u uit mijn mond spuwen." (Apoc.3,16)]. �
� In mijn jonge jaren was ik nog goed, ik werkte mede met de genade [vreselijke kreten]. Later ben ik in lauwheid vervallen. Toen ben ik de brede en gemakkelijke weg van de genoegens op gegaan, en heb ik de de smalle weg van de deugd verlaten, en geen gehoor meer geschonken aan de genade. En daarna ben ik steeds dieper gezonken. �
� In het begin ging ik nog te biecht. Ik wilde me bekeren, maar ik ben er niet in geslaagd, omdat ik niet voldoende heb gebeden. ... ik zonk steeds dieper, totdat ik koud werd. De afstand tussen de lauwheid en het koud zijn is maar een vliesje dun. Indien ik warm en vurig was geweest, had ik niet dit ellendige lot ondergaan. �
� Indien de priesters van onze dagen zich niet hernemen, welnu, dan zullen zij hetzelfde lot als ik kennen. Tegenwoordig zijn er in de wereld duizenden en tienduizenden priesters, die zijn zoals ik was, die het slechte voorbeeld geven, die lauw zijn, en niet meer luisteren naar de genade Gods. Zij allen zullen, indien zij zich niet bekeren, geen betere toekomst tegemoet gaan, dan ik, ja, dan ik, Verdi-Garandieu. �
In de hel
� Ah ! Welk een lot voor mij, de hel ! Indien ik toch maar niet geboren was. Als ik toch opnieuw kon leven. Oh, wat zou ik het fijn vinden terug te keren naar de aarde om daar beter te leven. Oh, ik zou niets liever doen, dan mijn dagen en mijn nachten door te bren-gen op mijn knieën, in gebed, steeds maar de Allerhoogste aanroe-pend. Ik zou alle Engelen en Heiligen van de hemel aanroepen, opdat zij mij zouden helpen de weg van het verderf te verlaten, maar ik kan niet meer terug, ik ben verdoemd [hij eindigt met klaaglijk jammerende stem]. �
� Helaas de priesters weten niet, wat het is om te worden verdoemd tot de hel, en zij weten niet wat de hel is. Heden volgen bijna allen op de aarde de weg van de minste weerstand. Zij willen de genoegens van het leven genieten. ... Bisschoppen, kardinalen en pastoors geven geen beter voorbeeld dan hun ondergeschikten. Leven zij volgens de eenvoud, zoals Christus die in de praktijk bracht, ... ? �
� Zij Daarboven [hij wijst naar boven] houden er aan vast, dat de navolging van Jezus-Christus zal worden geëerbiedigd. En wat men tegenwoordig doet, is geheel tegengesteld aan de navolging van Jezus-Christus. Men leeft vol verfijning, in luxe, in overvloed, tot aan teugelloosheid toe, tot aan de zonde zelf toe. De zonde is dik-wijls reeds aan tafel begonnen. Men begint al te zondigen, als men gehouden is tot een zekere onthouding, en als men die weigert. ... Het is het ontbreken van ascetisme hetwelk langzaam tot zonde leidt.... �
Het gebed verwaarloosd
� Wat mij betreft, ik herinner mij, dat ik priester was, en, in het begin beoefende ik mijn priesterschap op ernstige wijze. Daarna, mettertijd, vond ik dat saai worden, en, vergetende te bidden, heb ik ook het celibaat vergeten. Ik ben gestopt met bidden, eerst omdat ik meende het zo druk te hebben, dan hernam ik het op andere dagen weer, om het tenslotte geheel achterwege te laten. ... ik verloor de smaak van het gebed. �
� Zodra ik het brevieren achterwege liet, ben ik in de zonde van onkuisheid gevallen, en vanaf dat ogenblik had ik er geen zin meer in de Mis op te dragen. Het was een keten van reacties. ... Ik droeg de Mis niet meer vroom op, omdat ik niet meer in staat van genade was. In die toestand waren de lezing van de H. Schrift, en het Evan-gelie in het bijzonder, en ook het zien van de geboden van God, een verwijt geworden. Dat was een waarschuwing voor mij, maar ik hield geen rekening met die waarschuwing, ... �
� Zo zie ik, Verdi-Garandieu, mij verplicht aan u allen, bisschoppen, kardinalen en priesters, te zeggen, ... : " Volg de weg van de Heer, want daar, waar zich de onthechting en het offer bevinden, daar is ook de mogelijkheid genade te ontvangen. " ... �
� Ziehier wat ik, Verdi-Garandieu, ben verplicht u te zeggen: En wel, dat de priesters het regelmatig contact met vrouwen moeten vermijden, en dat zij het brevier in zijn geheel moeten bidden. In waarheid, indien de priesters het brevier niet meer bidden, bevinden zij zich in groot gevaar om aan de bekoringen toe te geven. �
Eer aan God brengen
� Beoefent men wel echt de liefde tot God als men de Mis met het gezicht naar het volk opdraagt, alsof deze gericht was tot het volk en niet tot God ? De priesters moeten de Mis opdragen op zodanige wijze, dat men zich er rekenschap van geeft, dat het uitsluitend de dienst aan God en de eer van God betreft, die door dit offer worden nagestreefd. �
Eeuwige wetten
� Het is bovendien nog tragischer, dat onze God geen God is, die op een braaf suikermannetje lijkt. Hij heeft wetten gegeven, deze wetten zijn eeuwig. Men moet deze gehoorzamen, en de gelovigen moeten niet luisteren naar diegenen van de geestelijkheid, die openlijk de veranderingen aanprijzen, want het is de Heer, die de wetten vaststelt, niet de geestelijkheid, en deze wetten blijven eeuwig geldig. �
Te weinig verstervingen
� ... In onze dagen plegen de priesters te weinig verstervingen waar het hun blikken betreft. Zij nemen veel te veel beelden in hun hart op, die het geestelijk leven neerdrukken. Dat begint met de televisie, en dat gaat verder met de parochiële werken, waar de vrouwen tegenwoordig talrijk zijn. Vroeger hadden de vrouwen, die in de kerk kwamen, altijd het hoofd bedekt. In deze dagen doet men dat niet meer. En dan nog, waarom het altaar omdraaien in het zicht van het volk ? Ik, Verdi-Garandieu, ik heb de Mis opgedragen met de rug naar het volk, en toch ben ik door de vrouwen verleid geworden. De hedendaagse priesters, met de Mis naar het volk gekeerd, ondergaan veel meer bekoringen dan ooit het geval was. �
� ... Sommigen onder de priesters zijn wellicht slachtoffer van onwetendheid, maar het merendeel weet zeer goed in welke staat vol tekortkomingen zij zijn gevallen. Hen herinneren aan hun roeping zou misschien een gelegenheid zijn om hen weer op de rechte weg en naar de Heer te leiden. ... Er is een beginsel, hetgeen zegt, dat, als men in twijfel verkeeert, men de moeilijkste weg moet kiezen. [Bedoeld wordt de weg, die het meest kost, die van de ontlediging en het offer, en niet die van de gemakzucht.] ... �
Zorg voor de zielen
� "Wat dient het de mens om alles te winnen en zijn ziel te verliezen." Ik moet zeggen, ik, Verdi-Garandieu, dat in dit opzicht, ons tijdperk zeer weinig verlicht is. In deze tijd, waarin er geen enkele liefde voor de naaste is, gaat de Kerk er toe over om te preken over de liefde tot de naaste, maar wel met uitsluiting van al het andere. [Bedoeld wordt, dat deze prediking welhaast uitsluitend gaat over de slechte materiële levensomstandigheden van mensen, die verbeterd moeten worden. Over het zieleheil preekt men niet veel.]
Echter, de ware liefde voor de naaste begint met de zorg voor zijn ziel, en niet met de zorg voor zijn lichaam. ... Het betekent het verlies van zoveel zielen, want het is niet de ware liefde voor de naaste, het is schijnheiligheid. Indien zij, de priesters, wisten in welk verderf zij hun gelovigen doen ten onder gaan, zij zouden zich verre houden van dat taalgebruik en zij zouden heel anders spreken. �
� Het is duidelijk, dat men anderen materieel moet helpen, vooral als zij onder veel ellende te lijden hebben, maar dat is niet de hoofdzaak. De hoofdzaak is, dat men trouw blijft aan de leer, die men moet verdedigen, en dat men zijn ziel niet verkoopt. De liefde tot de naaste beoefenen, houdt in de naaste op de rechte weg te brengen. ... de ware liefde tot de naaste zal zich nimmer voordoen zonder de zorg voor de ziel van die naaste. Om hem te laten lijden, door het hem te zeggen, door hem de waarheid te tonen, dat is evenzeer het beoefenen van de naastenliefde. Veel later zal hij erkennen, dat dat in feite het beste medicijn was. ... �
Leren en vermanen
� De priester moet, van boven op de preekstoel, duidelijke en krach-tige taal en zeer besliste woorden gebruiken, want eeuwigdurend bestaat de gerechtigheid. En omdat de hel bestaat, waarover zij nooit meer spreken, omdat zij er niet meer in geloven. Zij geloven zelfs niet meer in de hemel, in zijn boven alles uitstijgende werkelijkheid. Zouden zij er in geloven, dan zouden zij niet duizenden mensen, die zij naar de hemel moeten leiden, in dwaling brengen. �
Een ontzaglijk drama
� Het schenden van het zesde gebod, ["Gij zult geen onkuisheid doen"], ik moet het zeggen, en de luxe, zijn de middelen van verderf van veel priesters geworden. [Luxe te verstaan als de geest van weelde en overdaad, van meegaandheid, van gemakzucht, van toegeven, van laten gaan, enz.]
Indien zij dit ontzaglijk drama zouden herkennen, zouden zij zich tot de laatste druppel van hun bloed opofferen. Zij zouden een reusachtig verdriet hebben om wat is voorgevallen, en zij zouden geheel van voorafaan beginnen.
Zij zouden alle Engelen en Heiligen te hulp roepen, opdat dezen hen zouden helpen de juiste weg terug te vinden, want, in de eeuwigheid van de hel is het verterend vuur zonder einde, en daar knaagt de worm zonder ophouden aan uw ziel. Deze immense smart en pijn, deze afschuwelijk tragedie van de hel, duurt in eeuwigheid voort, en ik, Garandieu [de verdoemde ziel van pastoor Verdi-Garandieu, in de 17e eeuw priester van het bisdom Tarbes in Zuid-Frankrijk], ik werd verplicht dat te zeggen.