de hemel spreekt: deel III

Hemelse boodschappen over de hedendaagse liturgie

Deel III

GEGEVEN DOOR DUIVELS EN VERDOEMDE ZIELEN, DIE DOOR GOD WERDEN GEDWONGEN DE WAARHEID TE SPREKEN

BEZETENHEID

In de Heilige Schrift

In zeldzame gevallen komt het voor, dat God een boze geest dwingt via de mond van een mens de waarheid te spreken. In de H. Schrift vindt men daar al voorbeelden van. Bij de evangelist Mattheus leest men in hoofdstuk 8, vers 29: � En zie, zij schreeuwden en zegden: 'Wat is er tussen ons en U, Zoon van God ? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen ? � De boze geesten werden hier, onder protest, gedwongen Jezus' zoonschap van God te belijden bij de mensen. Mc.5,7 en Lc.8,28 geven een gelijkaardige versie.

In de Handelingen der Apostelen 16,16-18 wordt verhaald: � Het geschiedde nu, toen wij naar de bedeplaats gingen, dat ons een slavin, die een waarzeggende geest had en door haar waarzeggen voor haar meesters veel geld verdiende, tegemoet kwam. Deze liep Paulus achterna en riep: "Deze mensen zijn dienaren van de Allerhoogste God, zij verkondigen u de weg tot redding." �

Deze teksten uit de H. Schrift bewijzen, dat boze geesten tot bekentenissen kunnen worden gedwongen.

Antoine Gay

Een buitengewoon geval van bezetenheid is dat van Antoine Gay van de Franse stad Lyon. Deze stierf in 1871 op 13 juni na een bezetenheid van bijna een halve eeuw. Hij is bijna vijftig jaren lang onder de invloed geweest van Isacaron, een overste van de boze geesten. Deze werd door God gedwongen zonder ophouden de glorie van de Allerhoogste te verkondigen, zijn lof te bezingen, en die van de H. Maagd Maria, van de H. Jozef, en van de Engelen welke trouw zijn gebleven. Dit geval van Isacaron, van de duivel, die de waarheid sprak, is bijzonder goed gedocumenteerd. [J. H. Gruniger, "Le possédé qui glorifia l'Immaculée", Éditions Sud-Est, Lyon.] In het betreffende boek zijn getuigenissen van 2 kanunniken, de vicaris-generaal van Lyon, de priesteroverste van de Maristen, 2 parochiepriesters, een overste van een weeshuis, een priester-exorcist, 2 geneesheren en 4 vooraanstaande leken van de stad Lyon opgenomen.

Enige uitspraken zijn:

� Ik, Isacaron, prins van de duivels der onzuiverheid, ben gedwongen, door Hem, die alles is, heel veel zaken te doen opschrijven. O, Grote Meester, wat doet gij mij lijden. Gij verplicht mij mijn forten en versterkingen af te breken. ... �

� Ik zeg, o God vol majesteit, dat Gij groot zijt, en goed, maar schrikwekkend voor duivelen. Ik moet de mensen onderwijzen tegen mijn wil, ik, die een van hun slechtbefaamde verleiders ben. Ik moet de wanorde aanklagen waarvan de wereld vol is. ... Alles is onderworpen aan Maria, zij is de schrik van de hel, zij is als een machtig leger. Wie Maria bemint, is vriend van God. �

� ... De gelovigen wonen de Mis bij, alsof zij niets te vragen hadden. Ze verheffen fier het hoofd, zoals de Farizeeën, in plaats van zich te vernederen en zich te buigen voor God. �

� Het is de waarheid, God verblijft waarlijk met Ziel en Lichaam in de Heilige Hostie, en zelfs verdeeld, blijft God in elk deeltje. �

� O, Jezus, ware Zoon van de scheppende God, die bestond voor de tijd, en eeuwig zijt, een groot aantal mensen, door ons verblind, erkent slechts een mens in u. O, wat een ellendige eeuw. [Dit werd gezegd in de 19e eeuw, maar geldt nog sterker voor de 20e eeuw.] �

� Eeuwigheid, o eeuwigheid van de verdoemden, welk een verschrikkelijke waarheid. Ik beef bij die gedachte. Ach, kon ik er op rekenen, dat ik na miljarden eeuwen een verzachting van mijn lijden mocht verhopen, mijn wanhoop en mijn razernij zouden verminderen. Maar, neen, ik zal altijd door God verworpen blijven. Als de mensen toch maar wilden geloven, dat het een verdoemde is, welke spreekt door de mond van de bezetene, dan zouden zij aanstonds van levenswijze veranderen en zich willen redden tegen elke prijs. �

Tot zover de uitspraken van de duivel Isacaron.

De duivelbezwering te Altötting

In een huisgezin met 5 dochters begon de jongste dochter rond 1962 tekenen te vertonen van een ziekte van het zenuwstelsel, gepaard gaande met zielsziekte. Na enkele jaren behandeld te zijn, zonder verbetering te bereiken, werd zij in 1972 opgenomen in de kliniek van een beroemde professor te München. Na een grondig onderzoek gaf deze de raad het meisje te onderwerpen aan een exorcisme.

De bisschop van Passau, Mgr. A. Hoffmann, gaf verlof voor het groot exorcisme, uit te voeren door een pater Capucijn in een zijkapel van de kloosterkerk. Bij bezetenheid spreken en handelen duivels doorheen de bezeten persoon, hier het bezeten meisje. De belangrijkste zittingen werden met een bandopname-apparaat opgenomen. De teksten werden uitgetypt en in boekvorm uitgegeven. De duivel bekent, dat hij door de Moeder Gods wordt gedwongen tot uitspraken, met het doel, dat de mensen zich nog bijtijds zouden kunnen bekeren, daar er nog maar weinig tijd overblijft. [M.Bazzécola, " Een duivel spreekt. ", 1979.]

De duivel verzet zich hevig, hij gilt, hij spuwt, hij schreeuwt, hij lacht venijnig, hij beledigt en noemt de exorcist bijvoorbeeld 'vuil varken' en 'idioot', welke protesten telkens eindigen met de afgedwongen bekentenissen.

Enkele uitspraken zijn:

� In de kerken bevalt mij de handcommunie, omdat dat ons werk is. De hoogmoed en de trots, omdat de mensen geen gewijde poten hebben, zoals jullie [gericht tegen de priester-exorcist en tegen andere priesters], en daar denken ze niet aan, dat dit ons werk is. [Ter herinnering: Nog niet lang geleden was het universele gebruik de Heilige Communie te ontvangen geknield en op de tong.] �

� De maaltijd staande ontvangen, is bijna even erg, omdat ook daar de hoogmoed meespeelt, misschien niet even erg als de handcommunie, maar het scheelt niet veel. [Bedoeld wordt de Heilige Communie staande te ontvangen in plaats van geknield. �

� De 'beatmis' bevalt mij ook uitstekend, omdat ze nu in de kerk plaats heeft en daar hoort geen dansmuziek. �

� Omdat er tegenwoordig in de Kerk geen gehoorzaamheid meer heerst, omdat zij de Hoogste daar in Rome [bedoeld wordt onze Heilige Vader, de Paus] niet meer gehoorzamen. De bisschoppen en de kardinalen, al geldt het niet voor allen, gehoorzamen niet, en dat bevalt ons best. �

� En de gehuwde mannen en ook de ongetrouwden, als het geen priesters zijn, die met ongewijde klauwen de maaltijd uitdelen [lees: de Heilige Communie op de hand uitdelen], daar staan wij vlak naast, omdat het ons zo goed bevalt. �

� Wij zijn in veel kerken, en er zijn nog maar weinig kerken, waar wij niet binnen zitten; in zulke is het Misoffer ook zo veel niet meer waard. [Bedoeld wordt, dat er weinig verdiensten aan verbonden zullen zijn en weinig genaden door zullen worden verdiend.] �

� De Hoge Vrouwe [Onze Lieve Vrouw, de Heilige Maagd Maria, Moeder Gods] dwingt mij (tot spreken) omdat zij niet kan aanzien, dat er zo veel zielen verloren gaan. �

� En als ze uit de kerken de biechtstoelen wegdoen, omdat ze niet meer zouden passen, of omdat ze niet meer worden gebruikt, dat zouden wij prachtig vinden. �

� Dat is ook ons werk, dat ze in de kerken een tafel hebben neergezet, en de eerste tafel [lees: het oude hoogaltaar] niet meer gebruiken. �

� Die slechte Christus-voorstellingen bevallen ons goed. Als ze de Hoge Heer [Onze Heer Jezus-Christus], en de Hoge Vrouwe te schande maken door die moderne kunstvoorstellingen ... �

� De Hoge Vrouwe dwingt mij te zeggen, wat waar is, opdat de mensen zouden weten hoe zij moeten handelen, opdat zij zich nog zouden kunnen veranderen, want zij zijn zo sterk verblind. En de tijd is kort. �

Exorcismen in Zwitserland

Meer recent is het geval van een Zwitserse vrouw van destijds on-geveer 37 tot 40 jaar, gehuwd, met kinderen, die bezeten was. Gedurende de jaren 1975 tot 1978 werden er voortdurend exorcismes (duiveluitdrijvingen) over haar gebeden. Daarvoor bestaan in de liturgie van de Kerk aparte gebeden en sacramentaliën. Er waren altijd van twee tot zes priesters bij aanwezig. Zij, de bezeten vrouw, werd, meestal afwisselend, gekweld door ten minste 5 demonen, waaronder Beëlzebub zelf. En, zeer verrassend, ook de ziel van de verdoemde Judas Iskáriot en de verdoemde ziel van de afvallige priester Verdi-Garandieu uit de 17e eeuw waren als menselijke demonen vaak aanwezig.

De geestelijke en de menselijke demonen werden daarbij gedwongen door God, en door de H. Maagd Maria, om de waarheid te spreken over allerlei veranderingen in de gebruiken en in de liturgie van de Kerk, veranderingen, die zijn opgetreden nà het Tweede Vaticaans Concilie. De mededelingen zijn dikwijls schokkend, daar zij gewoonlijk afwijken van de algemene opinie van die en van onze dagen. Het boek, dat de teksten van de exorcismen bevat, draagt de veelzeggende titel: "Waarschuwingen uit het hiernamaals." Uitreksels daaruit volgen hieronder.

Over de beïnvloeding van de toenmalige Paus, Paulus VI, door kardinalen, lid van geheime verenigingen en de kerkelijke vrijmetselarij, worden ook buitengewoon interessante mededelingen gedaan. Speciaal daarover is overigens een boek verschenen in het Frans en het Duits. [Theodor Kolberg, " La subversion au Vatican ? ", of: Umsturz im Vatikan ? ", 1977. Verlag Theodor Kolberg, Ernsbergerstrasse 19, D 8000 MÜNCHEN 60.]

 

WAARSCHUWINGEN UIT HET HIERNAMAALS

DE BRON VAN DE NAVOLGENDE BOODSCHAPPEN IS HET BOEK
Jean Marty, " Avertissements de l'Au-Delà à l'Église Contemporaine - Aveux de l'Enfer ", Texte littéral des révélations faites par des démons au cours d'exorcismes, pp. 280, 1978, ISBN 2-901782-04-3, Éditions Jean Marty, Boîte Postale 34, F SAINT-GERMAIN-EN-LAYE, France.

Er bestaat ook een duitstalige versie:
Bonaventure Meyer, "Mahnung aus dem Jenseits über die Kirche in unserer Zeit - Textliche Dokumentation der Aussagen von Dämonen beim Exorzismus ",
Marianisches Schriftwerk, CH 4632 Trimbach, der Schweiz.

Dit werk bevat de letterlijke tekst van de woorden gesproken door de priesters-exorcisten en door de duivels en de verdoemde zielen. De exorcismen, waarvan in het boek verslag wordt gedaan, strekten zich uit over de periode van 14 augustus 1975 tot 1 mei 1978.

GETUIGENVERKLARING

De priesters, waarvan de namen volgen, getuigen, dat, op grond van hun persoonlijke kennis van het onderhavige geval van bezetenheid, zij de gefundeerde overtuiging hebben, dat de openbaringen, gedaan door de demonen, in opdracht van Onze Lieve Vrouw, waar en echt zijn !

E. H. Albert d'Arx, Niederbuchsiten.
E. H. Arnold Egli, Ramiswil.
E. H. Ernest Fischer, missionaris, Gossau.
E. P. Pius Gervasi, O. S. B., Disentis.
E. H. Karl Holdener, eméritus, Ried.
E. P. Grégoire Meyer, Trimbach.
E. P. Robert Rinderer, C. P. P. S., Auw.
E. H. Louis Veillard, eméritus, Cerneux-Péquignot.

Opmerking: De acht genoemde priesters hebben allen de Zwitserse nationaliteit, behalve de Eerwaarde Heer Fischer, die een Duitser is. Zij hebben allen deel genomen aan de exorcismen, behalve Pater Grégoire Meyer, die gedurende enige tijd de geestelijk leidsman van de bezeten vrouw was, en haar dus goed kent. Twee andere priesters, van Franse nationaliteit, hebben ook nog aan de exorcismen deel genomen.

MEDEDELING OVER DE TOELATING TOT HET DRUKKEN

De verantwooordelijke uitgever van het franstalige boek laat weten, dat hij voortdurend zijn pogingen om een officiële kerkelijke toelating tot het drukken - Imprimátur - te verkrijgen, voortzet. Dit in overeenstemming met de opdracht van Onze Lieve Vrouw, nog eens gegeven tijdens de exorcismen van 26 april en 1 mei 1978. Op het moment van het verschijnen van het boek (1978) was, noch voor de Franse, noch voor de Duitse editie, een Imprimátur verkregen.

MEDISCHE VERKLARING

Ik, ondergetekende, Doctor Michel Mouret, medisch afdelingshoofd van het psychiatrisch ziekenhuis te Limoux, departement Aude, Frankrijk,
na in Zitserland Mej. R. B. te hebben onderzocht,
en na heden, 26 april 1978, een exorcisme, uitgevoerd ten behoeve van voornoemde dame, te hebben bijgewoond, in tegenwoordigheid van 4 priesters, welk exorcisme 3� uur heeft geduurd,
verklaar,
dat de soort verschijnselen en uitingen, welke de patiënte vertoont, niet betrekking hebben op een psychose (zielsziekte), gepaard gaande met dolheid of ijlen,
noch op een hysterische (geestesgestoorde) persoonlijkheid,
welke beide diagnoses in dit geval kunnen worden uitgesloten.
Het betreft namelijk mediamieke verschijnselen, welke door de Kerk gewoonlijk met de kwalificatie bezetenheid, althans van voorbijgaande aard, worden aangeduid.
Was Getekend, Dr. Michel Gabriel Mouret.

THEOLOGISCHE VERKLARINGEN

Van een theoloog, specialist in de mystieke theologie, op persoonlijke titel, gedateerd 14 april 1978: � Dit werk bevat niets, dat in tegenspraak is met het geloof of de zeden. �

Van een residerende bisschop, op persoonlijke titel, gedateerd 1 mei 1978: � Er is niets laakbaars (in dit werk) vanuit het gezichtspunt van het geloof, van het dogma en van de zeden. �

AANTEKENINGEN

Op zeker moment heeft men aan een bisschop toestemming gevraagd een officiëel exorcisme te mogen doen. De bisschop van Coire/Chur (Zwitserland) heeft daarvoor de verantwoordelijkheid op zich genomen en op 8 december 1975 aan 5 priesters de toelating verleend het groot exorcisme uit te voeren. Dat had plaats in Montichiari (Italië). Sedertdien werd steeds het groot exorcisme van Paus Leo XIII gebruikt door de exorcerende priesters.

In de exorismen is de uitdrukking "In de naam van ..." een afkorting voor de volledige aanroep, tevens opdracht, gericht tot de demonen. Om te bereiken, dat de waarheid zou worden gezegd, moest de exorcist de demonen telkens wijzen op de wil van de Allerhoogste: "In de naam van de Allerheiligste Drieëenheid, in de naam van de Vader, van de Zoon, en van de Heilige Geest, ...", gevolgd door nog andere aanroepingen. Al deze opdrachten en aanroepingen worden hier weggelaten om de leesbaarheid niet in het gedrang te brengen.

Het aantal exorcisten, aanwezig bij het verloop van de duiveluitdrijvingen, variëerde van 2 tot 6.

Gedurende de uitdrijvingen, waarvan sommige zeer bewogen waren en heftig verliepen, bleven er altijd enkele zielen in gebed vóór het Allerheiligst Sacrament in een kapel.

Er is sprake van tot 19 verschillende demonen en verdoemde zielen. Hun namen werden gegeven.

De voorbereiding tot het eigenlijke exorcisme bestond gewoonlijk uit talrijke gebeden, zoals de voorgeschreven psalmen, bekende litanieën, drie rozenhoedjes, lofprijzingen, het sprenkelen van wijwater, het bidden van het klein exorcisme van Sint Michiel, en dergelijke.

Alle gebaren en bewegingen, de rillingen en het kronkelend bewegen, de zware en reutelende ademhaling, het gelach en geschreeuw, en de gesproken woorden, worden voortgebracht door de demon, maar deze gebruikt daarvoor het lichaam van de bezeten vrouw.

Omdat het de demon is, die in feite alle geluid en alle bewegingen van de bezeten vrouw veroorzaakt, en duivels taalkundig als mannelijk worden behandeld, wordt hieronder steeds gesproken over 'hij wijst', 'hij kreunt', 'hij lacht', en dergelijke.

De duivels en de menselijke demonen spreken niet altijd de naam van God uit. Evenmin die van Onze Lieve Vrouw. Ook vermijden zij gewoonlijk het woord hemel. Zij verwijzen naar de hemel met het woord: 'Daarboven' of 'Hierboven', en naar de hemelse personen met aanduidingen als: 'Zij, van Daarboven', 'Zij van Hierboven'. Naar de Heilige Maagd verwijzen zij met: 'Zij, Daarboven, zegt', of 'Zij van Hierboven zegt', of ook 'De Grote Dame', of 'De Hoge Vrouwe'.

De hieronder vermelde tussenkoppen behoren niet tot de oorspronkelijke tekst, maar zijn toegevoegd om de leesbaarheid te vergroten. De originele teksten zijn tussen � ... � geplaatst.

De Nederlandse vertaling is gemaakt naar het Frans. Er is alle zorg aanbesteed dit zo nauwkeurig mogelijk te doen. Men bedenke, dat het gesproken teksten betreft. Het mondeling karakter is bewaard gebleven in de vertaling. Het taalgebruik van de demonen is slordig, soms op het platte af, met veel volkse uitdrukkingen.

NOTEN

In het (oude) Rituále Románum zijn gebeden en regels opgenomen voor duiveluitdrijvingen. Kort gezegd, komen deze regels er op neer, dat de exorcist zich niet moet laten verleiden met duivels in discussie te gaan, en dat hij zich strict moet houden aan de voorgeschreven gebeden. Bij de onderhavige exorcismen is dit niet het geval geweest. Sommigen hebben daarom kritiek geleverd op de betrouwbaarheid van de exorcismen.

Bij het exorcisme van 25 maart 1978 delen de demonen echter mede: � Aan degenen, die u verwijten niet de regels van het Rituále Románum te hebben gevolgd, kunt gij antwoorden, dat er geen regels bestaan zonder uitzonderingen. Indien wij [de duivels en de verdoemde zielen] ons bevinden in een geval van zwarte bezetenheid, dan is het duidelijk, dat wij niet de waarheid zouden kunnen zeggen. Indien de bezetenheid gewoon zwart is, dat wil zeggen, indien deze het gevolg is van de zonde, dan is de normale handelwijze om de regels van het Rituále te volgen. Men versta dit goed. �

[In dit geval is de bezetenheid een witte bezetenheid, daar de bezeten vrouw niet in staat van zonde is, maar de last van de bezetenheid op zich heeft genomen als zonden uitboetend slachtoffer.

Waarom toch deze zo uitzonderlijke methode om middels getuigenissen, losgerukt uit demonen, de waarheid over de tegenwoordige gang van zaken in de Kerk te laten weten ?

Het antwoord op die vraag kwam bij het exorcisme van 15 september 1977 en werd door Judas Iskáriot gegeven:

� Nog nooit, sedert mensenheugenis, is de Kerk overgeleverd geweest aan een vernietiging, zo sluw teweeggebracht door alle duivelse machten en krachten, door de vrijmetselarij, en door alles wat zich daarmede verbindt. Ziedaar, waarom de Zeer Hoge Dame [Onze Lieve Vrouw, de Heilige Maagd Maria, Moeder Gods - hij wijst naar boven] alle middelen zal gebruiken, die haar nog ter beschikking staan. �

Onder deze middelen worden niet alleen begrepen de talrijke zieners en ziensters, spreekbuizen en visionairen, dat zijn menselijke personen, die op allerlei wijzen hemelse en profetische boodschappen ontvangen, maar ook de verdoemde zielen en duivels, die doorheen de mond van een bezeten persoon, hier een vrouw in witte bezetenheid, door de hemel bevolen worden naar waarheid te spreken.

 

DE ONDERSTAANDE BOODSCHAPPEN ZIJN IN TIJDSVOLGORDE EN NAAR ONDERWERP GERANGSCHIKT

EXORCISME VAN 14 AUGUSTUS 1975

E. = Exorcist.

A. = Akabor, gevallen engel van het koor der Tronen.

Het Tweede Vaticaans Concilie

A: � ... Ik wil, ik moet, zeggen, dat het Tweede Concilie van het Vaticaan niet zo goed is geweest. Het was gedeeltelijk het werk van de hel. �

E: � Zeg de waarheid, in naam van de Allerheiligste Drieëenheid. �

Liturgische veranderingen

A: � Er waren enkele kleinigheden, die nodig veranderd moesten worden, maar de meeste niet. Geloof mij ! De liturgie, daarvan was nauwelijks iets dat verandering behoefde. Zelfs de lezingen en het evangelie moeten niet per se in de volkstaal worden gezegd. Het zou beter zijn de Mis in het Latijn op te dragen. �

De orde van de Mis

A: � De nieuwe orde van de Mis - de bisschoppen hebben de Tridentijnse Mis veranderd - de nieuwe Mis is helemaal niet wat Zij hierboven [hij wijst naar boven] willen. �

[De Tridentijnse Mis is de oude Mis van vóór het Tweede Vaticaans Concilie. Ze wordt ook de Mis van Pius V genoemd, of kortweg de Oude Mis. Tridentijns slaat op het Concilie van Trente, dat in de 16e eeuw werd gehouden. Dit Concilie heeft opdracht gegeven om algemene liturgische boeken vast te stellen, welke boeken voor de gehele Latijnse Kerk zouden gelden. De Heilige Paus Pius V voerde deze opdracht uit en beval de invoering van de Latijnse standaard liturgie. De naamgeving Tridentijnse Mis, of Mis van Pius V, is in feite niet juist, daar de Heilige Mis, zoals vastgesteld in de boeken van Pius V, in feite de Mis is, die al vele eeuwen eerder in gebruik was, toch minstens vanaf ongeveer 400.]

E: � Hoe is de Tridentijnse Mis, de oude Mis, degene, die is voorgeschreven door de Heilige Paus Pius V ? Zeg de waarheid, in de naam van ..., gij hebt niet het recht om te liegen. �

A:Dat is de beste, die er bestaat. Dat is de model Mis, de ware Mis, de goede Mis [hij kreunt]. �

E: � Akabor, zeg de waarheid in de naam en in opdracht van de Heilige Maagd. Wij bevelen je ons alles te zeggen wat zij je opdraagt mede te delen. �

A: � Ik heb dat alles gezegd, ondanks mijzelf, maar ik werd er toe verplicht. Zij Daarboven [hij wijst naar boven] heeft me gedwongen [hij gromt]. �

A: � Bij de Mis, de echte Mis, de Tridentijnse Mis, maakte men eertijds 33 kruistekens en nu maakt men er maar zeer weinig, soms 2 of 3 als het goed gaat. En bij het einde - bij de zegen - is men zelfs niet meer verplicht om te knielen [hij schreeuwt en huilt wanhopig]. ... Weet gij, dat wij ons op de knieën zouden werpen, ... op de knieën werpen, als wij nog zouden kunnen [hij steunt en weent]. �

E: � Is dat waar, dat er 33 kruistekens moeten worden gemaakt tijdens de Heilige Mis ? Zeg de waarheid, in de naam van ... �

A: � Natuurlijk is dat waar, het is immers verplicht. Dan, dan zijn wij er niet, dan zijn wij wel gedwongen om uit de kerk te vluchten, maar zoals nu, dan zijn wij er. � [In de oude misorde waren de voorgeschreven handelingen nauwkeurig vastgelegd en verplicht.]

De besprenkeling

A: � Men moet ook weer het Aspérges me invoeren. Bij het Aspérges me zijn wij wel verplicht te vluchten voor het wijwater. En ook voor wierook. Men moet er ook weer toe overgaan om wierook te branden. �

Gebeden na de Mis

� En men moet de Heilige Mis weer het gebed tot de Heilige Aartsengel Michaël en de drie weesgegroeten en het Salve Regína zeggen. � [Deze verplichte gebeden werden eertijds altijd nà de stille Heilige Mis gezegd.]

E: � Zeg de waarheid, zeg wat je moet zeggen, in de naam van ... �

Communie-uitreiken

A: � Leken mogen niet de Heilige Communie uitreiken [hij schreeuwt het met ijselijke stem], absoluut niet ! Zelfs religieuzen niet, nooit ! Meent gij, dat Christus het aan de Apostelen zou hebben opgedragen, als vrouwen en leken het kunnen doen ? [hij kreunt]. Dat ik dat toch heb moeten zeggen. �

 

EXORCISME VAN 17 AUGUSTUS 1975

E. = Exorcist.

J. = Judas Iskáriot, verdoemde ziel, menselijke demon.

Verraders en wolven onder de bisschoppen

J: � Ik was Apostel [met sombere hese stem, een mannenstem]. �

E: � Ga verder in de naam van Jezus. �

J: � Ik ben een verrader geweest. �

E: � Ga verder. ... Dat weten wij. ... in de naam van Jezus. �

J: � Tegenwoordig zijn er ook verraders onder de bisschoppen, met dat ene verschil, dat ik openlijk verraad heb gepleegd, en zij hun verraad verborgen houden. �

J: � Ik moet zeggen, dat er heden veel bisschoppen niet op het goede pad zijn, en aan hen moet men niet gehoorzamen. De gehoorzaamheid is van groot belang. Zelfs in de hemel wordt de gehoorzaamheid met koeien van letters geschreven. Maar, tegenwoordig is het de tijd van de huilende wolven. �

� ... Nu is het de tijd van de wolven, helaas. Vele bisschoppen zijn rovende wolven geworden, die niet meer weten wat zij zeggen, en diegenen moet men niet gehoorzamen. Zelfs de hemel eist niet meer dat die gehoorzaamd worden. �

� Men moet slechts verwijzen naar de Paus.

De liturgie gevolgd door aartsbisschop Lefebvre

J: � De aartsbisschop Mgr. Lefebvre zal nog veel te lijden krijgen, maar hij is goed. �

E: � De liturgie, die hij volgt, is die goed ? Zeg de waarheid, in de naam van Jezus. �

J: � De liturgie, die hij volgt is de enige goede. �

[Het gaat steeds over de liturgische veranderingen van de Latijnse ritus, van de Latijnse Kerk. Vanzelfsprekend heeft deze uitspraak geen betrekking op de liturgieën van de geüniëerde Oosterse christenen.]

E: � Is dat de waarheid, in de naam van Jezus ? �

J: � Dat is de volle waarheid. �

E: � In de naam van de Allerheilige Drievuldigheid, heb je gelogen ? �

J: � Neen. Het is de volle waarheid. �

E: � Vanwaar komt het ? Wie beveelt je dat te zeggen ? Spreek in de naam van ... �

De nieuwe liturgie en de bisschoppen

J: � Zij [hij wijst naar boven] zegt het. Zij Daarboven zeggen het. De waarheid komt van Daarboven. Zij, Daarboven, houden niet van de nieuwe liturgie. In geen enkel geval mag men het oude missaal wijzigen... Ik zeg dat trouwens ondanks mijzelf [hij schreeuwt en maakt een zuchtend geluid]. Op de dag van vandaag moet men niet meer aan alle bisschoppen gehoorzamen. �

E: � Er zijn nog goede bisschoppen. Spreek, in de naam van ... niets dan de waarheid. �

J: � Er zijn er nog waaraan men kan gehoorzamen, maar niet aan allen. Akabor heeft daar al over gesproken [hij zucht en kan bijna niet meer ademen]. �

 

EXORCISME VAN 31 OCTOBER 1975

E. = Exorcist.

J. = Judas Iskáriot, verdoemde ziel, menselijke demon.

Paus Paulus VI en de oude liturgie

J: � Men moet bidden voor de Paus. [Dit is Paus Paulus VI, die regeerde van 21 juni 1963 tot 6 augustus 1978.] Hij is er slechter aan toe dan een martelaar. ... In het begin heeft hij fouten gemaakt, maar het is al lang geleden, dat hij dat besefte, en nu is hij aan handen en voeten gebonden, zelfs zijn tong is gebonden. Hij schreit naar de hemel, dat hij de oude liturgie, de Tridentijnse Mis, zou willen herstellen. Hij zou dat wel willen, ... maar zijn handen en voeten zijn gebonden, hij kan niets doen. �

E: � Zeg niets dan de waarheid, zoals de Heilige Maagd dat wenst. Zeg de waarheid en niets dan de waarheid, over de kerk en over Paus Paulus VI. �

J: � Welzeker zou Paus Paulus VI de Tridentijnse Mis weer willen invoeren. ... Zij doen met hem wat zij willen. [Die 'zij' zijn de kardinalen en medewerkers, die de Paus omringen.] Het zijn wolven, die huilen zoals de wind waait. ... Wat zij willen, dat is wat het moderne volk, de massa, wil. Daarom zijn zij populair. .. �

� Het zal zover komen, dat God verplicht zal zijn om zelf alles ten goede te keren, om het modernisme omver te werpen. Dat zal daar beginnen, waar men is gebleven bij de goede oude gebruiken, bij de tradities, bij wat zo moet zijn, bij datgene wat Zij hierboven willen [hij wijst naar boven], niet bij wat de mensen zelf hebben uitgevonden. �

De besprenkeling met wijwater

J: � Akabor heeft 14 augustus (1975) moeten spreken over de Mis, over het Aspérges me, dat men weer zou moeten invoeren aan het begin van de Mis. Dat is waar, dat is waar, dan zijn wij verplicht ons uit de kerk terug te trekken. �

� Anders zijn wij daarbinnen. De priester moet er weer toe overgaan - zoals het eertijds gewoonte was - het volk met de kwispel (wijwaterkwast) te besprenkelen, van voor tot achter in de kerk, en terug. Dat doet ons vluchten. Dan moeten wij ons ook terugtrekken uit de mensen zelf, uit het volk. �

� Wij proberen ook in het volk te wroeten en te rommelen. Wanneer de priester van voor tot achter met de kwispel door de kerk gaat, dan kunnen de mensen beter bidden. Dat verwijdert ook vooral de gedachten en de krachten van de zwarte kunst. �

Verdwenen riten

J: � Het Aspérges me, de 33 kruistekens, de drievoudige formule: "Dómine, non sum dignus", dat is: "Heer, ik ben niet waardig", tenslotte, aan het einde van de Mis, het gebed "Heilige Aartsengel Michaël", de drie Weesgegroeten en het Salve Regína, dat alles moet absoluut weer in ere worden hersteld. Het afschaffen daarvan, dat is ons werk, en zogezegd dat van de kardinalen, die in onze macht zijn. �

E: � Ga voort de waarheid te zeggen, zoals de Heilige Maagd het wil. �

Latijn of landstaal

J: � En nog wat, Zij Daarboven [hij wijst naar boven], zij zien veel liever de Tridentijnse Mis, dan de Mis in het Duits [of het Frans, meer algemeen: in de volkstaal.] en dan de nieuwe Mis, want men kan niet alles precies vertalen. �

E: � Bedoel je de Tridentijnse Mis in het Latijn ? Zeg de waarheid, zeg de waarheid, Judas Iscariot, niets dan de waarheid, zoals de Heilige Maagd het wil. �

J: � De teksten zijn moeilijk in het Duits [in het Frans, meer algemeen: in de volkstaal.] te vertalen. Zo komt het dat men op allerlei onnauwkeurig woordgebruik uitkomt, waardoor minder verdiensten en genaden tijdens de Mis worden verworven. Alles wat niet precies zó wordt uitgesproken zoals Christus het wil, brengt minder verdiensten met zich mede. Dit geldt vooral voor de Consecratie. De woorden van de Consecratie moeten op een volmaakt preciese wijze worden uitgesproken. Men mag er geen lettergreep aan veranderen. Het is nodig, dat alles met stiptheid en scherpte wordt gezegd. �

� Weet gij dat bij ons [in de hel dus], alles perfect is geregeld ? Zelfs in de katholieke Kerk is tegenwoordig alles niet zo strak geregeld als bij ons. �

De feesten

J: � De feesten, ... de katholieke feesten. Alles is veranderd en over hoop gehaald. Men heeft de datums veranderd, en de mensen vinden zich er niet meer in terug. Vroeger konden de mensen van te voren zien: Nu komt er dat en dat feest, ... en daarna ... [een ironisch lachje]. Nu weten de mensen zelfs niet meer of deze feesten nog gevierd worden, noch op welke datum dat of dat feest is geplaatst. Dat is een sterke troef voor ons, maar een zinloos verlies voor de anderen. [Die anderen zijn de katholieke mensen.] ... �

� Geloof ons maar, zelfs bij ons in de hel zijn het de oude feesten, die geldig zijn. Zij worden (in de hel) beter aangehouden, veel beter, dan bij u op aarde. ... Men moet alle feesten weer terugplaatsen op de plaats, die hen toekomt. ... �

Allerzielen

J: � En dan nog, Allerzielen, dat is me een zot verhaal. De zielen in het vagevuur zijn verschrikkelijk benadeeld. Vroeger ging men naar het kerkhof. Aan elk gebed dat men daar sprak was een aflaat verbonden. Een ziel kon zodoende direct naar de hemel gaan. Tegenwoordig gaat men niet meer. 't Is te zeggen, men gaat nog wel, maar het wordt niet meer aangemoedigd. Het is onderdrukt door de gees-telijkheid. Zij zeggen, dat deze aflaten niet meer geldig zijn, dat er nog maar eentje geldig is, die van Allerheiligen. Denkt gij dat de zielen in het vagevuur er veel mee zullen opschieten, met de ene aflaat ? Ah, vroeger werden er duizenden en duizenden zielen verlost, miljoenen moet men zeggen... en nu ? Nu is het een verschrikkelijk verlies voor hen. Zij roepen om hulp en niemand komt. Zie maar naar het feest dat [binnenkort] komt. ... [hij lacht vals vol vreugde]. �

� Toch is het niet moeilijk. Je hoeft maar naar het kerkhof te gaan, daar wat wijwater te sprenkelen en te zeggen: "Heer, geef hun de eeuwige rust", en soms nog een Onze Vader of een of ander gebed, zoals het in de geest van de mensen opkomt. Wanneer zij dat zeggen met de goede intentie, dan wordt bij elk gebed werkelijk een ziel verlost. Tegenwoordig worden zelfs de goeden, die er nog in geloven, in dwaling gebracht wanneer men hen zegt: "Men kan die en die aflaat niet meer verdienen." Natuurlijk vinden wij in de hel dat prachtig [hij lacht vol boosaardige vreugde]. �

Vrouwen op het priesterkoor en aan de ambo

J: � En dan die lezingen 'naar het volk gericht'. Dat is een buitensporig voordeel voor ons, maar het wordt nog doller als het vrouwen zijn, die daarvoor, op het priesterkoor, heen en weer lopen [boosaardig gelach]. �

� Dan, wanneer er zich vrouwen daarvóór ophouden, de nog vrome mensen - mannen en vrouwen - die goed zouden willen bidden, denken eerder: "Welke kleding heeft zij aangedaan ? Hoe staat die hoed haar ? Is zij pas nog naar de kapper geweest ?" [luid en boosaardig gelach]. [Men bedenke, dat alles plaats vond in Zwitserland, alwaar de gewoonte, dat vrouwen in de kerk een hoed behoren te dragen, langer heeft stand gehouden dan in onze streken.] �

� Draagt zij schoenen volgens de laatste mode ? [met hoge hakken.] Moet zij haar best doen zich rechtop te houden nu zij 3 of 5 centimeter hoger staat dan met de oude schoenen ? Draagt zij donkere of lichte kousen ? [hij lacht stotend]. �

� Komt de kanten rand van haar onderrok er niet wat onderuit ? [hij lacht sarcastisch]. �

[Uit het verband blijkt, dat de demon, die tegen zijn wil woordvoerder is van Onze Lieve Vrouw, waarschijnlijk de weinig vrome overwegingen en reacties van de mannelijke kerkgangers heeft weg moeten laten, omdat de Heilige Maagd hem dat niet wilde laten zeggen, terwijl hij dit zelf wel wilde.]

� Ik ben als het ware verplicht om dat te zeggen. Ik moet dat als aanvulling er bij zeggen. Het is echt zo. Dat is beslist wat zij denken, en vooral, zij kijken naar haar figuur. Dat is duidelijk. Vroeger droegen de vrouwen een sluier. Het is lang geleden, dat zij dat nog deden. Maar zelfs als je goed vindt, dat zij geen sluier meer dragen, wil dit nog niet zeggen, dat zij in het koor van de kerk mogen zijn. De Paus, en Zij Daarboven [wijst naar boven], willen daar niets van weten. �

Communie-uitreiken door vrouwen

J: � Het ergst is wel dat men ook vrouwen belast met het communie-uitreiken. Dan zijn er nauwelijks verdiensten meer, nauwelijks genaden te verwerven. Dat zijn geen geconsacreerde handen, het zijn de handen van een vrouw. Ik wil zeggen, dat het op zichzelf niets uitmaakt, dat het vrouwenhanden zijn, maar zij zijn niet gewijd. Christus heeft slechts mannen aangewezen voor het priesterschap, niet vrouwen, en dat zonder enige uitzondering. Maar het is de hoogmoed, de hoogmoed, de eerste zonde van de Engelen. �

[De kerkelijke traditie heeft nooit anders gekend dan het communie-uitreiken door diaken, priester of bisschop. Immers het uitdelen van de Communie is in zichzelf een priesterlijke handeling. Het is duidelijk, dat, in werkelijke noodsituaties, leken de Heilige Gedaanten wèl mogen, ja zelfs moeten, aanraken. Men denke dan aan brand in de kerk, aan vervolging, aan gevangenkampen, e.d.]

[Tijdens het exorcisme van 7 november 1977 zei Beëlzebub: "De tegenwoordige wereld wil erkend worden. Men wil vrouwen op het priesterkoor, in de puntjes gekleed, flink opgedirkt. Men wil dat, ook al heeft de Moeder Gods nimmer enige liturgische taak verricht, en ook al zegt Christus, dat vrouwen niet meer het recht hebben het Heilige der Heiligen binnen te gaan, als straf, omdat de erfzonde van Eva komt, en omdat zij, Eva, immers als eerste gevallen is. Christus heeft dat kort voor Zijn lijden gezegd."]

De preek

J: � En dan nog de preek (homilie). Er zijn plaatsen, alwaar de preken door vrouwen worden gehouden. Hij Daarboven [hij wijst naar boven] wil dat niet !

� God wil, dat de homilie door een gewijde man wordt gehouden, want dan heeft deze veel meer uitwerking op de gelovigen. Een niet-gewijde vrouw heeft lang niet dezelfde uitwerking, zonder nog er rekening mede te houden, dat de mensen zich helemaal niet op haar preek zullen concentreren [maar op haar figuur, kleding en gebaren.] Een vrouw, die preekt, is niet van het goede soort. Zij kan niet in volle ernst preken, want als zij van het goede soort is, en nog de goede ernstige geest heeft, dan zou zij niet preken. �

� De navolging van Christus, de deugden, het kruis en de Heiligen, ziedaar de onderwerpen, welke nog maar nauwelijks worden aangevat in de Mis of de preek. Op de meeste plaatsen behandelen zelfs de gewijde priesters deze niet meer. �

Het volksaltaar

J: � Het altaar gekeerd naar het volk, dat is helemaal niet goed, vooral niet voor de vrouwen. Het is er mee, zoals ik zojuist heb verteld over de vrouwen op het priesterkoor. Dan zeggen de vrouwen: Wat voor kleur haren heeft hij ? Heeft hij zijn haren goed gekamd ? Is hij al bij de kapper geweest ? Zie, nu heeft hij krullen, eerst had hij die niet ! Hij heeft mooie tanden [lacht spottend]. �

� Zijn gewaad staat hem goed, hij is best nog jeugdig, spijtig dat hij priester is [lacht vrolijk] ... en zo verder. Maar, als hij de Mis opdraagt met het gezicht naar het altaar [bedoeld wordt het oude altaar tegen de achterwand, waaraan de priester de Mis opdraagt met de rug naar het volk], zullen dergelijke gedachten niet bij de vrouwen opkomen. Wanneer hij zich [even] zou omkeren, nàdat zij hebben gebeden, zal dat niet meer van belang zijn. Daarom weet God heel goed waaróm de Mis moet worden opgedragen met de rug gekeerd naar het volk, dat wil zeggen de correcte manier. �

Het tabernakel

J: � Het tabernakel moet in het midden staan. Wat heeft het voor betekenis, dat, wanneer men in een hedendaagse kerk binnen treedt, men allereerst verplicht is te gaan zoeken naar het tabernakel ? [Bedoeld worden de nieuw geplaatste tabernakels.] Men weet niet, of het tabernakel vooraan is, of achterin, of opzij. Op veel plaatsen, daar maakt men er wat van, van die tabernakels. Men vraagt zich af, of het de verblijfplaats van een ondergeschoven kind is ... [hevig gelach van boosardige vreugde] ... �

� ... of een brandkast [hij kan zijn lachen nauwelijks inhouden]. �

� Een tabernakel - horen jullie mij - moet verguld zijn. Ik wil zeggen, dat noch goud, noch de meest edele stenen, kunnen bevatten, wat het tabernakel bevat. En zelfs dan is het in waardigheid nog heel ver verwijderd van datgene wat het bevat. Het is een schande - zelfs wij daar beneden [in de hel] moeten dit erkennen - het is een schande als je ziet wat voor kerken en wat voor tabernakels het volk bouwt. �

Dansen

J: � En dan zijn er kerken, waar men 's-avonds de Mis opdraagt, of 's-morgens, en later houdt men er een bal met dansen. Ik moet spreken over sex, niet slechts over het dansen. Want daar, waar wordt gedanst, daar is in de meeste gevallen ook de erotiek. Men zou kunnen zeggen, dat er geen enkele dans is, waarbij men geen enkele zonde begaat, zij deze van het lichaam, of van de geest. Of anders geeft het dansen de gelegenheid om er later een te begaan. Het dansen komt slechts van ons. Maar tegenwoordig bevelen zelfs katholieke priesters deze feesten en dansen aan. ... �

Leden van secten in de kerken

J: � Het komt nog eens zover - weldra is het zo ver - dat sommige priesters, die zich nog katholiek noemen, maar het al lang niet meer zijn, allerlei mensen van bepaalde secten zullen doen komen naar hun kerken, mensen van, laat ons zeggen, de zending van de pinksterbeweging, en dergelijke, ... om hun bedriegelijke verkooppraatjes te houden. ... Ziedaar het soort priesters dat we tegenwoordig hebben. ... [hij zucht]. �

Kerkelijke kunst

J: � Ja, de Heilige Maagd. Dat is me toch ook wat. Men plaatst haar beeld(en) helemaal in de hoek, of helemaal achterin, zodanig, dat men het beeld zo weinig mogelijk ziet. En dan die moderne beelden, men weet gewoonlijk niet, of het de vrouw van een gangster voorstelt, of Iemand van Daarboven [hij wijst naar boven]. �

� Wanneer er nog mooie beelden zijn van de Heilige Maagd worden de mensen er vooral toe aangezet om te bidden. Daarom willen Zij van Daarboven dat er mooie kunstwerken worden neergezet, in ieder geval goede en mooie beelden, die de mensen iets zeggen. Het tabernakel moet - als het mogelijk is - rijkelijk verguld zijn en op zodanige wijze geplaatst, dat het een harmonisch geheel vormt met de kerk. �

 Uitstellingen van het Heilig Sacrament des Altaars

J: � Het Heilig Sacrament, het Heilig Sacrament. Men aanbidt het helemaal niet meer. Het is geheel en al terzijde gesteld. De uitstellingen (van het Heilig Sacrament) zijn iets zeldzaams. Men ziet het nog bij diensten van boete en eerherstel, en bij de traditionalisten. Verder is het welhaast een uitzondering. Echter, dit Sacrament ... indien gij wist hoe groot het wel is. �

� Het Heilig Sacrament des Altaars, als men toch wist hoeveel genaden en zegeningen er uitstromen, hoeveel genaden er eertijds uitstroomden, wanneer het bovenop het tabernakel werd uitgesteld, en als het volk vóór Hem de eerherstellende aanbidding verrichtte ! Het was de zondaars van buitengewoon nut. Dat alles bestaat niet meer, daarom worden er ook minder zielen gered. Ik wil er niet meer over praten, ik wil niet meer. �

De priesters en de Rozenkrans

� Ik moet nog iets zeggen hier [hij ademt zwaar]. Het overgrote deel van de priesters is blind. Wij hebben hen verblind. Maar met wat goede wil en door vaak tot de Heilige Geest te bidden, zullen zij tenslotte er zich van bewust worden. De Rozenkrans is een universeel geneesmiddel. Maar ook dit gebed is bijna overal afgeschaft. Het is niet meer in de mode. �

De preekstoel en de micros

J: � Een priester heeft een veel grotere goede uitwerking als hij spreekt vanaf de preekstoel [bedoeld wordt de oude, gewoonlijk hooggeplaatste en rijk versierde preekstoel], dan beneden voor een micro [vanaf de ambo]. Vroeger, toen de priesters vanaf de preekstoel met hun natuurlijke stem spraken, hadden zij een veel grotere werkdadigheid, dan tegenwoordig, beneden (sprekend) met 50 luidsprekers. �

� Dat is precies zoals het is, dat is het sluwe van de kwestie. Toen de mensen verplicht waren naar de preekstoel op te zien - en ronduit gezegd, het is normaal, dat men degene, die spreekt, aanziet - toen zagen zij niet al die hoeden en haren, en niet al die jassen en al die sjalen. Zij waren verplicht hun ogen op de mond, of minstens op het hoofd, van de predikant te houden. Nu is het niet meer zo, zij kijken naar voren en worden afgeleid door de anderen. �

� Het is zo sluw, dat men de zaken zodanig geregeld heeft, dat de priesters niet meer van bovenop de preekstoel preken. Dat is iets geweldigs, dat is een sterke troef voor ons, dat zij nu van voren in de kerk spreken. Dat is iets, dat wij bekokstoofd hebben. Ook dat is precies wat wij hebben gewild. Wij hebben het voor elkaar gekregen. Ons lukt alles. Ja, heden, krijgen wij alles voor elkaar wat wij maar willen [hij lacht triomfantelijk]. �

Halfgeklede vrouwen

J: � Het lukt ons zelfs, ja, wij hebben het voor elkaar gekregen, dat vrouwen - en wie weet nog meer - naar de Mis kunnen komen slordig en maar half gekleed, zonder dat er één priester is, die ze buiten stuurt. Integendeel, ... [hij lacht boosaardig] �

� Vroeger was het beter. Toen werd zo iemand, zeg maar: zo'n lompe vrouw zonder opvoeding, de kerk uitgezet door de priester. Eertijds was er orde. Maar tegenwoordig kan elke sloerie (de kerk) binnenstappen [hij lacht vettig]. �

� Wanneer er enkele vrouwen van dat soort in de kerk zijn, dan draaien de hoofden zich naar links en naar rechts en naar voren en naar achteren, zij draaien en zij keren zich naar dat alles wat zij zo graag zien [hij lacht luidruchtig]. Met als resultaat, dat het gebed niet aarzelt te verdwijnen [hij lacht boosaardig]. �

Het geestelijk kleed

J: � De priesters moeten er weer toe overgaan hun zwarte kleding aan te trekken. ... Wanneer een priester in burger rondloopt, met zijn das slordig om zijn hals - en deze hoeft niet eens slordig te zitten - dan kan niemand weten of het een verslaggever is, of ... [hij lacht ironisch], ... of een diplomaat, of een directeur-generaal [hij lacht dat het schatert], ... of een conferencier, die ... die ... [hij lacht sarcastisch], of een conferencier, of een ander soort ezel, die daar rondzwalkt om erotische prikkelingen op te doen. �

� Wanneer een priester een sporthemd draagt - liefst een chic - dan zou de eerste beste griet kunnen denken, dat hij naar haar verlangt. Wat voor een voorbeeld geeft de priester daarmede ? ... Hoeveel vergissingen zijn er niet gemaakt deze laatste jaren alleen maar daar-door. Men zou dat allemaal kunnen vermijden, indien de priesters nog hun ware, hun primitieve, hun oude, hun goede, hun traditionele ... [hij bromt] ... niet slechts goed, ... [hij zucht], ... hun zeer passende kledij zouden dragen, of ... hun priesterlijke soutane (toog), hun kostuum, of hoe moet ik het noemen. �

� Neem als voorbeeld de Benedictijnen. Bij heel wat priesters zou het habijt van Sint Benedictus heel wat beter staan dan een verkreukeld burgerpak, wat trouwens nooit zal kunnen vertegenwoordigen wat het moet vertegenwoordigen. Of bezie de pij van Sint Frans met zijn capuchon. Hoeveel leken zouden niet tot betere gedachten komen alleen maar door dat habijt te zien, al was het slechts uit de verte. �

� Hoeveel heilvolle stralen zouden niet in de zielen van de mensen neerdalen, als zij zouden denken: Het is een priester. Hij vertegenwoordigt de goddelijke zegeningen, het Sacrament, hij heeft al die macht. God staat achter hem. ... �

� Want het is akelig als een dame in een mini-jurk tegenover een priester in burger zit en zij weet niet dat hij priester is. Zij ziet in zijn oogopslag en in zijn houding, dat er daar iets hogers moet zijn. Zij voelt dat op een bepaalde manier aan. En zij zoekt des te meer hem te benaderen. Dat zou niet plaats vinden, indien hij de soutane of het geestelijk kleed zou dragen. Dergelijke feiten hebben reeds veel priesters doen ontsporen, en het heeft er toe geleid, dat zij huwden en hun priesterlijke taak in de steek lieten. �

De toestand van de Kerk

J: � De katholieke Kerk is er slecht aan toe op dit punt. Zij is tot het nulpunt afgezakt. Slechts de tussenkomst van God zelf, van Hem Daarboven [hij wijst naar boven] kan haar nog redden. Wij hebben haar, de Kerk, helemaal ingekapseld. Zij staat op het punt te vergaan. Zij is ontwricht. Zij is verstrikt in de moderniteit, in het denken van de hooggeleerden, van de academici, van de priesters, die menen, dat zij verstandiger zijn dan de anderen. Alleen het gebed en de boetvaardigheid kunnen haar nog helpen, maar er zijn er maar weinigen, die zich daar aan wijden [hij ademt diep en met moeite]. �

� Er moeten moedige priesters opstaan. Natuurlijk zou het beter zijn indien de bisschoppen zich zouden verheffen tegen de misbruiken in de Kerk. Men moet zich aaneensluiten. ... Men zou het van bovenaf de preekstoel moeten afroepen, alles wat ik, Judas, zojuist heb gezegd. �

Knielen of staan ?

J: � Ik denk allereerst aan het Aspérges me en aan de zegen aan het einde van de Mis, gedurende dewelke men moet knielen. Vanzelfsprekend moet men knielen. Het rechtop staan brengt veel minder genaden met zich mede. God houdt daar helemaal niet van. Het is beledigend voor God als men recht blijft staan voor de zegen, en dat men misschien er zelfs wel niet meer bij bidt, en men de armen laat hangen [in plaats van de handen te vouwen]. Het is afschuwelijk. Wij, de anderen, in de hel, wij zouden er tegen in opstand komen als wij zouden kunnen - maar het is duidelijk, dat het ons genoegen doet. Wij hebben er schik in. �

De Mis

J: � Als men weer opnieuw die 33 kruistekens zou maken, dat is overigens geheel in overeenstemming met het leven van Christus, dat is allemaal van tevoren overwogen. Het is Jezus, die dat alles heeft georganiseerd door de Heilige Geest. Indien men dat weer zou instellen, vanaf het Aspérges me tot en met het gebed tot Sint Michiel, en als men de Mis weer zou celebreren zoals Jezus het wil, dan ... ik wil het niet zeggen. �

E: � Zeg de waarheid, Judas Iskáriot, gij moet de waarheid zeggen, in opdracht van de Heilige Maagd. Lucifer, je hebt niet het recht om hem te storen. Je moet weggaan. �

J: � ... dan zouden er duizenden zielen worden gered, die nu niet worden gered, die nu voor eeuwig verloren zijn. Al het kwaad komt van de Mis, hoofdzakelijk van de Mis. [Vanzelfsprekend te verstaan als: van de Mis, die niet volgens de liturgische boeken, die niet volgens de vastgestelde regels, die niet eerbiedig, niet met aandacht, niet op gepaste wijze wordt opgedragen.] Een eindeloze stroom genaden zou voortvloeien uit de Mis, als zij nog passend zou worden opgedragen. De Mis is de belangrijkste factor. ... �

� De Mis en de Communie zijn voor jullie katholieken de twee allergrootsten. ... De Heilige Mis heeft een oneindige waarde, een onvoorstelbare waarde. Christus zelf daalt neer op het altaar met geheel de volheid van Zijn genaden, die wij zo haten. Bij een Mis, die nog goed wordt opgedragen, moeten wij vluchten. Wij moeten vluchten vanaf het begin, vanaf het Aspérges me. Om een beeldspraak te gebruiken: wij kunnen slechts bang door een spleet er naar kijken. Maar, daar tegenover staat: bij de moderne Mis kunnen wij in het rond dansen, zelfs op ... ik wil het niet zeggen. �

� Zelfs op het priesterkoor kunnen wij in het rond dansen, zelfs vóór het tabernakel. Want, niet in alle tabernakels ... Ik wil het niet zeggen, ik wil dat niet zeggen [hij sputtert krachtig tegen]. �

De hostie geconsacreerd ?

J: � Zij in de hemel betreuren het, dat de geconsacreerde hostie zich niet meer in alle tabernakels bevindt. �

� Wanneer tijdens de Mis de priester niet meer aan de woorden van de Consecratie gelooft, en [als gevolg daarvan] niet meer de bedoeling heeft te consacreren, dan wordt de hostie niet geconsacreerd. Dan is er slechts brood, zoals de protestanten en de secten het zeggen. �

� Het meest trieste van alles, zo vinden Zij Daarboven, is dat de mensen geloven Christus te ontvangen in de hostie, terwijl het slechts brood is. In feite is het Christus niet meer. Voor hen betekent dat een verlies aan genade, en zodoende verlaten zij gemakkelijk de goede weg. Zij worden door hun eigen priesters bedrogen.

Broodhosties

J: � Ik moet zeggen, dat Zij Daarboven, zij houden er niet van, zij zij houden er niet van, dat men bruine hosties (broodhosties) gebruikt. Deze kunnen slechts worden toegelaten in het geval van een buiten-gewone noodzaak. In het normale geval moet men bij voorkeur zuiver wittebrood (ouwel) gebruiken. Alleen al daarom, omdat Jezus de mensgeworden Onschuld is [hij ademt pijnlijk]. �

Het celibaat en de Biecht

J: � En dan nog de Biecht ... en het celibaat. Dat is me ook een toestand. Wanneer een priester celibatair leeft, dan hebben alle vrouwen, en vooral alle mannen, een veel groter vertrouwen in hem, vooral bij de Biecht, dan wanneer hij getrouwd zou zijn. (Indien hij getrouwd zou zijn), zou het op een dag kunnen gebeuren, dat een van deze heksen [hij lacht ironisch] haar man ondervraagt over datgene, wat die en die heeft gezegd in de Biecht. �

Het celibaat

� Maar als de priester celibatair leeft en daarin volhardt, en als hij het maagdelijk leven van Christus navolgt, welnu, dan kan iedere ezel begrijpen, dat iedere man zal denken: Hier, kan ik veilig naar toe gaan. Hier kan ik schoon schip maken. Dat komt hier niet buiten de deur. Het blijft allemaal onder ons. Indien hij flink genoeg is, om het celibaat te onderhouden, dan is hij ook in staat om te zwijgen. �

Christus wil het celibaat. Men mag zich daar geen el van verwijderen, zelfs geen jota. Degenen, die gehuwd zijn [bedoeld worden de gehuwde priesters en zijn uitgetreden], moeten op hun schreden terugkeren, moeten hun fout betreuren. Het zou beter zijn, als elk van hen terugkeert, dat hij berouw heeft over zijn fout, dat hij ... maar juist dat .. �

[Dit betreft vooral priesters, die oorspronkelijk de celibaatsgelofte hebben afgelegd, daarvan werden ontslagen, en tot de lekenstand werden teruggebracht, om te kunnen huwen.]

 

EXORCISME VAN 12 JANUARI 1976

E. = Exorcist.

V. = Veroba, duivel, uit het koor van de Machten.

Verwarring en ontreddering

V: � Zelfs de goeden strijden met de goeden. Eertijds was het niet zo. Vroeger waren de goeden verenigd. De verwarring is nu begonnen en zal ten top stijgen. Maar dat zal nog erger worden. ... De ontreddering is verschrikkelijk, en dat zal nog erger worden. ... �

De werkelijke tegenwoordigheid

V: � Weldra zal Jezus Christus zelfs niet meer tegenwoordig zijn bij alle Missen. Nu reeds is Hij niet meer overal tegenwoordig. Er zijn reeds veel priesters, die niet meer geloven in de sacramentele tegenwoordigheid van Jezus Christus na de Consecratie. Het is droevig, er komen daardoor geen genaden meer beschikbaar, of toch nauwelijks. �

� Indien al degenen, die zich priester noemen, de Mis - de Mis van de Heilige Pius V - nog op passende wijze zouden opdragen, zou de wereld op sensationele wijze veranderen. Maar ongelukkigerwijs is dat niet het geval. ��

 

GECITEERDE DUIVELEN

  • Akabor
  • Judas Iskáriot
  • Judas Iskáriot
  • Veroba