1. In Rome is een pauselijke instructie in voorbereiding welke de misbruikenin de Eucharistie wil aanpakken. De titel zou zijn: "Pignus redemptionis acfuturae gloriae", dat is "Het onderpand van de verlossing en de toekomendeheeerlijkheid." Aan deze instructie werd een Appendix (Aanhangsel)toegevoegd met de titel: "Charta iurium Christifidelium circaEucharisticam", dat is: "Grondwet van de rechten van de christengelovigenbetreffende de Eucharistie." Van de voorlopige tekst van deze Appendix gevenwij hieronder een vertaling, gemaakt naar de Duitse tekst, die ons in handenwerd gespeeld. Men bedenke, dat het een concept-tekst betreft. VAN BELANG ISVOORAL DE OPSOMMING VAN DE MISBRUIKEN, DIE WORDEN AFGEKEURD. UIT DIEOPSOMMING KUNT U AFLEIDEN HOE SLECHT HET MET DE LITURGISCHE PRAKTIJK ISGESTELD. EN, U WEET ZO, OP WELKE PUNTEN VAN MISBRUIK U UW PAROCHIEPRIESTERSEN PATERS-CELEBRANTEN KUNT AANSPREKEN.
2. De Moederkerk wenst met nadruk, dat alle katholieken tot de volle,bewuste, daadwerkelijke en actieve deelname aan de misvieringen zoudenkomen, zoals het wezen van de liturgie zelf dit verlangt, en waarop hetchristelijke volk 'dat uitverkoren geslacht, dat koninklijke priesterdom,die heilige stam,' volgens haar doopsel recht heeft en wat tot haardienstwerk behoort.(1)
____________________
1) Vanuit traditioneel theologisch standpunt valt er op deze bepalingwel het een en ander af te dingen. Het gaat hier echter om de practischeliturgische regels, en het is hier niet de bedoeling het priesterlijkpriesterschap te kleineren, noch af te zwakken, maar om de rechten van degelovigen beter te onderbouwen.
3. Daarom heeft het christenvolk er dus recht op, dat er op de zondagenen de verplichte feestdagen, en eveneens op de andere hogere feestdagen,voor zover dit mogelijk is, inderdaad dagelijks de Eucharistie te harengunste (in suum favorem) wordt gevierd.(2)
____________________
2) Dus zo min mogelijk de mis op zon- en feestdagen laten uitvallen. 'Zoveel mogelijk' betekent, dat als er een priester beschikbaar is, de mis moetdoorgaan.
4. Daarom hebben de gelovigen er recht op, dat geen enkele priester, dievolgens het recht tot pastorale dienst in staat is, de viering van deHeilige Mis - tenminste op de zondagen en de hogere feestdagen - zouweigeren, tenzij er een werkelijke en feitelijke onmogelijkheid voorligt.(3)
____________________
3) Dan moet men aan een fysieke onmogelijkheid denken, zoals geenvervoer, ernstige ziekte, zeer slechte weersomstandigheden, en dergelijke.
5. Op plaatsen, alwaar op zondag de Mis ten gunste van het christenvolkniet kan worden gevierd, heeft het volk er recht op, dat de bisschop vooreen ander soort viering (celebrationem quandam) zal zorgen, die voor diegemeenschap op elk van die dagen onder de verantwoordelijkheid van debisschop, en geheel volgens de voorschriften van de Kerk, zal verlopen.
6. Bovendien bezitten alle christengelovigen het recht op een werkelijkeliturgie en in bijzondere wijze het recht op de viering van de Heilige Mis,die moet verlopen zoals de Kerk het heeft gewild, en heeft vastgelegd, datbetekent, zoals deze in de liturgische boeken en in de andere wetten ennormen is voorgeschreven.
7. De katholieken (populus catholicus) hebben er recht op, dat het HeiligMisoffer op onverkorte wijze en in niet-gewijzigde vorm en geheel volgens devolledige leer van het kerkelijk leergezag voor hen wordt gevierd.
8. Elke katholieke gemeenschap heeft er recht op, dat de viering van deAllerheiligste Liturgie voor hen op zodanige wijze plaats heeft, dat dezewaarlijk als een Sacrament van de eenheid verschijnt, waarbij het ontbrekenvan (vitiis), ja, alle handelingen en woorden, die men als binnenkerkelijkesplijting of het benadrukken van aparte groeperingen zou kunnen opvatten,geheel achterwege moeten blijven.
9. De gelovigen hebben er eveneens recht op, dat de verantwoordelijkekerkelijke autoriteit de leiding (moderationem) van de heilige liturgievolledig en werkelijk in handen houdt, zodat de liturgie zich nimmer alsprive-eigendom zal tonen - dat is nimmer als het prive-eigendom of van decelebrerende priesters, of van de gemeenschap, alwaar de mysterieen wordengevierd, zal worden gepresenteerd. In het bijzonder hebben de gelovigen errecht op, dat de bisschop van het diocees er op toeziet, dat er zich geenmisbruiken(4) in de orde, zoals door de Kerk is vastgesteld, binnensluipen.Dit laatste heeft vooral betrekking op de dienst van het woord, de vieringvan de sacramenten en de sacramentalien, en de verering van God en van de heiligen.
____________________
4) De niet te tolereren misbruiken worden hierna apart genoemd.
10. Iedere katholiek, zij hij priester, diaken, of gelovige leek, heefthet recht klachten over misbruiken(5) in de liturgie bij de bisschop van hetdiocees, dan wel bij de voor hem door het recht gegeven hogere overste, inte dienen, dan wel - op grond van het primaat (oppergezag) van de paus - ditbij de apostolische stoel te melden. Bovendien hebben diegenen, die zichover misbruiken beklagen, er recht op, dat iedereen hen het verschuldigderespect betoont, en zich zal onthouden van alles, wat de goede naam van deklagende personen zou kunnen schaden.
____________________
5) Zie hieronder de opgave van de misbruiken, die niet kunnen worden toegestaan.
11. De gemeenschap van de christengelovigen heeft er recht op, dat erbij de zondagsvieringen naar gewoonte (de more) ware en geschikte kerkelijkeen gewijde muziek zal klinken (musica sacra idonea ac vera), terwijl erbovendien steeds paramenten, een altaar, en heilige doeken beschikbaarmoeten zijn, welke, overeenkomstig de normen, waardigheid, een goede opsmuk,en properheid moeten weerspiegelen.
12. Ook hebben de christengelovigen er recht op, dat de viering van deEucharistie voldoende zorgvuldig wordt voorbereid, opdat aan hen het WoordGods op waardige en aansprekende wijze wordt voorgedragen en uitgelegd, endat de mogelijkheid om liturgische teksten en handelingen te kiezen met denodige zorg en in overeenstemming met de normen zal geschieden, waarbij deletterlijke tekst van de gezangen, uit te voeren in de liturgische diensten,het geloof van het volk moet beschermen en voeden.
13. Overal waar de diocesane bisschop over eigen clerici beschikt, ofbeschikt over andere personen, die deze opdracht mogen ontvangen, hebben degelovigen er recht op, dat zij het Allerheiligste Sacrament van deEucharistie vaak ter aanbidding kunnen opzoeken, en tenminste af en toe inde loop van elk jaar aan de aanbidding voor het uitgestelde Allerheiligstekunnen deelnemen.
14. De diocesane bisschop moet het recht erkennen van het bestaan en destichting van allerlei gemeenschappen van gelovigen, van broederschappen,van groepen, die de aanbidding tot doel hebben, ook die voor de zogenaamdeeeuwige aanbidding.
15. Artikel 185 van de versie van deze Instructie, waarover wij hedenbeschikken, geeft DE HIERNAVOLGENDE LIJST VAN ERNSTIGE EN ZWAARWEGENDE(GRAVIA) MISBRUIKEN, MISBRUIKEN, DIE NIET GEDULD MOGEN, NOCH KUNNEN, WORDEN.Men dient echter wel te bedenken, dat dit nieuwe document door PausJohannes-Paulus II werd beloofd toen hij zijn encycliek (rondzendbrief)Ecclesia de Eucharistia (De Kerk van de Eucharistie) in april 2003uitvaardigde. In september 2003 werd een concept-tekst gepubliceerd, welketekst veel kritiek en veel weerstand opriep, vanzelfsprekend vooral bij demodern denkenden, die het extreem conservatief vonden, terwijl detraditionalisten het stuk niet conservatief genoeg vonden. Volgens bronnenin het Vaticaan kregen volgende versies van dit stuk eveneens allerleikritiek.
16. De uitvaardiging van de definitieve tekst is vertraagd omwille van deruzies over de inhoud op het hoogste Vaticaanse niveau. Kardinalen staantegenover kardinalen - wij zien de profetieen verwerkelijkt worden. Hoe dedefinitieve versie er uit zal zien, weten wij nog niet, maar men magaannemen, dat de onderstaande opsomming zeker de mening van de Paus zelf ende meer behoudende kardinalen weergeeft. Bovendien is alles, wat hieronderstaat geheel in overeenstemming met de oude kerkelijke traditie, maar deopsomming is niet volledig.
17. A. Vervanging van de voorgeschreven lezingen uit de Bijbel door andere,niet-bijbelse teksten, vooral indien deze uit andere godsdiensten stammen.
B. De toelating en het gebruik, in de Heilige Mis en in andere heiligeliturgische vieringen, van vormen van geloofsbelijdenissen, welke in de,volgens het recht goedgekeurde, liturgische teksten niet voorkomen.
C. Invoering in de vieringen van de Heilige Mis van elementen, die genomenwerden uit de riten van het Jodendom, of uit andere godsdiensten en religies.
D. Viering van de Eerste Communie zonder voorafgaande sacramentele biecht en absolutie.
E. Weigering op nietige gronden van de Heilige Communie aan een gedooptekatholiek, die niet rechtmatig is verhinderd de Communie te ontvangen, zoalsbijvoorbeeld in het geval de katholiek de Communie in de mond wil ontvangen,zij het staande, zij het knielende.
F. Het houden door een leek van een preek of homilie (homiliam) tijdens deviering van de Heilige Mis.
G. Vervanging van de viering van de Heilige Mis op zondag door een anderesoort viering of door gebeden (precatione), zonder dat er sprake is van eenernstige noodsituatie en zonder verlof van de bisschop van het diocees.
H. Het houden van de preek of homilie (homiliae praedicatio), of hetinvallen voor een andere viering of dienst, of het verrichten van een ofandere functie in de Heilige Liturgie, en elk handelen in het kader van deuitoefening van de hem verboden wijdingsmacht, door een clericus, welke degeestelijke stand volgens de normen van het recht heeft verloren [tot delekenstand is teruggebracht], onverminderd de bepalingen van canon 1335 vanCIC 1983 [hetwelk hoofdzakelijk gaat over het toedienen van de Sacramentenaan een gelovige in stervensgevaar hetwelk dan is toegestaan].
I. Het ontvangen van de Communie [lees: op de Communie gelijkend brood] doorkatholieken [tijdens de diensten] van een gemeenschap, die niet over hetgeldige wijdingssacrament beschikt [lees: waar geen geldig gewijde priesterstoe behoren, zoals bijvoorbeeld de Anglicanen], ook dan niet, wanneer hetdie katholieken fysiek of moreel onmogelijk is een katholieke geestelijke tebenaderen.
J. Toelating van niet-katholieken tot de Sacramenten [waaronder hetontvangen van de Heilige Communie] waarbij men ingaat tegen de wetten en hetleergezag van de Kerk.
K. Toegang verschaffen aan mannelijke of vrouwelijke leden van kerkelijkeverenigingen [en godsdienstige groeperingen], die niet in volle verenigingzijn met de Apostolische Stoel en die geen geldige wijdingen bezitten, inkerkgebouwen of andere heilige plaatsen van de aktholieke Kerk, tijdens deviering van de Heilige Mis, waarbij die personen liturgische gewaden volgenskatholieke snit dragen.
L. Toestemming geven aan kerkelijke verenigingen [en godsdienstigegroeperingen], die niet in volle vereniging zijn met de Apostolische Stoelen die geen geldige wijdingen bezitten, om de gewijde vaten en deliturgische gewaden van de katholieken te gebruiken.
M. Toestemming geven voor het bewaren van partikeltjes brood, welkevoortgekomen zijn uit eucharistische riten, gecelebreerd door eengeestelijke (minister) van een deelkerk of een kerkelijke vereniging, dieniet in volle vereniging is met de Apostolische Stoel, in een katholiek kerkof een katholiek gebedshuis.
N. Toestemming geven tot bijeenkomsten, dan wel het bezoek toestaan vangroepen, die willen vieren, wat in de volkstaal gewoonlijk 'vrouwenliturgie'genoemd wordt, welke soort diensten zonder toestemming van de liturgischeboeken worden gehouden.