Een Nieuwe Sýllabus voor de 21ste eeuw

Datum: 
Din, 2011-01-25

EEN NIEUWE SÝLLABUS VOOR DE 21STE EEUW

25/01/2011

Misbruiken van het pastorale karakter
1. ART11012206 - Bewerking van een artikel van Sandro Magister, gedateerd 14 januari 2011. Vertaling en bewerking Jan A. A. van der Wulp.

2. Het betreft een document, dat de valse interpretaties van het Tweede Vaticaans Concilie veroordeelt. Zulk een document werd gevraagd door de bekende bisschop van Kazakstan, Mgr. Athanasius Schneider, tijdens een conferentie te Rome in aanwezigheid van meerdere bisschoppen en kardinalen. De conferentie werd gehouden van 16 tot 18 december 2010 met als motto: “voor een correcte hermeneutica (tekstverklaring, uitleg) van het Concilie in het licht van de kerkelijke Traditie.”

3. Meerdere sprekers spraken op kritische wijze over het zogenaamde pastorale karakter van Vaticánum II en vooral over de misbruiken, die er het gevolg van waren, en in naam van het Concilie de kop opstaken. Sprekers waren onder andere Professor de Mattei en de theoloog Brunero Gherardini, 85, kanunnik van de basiliek van Sint Pieter, professor eméritus van Pauselijke Universiteit van Lateranen, en directeur van het Tijdschrift voor Thomistische Theologie, genaamd Divínitas.

4. Gherardini is de auteur van een bekend boek over het Tweede Vaticaanse Concilie waarin hij tot de conclusie komt, dat een “beroep op de Heilige Vader” nodig is. Aan hem - de Heilige Vader - wordt gevraagd de documenten van het Concilie aan een hernieuwd onderzoek te onderwerpen teneinde eens en vooral te verhelderen “indien, in welke zin, en in hoeverre” Vaticánum II wel of niet in overeenstemming is, ja, staat in de continuïteit, van het voorafgaande Magistérium van de Kerk.

5. Het voorwoord van het boek van Gherardini werd geschreven door Albert kardinaal Ranjith, aartsbisschop van Colombo (Sri Lanka) en oud-secretaris van de Congregatie van de Goddelijke Eredienst, wat het belang van het boek onderstreept. De hulpbisschop van Karaganda, Mgr. Athanasius Schneider was een van de sprekers op de conferentie. Naar hem luisterden meerdere kardinalen en bisschoppen, zoals Velasio kardinaal de Paolis, Aartsbisschop Agostino Marchetto, Mgr. Luigi Negri, en Mgr. Florian Kolfhaus van het Staatssecretariaat.

6. Het gehoor bestond voor een groot deel uit Franciscanen van de Onbevlekte, een jonge religieuze Congregatie, die in de voetstappen van Sint Frans wandelt, een Congregatie waar het barst van de roepingen, en waar men duidelijk zeer orthodox in de leer is, ja, om zo te zeggen, het tegenovergestelde van de geest ‘van Assisi.’ Deze Congregatie had de Conferentie georganiseerd.

7. Hieronder volgt het slotgedeelte van de voordracht van Mgr. Schneider. Die wordt beëindigd met een verzoek aan de Paus om op twee wijzen een einde te maken aan de misbruiken van de naconciliaire tijd, te weten, 1. de uitgave van een Sýllabus waarin de leerstellige fouten van de interpretatie van de documenten van Vaticánum II worden opgesomd, en 2. de benoeming van bisschoppen, die zijn “heilig, moedig, en geworteld staan in de traditie van de Kerk.”

De uitdaging van tegengestelde interpretaties
8. « ... Voor een correcte interpretatie van Vaticánum II is het nodig in gedachten te houden welke intentie zich manifesteert in de conciliaire documenten zelf, en in de bijzondere woorden van de beide Pausen, die het Concilie bijeenriepen en het hebben geleid, Johannes XXIII en Paulus VI. Bovendien is het nodig de rode draad - de gemeenschappelijke grondhouding - te ontdekken in de werkzaamheden van het Concilie, waarmede bedoeld wordt de pastorale bedoelingen, omvattend het salus animárum, het heil van de zielen. »

9. « Dat laatste op zijn beurt steunt op, en is onderdanig aan, de bevordering van de goddelijke eredienst en het eerbetoon aan God, het hangt af van het vooropstellen van God. Dit God op de eerste plaats stellen, in het leven en in alle activiteiten van de Kerk, wordt onwederlegbaaar duidelijk, door het feit, dat de Constitutie over de Liturgie in het werk van het Concilie de eerste plaats inneemt, zowel in het denken als in de tijd. »

10. « ... Hèt kenmerk van de breuk in de interpretatie van de conciliaire teksten wordt duidelijk door de meer stereo-type en wijdverspreide wijze waarop er een anthropocentrische, secularistische en naturalistische verschuiving optreedt in de behandeling van het Concilie ten opzichte van de voorgaande kerkelijke traditie. Een van de best bekende uitingen van zulk een valse interpretatie betreft, als voorbeeld, de zogenaamde bevrijdingstheologie, en de daaruit voortkomende vernietigende pastorale praktijken. Welk contrast er bestaat tussen deze bevrijdingstheologie en de bijbehorende praktijken, enerzijds, en het Concilie, anderzijds, blijkt duidelijk uit de volgende lering van het Concilie: “Christus, dat is zeker, gaf Zijn Kerk geen eigenlijke missie in zaken van politieke, economische of sociale orde. Het doel, wat Hij aan haar vooropstelde, is godsdienstig.” Zie Gaudium et Spes, no 42. »

11. « Een andere interpretatie, samengaand met een breuk van dogmatisch lichtere aard, heeft zich getoond in het liturgisch-pastorale gebied. Hier kan men met recht noemen de achteruitgang van het heilige, gewijde en sublieme karakter van de liturgie, en de invoering van meer anthropocentrische elementen van zelf-expressie. Dit verschijnsel kan men zien in drie soorten liturgische praktijken, die goed bekend zijn en wijd verspreid zijn in vrijwel alle parochies van de katholieke wereldkerk, te weten,
1. De vrijwel totale verdwijning van het gebruik van de Latijnse taal.
2. Het ontvangen van het Lichaam van Christis direct in de hand, terwijl men rechtop staat.
3. De celebratie van het Eucharistisch Offer in de vorm van een gesloten kring, waarin priester en volk voortdurend naar elkander kijken. »

12. « Deze manier van bidden, waarbij allen niet dezelfde kant op kijken weerspreekt de praktijk, die Jezus zelf, samen met Zijn Apostelen, er op na hield bij het openbaar gebed, zowel in de Tempel, als in de synagoge. Bovendien gaat het in tegen de eensluidende verklaringen van de Vaders, en de algehele, er op volgende, traditie van de Kerk van het Oosten en het Westen. Terwijl het dezelfde kant op gericht zijn een meer natuurlijke en meer symbolische uitdrukking is van het respect voor de waarheid, dat allen in de openbare eredienst gericht (moeten) zijn op God. »

13. « Deze drie pastorale en liturgische praktijken zijn overduidelijk in gloeiende tegenspraak met de wetten van het gebed, welke door vele generaties christen-gelovigen werden gevolgd gedurende tenminste een duizendtal jaren, en zij worden niet gedragen door de teksten van het Concilie. Zij weerspreken zelfs een specifieke tekst van het Concilie – over het Latijn, zie Sacrosánctum Concílium no 36 en 54 – en zij gaan in tegen de mens, de geest, de werkelijke bedoeling, van de vaders van het Concilie, zoals blijkt uit de verslagen van de handelingen van de kerkvergadering. »

Hermeneutische tegenstellingen
14. « De tegengestelde interpretaties van concilieteksten hebben geleid tot hermeneutisch oproer, en tot verwarring bij de toepassing er van in de liturgische en pastorale praktijk. Echter, de enige authentieke verklaarder van de teksten van het Concilie, is het Concilie zelf, tesamen met de Paus. Men zou een vergelijking kunnen maken met het verwarde hermeneutische tijdperk en het klimaat van tegengestelde tekstverklaringen gedurende de eerste eeuwen van de Kerk, wat werd veroorzaakt door willekeurige bijbelse en leerstellige interpretaties van de zijde van heterodoxe groepen. Tertulliánus heeft in zijn beroemde werk De Praescriptióne Haereticórum weerstand geboden aan de ketters van meerdere stromingen en wel door te stellen, dat slechts de Kerk als geheel de zogenaamde praescrípto bezit, wat betekent, dat slechts de Kerk de rechtmatige bezitter is van het geloof, van het Woord van God, en van de Traditie. Zij kan dit gebruiken om de ketters af te weren in disputen over de ware interpretatie van teksten. »

15. « Slechts de Kerk kan - volgens Tertulliánus - zeggen: Ego sum heres Apostolórum, Ik ben de erfgenaam van de Apostelen. Bij wijze van analogie kan alléén maar het hoogste Leergezag (Magistérium) in de persoon van de Paus, of een toekomstig algemeen Concilie (altijd onder voorzitterschap van en verenigd met de Paus) zeggen: Ego sum heres Concílii Vaticáni II, ik ben de erfgenaam van het Tweede Vaticaanse Concilie. »

16. « De laatste tientallen jaren hebben er groeperingen binnen de Kerk bestaan, en die bestaan vandaag nog, groeperingen, die een reusachtig misbruik van het pastorale karakter van het Concilie nastreven, en van de teksten geschreven vanuit die pastorale bezorgdheid, wat mogelijk is, omdat het Concilie zelf geen definitieve en onveranderlijke leringen heeft willen geven. Juist door het pastorale karakter van de teksten van het Concilie wordt het duidelijk, dat deze teksten in beginsel open staan voor aanvullingen en meerdere doctrinaire verhelderingen. Waarbij men in gedachten moet houden, dat men heden al meerdere tientallen jaren ervaring heeft opgedaan met interpretaties, welke leerstellig en pastoraal vals zijn, en tegengesteld zijn aan de tweeduizendjarige continuïteit van de dogmatiek en de gebeden van het geloof. Daarom ontstaat er de dringende noodzaak tot een specifieke en gezagsvolle interventie van het pauselijk Leergezag om een authentieke interpretatie te geven van de conciliaire teksten, met aanvullingen en leerstellige verduidelijkingen – een soort Sýllabus van de dwalingen in de interpretatie van Vaticánum II. »

17. « Ja, er is zeker behoefte aan een nieuwe Sýllabus, deze maal niet gericht tegen de dwalingen, komende van buiten de Kerk, maar vooral gericht tegen de dwalingen, die binnen de Kerk circuleren, en die verspreid worden door aanhangers van de thesis van de heden geldende discontinuïteit en de opgetreden breuk, toegepast op doctrinale, liturgische en pastorale elementen. Zulk een Sýllabus zou uit twee delen moeten bestaan: 1. Het deel, dat de fouten en dwalingen verwoordt en aantoont, en 2. het meer positieve deel, dat voorstellen moet bevatten ter uitzuivering, ter vervollediging, en vooral doctrinaire verduidelijkingen. »

Wie verdedigen het optreden van de breuk ?
18. « Twee groepen staan bekend als verdedigers van de opgetreden breuk met het dogmatische, pastorale en liturgische verleden. Een van deze groepen probeert het leven van de Kerk te protestantiseren, zowel in doctrinair als liturgisch en pastoraal opzicht. Aan de andere zijde staan die traditionele groepen, welke - in naam van de traditie - het Concilie afwijzen, groepen, die zichzelf (voorlopig) als exempt beschouwen van de onderwerping aan het allerhoogste levende Magistérium van de Kerk, van het zichtbare hoofd van de Kerk, van de Vicárius van Christus op aarde, zichzelf slechts onderwerpend aan het onzichtbare hoofd van de Kerk, en wachtend op betere tijden. »

19. « In wezen waren er twee soorten belemmeringen, waardoor de ware intenties van het Concilie en het Magistérium niet tot hun recht kwamen, en geen overvloedige, noch blijvende, vruchten hebben gedragen. De eerste daarvan werd gevonden buiten de Kerk. Het betreft het haast geweldadige proces van sociale en culturele revolutie van de zestiger jaren van de 20ste eeuw, welke - zoals elk krachtig sociaal verschijnsel - ook de Kerk binnendrong, en haar, en grote groepen personen, en delen van instellingen, heeft besmet met de geest van verandering, ja, met de mentaliteit van een breuk met het verleden. De tweede invloedsfactor was het manifest ontbreken van wijze en onverschrokken herders van de Kerk, die op tijd de zuiverheid en de integriteit van het geloof, en het pastorale en liturgische leven van de Kerk, hadden kunnen verdedigen, omdat zij zichzelf niet toestonden te worden beinvloed door vleierij of vrees. »

20. « Het Concilie van Trente heeft in een van haar laatste decreten over de algehele hervorming van de Kerk vastgesteld: “De Heilige Synode, geschokt door de vele ernstige misstanden, die de Kerk teisteren, kan niets anders doen dan in herinnering brengen datgene, wat het allerbelangrijkste is en het meest noodzakelijke voor de Kerk van God, en wel de keuze van uitzonderlijk bekwame en geschikte herders, te meer, daar Onze Heer Jezus Christus zal vragen verantwoording af te leggen voor het bloed van die schapen, die verloren zullen gaan door het slechte bestuur van gemakzuchtige herders, die niet voldoende aandacht hebben voor hun plichten.” (Zie: Sessie XXIV, Decreet De Reformatióne, canon 1.) »

21. « Het Concilie van Trente gaat dan verder: “Voor wat betreft al diegenen, die op de een of andere wijze door de Heilige Stoel werden belast met de promotie van toekomstige prelaten, of hoe dan ook op andere wijze deel hebben aan zulke uitverkiezingen, de Heilige Synode roept hen op, en dringt er bij hen op aan, boven alles te bedenken, dat zij niets beters en niets nuttigers kunnen doen voor de eer van God en voor het heil van het volk, dan zich toe te wijden aan het kiezen van goede en geschikte herders om de Kerk te leiden.” »

22. « Aldus is het duidelijk, dat er waarlijk behoefte is aan een Sýllabus over het Concilie Vaticánum II van doctrinaire betekenis, en bovendien is er dringend nood aan de toename van het aantal heilige, moedige, onverschrokken, herders (priesters en bisschoppen), die degelijk geworteld staan in de Traditie van de Kerk, die vrij zijn van elke mentaliteit, passend bij een breuk met het verleden, zowel in het leerstellige bereik als in het liturgische veld. Deze twee elementen zijn de niet te vermijden voorwaarden waardoor de doctrinaire, liturgische, en pastorale verwarring gevoelig zou kunnen verminderen. Eerst dan zal het pastorale werk van het Tweede Vaticaans Concilie blijvende vruchten in de geest van de Traditie kunnen dragen, waardoor wij verbonden zullen zijn met de katholieke geest, die in alle tijden, en op alle plaatsen, en in alle ware kinderen van de Katholieke Kerk, de enige ware Kerk van God op aarde, heeft geheerst. »