ART09100103 -- Versie 1 october 2009
Een nieuwe cosmologie
Auteur: Ir. Ing. Jan A. A. van der Wulp
Postadres: Maxburgdreef 41, B 2321 Hoogstraten-Meer
Email: ioco@skynet.be
=============================================-
EEN NIEUWE COSMOLOGIE
Big-Bang is geen bevredigende cosmologie
1. De nieuwe theorie over de cosmos, die de Big-Bang afwijst, is nog recent. De twijfels aan de oudere theorie van de Big-Bang werden veroorzaakt door niet verklaarbare spectrale roodverschuivingen, vooral bij quasars. Ook de Hubble telescoop gaf allerlei waarnemingen, die niet met de Big-Bang theorie konden overeenkomen. De Amerikaanse astrofysicus Halton Arp schrijft in zijn boek Seeing Red: Redshifts, Cosmology, and the Academic Science, dat de meerderheid van de extra-galactische objecten een intrinsieke roodverschuiving vertoont.
2. Maar dat wil zeggen, dat de hypothese van de vaste roodverschuiving, waarop de theorie van de Big-Bang berust, moet worden afgewezen. Op theoretisch vlak heeft de astrofysicus Jayant Narlikar deze intrinsieke verschuivingen verklaard. En dan kan men ook de waarnemingen met de Hubble telescoop, die eerder niet pasten in de Big-Bang theorie, met de nieuwere inzichten verklaren.
3. De theorie van de koude donkere materie - the cold dark matter - kon nooit goed met de Big-Bang theorie worden verklaard. Evenmin was het duidelijk hoe de Wet van Behoud van Materie en Energie moest worden verstaan bij de veronderstelde Big-Bang. Bij de inflatie zou het universum zich met grote snelheid hebben uitgedijd. Maar het bestaan van zo'n grote snelheid werd nooit geconstateerd.
4. De oerknaltheorie of Big-Bang theorie heeft nooit een bevredigende verklaring kunnen geven voor alle wetenschappelijke feiten - de nieuwere theorie over het ontstaan van de cosmos doet dat wel. Samenvattend: Het universum is geen uitdijend heelal. En het is niet ontstaan uit een singulier beginfeit (zoals een explosie). Er is nooit een Big-Bang geweest.
5. Een voorhoede van bekende geleerden (waaronder Fred Hoyle) heeft het failliet van de Big-Bang theorie uitgesproken. Het blad Nature heeft zelfs een editorial gepubliceerd met de titel "Down with the Big Bang". Maar er is veel tegenkanting onder de wetenschappers. In september 2008 was er een groot congres in Seattle in de staat Washington, USA, van cosmologen om dit probleem te bespreken. Daar werd nadrukkelijk gesteld door meerdere astrophysici (Van Flandern, David Dilworth), dat de oorsprong van het universum door een Big-Bang een mythe is. Er moet een betere uitleg komen van wat men waarneemt. Heel wat sterrenkundigen (minstens 300) werken nu aan een Alternate Cosmology.
Een nieuwe cosmologie
6. Een van de nieuwere theorieën werd opgesteld door Barry Setterfield. Deze theorie is gebaseerd op meerdere wetenschappelijke onderzoekingen. Zou de cosmos samentrekken, dan zou er een zichtbare blauwverschuiving moeten zijn. Die is er niet. Door de waargenomen gequantiseerde roodverschuiving wordt een expanderend universum wel heel onwaarschijnlijk. Resteert de aanname van een vrijwel statisch universum. Een stabiele, met ruimtestof gevulde, cosmos is bestand tegen ineenkrimping, mits de massa van het electron toeneemt, en andere natuurconstanten, die constant werden geacht, variabel zijn. Nog sterker: Bepaalde natuurconstanten zouden moeten variëren in het rythme van de roodverschuiving. Dat is inderdaad het geval bij beschouwing van alle waarnemingen. De aanname van een statische cosmos is dan ook gerechtvaardigd.
7. Max Planck voerde in 1911 in het begrip nulpuntsenergie (zero point energy ZPE). De nulpuntsenergie is de energie nog aanwezig in de stof en de ruimte als de temperatuur is gezakt tot het absolute nulpunt -273 °C. In de latere theorieën van De Broglie, Born, Heisenberg, Jordan, en Schroedinger, werd deze ZPE wel theoretisch aanvaard, maar een fysische werkelijkheid ontbrak eraan. Latere onderzoekingen bevestigden het werkelijke bestaan van de ZPE (nulpuntsenergie). Nernst concludeerde, dat de bron van de ZPE in de cosmos ligt, en dat de ganse cosmos er mede is gevuld. Men voerde daarop stochastische elementen in in de oorspronkelijke kwantumtheorie. De ZPE werd aldus verbonden met het begin van de cosmos, de ZPE is de energie welke de massa in stand en op zijn plaats houdt. Meerdere andere natuurconstanten hangen af van deze ZPE.
8. Nelson schrijft in 1967, dat het verlaten van de klassieke fysica, wat samenhing met de invoering van de quantummechanica 40 jaar tevoren, onnodig was geweest. Boyer toont in 1975 aan, dat de klassieke fysica en het gelijktijdig gebruiken van de ZPE allerlei bewegingen van kleine deeltjes (Brownse beweging) even goed verklaren als de standaard kwantumtheorie en het onzekerheidsprincipe van Heisenberg dat deden. Merk op, dat Randell L. Mills nog een stap verderging bij de introductie van zijn Verenigde Veldtheorie die geheel is gebaseerd op de klassieke fysica. In de Verenige Veldtheorie ontbreekt elk stochastisch verschijnsel, alles verloopt deterministisch en volgens causaliteit.
9. In het begin van het bestaan van de cosmos was de ZPE zeer laag, en de roodverschuiving was zeer hoog. Er bestaan wiskundige betrekkingen tussen de ZPE en andere fysische grootheden. In de richting van het verleden neemt de ZPE af, de roodverschuiving neemt toe, de snelheid van het licht neemt toe, de mate waarin radio-actief verval optreedt neemt toe, de ontstane hoeveelheid radio-actieve energie neemt af.
10. Barry Setterfield heeft onderzocht hoe de lichtsnelheid is veranderd in de loop der tijd. In 1987 publiceerde hij de eerste resultaten van zijn onderzoekingen. Alle methoden en instrumenten, geven zonder uitzondering aan, dat de lichtsnelheid de laatste 300 jaar is afgenomen. In het Russische laboratorium te Pulkova was de afname van 1750 tot 1935 duidelijk niet-lineair met in totaal meer dan 100 km/s. Met de wiskundige methode van de kleinste kwadraten werd een formule afgeleid welke formule het verband geeft van de lichtsnelheid met de tijd. Extrapoleert men de kromme naar het verleden, dan nadert de kromme tot de as van de grafiek bij een tijd van 8.000 tot 18.000 jaren. Dat geeft dan de ouderdom van de cosmos bij de allerhoogste waarde van de lichtsnelheid. Andere natuurconstanten zoals de Constante van Planck en de restmassa van het electron vertonen dezelfde veranderingen in de tijd als de lichtsnelheid.
11. Setterfield staat niet alleen met zijn inzichten betreffende een jonge cosmos. Want er bestaat een niet-opgelost probleem in de theorie van de Big-Bang, namelijk dat galaxies van 13 miljard lichtjaren ver weg geen enkel spoor van cosmologische evolutie (verandering) vertonen. Dat betekent, dat deze cosmologische evolutie - dat wil zeggen de vorming van die sterrenstelsels - in een veel kortere tijd moet hebben plaats gevonden. Troitskii, Moffat, Albrecht, Magueija, en Barrow zijn geleerden, die Setterfields vaststellingen ondersteunen.
12. Alle cosmologische problemen van de Big-Bang-theorie worden opgelost door aan te nemen, dat de lichtsnelheid niet constant is, en zeer hoog was in het begin van de cosmos. De uiterst lage beginwaarde van de ZEP brengt mee, dat de lichtsnelheid destijds ongeveer 6 maal 10exp11 groter zou zijn geweest dan wat wij heden meten. De constante van Planck was overeenkomstig laag. Alle atomaire processen verliepen veel sneller dan heden.
13. Wij vatten samen: 1. De cosmos is statisch (niet expanderend, niet krimpend); 2. De snelheid van het licht was zeer hoog in het begin, wellicht bijna oneindig hoog, en nam af gedurende de levensduur van het universum; 3. Andere natuurconstanten vertonen een evenredig, of omgekeerd evenredig, verband met de lichtsnelheid.
Dateringen corrigeren
14. De radio-actieve vervalsnelheid was in het begin ook zeer hoog. Het grootste deel van het verval heeft plaats gehad kort na het begin, dat is na het ontstaan. Echter in het begin was de uitgestraalde hoeveelheid radio-actieve energie heel laag en deze nam toe omgekeerd evenredig met de grootte van de vervalsnelheid. Dit betekent, dat de schadelijke gevolgen van deze straling in het begin niet zwaarder waren dan tegenwoordig. Ook de warmteontwikkeling was daarom beperkt.
15. Merk op, dat het feit, dat het radio-actief verval in het verleden groter was, dan het heden is, van reusachtig belang is voor alle radio-actieve leeftijdsbepalingen. Het betekent, dat alle ouderdomsbepalingen van gesteenten, aardlagen, voorwerpen, fossielen, met radio-actieve methoden, waarbij het verval constant in de verleden tijd werd aangenomen, valse uitkomsten geven. De vele miljoenen en miljarden jaren, resultaten van radio-actieve dateringsmethoden, zijn valse resultaten -- men denke in plaats daarvan eerder aan meerdere duizenden jaren.
16. Volgens Setterfield moeten de reeds bekende 'dateringen' worden gecorrigeerd in overeenstemming met de afnamekromme. Dan valt de opgegeven ouderdom van 13,7 miljard jaar terug tot ongeveer 8.000 jaar.
Een jonge cosmos
17. Samenvattend kan men de theorie van Setterfield worden verwoord als volgt: De Zero Point Energy ZEP, de gekwantiseerde roodverschuiving, de vervalsnelheden van de radio-actieve stoffen, en de snelheid van het licht wijzen alle tesamen, en elk voor zich, naar slechts één consequentie, te weten: Een Jonge Cosmos, met een ouderdom in de orde van 8.000 jaar.
18. Het voert hier te ver om de details van de vorming van de sterrenstelsels uit te leggen. Daarvoor is vereist inzicht in de vorming en het gedrag van plasma's. Een plasma is een verzameling losse elementaire deeltjes. Men kan een plasma als de vierde aggregatietoestand beschouwen, naast de vaste stof, de vloeistof, en het gas. Een plasma kan donker zijn, het kan gloeien, en het kan de vorm aannemen van een boog. Een donker plasma is onzichtbaar, een gloeiend plasma zien wij als het Noorderlicht, veroorzaakt door een plasmastroom van de zon naar de aarde. Een boogvormig plasma kennen wij als de bliksem of in een lichtboog.
19. De nieuwere cosmologische plasmatheorie vervangt de oudere gravitatietheorie (zwaartekrachttheorie). Men nam aan, dat gravitatiekrachten de cosmos regeren en in evenwicht hielden. Maar gravitatiekrachten zijn relatief zwak, wat iedereen kan vaststellen, die een voorwerp, wat gevallen is, opraapt. Om de waargenomen verschijnselen te verklaren moet men dan het bestaan van de zogenaamde dark matter (donkere stof of donkere materie) invoeren. Maar dat roept dan weer andere anomalieën op. De nieuwere plasmatheorie stelt dat de gravitatie als regerende kracht moet worden verwaarloosd ten voordele van de electrische en magnetische krachten van het plasma.
20. Het komt er op neer, dat de cosmos in het bestaan kwam met een reusachtige hoeveelheid energie van het plasma. Er had daarna een enorme inflatie plaats, absoluut onverenigbaar met de Big-Bang theorie. Dit allereerste plasma vormde de diverse soorten galaxies, en sterren zonder de noodzaak van de werking van gravitatiekrachten. De nieuwe plasmatheorie verklaart de snelle vorming van sterrenstelsels en planeten (in enkele van onze dagen).
21. Deze nieuwe theorie verklaart ook waarom de planeten eerder ontstonden dan de sterren, zo de aarde eerder dan de zon. Dit heeft te maken met de de aanwezigheid van zware atomen - metalen, zoals ijzer - in de kernen van de planeten, zo ook de aarde. De kernen van de galaxies gaven al heel spoedig licht. De sterren in de galaxies geven pas licht na 3 tot 3½ dagen. Zo ontstaat ook de zon, en geeft dan licht op de vierde dag. Barry Setterfield's theorie is een consistent cosmologisch model, wat alle data, ook oudere data, geheel verklaart. Tot nu toe heeft dit model alle serieuze kritiek doorstaan.
Samenvatting nieuwste cosmologie
22. Samenvattend kan men van de nieuwe cosmologische plasmatheorie van Setterfield vaststellen, dat deze theorie de beschrijvingen van het ontstaan van de cosmos in het eerste hoofdstuk van het boek Génesis geheel heeft bevestigd.
23. Voor wat betreft de controverse Evolutie of Creatie ? heeft de theorie van Setterfield helder gemaakt:
A. dat alle lange tijden, bepaald met radio-actieve metingen, moeten worden gecorrigeerd voor het verschil in radio-actieve vervalsnelheid kort na het ontstaan van de cosmos en het heden;
B. dat dit betekent, dat alle radio-actieve bepalingen van tijden en leeftijden van miljoenen en miljarden jaren vals zijn;
C. dat er geen sprake kan zijn van een leeftijd van de cosmos of de planeet aarde ouder dan ongeveer 8.000 jaar;
D. dat de volgorde van het ontstaan van de cosmos is: eerst was er de energie (onder andere in de vorm van licht), dan ontstonden de planeten (waaronder de aarde), vervolgens na drie tot vier dagen waren de sterren ontstaan (waaronder de zon) en begonnen licht te geven;
E. dat alle anomalieën (niet verklaarbare waarnemingen) waar de oudere theorie van de Big-Bang onder leidt, worden verklaard;
F. dat als gevolg de Big-Bang theorie als een mythe moet worden beschouwd.
24. De filosofische consequenties van de afwijzing van de Big-Bang theorie zijn nog niet goed te overzien. De niet-vakfilosoof vermoed, dat men door het afwijzen van het uitdijend en/of cyclisch karakter van het heelal, het begrip oneindigheid in de filosofie zal moeten herzien. De materie en het heelal kunnen niet oneindig zijn, dus zijn zij eindig, en dus moet er een begin en er moet een oorzaak, een bron, bestaan. Wat, welke, hoe, dat zal de filosoof of theoloog moeten uitdenken. En, als er een begin is, zal er ook een einde zijn. Welk einde ? Wederom een vraag voor de filosoof en de theoloog.