ART09021102 -- PS120 -- Maart 2009
De geldigheid van de Heilige Mis
Apologetica
DE GELDIGHEID VAN DE NIEUWE HEILIGE MIS
1. Wij ontvingen een brief van een pater van 83 jaar, die daarin schrijft, dat - volgenszijn inzichten - de zogenaamde Novus Ordo van de Mis, dat is de nieuwe Misorde van1979, dat is de Mis, zoals die tegenwoordig gebruikelijk is volgens de officiële boekenvan de Nederlandse of de Vlaamse bisschoppen, eventueel met enige delen in het Latijn,altijd ongeldig is. En wel omdat de teksten en de handelingen te veel mensgericht zijnen te weinig God-gericht. In feite - zo zegt deze pater - is er sprake van eenlutheriaanse, geprotestantiseerde dienst, waarin de gemeenschap zichzelf 'viert'.
2. Indien dit waar was, zou er de laatste 40 jaar vrijwel niemand in België of Nederlandnog een geldige Heilige Mis hebben kunnen bijwonen. Al die jaren zouden de gelovigendan niet aan hun zondagsplicht hebben kunnen voldoen. Alleen die uiterst zeldzameLatijnse Mis volgens het oude Missaal van 1962, die slechts hier en daar in hetverborgene werd of wordt opgedragen, zou dan geldig zijn, en de weinige deelnemendegelovigen de nodige genaden schenken. Vele miljoenen gelovigen zouden dan de laatsteveertig jaar veroordeeld zijn tot een leven zonder Heilige Mis, en dus zonder de daarbijpassende genaden.
3. Het is duidelijk, dat dit niet waar kan zijn. God de Vader zou nooit al zijnmiljoenen gelovige Nederlandssprekende kinderen, en zeker niet zo maar, en in éénklap, ongeveer vanaf 1968, beroven van wat hen het liefste is, en wat zij het hardstenodig hebben voor hun zieleheil, te weten, het geldige Misoffer. Dat zou in flagrantetegenstelling staan tot Zijn Wezen als goede Vader.
4. De visie, dat de Nieuwe Mis nooit geldig zou zijn, is overigens niet nieuw. Vele jarengeleden werden er al hevige discussies over gevoerd. Gelukkig heeft de grote theoloogPater J. P. M. van der Ploeg, OP, zich meermaals geuit over dit probleem en de correctetheologie daarvan gegeven. Wij schreven de bedoelde pater een brief, waarin wij dekernpunten hebben weergegeven. Deze brief volgt hier.
De antwoordbrief
5. Beste Pater. In het bezit van uw brief van 18 januari, waarin u verkondigt, dat deNovus Ordo van de Heilige Mis in se (uit zichzelf), dat wil zeggen dus altijd, ongeldigis, moet ik u melden, dat die theologische visie op de geldigheid van de Novus Ordoder Heilige Mis niet juist is.
6. In het volgende houd ik mij aan de theologie zoals die altijd verwoord werd doorPater Prof. Mag. Dr. Johannes P. M. van der Ploeg, op, zaliger gedachtenis. Ik bespreekeerst de juridische kant, daarna de pastorale zijde van het probleem.
JURIDISCHE OVERWEGINGEN
7. Het uitgangspunt is, dat de celebrerende priester een geldig celebret (hij magcelebreren) van een bevoegde overste heeft, meestal de plaatselijke bisschop, en geensuspensie (verbod om de Mis op te dragen) heeft opgelopen.
8. De Heilige Mis is geldig indien de priester doet wat de Kerk wil, dat er gedaanwordt. De priester moet doen, wat de Kerk wil, dat er gedaan wordt. Een priester, diein zichzelf zegt de Mis niet (geldig) te willen opdragen, en dit vervolgens toch preciesvolgens de voorschriften doet, bedriegt zichzelf. Uit zijn daden blijkt immers zijnbedoeling, dat is zijn wil.
9. Practisch betekent dit, dat, indien de priester de teksten en de handelingen van deofficiële liturgische boeken (van 1962 of van 1979) volgt, boeken, die immers door deKerk zijn vastgesteld, de Mis geldig is.
10. Zo is de Vetus Ordo van de Mis - altijd in het Latijn - volgens de boeken van 1962,altijd geldig.
11. De priester hoeft niet zelf te geloven in de transsubstantiatie, hij kan zelfs eenafvallige ketter zijn in de geest. Als hij de gebeden en de rubrieken van het missaal maarstipt volgt.
12. Als de priester de officiële Latijnse liturgische boeken van de Novus Ordogebruikt, en die stipt volgt, is de Mis zeker geldig. Deze boeken zijn immers vastgestelddoor het wettige kerkelijke gezag, te weten de Heilige Stoel.
13. Als de priester de officiële Nederlandse of Vlaamse liturgische boeken van deNovus Ordo gebruikt (in het Nederlands), en deze stipt volgt, zonder ongebruikelijkemoderniteiten toe te voegen, is de Mis zeker geldig. Ook deze boeken zijn door hetwettige kerkelijke gezag vastgesteld, te weten de plaatselijke bisschoppen, engoedgekeurd door de Heilige Stoel.
14. Wijkt de priester af van de officiële Nederlandstalige liturgische boeken (in deNederlandse of de Vlaamse versie), en/of voegt hij moderniteiten toe, dan hangt hetgeheel af van het individuele geval of de Mis geldig is, of niet.
15. In dit geval wordt de intentie wel belangrijk. Wil hij doen wat de Kerk wil, dat ermoet worden gedaan, of wil hij dit niet ? En hoe blijkt dit eventueel ? Als de tekortenten opzichte van de officiële versie niet groot zijn, of als de verschillen met de officiëleboeken klein zijn, of berusten op onachtzaamheid, of vergetelheid, of verstrooidheid,dan kan de Mis wel geldig zijn.
16. In het algemeen kan men zeggen, dat de hoofdelementen van de Mis:Schuldbelijdenis, Lezingen, Offerande, Canon met Consecratie, Communie niet mogenontbreken. Men name de Consecratiewoorden mogen niet verhaspeld worden - zijmoeten precies volgens voorschrift worden gesproken. Ook kan er twijfel aan degeldigheid ontstaan als een niet-goedgekeurde canon wordt gebruikt. Nogmaals: Menkan de geldigheid slechts beoordelen aan de hand van de feitelijke handelingen terplaatse.
PASTORALE OVERWEGINGEN
17. Een geheel andere zaak betreft de gaven der genaden, de genaden, welke de priesterafroept middels zijn Misoffer, de genaden, die hij zelf verwerft, en de genaden, die deaanwezige gelovigen verwerven.
18. In het algemeen kan men zeggen dat de Vetus Ordo, correct uitgevoerd, de meestegenaden verwerft, voor de gemeenschap, voor de misintentie, en voor de personen. Dievorm is God het meest welgevallig door de theologisch juiste uitdrukkingen, door demeer traditionele gebaren en handelingen, en door de strekking. Deze vorm is hetmeest sacraal (heilig, aan God gewijd).
19. Vervolgens is het de Novus Ordo in het Latijn welke de meeste genaden geeft,omdat die vorm de meest gewenste vorm het meest nabij is. Ze is de tweede keus watsacraliteit betreft.
20. Tenslotte is het de landstalige Mis - in onze streken dan in het Nederlands - die ookgenade geeft, maar minder dan de andere vormen, door het minder sacrale karakter endoor de meer anthropocentrisch (op de mens gerichte) teksten en handelingen.
21. Het opdragen of celebreren van de Mis is de verantwoordelijkheid van de priester.De gelovigen kunnen in de praktijk meestal niet veel anders doen dan tekorten(achteraf) lichtjes bij te sturen. Vaak kunnen gelovigen slechts lijdzaam aanwezig zijn.Of zij stemmen met hun voeten, en zij gaan heen om hun heil elders te zoeken. Demeerderheid van de gelovigen ontbreekt het ook aan de nodige kennis om degeldigheid of de sacraliteit van de opgedragen Mis te beoordelen.
22. Daarom: Als de gelovige zich niet bewust is van enig tekort bij het opdragen van deMis, en in vol vertrouwen op de priester aanwezig is, als de gelovige dus te goedertrouw is, krijgt hij of zij alle genaden, die anders door God ook gegeven zouden zijn,ware de Mis perfect juist gecelebreerd. De gelovige zal (in de sfeer van de genade) nietlijden onder de tekorten of de fouten van de priester, indien deze gelovige zich aan dejuiste en traditionele vormen en handelingen houdt, en zich van geen tekort of kwaadbewust is. Doet deze gelovige eventueel wel mee met ongewenste moderniteiten, danvermindert de genade, die hij of zij ontvangt, dienovereenkomstig.
23. In het vertrouwen u hiermede voldoende te hebben ingelicht, verblijf ik, met deverschuldigde hoogachting, u hartelijk groetend,
w.g. Jan A. A. van der Wulp