De priesters moeten nu ten strijde trekken

Datum: 
Zon, 2009-10-25
Profeet: 
2 Patricks

TTP09102503
De priesters moeten nu ten strijde trekken

"Ik roep u op voor de strijd"
De twee Patricks, Ierland, 25 october 2009

1. Jezus: « ... Beste kleinen, Ik roep u op een leven vol liefde te leiden in deze wereld vol zonden. Kijkt rondom u, zelfs de Mijnen verlaten Mij in steeds grotere aantallen. Hoor eens, als gij Mij niet gelooft, stel dan uzelf de volgende vragen: Zoudt gij Mij verdedigen in de volle waarheid zonder u af te vragen welke schade dat zou kunnen toebrengen aan uw leven, uw carrière, en uw vriendschappen met anderen ? Kunt gij Mijn Naam - Jezus - zeggen vol verering en respect ten overstaan van anderen zonder u beschaamd te voelen of in de war te geraken ? Verandert gij Mijn woorden uit de Schriften om anderen, zonder hen te irriteren, tegemoet te kunnen treden ? En verandert gij Mijn wetten, of vergemakkelijkt gij die, met de bedoeling de gevoelens van anderen niet te kwetsen ? »

2. « Bekijk dat maar eens, en ga na of gij wel waarlijk in Mij gelooft, Ik, die God ben. Want, als Ik de eerste zou zijn in uw leven, zou niets anders er toe doen, behalve Ik. Gij zoudt u niet beschaamd voelen over Mij of Mijn waarheden. Gij zoudt beslist niet menen, dat gij excuses zoudt moeten maken omwille van Mij of Mijn waarheden. Gij zoudt dan Mijn schriftwoorden niet verdraaien, neen, gij zoudt er liever uw leven voor geven. Ik ben immers het Woord, en gij verandert Mij ten einde anderen ter wille te zijn. Welnu, vraag het aan uzelven: Gelooft gij werkelijk in Mij en zijt gij het wel waard het Koninkrijk Gods binnen te gaan ? »

3. Patrick: «Jezus, ik ben schuldig aan de meeste van die zaken, en ik verkeer niet in het front van de strijd, zoals uw bisschoppen en priesters, zij moeten wel vallen als vliegen. »

4. Jezus: « Weldra, Mijn zoon, zult gij beiden [de twee Patricks] ook vooraan staan in de strijd, en Mijn (priester)zonen zullen de strijdkreet van hun God vernemen, welke strijdkreet zal komen van de mond van Mijn twee Patricks, en zij zullen opstaan en nogmaals naar voren marcheren. Maar, helaas, velen zullen niet willen luisteren, en zij zullen voor eeuwig verloren gaan. Staat daarom op, en vecht voor uw broeders en zusters. Hoe eerder gij die aanvallen zult afslaan, des te eerder zullen wij vooruit kunnen gaan. Vertrouwt Mij nu maar hierin. Ik bemin u. Want weldra zal het voor velen te laat zijn. Hoort toch de schreeuw van Mijn Hart. Ik ben uw God, Ik bemin u, en Ik roep u op ten strijde te trekken. Aanhoort toch hoe Mijn liefde snakt naar Mijn volk. Laat de boze geesten niet Mijn kamp overrompelen, staat op, en bindt de strijd aan. Het is tijd. Komt, Mijn zonen, Mijn priesters. Weet wel, dat Ik, uw God, u niet in de steek heb gelaten. »

5. « Weldra zult gij de roep van uw God vernemen, weldra zult gij weten, dat de tijd is aangebroken. Laat niet toe, dat deze wereld die oproep zal wegredeneren, maar gaat vooruit met de kennis van uw ware God. Mijn Geest zal over u komen, Hij zal nederdalen, en Hij zal u geleiden. Gij behoeft niets te vrezen, en Mijn Twee Patricks zullen worden gezien, en gij zult weten, dat de tijd waarlijk is aangebroken. De tijd van genade, de tijd van liefde, de tijd van de wonderen. Vertrouwt op Mij, Mijn dienaren (priesters), Ik ga komen, Ik, uw Jezus, Ik houd van u. »

6. « Kinderen, Ik ga komen, en gij moet u voorbereiden. Gij moet proberen om altijd naar de waarheid, en in de waarheid, te leven, ten einde deze tijd te kunnen overleven. Indien gij probeert om altijd Mij te volgen, zal Ik u beschermen tegen alles wat zal geschieden en u kan overkomen. Echter, als gij Mij afwijst en verstoot, dan zult gij de volle laag van Mij gerechtvaardigde Toorn ondervinden. Luistert daarom nu naar Mijn oproepen. Luistert naar wat Ik u vertel, want de tijden veranderen razend snel. Kijkt naar de gebeurtenissen, en ziet daarin het begin van Mijn Wederkomst. Ik bemin u, lieve kleinen, Ik bemin u. »