De Grote Evolutietheorie

Datum: 
Woe, 2011-04-06

DE GROTE EVOLUTIETHEORIE

Een modern sprookje
6 April 2011

1. ART11040605 - Weinig mensen realiseren zich wat het begrip “De Grote Evolutietheorie” eigenlijk inhoudt. Ja, men leest over een of andere oudheidkundige vondst, die door de aanhangers van evolutie als een bewijs voor evolutie wordt aangebracht. Gewoonlijk heeft men slechts een vaag besef van wat het geheel betekent. Welnu wij zullen dat hier eens omschrijven. Daarbij gebruiken wij dankbaar een artikel van Don Batten in de tijdschriften Creation en Leviathan.

2. Het begint met niets. Er was niets. Toen kwam de Big-Bang, de Oerknal. Het niets explodeerde en er ontstonden waterstof-atomen, heel veel waterstofatomen. Die vormden clusters waterstofsterren. Daarna explodeerden de waterstofsterren, waardoor de waterstofatomen uiteen vielen. Uit al die elementaire deeltjes ontstonden de zwaardere elementen. Die zwaardere elementen gingen samenklonteren en zo ontstonden de sterrenstelsels, ja, hele groepen daarvan, het ganse universum of heelal.

3. Uit overblijfselen van de exploderende sterren, een soort kronkelende schijf kosmisch stof, ontstond ons zonnestelsel. In het centrum van die schijf verzamelde zich tenslotte genoeg materie, die steeds dichter opeen pakte, waardoor vanzelf kernfusie ontstond en ja, hoor, daar was onze zon. Uit het aanwezige stof vormden zich de aarde en de andere planeten. De aarde was eerst een bol van gesmolten materie, en koelde dan voldoende af, opdat zich water zou kunnen vormen. Toevallig bevond de aarde zich juist op de goede plek in het heelal, niet te dicht bij de zon, niet te ver er vandaan.

4. In het water op aarde, vol chemicaliën, vormden zich vanzelf eerst eenvoudige en later complexe organische moleculen door samenballing van ketens van eenvoudige moleculen. Dat gebeurde dan door allerlei natuurlijke invloeden, zoals blikseminslagen.

5. Toen vormde zich per toeval geheel vanzelf een eerste levende cel. Het duurde allemaal vreselijk lang, hoor, maar die cellen klonterden samen tot bacteriën en zo verder tot meercellige wezens. Door toevallige omgevingsinvloeden, werden zo in zeer lange tijden alle wezens op aarde gevormd, eerst de lagere planten en dieren en, na héééél lang wachten, de hogere dieren, inclusief microben, magnolia’s en microbiologen.

6. Oh, ja, ook de menselijke geest ontstond zo maar. Door natuurlijke invloeden. Geen enkele intelligente ingreep van buitenaf werd toegelaten. Waarom een mens een orgelconcert van Bach kan spelen en een aap niet, is allemaal vanzelf zo gekomen. Waarom de mens een atoombom kon uitvinden en een koe niet, ach, het kwam zoals het kwam.

7. Dit is het populair ‘wetenschappelijke’ geloofssysteem van de Grote Evolutie. Nu, ja, populair is het wel, maar wetenschappelijk is het in het geheel niet. Men kan het in twee korte zinnen samenvatten. 1. “Uit chaos ontstond vanzelf orde.” En: 2. “Waterstof is een gas, dat, als je maar lang genoeg wacht, vanzelf verandert in mensen.” Anders gezegd: het irrationele vormt het rationele, of het wezen zonder verstand (intelligentie) brengt het wezen met verstand (intelligentie) voort.

8. Door het zó voor te stellen, worden de mensen soms boos. Waarom ? Omdat zij nooit hebben nagedacht over het ganse systeem, wat evolutie wordt genoemd. Omdat zij een MYTHE voor waarheid houden. Omdat zij hun levensstijl hebben gebaseerd op dit goddeloze sprookje. Deze hele Grote Evolutietheorie is ronduit belachelijk. Hoe kan niets nu tot iets worden zonder een echte oorzaak ? Hoe kan niets, tot alles worden, zonder een enkele oorzaak ? Dit is echt de dwaasheid ten top.

9. De oorsprong van het leven ? Zelfs de allereenvoudigste microbe heeft al een structuur, die zó complex is, zo geintegreerd, dat alle menselijke kennis bijeen gebracht, niet in staat is zo’n wezen uit te vinden. En dat zou allemaal zijn ontstaan door de blinde krachten van de chemie en de fysica ? En dan spreken wij nog niet over de hogergeordende dieren.

10. Men moet wel een hééél gróóót geloof hebben, om dat uit zichzelf ontstaan aan te nemen. Waarom geloven intelligente mensen, wetenschappers, toch in zulke onmogelijke zaken ? De stelling: ”Alles maakte zichzelf,” sluit natuurlijk de Creator, de Schepper, uit. De Bijbel wordt zo tot een verachtelijk sprookjesboek. Het is echter ZINVOLLER en VERSTANDIGER in de scheppende God te geloven dan in de Grote Evolutietheorie. Echte aanhangers van deze evolutiemythe worden dikwijls boos, als men hun levensvisie aan de kaak stelt. Zij koesteren hun droom met overtuiging. Daarom is het wenselijk om in discussies de raad van Sint Petrus te volgen, te weten, om onze argumenten “MET ZACHTMOEDIGHEID EN RESPECT” over te brengen. Zie de eerste brief van de Heilige Apostel Petrus 1Petr 3,15.