De Bisschop van Antwerpen verloochent zijn Meester

Datum: 
Zon, 2011-04-03

DE BISSCHOP VAN ANTWERPEN VERLOOCHENT ZIJN MEESTER

Verantwoording van een beschuldiging
1. ART11032505 - In het vorige nummer PS132 van Profetische Stemmen, dat van maart/april 2011, hebben wij beschreven hoe de bisschop van Antwerpen, MGR. JOHAN BONNY, actief heeft deel genomen aan de Sabbatsviering in een bekende Joodse synagoge te Antwerpen. Dit nieuws was gebaseerd op meerdere persberichten. Wij hebben geschreven, dat de bisschop daarmede zijn Meester Jezus Christus heeft verloochend en verraden, omdat immers de hedendaagse gelovige Joden absoluut niets van Jezus, de Zoon van God, de Messias, willen weten. Zij beschouwen Jezus nog steeds als een oproerkraaier, die terecht ter dood werd gebracht 2.000 jaar geleden.

2. In hun Sabbatsviering volgen de tegenwoordige Joden een eredienst, die wel ongeveer gebaseerd is op de eredienst van het Oude Testament, maar die vervormd werd door de rabbi’s van de tijd na Jezus’ dood, welke rabbi’s niets van Jezus, noch van de door Hem gestichte Kerk, wilden weten. De bedoeling van de Sabbatsviering is eer te brengen aan de ene God van het Oude Testament van de Bijbel. De vraag is nu, of zij - de tegenwoordige Joden - daarin slagen, dus of die Sabbatsviering inderdaad welgevallig is aan God de Drieëne. Zo, ja, dan is ons verwijt aan de bisschop onterecht. Zo, neen, dan is ons verwijt aan de bisschop zeer terecht.

3. Welnu, de katholieke geloofsleer heeft altijd gehouden, dat het Oude Verbond van het Joodse volk, met de bijpassende eredienst, vervangen werd - middels Jezus’ leringen en door Zijn Kruisdood - door de eredienst van de katholieke Kerk, waarbij sprake is van het Nieuwe Verbond in Jezus’ Bloed, wat het Oude Verbond heeft vervangen. Als gevolg daarvan is de eredienst van het Oude Verbond niet meer welgevallig aan God. In geen enkel opzicht kan de Joodse Sabbatsviering als een waardige eredienst aan de Drieëne God beschouwd worden.

4. In dit artikel geven wij een volledige onderbouwing van dit standpunt. Het is een tamelijk ernstige zaak om een bisschop te beschuldigen van hoogverraad, en wij willen elke theologische twijfel daaromtrent dan ook wegnemen.

Leidt het hedendaagse Judaïsme af van het heil ?
5. De tegenwoordige Joden weigeren Onze Heer Jezus-Christus te erkennen. Vóór de komst van Christus was het Judaïsme de enige ware godsdienst, maar heden is dat niet meer het geval, omdat het volk destijds haar roeping heeft miskend, en heeft geweigerd de Redder en Verlosser te ontvangen en op te nemen. De waarlijk gelovige Joden hebben zich bekeerd tot Christus Jezus, want bij Zijn komst, de komst van de Messias, werd aan de godsdienst van het Oude Testament haar bestaansgrond ontnomen. Het gaat dus tegen het ware geloof in als een man als Walter Kardinaal Kasper beweert, dat de Joden zich niet behoeven te bekeren tot het Katholicisme om te worden gered.

6. Inderdaad heeft Walter Kardinaal Kasper - destijds President van de Pauselijke Commissie voor de betrekkingen met het Jodendom - op 6 november 2002 bij een lezing op de Universiteit van Boston gezegd, dat Jezus-Christus de Redder is van alle mensen. Daarna ging hij verder: “Dat betekent niet, dat de Joden Christenen moeten worden om te worden gered. Indien zij hun eigen geweten volgen, en geloven in de beloften van God, zoals zij deze verstaan in hun eigen godsdienstige traditie, bevinden zij zich in de lijn van het plan van God, wat voor ons zijn historische bekroning zal vinden in Jezus-Christus.”

7. WAT ECHTER LEERT DE KATHOLIEKE KERK OP DIT PUNT ? Sint Paulus spreekt openlijk over het ongeloof van de Joden (Rom 11,20) en over hun verblinding (Rom 11,25; 2Kor 3,15; en andere plaatsen). Hij bevestigt duidelijk, dat zij in die toestand: ”in het geheel niet aan God behagen,” maar integendeel het voorwerp van Gods Toorn zijn (1Th 2,14-16).

8. De zachtzinnige Sint Jan spreekt over: “zij, die zich Joden noemen, maar het niet zijn, omdat zij leden zijn van de Synagoge van Satan” (Ap.2,9). Sint Petrus zegt hun vlakaf in het gezicht op de dag van Pinksteren: “Dat het ganse Huis van Israël met grote zekerheid weet, dat God tot Heer en Gezalfde heeft gemaakt deze Jezus, welke gij aan het kruis hebt geslagen. ... Doet dan boete, en laat elk van u zich laten dopen in de naam van Jezus, die de Christus is, voor de vergeving van uw zonden. (Hand 2,36-38).”

9. Sint Thomas legt uit, dat de praktijk van de Joodse godsdienst heden een zonde inhoudt, omdat zij op manifeste wijze een weigering van de Messias, die immers reeds is gekomen, inhoudt. Sint Thomas (I-II, q.103, a.4) herneemt de onderrichtingen van de Kerkvaders: De Joodse godsdienst is gestorven op Goede Vrijdag - dat wil zeggen, verloor haar godsdienstige waarde op hetzelfde ogenblik, waarop de Heer het Nieuwe Verbond in Zijn Bloed instelde, en waarop het voorhangsel van de Tempel scheurde. De Joodse godsdienst leidde sindsdien eerder tot de dood, dat wil zeggen was onderwerp van een doodzonde, tenminste sedert de verwoesting van de Tempel te Jeruzalem in het jaar 70. Beroofd van de Tempel, beroofd van haar priesters, beroofd van de mogelijkheid offers op te dragen, hadden de Joden van die dagen alle middelen om de afbraak en het einde van hun godsdienst te herkennen, en de waarachtigheid van Jezus Christus te erkennen, Hij, die immers deze verwoestingen had voorspeld.

Wijzigingen in de leer en de praktijk
10. De traditionele leer van de Kerk over het Judaïsme werd aangevallen op Vaticánum II door de verklaring genaamd Nostra Ætáte, en zo werd de poort geopend voor de zogenaamde vernieuwers. Ook werd het oorspronkelijke gebed van de liturgie op Goede Vrijdag gewijzigd. De traditionle tekst, die al gevonden wordt in de liturgische boeken van de 7e eeuw, luidt:

Laat ons ook bidden voor de ontrouwe Joden (pérfidis, ontrouw aan hun Verbond met God) opdat de Heer, onze God, de sluier van hun hart zou wegnemen, en ook zij Onze Heer Jezus-Christus zouden erkennen.

Laat ons bidden. Oh, Almachtige en Eeuwige God, waarvan de barmhartigheid zich zelfs uitstrekt tot de ontrouw van de Joden (perfídiam judáicam), verhoor de gebeden, die wij U aanbieden, voor dit verblinde volk, opdat het, eindelijk het licht van de waarheid, die Christus is, herkennend, los zou worden gerukt uit de duisterrnis.

11. In het Latijnse gebed worden de woorden pérfidis en perfídiam gebruikt, die volgens een bericht van de Heilige Congregatie van de Riten van 10 juni 1948 moeten worden vertaald door ONTROUW, en NIET door PERFIDE, omdat de betekenis van de laatste term perfide in de moderne talen is verschoven. Deze woorden - Latijn of Nederlands - duiden ongetwijfeld een vorm van ontrouw aan, voor degenen, die vasthouden aan de oude Joodse godsdienst. Dat is dus een ontrouw aan het Oude Verbond met God, wat immers gericht was op de Messias, dat is op Jezus de Christus. In het gebed wordt drievoudig de verblinding en de blindheid van de Joden genoemd.

12. De Apostelen, die Jood waren, zijn de eersten geweest, die hebben gesproken over de verblinding van hun eigen volk - zie Rom 11,25 - en die hebben gesproken over de sluier, die hen belet de ware betekenis van vele bijbelse teksten te begrijpen - zie 2Ko 3,15. Paus Johannes XXIII heeft in 1959 sommige woorden in het Goede-Vrijdag-gebed - oude Missaal - onderdrukt, en Paus Paulus VI heeft op zijn beurt in 1965 - in het toen geldende Missaal - het gebed gewijzigd, en daarbij de drievoudige vermelding van de verblinding der Joden geschrapt. Daarna heeft dezelfde Paus in 1969 een geheel nieuw gebed goedgekeurd voor het nieuwe missaal, wat het tegenovergestelde zegt van het oude gebed.

13. Het oude Latijnse missaal van 1962 werd hier echter niet door aangetast, totdat Paus Benedictus XVI in februari 2008 ook deze tekst veranderde. Dit nieuwe gebed voor het oude missaal vraagt wel om de bekering van de Joden, in tegenstelling tot het gebed van Paus Paulus VI voor het nieuwe missaal. Maar de drievoudige vermelding van de verblinding der Joden werd niet behouden.

Samenvatting
14. Men kan zich afvragen of de vermelding van de verblinding in het Goede-Vrijdag-gebed wel zo belangrijk is. Waar het echter om gaat, is te weten, of het tegenwoordige Judaïsme moet worden beschouwd als hetzelfde Judaïsme van het Oude Testament. Is het hedendaagse Judaïsme even welgevallig aan God als het oude Judaïsme, zelfs al kan men die godsdienst als onvoltooid beschouwen ? Of moet men dat moderne Judaïsme als een valse godsdienst beschouwen, omdat zij de Messias weigert te erkennen ?

15. Het oude gebed van het missaal van 1962 antwoordt daar duidelijk op door te spreken van de Joden als pérfidis, dat is ontrouw aan hun Verbond met God. Ook de drievoudige verblinding, genoemd in het gebed, verwijst er naar, dat de Joden in de fout zijn gegaan. Door de onderdrukking van deze drievoudige vermelding wordt de weg geopend voor het idee, dat de Joodse godsdienst nog steeds aangenaam aan God zou zijn, al is zij wellicht niet volmaakt. Men bevordert zo dus een gevaarlijke dwaling, die zeer verspreid is tegenwoordig.

16. Conclusie: De Joodse godsdienst is tegenwoordig een valse godsdienst, omwille van het feit, dat men weigert Christus - de Messias - te erkennen, en omwille van het koppig vasthouden aan godsdienstige praktijken, die zinvol waren vóór de komst van de Messias, en die na diens komst hun zin hebben verloren. Heel wat van deze geloofsinzichten, en van die praktijken, zijn ook ver verwijderd van het Oude Testament. Het hedendaags Judaïsme baseert zich eerder op de Talmoed, dan op de oudere Bijbel. Men moet steeds weer de woorden van Sint Petrus herhalen: “Er is onder de hemel geen andere naam, dan die van Jezus, waardoor wij kunnen worden gered.” -
Hand 4,12.

17. Men leze verder nog:
1Thes 2,14-16;
Hand 2,22-24; 3,12-15; 5,29-32;
Mat 23,23-39; 27,15-26;
Joh 8,37-47; 7,15-24; 5,18.