CITATEN UIT DE HEILIGE SCHRIFT
OVER HOMOSEXUALITEIT
27/12/2010
Een kwaal van de Laatste Dagen
1. ART10122705 - De Heilige Schrift vermeld, dat in de Laatste Dagen - en dat is NU - de mensen zullen leven als in de tijd van Noë (Noach). De hedendaagse profetieën zeggen zelfs, dat de maat en de ernst der zonden veel groter zijn dan in de dagen vóór de Zondvloed.
2. De aarde zal binnenkort worden gezuiverd door het VUUR, niet meer door het water, zoals bij de Zondvloed. En overeenkomstig met de redding van de rechtvaardige Noach en zijn familie, die werden gered in de Ark, zo zullen de rechtvaardigen van onze dagen worden gered in de REFÚGIA en/of worden opgenomen in de extatische OPNAME. Nu volgen enige CITATEN uit een zeer oud boek - de Bijbel - over ontucht en homosexualiteit.
3. LEVÍTICUS 18, 22-23. « Gij moogt niet het bed delen met een man, zoals met een vrouw, dat is gruwelijk. Verontreinig uzelf niet door de geslachtsdaad te verrichten met een dier. En een vrouw mag niet een dier uitlokken om met haar te paren, dat is pervers (verdorven). »
4. ROMEINEN 1, 24-27. « Daarom heeft God hen in hun lage begeerten uitgeleverd aan zedeloosheid, waarmede zij hun lichaam onteren. Zij hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen. Zij vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de Schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen. »
5. « Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegen-natuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten, en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden zij er voor gestraft, dat zij van God zijn afgedwaald. »
6. LEVÍTICUS 20, 13. « Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten. »
7. 1 KORINTIERS 6, 9-10. « Weet gij dan niet, dat wie onrecht doet, geen deel zal hebben aan het Koninkrijk van God ? Vergist u niet. Ontuchtplegers, noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen, noch knapenschenners, dieven noch geldwolven, dronkaards, lasteraars, noch uitbuiters, zullen deel hebben aan het Koninkrijk van God. »
8. GÉNESIS 2, 24. « Zo komt het, dat een man zich losmaakt van zijn vader en zijn moeder, en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt. »
9. ROMEINEN 1,26-27. « Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegen-natuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten, en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden zij ervoor gestraft, dat zij van God zijn afgedwaald. »
10. MALEACHI 2, 15. « Wie ook maar een beetje verstand heeft, doet zoiets niet, want iedereen wil toch een nageslacht, dat door iedereen gewild wordt ? Speel niet met je leven, en behandel de vrouw van uw jeugd niet trouweloos. »
11. GÉNESIS 19, 1-5; 12-13; 24-25. « De twee Engelen kwamen ‘s-avonds in Sodom aan. Lot zat juist in de stadspoort. Zodra hij hen zag, stond hij op, ging hun tegemoet, en boog zich diep voor hen neer. “Heren,” zei hij. “Komt u toch mee. Het huis van uw dienaar staat voor u open; overnacht daar en was er uw voeten. Dan kunt u morgenvroeg uw weg vervolgen.” »
12. « “Neen, dank u,” antwoordden zij, “wij overnachten wel op het plein.”Omdat hij echter sterk bleef aandringen, gingen zij met hem mee naar zijn huis. Daar maakte hij een maaltijd voor hen klaar; hij bakte brood, en zij aten bij hem. »
13. « Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen, liepen alle mannen van Sodom bij Lot’s huis te hoop, jong en oud, niemand uitgezonderd. “Waar zijn de mannen, die bij je overnachten,” riepen zij Lot toe. “Brengt hen naar buiten, wij willen hen nemen.” »
14. « ...[De twee mannen spraken tot Lot]: Ga met iedereen, die bij u hoort, weg uit deze stad. Wij staan namelijk op het punt deze stad te verwoesten: Er zijn zulke ernstige beschuldigingen tegen haar ingebracht, dat de Heer ons hierheen heeft gestuurd om haar te verwoesten.” ... Toen liet de Heer uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra, en hij vernietigde die steden en de hele vallei, met de inwoners van al die steden, en met alles wat op het land groeide. »