KATHOLIEKEN - WAT ZE GELOVEN
EEN BOEKBESPREKING
MEI 2007
Het te bespreken boek
1. ART07050105 - Wij ontvingen ter bespreking het boek:
Katholieken - Wat ze geloven
Tekst van Johan Van der Vloet
Uitgave Halewijn, 2006, 34 bladzijden A4.
ISBN 978 90 8528 390 4 - D/2006/5930/020
Met de vermelding: Op voorstel van de Nederlandse en Vlaamse bisschoppen. Een duidelijk Imprimátur of Nihil Obstat ontbreekt echter. Halewijn is de uitgeverij van het Vlaamse parochieblad Kerk en Leven. Een verantwoordelijke uitgever staat niet vermeld.
2. Op de achterflap staat onder andere: « ... Bij velen leeft de vraag wat het katholieke geloof met het dagelijks leven te maken heeft. Ook vragen velen zich af waar katholieken in geloven. Wat betekent hun geloof voor hun leven en hun handelen ? ... We willen in dit boekje ingaan op de genoemde vragen en laten zien wat katholieken bezielt. We nemen je even mee om iets te ontdekken van hoe ze naar de wereld, de mensen en God kijken. We hopen dat dit je kan helpen een eerste beeld te krijgen van de katholieken en hun geloof, of je bestaande beeld te verrijken. »
Algemeen over het boek
3. Het boek is keurig uitgevoerd, heeft een goede opmaak, en geeft mooie foto’s in kleur. Op enkele plaatsen gebruikt men een zwarte letter op een donkergrijze of leverkleurige ondergond wat de leesbaarheid niet ten goede komt door een gebrek aan contrast. De broodletter is nogal slank en schreefloos, wat het boek voor oudere ogen moeilijker leesbaar maakt.
4. Genoeg over de vorm, nu over de inhoud, want die is het belangrijkste. Maakt het boek waar, wat op de achterflap zo gloedvol wordt medegedeeld ? Geeft het veel interessante weetjes betreffende de katholieke gebruiken ? Ja ! Geeft het de ware inhoud van de katholieke leer betreffende het geloof en de zeden ? Neen ! Geeft het volledige informatie over de belangrijkste punten van dat katholieke geloof, rekening houdend met het inleidend karakter van het werkje ? Neen ! Staat het boek vast geworteld in de bestendige geloofstradities van de katholieke Kerk ? Neen !
5. Het boek is een typisch product van de zogenaamde conciliaire Kerk, dat is de meer progressieve, niet-traditionele, vleugel van de huidige katholieke Kerk. Het boek wordt gekenmerkt door de wattige en onduidelijke taal van de half-gelovige, modernistische theoloog. Het wemelt van de onzorgvuldige bepalingen en definities, het wemelt van de dubbelzinnige uitdrukkingen, het wemelt van de weglatingen betreffende zaken, die niet weggelaten hadden mogen worden, het wemelt van de onheldere en woordenrijke verklaringen, onzorgvuldigheid is overal troef. Als men het katholieke geloof al goed kent, verstaat men wel ongeveer wat de schrijver bedoelt, maar om als niet-gelovige de waarheid over het katholieke geloof te weten te komen, is het boek geheel ongeschikt.
6. Zeer irriterend voor de welopgevoede Nederlander en de beschaafde Vlaming is het voortdurende gebruik van ‘je’ en ‘jij’ en ‘jullie’ in plaats van ‘u’ en ‘gij’. Alsof de schrijver samen met de lezer nog in korte broek heeft geknikkerd, of het stuiterspel heeft gespeeld. De schrijver is duidelijk op de populaire toer gegaan, wat de inhoudelijke kwaliteit van het werk niet ten goede komt. Zoals bij Vlamingen nog al eens voorkomt worden voorzetsels vaak taalkundig verkeerd gebruikt. Het standaardvoorbeeld is: “Op de trein stappen”, in plaats van: “In de trein stappen.” Als voorbeeld in dit boek: “een woordenlijst, die achteraan dit boekje staat”, moet zijn: “een woordenlijst, die achterin dit boekje staat.”
Detailkritiek op de inhoud - de Kerk
7. De eerste zes bladzijden gaan over de grote geloofsgemeenschap, die de Kerk is. Enige voorbeelden van onzuiver theologisch taalgebruik in de eerste zes bladzijden: De Kerk wordt “een grote gemeenschap” genoemd. Dit is onvolledige sociologentaal. Een gemeenschap kan van alles omvatten van een voetbalclub tot een landstreek. De Kerk is geen gewone gemeenschap zoals een volk, of een taalkundig genootschap. Het moet zijn: “een geloofsgemeenschap.” Nog beter: “een bovennatuurlijke geloofsgemeenschap.”
8. Er staat: “Jezus: God die nabij komt.” Dit moet zijn: “Jezus, de Zoon van God, die nabij komt,” of beter: “die mens wordt.” Wij gebruiken het woord God voor de Heilige Drieëenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest, en soms voor de Eeuwige Vader alleen. Het is de Zoon Gods, die mens werd, en daarom de God-mens wordt genoemd. Dat staat er niet.
9. Over priesters staat er: “Dienaars van de gemeenschap: ...” Dit moet zijn: “Dienaars van God ten behoeve van de gemeenschap.” Nog beter: “Middelaar tussen God en de mensen.” De priesters worden wel uit de gemeenschap genomen, maar niet door de gemeenschap gekozen: God kiest zelf Zijn priesters.
10. Er staat: “In het geloof in Jezus ontstaat een nieuw soort gemeenschap.” Dit moet taalkundig zijn: “Door het geloof in Jezus ontstaat een nieuw soort gemeenschap.” Theologisch klopt dit niet. Want, de geloofsgemeenschap, dat is de katholieke Kerk, ontstaat niet van onderop door de samenvoeging van individuele mensen, die in Jezus (gaan) geloven, wat een modernistische gedachte is.
11. Immers, Jezus, de God-mens, heeft de Kerk zelf gesticht, met een duidelijke hiërarchische structuur. De Kerk werd van bovenaf gesticht. Hij, Jezus, is het Hoofd, de Paus, de bisschoppen en de priesters dragen de structuur. En men wordt er lid van door het Heilig Doopsel te ontvangen, niet op andere wijze.
12. Toch staat er verderop: “Alle mensen zijn ... gelijkwaardig op hun levenstocht. Het woord katholiek betekent: universeel, alomvattend. De hele mensheid wordt in Christus tot één lichaam, tot één grote familie.”
13. Voor God zijn inderdaad alle mensen gelijk, maar zij zijn niet allen katholiek, met de betekenis behorend tot de katholieke Kerk. Het woord ‘katholiek’ betekent oorspronkelijk inderdaad ‘algemeen’, omdat iedereen in beginsel lid van de katholieke Kerk kan worden. En het is ook Gods bedoeling dat alle mensen lid zouden worden. Tegenwoordig verwijst ‘katholiek’ echter naar de Rooms-Katholieke Kerk, met de bisschop van Rome als Paus.
14. Dat ‘de hele mensheid in Christus tot één lichaam wordt’, is valse modernistische theologie. Men bedoelt dan, dat de mens door het blote feit van zijn geboorte al tot de christenheid behoort, als een soort anomieme christen, en tengevolge daarvan deel kan hebben aan het christelijk leven, ook al is hij opgevoed als islamiet, of boedhist, of behoort tot een natuurgodsdienst. Als dat waar was, zou het doopsel niet meer nodig zijn, en het begrip ‘Kerk’ wordt dan geheel veranderd. Het zou dan haast synoniem worden met ‘de mensheid’.
15. De Kerk is inderdaad Christus’ Mystiek Lichaam, wat duidt op het bovennatuurlijk karakter van de Kerk, en men gaat daarbij behoren door het Heilig Doopsel. Het dogma (de geloofswaarheid) is: « Buiten de katholieke Kerk is er geen heil » en dat betekent, dat men tot de katholieke Kerk moet behoren, wil men de eeuwige zaligheid in de hemel kunnen bereiken.
16. Toch staat er in het boek: “Het katholieke geloof biedt in de zoektocht naar samenleven een origineel uitgangspunt: de overtuiging dat alle mensen samen met God op tocht zijn.” Dit is in wezen een marxistische uitspraak. Het katholieke geloof is ‘geen zoektocht naar samenleven’, maar een wegwijzer en een loopbrug naar de hemel, naar het eeuwig leven bij God. Het katholieke geloof is geen zoekend geloof - immers dit geloof is geheel bekend, en moet door de priesters en de gelovigen worden overgedragen op volgende generaties. Individuele mensen mogen zoekend zijn, de Kerk als geheel is dit niet. Een goede en mooie christelijke samenleving kan het gevolg zijn als heel veel mensen in die geloofsgemeenschap waarlijk christelijk leven, maar is geen doel op zich.
17. Het is overigens niet waar, dat alle mensen ‘samen met God op tocht zijn’. Alle mensen zouden ‘naar God op tocht’ moeten zijn, maar misdadigers en grote zondaars zijn niet ‘met God’, en niet ‘naar God’, op tocht. Men kan slechts met God op tocht zijn, als men vrijwel zondeloos is, en streeft naar zedelijke volmaaktheid. Heel wat mensen willen echter hun zondige levensstijl niet opgeven, en zij zijn met de duivel op tocht naar de hel. Er zijn zelfs mensen, die hun ziel aan de duivel hebben verkocht, en God rechtstreeks tegenwerken.
18. Tot zover enige kritische opmerkingen bij wat er staat geschreven in de eerste zes bladzijden van het boek. Maar daarmede is niet alles gezegd. Want een omissie kan erger zijn dan een leugen, of aan een leugen gelijk worden. En omissies zijn er vele. Geen woord namelijk over het feit, dat de katholieke Kerk heilig is, ook al zijn vele leden grote of kleine zondaars. Geen woord er over, dat wij als ledematen van de Kerk tot heiligheid zijn geroepen, waarbij heiligheid staat voor ‘zondeloosheid’ en ‘zedelijk volmaakt zijn’. Geen woord over het doel van de mens: “Waartoe is de mens op aarde ?”
19. Geen woord over onze eeuwige bestemming in hemel of hel. Geen woord over de goddelijke eredienst, die de Kerk aan de God-Schepper brengt. Geen woord over de genademiddelen, die de Kerk tot haar beschikking heeft, opdat de mens zijn eeuwig doel kan bereiken. Geen woord over het middelaarschap van de priester om deze genademiddelen op de mensen toe te kunnen passen. Geen woord over de driedeling van de Kerk in lijdende Kerk (in het vagevuur), strijdende Kerk (op aarde), en zegevierende Kerk (in de hemel). Juist deze driedeling maakt het wezenlijk bovennatuurlijke karakter duidelijk.
Kritiek op geselecteerde elementen - Jezus Christus
20. De volgende bladzijden gaan eerst over de persoon van Jezus Christus en over de Heilige Schrift. Ook daarin dezelfde wattige taal en onduidelijke, onvolledige en valse bepalingen.
21. Jezus kwam niet alleen ‘voor de zieken, de armen, de kleinen en de zondaars’, zoals er staat (wat weer een marxistische duiding is), want hij kwam evengoed voor de rijken en de machtigen, en hij genas niet slechts de armen, óók de rijken (wat er niet staat). Denk maar aan de tot levenwekking van de overleden, rijke grootgrondbezitter Lazurus van Bethanië. En denk aan Zijn contacten met de machtige Jozef van Arimathéa.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Schepping
22. Dan staat er: “De scheppingsverhalen zijn geen wetenschappelijk rapport omtrent de leeftijd van de aarde. Ze drukken wel uit hoe God schepper is: er is een oorsprong en doel in de schepping.” Zoals het er staat kan het juist worden verstaan, want het boek der Schepping is inderdaad geen modern wetenschappelijk rapport, maar dat wil niet zeggen, dat het boek Génesis natuurwetenschappelijk onzin zou zijn.
23. Zoals het er staat in het boek, is het daarom onvolledig, en het suggereert, dat de teksten, die verhalen over de schepping van licht en donker, de hemellichamen, de planten en dieren en de mens, wetenschappelijk vals zouden zijn. Toch wordt het bestaan van een oorsprong en een doel in de schepping wel erkend. Het is echter niet logisch wel de scheppende God te erkennen, en de orde en het doel, welke Hij in de natuur heeft gelegd, te erkennen, en niet te (willen) erkennen dat, en hoe, Hij alles heeft geschapen, zoals het boek der schepping ons dit mededeelt.
24. Dit komt door de invloed van de evolutietheorieën, welke in de 19e eeuw door ongelovige wetenschappers, als Darwin, Huxley en anderen, werden aangedragen. In de loop der tijd werd de evolutietheorie uitgebreid en werd in de 20ste eeuw gemeengoed onder halfgelovige wetenschappers en later ook onder theologen. Die theorie vervangt de oorsprong door creatie (schepping) door een oorsprong en een voortgaande ontwikkeling van de biologische soorten door het toeval, of door onbekende processen, of door een geheimzinnige inwendige kracht, ingebed in de stof.
25. In de eerste helft van de 20ste eeuw waren de natuurwetenschappen nog niet ver genoeg gevorderd om de evolutietheorie te kunnen ontzenuwen. Maar heden, begin 21ste eeuw is er geen twijfel meer mogelijk: Evolutie, vooral biologische evolutie, is op natuurwetenschappelijke gronden onzin ! Voor een compleet overzicht van alle natuurwetenschappelijke en andere argumenten gericht tegen evolutie zie men het boek:
Vance Ferrell
The Evolution Cruncher
Scientific Facts which annihilate evolutionary theory
Evolution Facts, Inc.
Box 300
Altamont, TN 37301, USA
pp. 928, 2001
www.evolution-facts.org
Price: US$ 5,= plus shipping
Vertaalde titels van de hoofdstukken
1. Geschiedenis van de evolutietheorie
2. De Big-Bang en de evolutie van de sterren
3. De oorsprong van de aarde
4. De leeftijd van de aarde
5. Het probleem van de tijd
6. Onnauwkeurige dateringsmethoden
7. De primitieve omgeving
8. DNA en proteïnen
9. Natuurlijke selectie
10. Mutaties
11. De soorten van de planten en de dieren
12. Fossielen en strata
13. De mens in de oudheid
14. Effecten van de grote vloed
15. Overeenkomsten en ongelijkheden
16. Vaste meningen en recapitulatie
17. De promotie van evolutie is waardeloos
18. De wetten van de natuur
19. Evolutie, moraliteit, en geweld
20. Tectonische platen en het aardmagnetisme
21. Dateren van de oudheden
22. De ficties van de evolutie
23. Wetenschappers spreken
24. Totaal onmogelijk
Dit boek geeft zeer overzichtelijk alle natuurwetenschappelijke gegevens welke de evolutietheorie onweerlegbaar tegenspreken.
26. Bovendien heeft de Kerk altijd de historische juistheid van het bijbelboek der schepping verdedigd. Van het begin der verkondiging door de twaalf Apostelen tot en met 1958 (het overlijden van Paus Pius XII) heeft daar nimmer twijfel over bestaan. De Pauselijke Bijbelcommissie was de uitvoerende instantie welke de juiste interpretatie van de Bijbel vaststelde. Die Commissie deelde tot 1958 in de onfeilbaarheid van het gewone leergezag (magistérium). Zowel theologisch als natuurwetenschappelijk mogen de bewoordingen van het boek Génesis in beginsel als historisch juist worden beschouwd al zal er hier of daar wel een punt of komma verkeerd in staan.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Eucharistie
27. Dan gaat het over de instellingswoorden van de Eucharistie. En er staat dan: “Toen Jezus die onvergetelijke woorden sprak, gebeurde er een omvorming van dood naar leven, van duisternis naar licht, van haat naar liefde. De verrijzenis - de opstanding uit de doden - is er reeds in aanwezig.”
28. Dit is valse theologie. De Eucharistie of de Heilige Mis is de onbloedige tegenwoordigstelling van het Kruisoffer (wat er niet staat), zoals dit onfeilbaar door het Concilie van Trente is vastgesteld. De Verrijzenis heeft hier niets mee van doen. De bepalingen van het Concilie van Trente hierover zijn glashelder. De Heilige Mis is een offer ! Moderne theologen proberen echter de gedachte aan het Kruisoffer weg te drukken en te doen vervangen door de Verrijzenis. Zo ook in dit boek.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Verrijzenis
29. Over de Verrijzenis staat er verder: “De verrijzenis is geen reanimatie, waarbij een dode weer levend wordt.” Re-animatie is letterlijk ‘weer-bezielen’, wat betekent, dat ziel en lichaam opnieuw één worden.
30. Jezus was waarlijk God en waarlijk mens (behalve in de zonde). Elke mens heeft een ziel en een lichaam. Ook Jezus had een menselijke ziel en een menselijk lichaam (een menselijke natuur), en als God-mens had hij ook een goddelijke natuur. Hij was één persoon in twee naturen.
31. Toen Hij aan het kruis stierf, scheidde zich de menselijke ziel van het lichaam. Dat geschiedt bij elke mens, die sterft. Bij de gewone mens begint het bederf van het lichaam direct nadat de ziel vertrokken is, tenzij God dat belet, wat bij meerdere heiligen is gebeurd. Als het lichaam van die heiligen later wordt opgegraven, blijkt het niet vergaan te zijn. Ook Jezus’ lichaam kende het bederf niet.
32. Bij de Verrijzenis verenigde Jezus’ menselijke ziel zich weer met het lichaam (wat men dus re-animatie zou kunnen noemen), en onder invloed van de goddelijke natuur, en omdat Jezus de dood had overwonnen, nam dat lichaam een verheerlijkte vorm aan - na de Verrijzenis had Jezus een verheerlijkt lichaam. Dat is een echt lichaam, wat echter aan andere wetten van tijd en ruimte gehoorzaamt dan ons sterfelijk lichaam. Het verheerlijkte lichaam vergaat niet, kent geen pijn, noch lijden, wordt niet belemmerd door aardse barrières, kan door gesloten deuren binnenkomen, en dergelijke. Het wordt door de goddelijke genade in stand gehouden, hoewel Jezus ook af en toe wat at.
33. Van dit alles, van al deze feiten, staat niets in het boek. Integendeel, er staat een modernistische opvatting over de Verrijzenis, te weten: “De verrijzenis is in de eerste plaats de ervaring van de ontmoeting met Jezus na zijn dood. ... Er is iets fundamenteels veranderd: de ervaring met Jezus stopt niet bij de rand van het graf. Er zijn uiteindelijk geen doorslaggevende feiten of wetenschappelijke gegevens om de verrijzenis te bewijzen. ... Men weet dat het ‘waar’ is.”
34. Proeft u, lezer en lezeres, het totale ongeloof. Het was zogenaamd alleen maar een geestelijke ervaring, dat Jezus nog leefde, de Apostelen en de leerlingen maakten het zichzelf wijs, dat Hij niet dood kon zijn. ‘Men weet, dat het ‘waar’ is’. Men praat het zichzelf aan. En voor een dergelijk verzinsel, voor zulk een zinsbegoocheling, zouden de Apostelen later de marteldood zijn gestorven ?
35. Wat een onzin ! Valse moderne psychologie. De Apostelen waren mensen van het platteland, vissers, en zeer practisch en nuchter. Sint Thomas verwoordde dat goed toen hij zeide, dat hij de wondetekenen wilde zien. En Jezus kwam die kritische zin tegemoet, waardeerde die, en liet de ongelovige Thomas de wondetekenen zien. En Hij at wat voor hun ogen. En Jezus verscheen eens aan 500 leerlingen tegelijk. Waarom is de Verrijzenis waar ? Omdat er betrouwbare getuigen zijn, die het bevestigen.
36. Dat is een doorslaggevend feit. Dat volstaat. In elk strafproces voor onze eigen rechtbanken volstaat een dergelijke getuigenis. Immers: De waarheid komt van de lippen van oprechte en eerlijke en betrouwbare getuigen - en die waren er meer dan voldoende in het geval van Jezus’ Verrijzenis.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Openbaring
37. In het boek staat op bladzijde 13 een dwaas verzonnen verhaal over Pontius Pilatus, welke zijn ongeloof aan de Verrijzenis verhaalt. Maar, ons katholieke geloof berust op de ware getuigenissen van authentieke personen, niet op een verzonnen verhaal van de ongelovige Pilatus. Dit verhaal heeft geen enkele ware historische grond. Het katholieke geloof is een historische openbaringsreligie - het berust op ware geschiedkundige feiten en op goddelijke openbaringen aan betrouwbare getuigen. Daarvan staat niets in dit boek.
38. Het boek geeft niet de juiste inzichten in het begrip Openbaring weer. De Openbaring omvat niet slechts de zelfmededeling van God aan de mensen, zij omvat tevens de kennis van God, de wereld, de natuur, de mens, de bovennatuurlijke wezens, en de heilsgeschiedenis. waarvan God wenst, dat die bij de mensheid bekend zou worden.
39. Het Jodendom kent de Oeropenbaring aan Adam en Eva. God deelde allerlei kennis aan Adam en Eva mede, welke kennis zij meenamen toen zij uit het Paradijs na de zondeval werden verdreven. Zij gaven die kennis zo veel mogelijk door aan hun kinderen, en kindskinderen, en die weer aan hun kinderen, die langzamerhand tot aparte stammen en volken gingen behoren. Vooral bij de Hebreeën werd die kennis overgedragen en neergeschreven in de eerste boeken van de Bijbel. Daarom ook kennen alle oude volkeren volksverhalen, die soms sterk verwant zijn aan de teksten van de eerste hoofdstukken van de Bijbel.
40. De Joden kregen als uitverkoren volk ook nog de Vooropenbaring, welke alle kennis omvat die God in het Oude Testament van de Schriften liet opnemen, als vervolg op de Oeropenbaring. Heel veel geloofskennis is daar al in te vinden. Dan kwam de Messias, en Hij, Jezus Christus de Heer, gaf de Joden, en ons, de volle Publieke Openbaring, waarin de Oer- en de Vooropenbaring werden samengevat, samengevoegd, en vervolledigd.
41. Nà Jezus’ Hemelvaart bleef de Heilige Geest de Apostelen en hun opvolgers, de Pausen en de bisschoppen, begeleiden, en gaf hen, en ook anderen, middels profetieën zogenaamde Privé Openbaringen, dat zijn verduidelijkingen en uitleg van de oudere Openbaringen, welke ook aanwijzingen voor de moeilijkheden van een zekere tijd bevatten. Die Privé Openbaringen gaan door tot op de huidige dag.
42. En zo beschikt de katholieke christenheid als enige over de correcte geopenbaarde informatie over God, de schepping, de mensheid, en de heilsgeschiedenis. Alleen de katholieke Kerk beschikt over de volledige Publieke en Privé Openbaring. De protestanten hebben in de 16e eeuw een groot deel van de bekende Openbaring overboord geworpen. De islamieten beschikken slechts over valse ‘Openbaringen’. Het jodendom aanvaardt slechts de Oer- en de Vooropenbaring.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Schepper
43. Het boek schrijft: “God wordt Schepper van hemel en aarde en van de mensen genoemd. Daar is sinds de opkomst van de evolutieleer nogal wat om te doen.” En: “De katholieke Kerk heeft al geruime tijd de evolutiegedachte aanvaard voor zover ze aanneemt dat er een ontwikkeling van soorten is geweest.”
44. God wordt niet alleen Schepper genoemd, Hij IS het ook ! En de evolutieleer bestaat niet, men kan hoogstens spreken van evolutietheorie. Immers een leer is zeker, en een theorie moet nog bewezen worden. En evolutie is nooit bewezen, en zal ook nooit bewezen worden. Biologische evolutie is onzin, zoals elke hedendaagse microbioloog en genetische bioloog-deskundige weet, niet vermoedt, maar weet.
45. Het is dan ook vals te schrijven, dat de Kerk de evolutiegedachte van de evolutie der soorten heeft aanvaard. De Kerk kan dat nooit aanvaarden want het is in strijd met de Oeropenbaring. Het boek Génesis spreekt nadrukkelijk over de schepping van de biologische soorten, elke soort telkens apart. En de Kerk heeft dat altijd geloofd en verkondigd vanaf Sint Petreus I tot circa 1960.
46. In de voordagen en de nadagen van het Tweede Vaticaans Concilie (1963 - 1965) waren er katholieke theologen, die weinig kennis hadden van de natuurwetenschappen, en die zich door ongelovige, zogenaamde wetenschappers lieten wijsmaken, dat evolutie mogelijk was, ja, al zeker was. Heden echter, in de 21e eeuw weten wij wel beter. Biologische evolutie is wetenschappelijke onzin, en de omzetting van de biologische soorten in elkander is onmogelijk. Daarvoor is de constructie van het soorteigen DNA veel te complex en uniek. Die kennis is echter nog steeds niet voldoende doorgedrongen bij de hedendaagse theologen.
Kritiek op geselecteerde elementen - de straffende God
47. Het boek vermeldt niet de juiste kennis betreffende de straffende en de rechtvaardige God. God is niet slechts liefdevol en barmhartig, God kan ook streng zijn voor de verstokte zondaar, en Hij is dat ook. Er staat: “God veroorzaakt geen natuurrampen, ... Ziekte, dood, en rampen zijn dus in geen geval een straf van God.” Dit is een dwaling.
48. God is alleen maar barmhartig voor de berouwvolle zondaar. Voor de verstokte, niet-berouwvolle zondaar kan God zelfs hard zijn. Als God de natuurrampen niet veroorzaakt, wie doet dit dan wel ? De aarde kreunt onder de zonden van de mensen, zo staat er in recente profetieën. En dan krijgt men aardbevingen, vulkanische uitbarstingen, stormen en orkanen, en vloedgolven. Men leze het lot van Sodom en Gomorrah in de Bijbel, en het lot van de stad Nineveh. Dat waren straffen van God, waarbij die steden werden vernietigd. Men leze over de Babylonische ballingschap, een straf voor het volk wegens afgoderij.
49. Het doel van God is altijd de mens, de ziel, naar de hemel te voeren, gewoonlijk langs het vagevuur, de plaats van loutering na de dood, want om de hemel te kunnen binnengaan moet men gans zuiver van ziel zijn, zonder enige zondevlek en zonder enige zondeschuld. Welnu, vaak zijn het de rampen en de straffen, die de mens tot inkeer brengen, en tot berouw over zijn zonden.
50. Dat geldt soms ook voor mensen, die een lang en zwaar ziekbed doormaken vóór hun afsterven. Diep-gelovige mensen, dragen soms hun terminaal lijden vrijwillig met het oogmerk de eigen zondeschuld uit te boeten en de zondaars zich te doen bekeren. Wezenlijk is, dat Gods rechtvaardigheid op een gegeven ogenblik eist, dat er genoegdoening wordt gebracht voor de begane zonden. Dat kan in een persoonlijk geval allerlei vormen aannemen, kastijdingen, rampen en ziektes niet uitgesloten. Het boek zegt daar niets over.Kritiek op geselecteerde elementen - het Eeuwig Leven
51. Dan staat er: “Maar in het christelijk geloof betekent eeuwig leven niet dat we lichamelijk onsterfelijk zijn. ... De term eeuwigheid is dus een beetje ongelukkig. ... Het is een term voor het deel krijgen aan Godzelf.”
52. Het klinkt naar pantheïsme (algodendom) te zeggen dat ‘we deel krijgen aan God zelf.’ Dit moet zijn: ‘deel krijgen aan het goddelijk leven.’ En de term eeuwigheid is helemaal niet ongelukkig. Dat betekent gewoon ‘zonder begin en zonder einde’
53. Vals is het om te schrijven, dat het ‘eeuwig leven’ niet inhoudt, dat we lichamelijk onsterfelijk zijn. Immers, een vast geloofspunt is de Verrijzenis van het Lichaam. Het staat in de Geloofsbelijdenis. Het boek Openbaring beschrijft dit gebeuren ook. Na het Laatste Oordeel, waarbij alle mensen van alle tijden zullen vernemen waarom zij, en alle anderen, naar de hemel of naar de hel gaan, zullen de hemelingen een schoon verheerlijkt lichaam krijgen, en daarmede voor eeuwig in de hemel verblijven, en de verdoemden zullen een afschuwwekkend lichaam aannemen, en daarmede voor altijd naar de hel worden verwezen. Zó is de ware katholiek leer.
Kritiek op geselecteerde elementen - Maria en Jozef
54. Op bladzijde 19 gaat het even over Maria. Zij wordt de ‘moeder van God’ genoemd, wat natuurlijk juist is. Maar er staat nergens, dat Zij altijd Maagd was, voor, tijdens, en na de geboorte van Haar Zoon Jezus. Toch mag dat zeker niet ontbreken, want vermijden dit te vermelden, houdt in twijfel te zaaien aan Haar maagdelijkheid.
55. Erg is ook, dat Sint Jozef in het geheel niet wordt genoemd. Maar, het mag beslist niet achterwege blijven, dat Sint Jozef weliswaar de wettelijke vader van Jezus was naar de Joodse wet, maar NIET de biologische vader. Sint Jozef wordt altijd de Voedstervader van Jezus genoemd. Dit vermijden te vertellen opent de mogelijkheid om Sint Jozef als biologische vader te willen wegzetten. Wat uiteraard geheel vals is.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Sacramenten
56. Over de Sacramenten staan modernistische uitspraken in het boek. Er staat: “Essentiëel voor het verstaan van de katholieke opvatting over sacramenten is dat er iets gebeurt met degene, die ze ontvangt. Ze doen iets met je, je wordt er anders, beter door.”
57. Wat een flauwe, onduidelijke kleutertaal. Het Sacrament werkt geestelijk en lichamelijk uit wat het moet bewerken bij de ontvanger. Ziel en lichaam van de ontvangende persoon veranderen er wezenlijk door. Sacramenten geven altijd genade, dat wil zeggen bevorderen het innerlijk geestelijk leven, bevorderen de zondeloosheid en de zedelijke volmaaktheid. Het hangt af van het aparte Sacrament wat het uitwerkt, en hoe dit precies gebeurt.
58. Er staat: “Sacramenten bouwen de kerkgemeenschap op, zodat ze Kerk ‘wordt’.” Dit is weer een horizontale opvatting van het begrip ‘Kerk’, waarbij het zuiver gaat om de mensengemeenschap. Dat is totaal vals.
59. De Kerk is een bovennatuurlijke gemeenschap met leden, die heilig of zondig kunnen zijn, en alles daar tussen in. De Sacramenten zijn de genademiddelen van de Kerk, welke het de ontvangers mogelijk maken om in de toestand van zondeloosheid en zedelijke volmaaktheid te blijven, of er weer in terug te komen, of de toestand van heiligheid te bevorderen, ja, te maximaliseren. De Kerk is heilig, de leden kunnen min of meer heilig zijn, of min of meer grote zondaars. Het opbouwen van de aardse mensengemeenschap is een gevolg van de heiligheid van de leden, niet het doel op zich.
Kritiek op geselecteerde elementen - het Doopsel
60. Over het doopsel staat er: “ Het doopsel is het sacrament van de ‘intrede’ in het geloof. Intreden betekent hier: binnnengaan in die ontmoeting met Jezus Christus. ... “
61. Flauw, modern, betekenisloos gepraat. Het doopsel wegzetten als een sociologisch initiatie-’sacrament’, als een intrederite, doet in het geheel geen recht aan de echte werking er van. Het belangrijkste is, dat het doopsel de vlek van de erfzonde wegneemt van de ziel van de ontvanger. Dat staat er niet.
62. Daardoor komt de ontvanger in staat van genade (zondeloosheid). En zodoende kan de ontvanger de hemel binnengaan, mits hij of zij die staat van genade bewaart. Vast staat: ‘zonder doopsel wordt niemand zalig’, dat betekent, dat zonder doopsel in katholieke zin niemand naar de hemel kan gaan. Dat staat er niet in het boek. Als de rite van het doopsel goed wordt uitgevoerd, maakt een exorcisme (duiveluitdrijving) er deel van uit. Die houdt in, dat de ziel van de ontvanger minder gevoelig wordt voor de boze werkingen van de duivel. Daarover staat niets in het boek.
Kritiek op geselecteerde elementen - het Vormsel
63. Over het vormsel staat er, “dat de Geest van Jezus Christus geschonken wordt als een steun in je eigen menswording.” Vals, vaIs.
64. Men is al mens door zijn geboorte. In de loop van het leven kan men een beter, heiliger mens worden, of een slechter en bozer mens. Het begrip ‘menswording’ hier gebruiken, geeft slechts verwarring met de Menswording van de Zoon Gods met Kerstmis door Zijn geboorte uit de Maagd Maria. Het woord ‘vormsel’ komt van ‘vromen’ dat sterken betekent. ‘Bergen op Zoom, houdt u vroom’, betekent ‘Bergen op Zoom, houdt u sterk’.
65. Het vormsel is het Sacrament van de sterking, dat wil zeggen men wordt er door gesterkt om een beter mens te worden, en dat te zijn, en te blijven. Ook om moediger en dapperder te zijn in de strijd om heiligheid, en bij de verkondiging van het ware geloof. Men wordt er een echte soldaat van Christus door. Dat woord sterken staat nergens in het boek.
66. Het vormsel is het Sacrament bij uitstek waardoor de Heilige Geest werkzaam is. Het is verkeerd te spreken van de ‘Geest van Jezus Christus’, want dit kan zuiver menselijk worden opgevat, zoals wij spreken van de geest, de mentaliteit, en de inzichten van een bekend persoon, wat hier niet correct is.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Eucharistie
67. Over het Sacrament van de Eucharistie geeft het boek niet de ware leer. Er staat: “Wie er aan deelneemt ontmoet de Verrezen Christus zelf.” En nog: “Door zijn leven, dood en verrijzenis op te roepen, komt hij niet enkel nu aanwezig, maar is Hij het ook die toekomst schept.”
68. De Eucharistie heeft niets van doen met de Verrijzenis. De Eucharistie is de onbloedige tegenwoordigstelling van de Kruisdood, van het Kruisoffer. Niets anders. De Mis of Eucharistie is een waar en echt, zij het onbloedig, Offer. Dit alles is onfeilbaar en glashelder vastgelegd door het Concilie van Trente in de 16e eeuw. Dit niet (willen) mededelen is zuiver afvalligheid van het ware geloof.
69. Deelnemen aan de Communie is de nuttiging van de geconsacreerde Hostie, het Lichaam des Heren. Dit is geen maaltijd, de Mis of de Eucharistie, is geen maaltijd. Dat aan de Hostie goddelijke eer moet worden gebracht, dat wij die Heilige Hostie (moeten) aanbidden, staat er niet.
70. Hoe precies Jezus ‘nu aanwezig’ komt, staat niet in het boek. Er zijn twee mogelijkheden: Jezus komt aanwezig ‘als er twee of meer in Mijn Naam bijeen zijn om te bidden.’ Dat geldt voor alle soorten gebedsbijeenkomsten. En, Jezus komt aanwezig in de geconsacreerde Hostie tijdens de Heilige Mis. De modernisten proberen altijd de tweede aanwezigheid te verdoezelen, en de eerste te benadrukken, wat ook hier gebeurt.
Kritiek op geselecteerde elementen - het Priesterschap
71. Over het priesterschap wordt niet met de juiste woorden gesproken. Er staat: “Jezus zelf wees elke aardse macht af. ... De apostelen, ... zagen hun leiderschap dan ook in de eerste plaats als een dienst aan de gemeenschap.”
72. Jezus wees aardse macht niet af. Hij sprak: “Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt, en aan God wat aan God toekomt.” Alle macht komt van God, en er is verschil tussen de wereldlijke macht van de burgerlijke overheden, de keizers, de koningen, de presidenten en de regeringsleiders, en de geestelijke en aardse macht van de hiërarchie der Kerk, de Paus, de bisschoppen en de pastoors.
73. Jezus sprak nadrukkelijk tot Petrus: “Wat gij op aarde bindt, is ook in de hemel gebonden, en wat gij op aarde niet bindt, is in de hemel niet gebonden.” Uit het boek der Handelingen blijkt duidelijk, dat er vanaf de eerste dagen van de Kerk sprake was van leiders en geleiden. De kerkelijke hiërarchie is door Jezus gewild en gesticht. Paus en bisschoppen hebben een herderlijke, een wetgevende, en een rechtsprekende macht, die is gevestigd in hun ambt.
74. Men kan dit ‘een dienst aan de gemeenschap’ noemen, zoals het boek doet. Maar dan vergeet men toch wel heel wat elementen van het priesterschap te noemen. Het feit, dat de priester de eerste middelaar is tussen God en de mensen, de gelovigen, omdat hij de Sacramenten kan en moet toedienen. Waarvan het celebreren van de Heilige Mis of Eucharistie het voornaamste is. Meer algemeen: De priester is de plaatselijke leider, die de eredienst van de plaatselijke gemeenschap aan God moet leiden. En hij moet het ware geloof verkondigen, onder andere door zijn preken en homilies, en door catechismusles en godsdienstonderricht te geven. Dat vermeldt dit boek allemaal niet.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Uitersten
75. Wat vrijwel geheel ontbreekt in het ganse boek zijn de gegevens van de eschatologie, de uitersten van de mens, over de hemel, de hel en het vagevuur. Heel de bovennatuurlijke bestemming van de mensen wordt totaal onderbelicht. Het doel van God is immers steeds om zo veel mogelijk mensen naar de eeuwige zaligheid in de hemel te voeren. Dat zegt dit boek niet.
76. Hemel, hel en vagevuur worden in dit boek uitsluitend als een geestelijke toestand beschouwd, wat vals is. Men noemt het symbolische termen, wat eveneens vals is. Hemel, hel en vagevuur zijn namelijk ook plaatsen alwaar de zielen verblijven, niet slechts toestanden.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Dialoog
77. Er staat over de katholieken: “Hun geloofsweg is een avontuur, een zoektocht, waarbij de dialoog met geloofsgenoten, andersgelovigen, en niet gelovigen, hen uitdaagt om hun eigen geloof telkens opnieuw te ontdekken. Dat willen ze vorm geven in de wereld, ... Ze streven naar menselijkheid en broederlijkheid, ... “
78. Vals. Het katholiek geloof is volledig bekend en staat definitief vast. Na bijna 2000 jaar kerkgeschiedenis met meerdere Algemene Concilies en vele Pauselijke uitspraken, is er geen twijfel meer over 99,9% van de geloofspunten.
79. Er is geen dialoog met andersgelovigen, en evenmin met niet-gelovigen. Immers de opdracht van Jezus is om het geloof te verkondigen, niet om met anderen te dialogeren over wat wel of niet waar zou zijn. Dat is de funeste invloed van de filosoof Immanuel Kant, met zijn valse leringen over de these (stelling), de antithese (tegenstelling), en de synthese (samenstelling), welke reusachtige geestelijke schade en onzekerheid heeft veroorzaakt. De katholieke werkelijkheid kent slechts de these, welke waar of vals kan zijn.
80. Op bladzijde 30 staat nog: “De katholieke godsdienst streeft naar een steeds sterkere dialoog tussen de godsdiensten.” Vals. Er moet staan, dat de katholieke godsdienst altijd streeft naar een steeds krachtiger verkondiging met het doel alle mensen tot het ware katholieke geloof te brengen.
Kritiek op geselecteerde elementen - de Rozenkrans
81. Het is duidelijk, dat de schrijver de Rozenkrans en het Rozenhoedje niet kent uit eigen gebruik. Hij schrijft immers over: “... de gebeurtenissen uit het leven van Jezus en Maria (de zogenaamde droeve en blijde mysterieën). ... wordt geholpen door een gebedssnoer.”
82. Geen katholiek zal spreken over een gebedssnoer, dat is een islamitisch woord. Zo’n kralensnoer heet Rozenkrans, tout court. Bovendien zijn er vier reeksen mysterieën, niet twee. De schrijver ‘vergeet’ de glorierijke en de licht-mysterieën of geheimen te noemen, naast de droevige (niet droeve) en de blijde geheimen.
Samenvatting van de kritiek
83. Samenvattend: Dit boek Katholieken - Wat ze geloven geeft in het geheel niet het ware, katholieke geloof. Het is geschreven door iemand, die zijn lezers een vervalsing heeft voorgezet, een modernistisch aftreksel van de katholieke waarheid. Het is onbegrijpelijk, ja, ontstellend, dat het colofoon vermeldt: “Op voorstel van de Nederlandse en Vlaamse bisschoppen.”
84. Is dit boek dan wel ooit door één van die ongeveer 20 bisschoppen gezien of gelezen ? Wij betwijfelen het. En, zo, ja, weten die bisschoppen dan zo weinig van het geloof, dat zij worden geacht te verkondigen en te verdedigen, te pas en te onpas, dat zij dit theologische wangedrocht hebben goedgekeurd ? Of heeft geen van die bisschoppen de moed om openlijk van zijn afschuw van dit schrijfsel te getuigen ?
85. En wat te denken van de uitgeverij Halewijn, uitgeverij van dit boek, en van het Vlaamse parochieblad, en van meerdere andere uitgaven. Is daar dan niemand aan boord, die in staat is een uitgave kritisch door te nemen op theologische juistheid. Zo, ja, waarom werd de publicatie van dit boek dan niet tegengehouden ?
86. Wij kunen de uitgeverij slechts het dringende advies geven dit boek onmiddellijk uit de handel te nemen, en van de fondslijst te verwijderen. Het draagt slechts bij aan de geloofsafval en de verwarring bij onze goede Vlaamse en Nederlandse mensen.
87. En de schrijver Johan Van der Vloet bevelen wij van harte aan in Gods barmhartigheid als hij dit werk opzettelijk zó heeft geschreven. Want wij hebben er moeite mee om te geloven, dat het slechts naïviteit en oprechte bezorgdheid (om de Kerk aan te passen aan de moderniteit) zijn geweest, die hem tot schrijven brachten. Daarvoor is het werk te knap geschreven. Dit boek riekt dan ook naar een opzettelijke poging om het katholiek geloof in onze streken systematisch verder af te breken, en te vervangen door een gans ander geloof, te weten, dat van de vrijmetselarij en de antichrist.