1. Het februarinummer 2004 van het Bezinningsblad-Kerk-en-Wereld bevat op de bladzijden 6en 7 een artikel, getiteld Vreedzaam samenleven in het heilige land, waarvoor tekent pater Walter Fabri, S.J. Het betreft het samenleven van Joden, moslims en christenen in hetzelfde land. Het gebed ‘om vrede en begrip' op bladzijde 6 vertoont hetzelfde tekort als het boven besproken gebedje, namelijk dat de waarheid van wat men gelooft als Jood, moslim of christen (en dan nog welke soort christen ?) er buiten wordt gehouden. Een weinig katholiek gebed dus.
2. De tekst op bladzijde 7 wekt sterk de indruk, dat de drie godsdiensten: jodendom, islam enchristendom, gelijkwaardige wegen ten heil zijn - de versie van het christendom wordt nietgenoemd, dus indirect worden alle christelijke stromingen en kerken onder de term‘christendom' ook nog over één kam geschoren. Het absoluut unieke karakter van het ware, katholieke christendom komt helemaal niet uit de verf. Maar, dat was wellicht debedoeling, want wij weten, dat heel wat Jezuïeten de allermodernste lijn (die van Lucifer?) volgen.
3. Er staat: Begin citaat: "Jeruzalem, het tempelplein, de heilige plek voor joden, moslimsen christenen. De westelijke muur, de klaagmuur, nader je met schroom. Je mengt je tussen debiddende mensen. Je bedenkt, dat hier al eeuwenlang mensen komen om hun verdriet, hunvreugde en hun hartsverlangen uit te drukken. ... Je kijkt verder en ziet hogerop deRotskoepel, een herinnering aan de hemelvaart van Mohammed. Je trekt je schoenen uit ...Eerbiedig mag je de hand leggen op de rots, waarvan de islamitische traditie zegt datMohammed op deze plaats ten hemel voer. ... je bidt voor Jeruzalem, opdat ze een centrummag blijven waar de drie godsdiensten van het Woord samen kunnen getuigen van Godsgrootheid...." Einde citaat.
4. Eerst over de situatie. De tweede tempel van de Joden te Jeruzalem werd in het jaar 70 door de Romeinen compleet verwoest en de Joden werden over de gehele wereld verstrooid. Toende islam in de zevende eeuw Jeruzalem veroverde, bouwde men op de ruïnes van detempelberg een moskee (die er nu al bijna 1400 jaar staat), later met een gouden koepel,genaamd de Al Aqsa moskee. Toen de Joden, die nog regelmatig pelgrimeerden naar de ruïnesvan hun heiligdom, vanaf de verovering door de islam geen toegang meer kregen tot depreciese plaats, waar het oude brandofferaltaar had gestaan (welke plaats zich nu in de moskeebevond), gingen zij vanaf het jaar 638 naar de Klaagmuur en werd deze muur met het pleineen Joodse bedevaartsplaats. In 1948, bij de stichting van de Joodse staat Israël, veroverde het Jordaanse legioen de Oude Stad van Jeruzalem en werd de Joden de toegang tot de Klaagmuurontzegd. Na de verovering van Jeruzalem door Israël in 1967 werd de Klaagmuur weerbereikbaar voor de Joden.
5. Het begint er in het artikel mee, dat het tempelplein te Jeruzalem genoemd wordt: ‘de heilige plek voor joden, moslims en christenen.' Welnu: De Klaagmuur en het tempelplein zijn zeker voor de orthodoxe Joden (orthodoxe Israëli) een heilige (bedevaarts)plaats. Maar, men bedenke, dat de meerderheid van de Israëli sterk geseculariseerd is, hoewel de orthodoxe Joden een veel grotere invloed op de staatszaken hebben dan met hun getal overeenkomt. Een christen kan begrip hebben voor deze visie van de orthodoxe Jood, want in de oude Tempel woondeinderdaad Jahweh-God. Het Oude Testament is daar heel duidelijk over. Maar het oudegeloof werd door de komst van de Godmens Jezus, de Messias, vervangen door het nieuwe,katholieke, geloof, waarbij het oude geloof werd afgeschaft. Jahweh-God woonde in de Ark,die in de Tempel was geplaatst, en die verdween bij de verwoesting in 70. Werd de Ark inveiligheid gebracht, of vernietigd ? Men weet het niet.
6. De Klaagmuur is voor de moslims slechts een heilige plaats in zoverre het hele gebied rondde Al Aqsa moskee in hun ogen islamitische grond is. En islamitische grond mag - volgens hunopvatting - nooit in andere handen komen. Daarom benadrukken zij, op grond van heteeuwenlange bezit, dat het gebied hun onvervreemdbaar eigendom is. De islamitische traditiebeweert wel, dat Mohammed daar ten hemel voer, maar dit kan toch als een vorm vantoeëigening worden beschouwd, te weten, toeëigening van daden en feiten en gebeurtenissen uit het veel oudere christendom en het nog oudere jodendom, waarvan de islamieten beweren, dat die in het kader van hun godsdienst zijn gebeurd. Want, Mohammed stierf op 8 juni 632 te Medina op het Arabisch schiereiland. En men weet: als men de leugen maar vaakgenoeg herhaalt, wordt deze tenslotte geloofd.
7. De Klaagmuur en het tempelplein zijn geen heilige plaatsen voor de christenen. Natuurlijkheeft elke fatsoenlijke christen respect voor de opvattingen van anderen, in dit geval voor dievan de orthodoxe Israëli, en zal in overeenstemming daarmede handelen, maar christenenhebben heel andere heilige plaatsen in Jeruzalem, te weten de plaatsen waar Jezus hetpriesterschap en de Mis instelde (het Cenakel), waar Jezus leed, Zijn Kruisweg ging, en deKruisdood stierf. Dat zijn de ware heilige plaatsen. Men vergete niet, dat het Oude Verbondmet het Joodse volk vervangen werd door het Nieuwe Verbond in Jezus' Bloed, welk Verbondbestaat met de katholieke Kerk, en met niemand anders. Dat de Joden Hem niet hebbenaanvaard, toen Hij in het Zijne kwam, zoals Sint Jan schrijft, is het probleem van de Joden.
8. Er staat nog in het artikel, dat er ‘al eeuwenlang' biddende mensen bij de Klaagmuur komen. Dit is niet geheel juist. Want van 1948 tot 1967 was de Klaagmuur voor de Jodenonbereikbaar. Jeruzalem werd pas in 1967 door de Israëli veroverd, en pas nadat de - door deislamieten opzettelijk volgebouwde - toegangsstraat werd vrijgemaakt, konden de Joden weervrij bidden bij de Klaagmuur.
9. Dan gaat het over de Rotskoepel, ‘een herinnering aan de hemelvaart van Mohammed.' zo staat er. Nu mogen islamieten geloven in de hemelvaart van Mohammed, maar een christen zetdaar toch enige stevige vraagtekens bij. Mohammed was een oorlogszuchtig man, die heel watveroveringstochten met de bijbehorende moordpartijen (vooral op christenen en Joden) opzijn naam heeft staan. Verder was hij een liefhebber van vrouwelijk schoon, waarbij hij zichniet beperkte tot de vier eigen vrouwen, zoals hij aan anderen toestond, maar na de dood vanzijn eerste vrouw nog een dozijn andere vrouwen nam en ook een voorkeur toonde voor jongemeisjes. Er zijn voldoende redenen voor een christen-theoloog met kennis van demoraaltheologie om te veronderstellen, dat, wat de islam de hemelvaart noemt, inwerkelijkheid eerder een hellevaart was. In ieder geval zal geen enkele ware katholieke christen,laat staan een gelovige en pausgetrouwe priester-Jezuïet, blij zijn en gelukkig, dat hij die ‘plaats van hemelvaart van Mohammed' heeft kunnen bezoeken en mogen vereren.
10. Dan staat er in het artikel: "Eerbiedig mag je de hand leggen op de rots, waarvan de islamitische traditie zegt dat Mohammed op deze plaats ten hemel voer." Het is ons een raadsel hoe een katholiek priester, een Jezuïet nog wel, enige eerbied kan hebben, en die eerbied ook tonen, voor de plaats waar de stichter van de islam zogenaamd ten hemel is gevaren, laat staan, dat wij begrijpen hoe een priester-Jezuïet respect voor de stichter Mohammed zelf kan hebben, een respect, verdergaande dan het gewone respect wat men voor ieder mens moet hebben. WantMohammed heeft de dood van vele duizenden christenen op zijn geweten en tevens deverwoesting van honderden christelijke kerken. De islamitische troepen op veroveringstochtop het Arabische schiereiland onder leiding van Mohammed joegen alle christenen, die geenislamiet wilden worden, zonder pardon over de kling, en verwoestten alle christelijke kerken.
11. Sedert de zevende eeuw heeft er vijandschap bestaan tussen de katholieke wereld en deislamitische wereld, en is er oorlog gevoerd tussen die twee werelden, omdat de islam zeerveroveringszuchtig is, en steeds weer probeerde christelijke gebieden te vuur en te zwaard teveroveren. De Pausen hebben in vroegere eeuwen steeds weer opgeroepen tot herovering vande eens christelijke gebieden, die door de islam waren veroverd en waar het christendom wasplatgewalst. Hoe is het mogelijk, dat een priester-Jezuïet, die door een extra gelofte vangehoorzaamheid aan de Paus gebonden is, met respect spreekt over deze treurige godsdienst, dezeketterij van het chistendom, de islam, waar alle Pausen altijd met grote afschuw over hebbengesproken, en terecht als men de geschiedkundige feiten niet wil verdonkeremanen.
12. Dan staat er nog in de tekst: "Je bidt voor Jeruzalem, opdat ze een centrum mag blijven waar de drie godsdiensten van het Woord samen kunnen getuigen van Gods grootheid." Wat eenleugenachtige zin ! Wat een valse voorstelling van zaken ! Wij bidden in het Engel des Heren,in navolging van de Proloog van het Evangelie van Sint Jan: "En het Woord is vleesgeworden." Sint Jan schrijft in de Proloog nog: "Het Woord was bij God. Het Woord wasGod." De uitdrukking ‘het Woord' betekent in het katholieke spraakgebruik: ‘de Zoon van God', en dus: ‘de Tweede Persoon van de Heilige Drieëenheid'. Het is totaal vals te spreken over de drie godsdiensten van ‘het Woord.' Want elke katholieke lezer zal er uit verstaan, dat Jezus, het Woord, de Zoon Gods, dus drie ware godsdiensten heeft gesticht, of zal toch minstens dit onbewust zo in zijn geest opnemen, wat natuurlijk vals is.
13. Maar Jezus heeft maar één godsdienst van ‘het Woord' verkondigd en gesticht, de katholieke godsdienst. En het is juist de totale valsheid van de tekst in het artikel, dat zowel het jodendom als de islam helemaal niets van een Zoon Gods = het Woord willen weten. De Joden en de islamieten kennen en erkennen slechts de ene, ongedeelde God. Een orthodoxeJood gruwt van het feit, dat Jezus, de Zoon Gods, de Godmens, de Messias is, en zij zijn nogsteeds in afwachting van die Messias. En de islamiet gruwt van het zoonschap, want Allahheeft geen zoon, zo is de leer van de islam. Alleen het christendom kent de trinitaireopvatting van God met Vader, Zoon en Heilige Geest.
14. Onder de ‘godsdiensten van het Woord' kan men ook verstaan de godsdiensten van deBijbel, het boek, dat immers werd geopenbaard door het Woord, en het boek, dat Godswoord(en) bevat. Hier worden op subtiele wijze de begrippen ‘het Woord = de Zoon Gods' en ‘het woord = de woorden, de taal' dooreen gebruikt om te suggereren, dat alle drie de godsdiensten evenveel waarde hechten aan de Bijbel, hetgeen een grote leugen is.
15. Want, de Joden willen niets weten van het Nieuwe Testament van de Bijbel, en ook desamenstelling, van wat een christen het Oude Testament noemt, is bij Joden en christenenniet dezelfde. De islamieten zeggen wel, dat zij de Bijbel aanvaarden als een gewijd boek, maardan toch slechts gelezen en geïnterpreteerd zoals zij dat zelf zien. Want hun zg. ‘heilige' boek is de Koran, die wel heel wat aanhalingen uit de Bijbel bevat, maar wel gemengd met talloze haatteksten en opdrachten tot plundering, moord en doodslag van christenen en joden.
16. Verderop staat er nog in het artikel: "Je ziet voor je de steen van de zalving van Jezus en je bidt voor deze stad, opdat ze een bindteken mag blijven van de [drie] godsdiensten die Abrahem als stamvader erkennen." Weer zo'n valse zin ! Stamvader is een genetisch begrip, en inderdaad worden alle leden van het volk Israël als afstammelingen, nakomelingen, van Abrahambeschouwd. Maar christenen zijn lichamelijk geen nakomelingen van Abraham, behalve deweinigen, die zowel Joods als christen zijn, en die men Joodse christenen noemt. Islamietengeloven, dat zij van een zoon van Abraham afstammen, en men noemt dan Ismaël. Dit magdan wellicht waar zijn voor sommige stammen op het Arabisch schiereiland en in Noord-Afrika, het lijkt toch een weinig realistische aanname voor alle tegenwoordige moslims.
17. Abraham was dienaar en vriend van Jahweh-God. Hij bekleedt een eerste plaats in deheilsgeschiedenis, omdat hij temidden van een heidense omgeving, dat is een omgeving, waarmen tientallen afgoden aanbad met allerlei, soms onverkwikkelijke, rituelen, Jahweh-Godsteeds getrouw bleef, ook als hem dit moeiten en offers kostte. Abraham schittert door zijngeloof in de zich openbarende God. Zijn vertrouwen op Gods woorden is onwankelbaar, ook allijkt menselijkerwijs de vervulling onmogelijk. Volgens Sint Paulus is het vaderschap vanAbraham vooral gebaseerd op Gods uitverkiezing, en dus vooral van geestelijke aard. Allen, dieAbraham navolgen in zijn groot geloof en godsvertrouwen, worden dan zijn ‘kinderen', zijn‘afstammelingen', genoemd, een diepere band dan die van het bloed en de afstamming naarhet vlees. Zoals Abraham door zijn gehechtheid aan God rechtvaardigheid verwierf, zo zullenzijn geestelijke kinderen die rechtvaardigheid op overeenkomstige wijze vinden. Naar de wijzewaarop de mensen zich stellen tegenover het geloof van Abraham zullen zij worden gezegend.
18. Het treurige van de tekst in het artikel is nu juist, dat zowel Joden als islamieten - geestelijk gezien - helemaal geen kinderen van Abraham zijn. Want Abraham luisterde naar de woorden van God en gehoorzaamde die, ook al was dat moeilijk. Maar zowel Joden als islamietenluisterden, en luisteren, niet naar Gods openbaringen door Zijn Zoon Jezus, de Godmens, en zijgehoorzaamden die niet. Zij volgden hun eigen interpretaties en hun eigen verzinsels. Zijtoonden niet de gehechtheid aan God en Diens woorden, maar de gehechtheid aan hun eigeneigenwijze inzichten. Joden en moslims zijn goede voorbeelden van geestelijk onechte kinderenvan Abraham.
19. De Orde der Jezuïeten heeft er altijd om bekend gestaan, dat men de candidaten voor het priesterschap een langdurige, degelijke, ja, zware opleiding gaf. Wij mogen aannemen, datpater Walter Fabri, S.J., de auteur van het boven besproken artikel, deze grondige opleiding ook heeft gehad, en dus degelijk werd geschoold in de theologie. Alle kritiek, die wij gaven op zijn visie en zijn tekst, moet hem dan ook - onzes inziens - bekend zijn. Want voor een geschoold theoloog is alles wat wij schreven niet bijzonder nieuw.
20. Wij blijven dus zitten met de volgende vraag: Waarom verloochent pater Fabri op zo'nduidelijke wijze het hem bekende katholieke geloof ? Is hij afvallig geworden, is hij zijngeloof kwijt ? Dat is droevig, maar het komt voor; en een oprecht man, een man van eer, zaldat zichzelf bekennen, de consequenties aanvaarden, en ander werk gaan doen: Schapenhoeden, of tekenles geven, of een winkel beginnen, dat doet er niet toe, alles beter dan ooknog het geloof van anderen te vernietigen ! Wij weigeren verder te geloven, dat pater Fabrinaïef is, en niet beseft wat hij doet en wat hij schrijft. Naïeve Jezuïeten bestaan niet, voor zover wij weten. Of is pater Fabri afvallig geworden, en heeft hij zich aangesloten bij de club van de tegenstander, de loge van de tegenstrever ? Wij hopen van niet, maar wij vrezen er voor !