Bekeringen en offers gevraagd
Angelik Caruana, Malta, november 2011
1. ACA11110105 Het betreft boodschappen van Onze Lieve Vrouw gegeven te Borg in-Nadur op het eiland Malta aan de ziener Angelik Caruana. De geestelijke leidsman is Pater Hayden. In april 2006 had Angelik de eerste verschijningen en vanaf december 2006 hadden de verschijningen plaats op de helling van de Borg in-Nadur. Hieronder een samenstelling van de woorden gesproken tijdens meerdere verschijningen.
2. Onze Lieve Vrouw: « Zeg het volgende tegen Pater Hayden, opdat hij deze boodschappen kan overbrengen aan de mensen, die verzameld zijn onder aan de helling. Het is nu 80 jaar geleden, dat Ik op de wereld ben gekomen te Fatima. Vandaag kom Ik om te gaan langs de wegen van Malta en vooral op de berghelling van de Borg in-Nadur, omdat Mijn Zoon Jezus Mij heeft gezonden. »
3. « Ik wil de bekering van de gehele wereld, en vooral van het eiland Malta. Daarom wil Ik ook, dat gij heel vaak het Rozenhoedje bidt om deze bekering dichterbij te brengen. Die bekering is werkelijk dringend. De Rozenkrans is waarlijk een schild tegen de duivel, die elke dag verbeten werkt rondom u, waarvan gij u niet voldoende rekenschap geeft. Weest daarom voorbereid en waakzaam ten opzichte van hem - de duivel - met uw Rozenkrans in uw zak. »
4. Toen verscheen de Dame al wenende. Plotseling sprak zij gedurende het Rozenhoedje: « Ik wil, dat de wereld zich dringend bekeert, en wel ten opzichte van de euthanasie, de abortus, de echtscheidingen, en de verlatingen. Ik wil dat gij daarvoor bidt. Angelik, Ik wil dat de mensen offertjes brengen, dat zij vasten, en boetedoeningen plegen. Ik wil eveneens, dat zij zich bekeren.»
5. « Zeg het volgende tegen pater Hayden. Het is dringend. Vandaag heeft Angelik de hel gezien. De hel bestaat echt. En het is daar niet zoals zo vele mensen denken.Het is geen uitvinding van het verleden, bedacht door grootmoeders of door kleine kinderen. De hel bestaat echt. Ik wil, dat gij (pater Hayden) tegen de mesnen, die aanwezig zijn, vertelt, wat Angelik heeft gezien, want heel wat zielen staan op het punt verloren te gaan, omdat er niemand is, die voor hen bidt.
6. « Het is uiterst dringend, dat men zich zou bekeren. In de wereld bestaan het gebruik van roesmiddelen en verdovende middelen, de moedwillige vruchtafdrijving, de echtscheiding, de gemakkelijke dood door euthanasie, de pornografie, het misbruik en de kwelling van jongeren en kinderen, en ook nog het hebben van sexuele betrekkingen voor en buiten het huwelijk. Ik wil, dat men afziet van al die zonden. Ik wil een dringende bekering. Het is omwille van die zonden, dat er op het ogenblik zo veel natuurrampen plaats grijpen in de wereld. Maar de mensen zijn nog steeds verblind, zij geven zich er geen rekenschap van dat al die rampen komen door de zonden, en daarom luisteren zij niet naar Mijn oproepen. »
7. « Vandaag zijn er mensen aanwezig (op de helling aldaar), die hier slechts zijn uit nieuwsgierigheid. Ik wil, dat zij morgenochtend neerknielen bij de priester om hun biecht te spreken. Ik wil, dat zij zich bekeren, want anders gaan zij voor eeuwig verloren. In de hel, ach, daar zijn tranen, en er is geween, en geknars van tanden. Niemand kan daaruit ontsnappen, bedenkt dat wel ! »
8. « Het is omwille van dit alles, dat Ik hier ben gekomen op de helling van de Borg in-Nadur. Ik wil een directe en urgente bekering. Indien er vanaf heden tot aan het einde van het jaar (2011) bekeringen plaats vinden, zullen er ook genezingen en wonderen optreden. Maar, eerst wil Ik de bekeringen zien, opdat de mensen niet verloren zouden gaan. »