BOEKBESPREKING: De Katholieke Kerk verkennen

Datum: 
Din, 2011-12-20

BOEKBESPREKING: De Katholieke Kerk verkennen -
Inleiding in leer en leven

ART11122005 - Jan A. A. van der Wulp - 20 December 2011
Zie ook: http://www.courlisius.org/nl/index

Prof. Marcellino D’Ambrosio
DE KATHOLIEKE KERK VERKENNEN
Inleiding in leer en leven

Uitgeverij Stichting De Boog
2010, pp.128
Reeks Jade nummer 9
ISBN 90.6257.072.0
===========================================================

1. De ondertitel van dit boekje geeft: “Inleiding in leer en leven”, en wat het katholiek leven betreft is dit een juiste omschrijving. Het werkje geeft inderdaad vele mooie bladzijden over hoe men als een vrome katholiek kan en moet leven. Zeer aanbevelenswaardig.

2. Wat echter de ware katholieke leer betreft laat het boek een aantal belangrijke steken vallen. Dit is verwonderlijk, daar de schrijver professor is in de theologie, en van de drie vertalers er minstens één een theologische basis heeft ontvangen als priester. Bovendien is het voorwoord van Mgr Van Burgsteden, destijds hulpbisschop van Haarlem, waarbij wij ons afvragen of hij dit boekje wel goed heeft gelezen, alvorens een lovend voorwoord te schrijven.

3. En dan nu enige detailopmerkimngen.

* p.14 - Daar wordt een tegenstelling weggezet tussen enerzijds God als Alleenheerser, als Monarch, als Gever van regels en wetten, en anderzijds God als Liefdevolle Vader, die ons de Verlosser zond. Zulk een tegenstelling bestaat echter niet. God is beide.

* p. 17 - Daar wordt steeds gesproken over de Kerk als het Lichaam van Christus, waar de standaard-uitdrukking is: het Mystieke Lichaam van Christus. Het begrip Mystieke Lichaam is het oude en vertrouwde begrip, wat ook beter verwijst naar het bovennatuurlijke karakter van de Kerk.

* p. 20 - Hier wordt de Eucharistie genoemd de “familiemaaltijd” van de Kerk. Dit is een vals begrip, daar de Heilige Mis of de Heilige Eucharistie geen maaltijd is.

* p. 22 - Hier wordt gesproken over de wekelijkse (zondagse) ‘vieringen’ alsof wij dan Jezus’ dood en verrijzenis ‘vieren’. Dit is vals. De wekelijkse zondagsmis of Eucharistie is geen opgewekte en vrolijke viering, en al helemaal niet van de verrijzenis. De Mis is de onbloedige tegenwoordigstelling van het Kruisoffer, een daad, die niets met de verrijzenis te maken heeft. Dit is een geloofswaarheid “De Fide.” Dat wij verheugd zijn omwille van onze verlossing, bereikt door Jezus’ Kruisdood, en tegenwoordig gebracht in de Mis, is natuurlijk goed, maar heeft niet het karakter van een opgewekte bijeenkomst bij gelegenheid van de herdenking van de verrijzenis.

* p. 24 - Hier wordt de Paus de meest vooraanstaande leider onder de gewijde leiders genoemd. Dit is niet correct. De Paus is geen “primus inter pares”. Hij is degene, die boven alle bischoppen staat, en over elk van hen gezag heeft.

* p. 27 - Dit hoofdstuk gaat over ‘de Doop’, welk protestants woordgebruik het oeroude katholieke begrip ‘het Doopsel’ heeft vervangen. Door het algemeen gebruik van nieuwe woorden in de nieuwere theologie en catechese wordt de continuïteit van de geloofsoverdracht tussen de generaties doorbroken. Waar ouderen gewend zijn aan de woorden Mis en Doopsel moeten zij nu plots overschakelen op Eucharistie en Doop. En met welk nut geschiedt dit ?

* p. 29 - “Het water van de Doop reinigt van de zonde,” staat er. Het staat er in het enkelvoud en het betreft dus één zonde, maar welke zonde staat er niet. Het onmisbare begrip erfzonde ontbreekt geheel in de uitleg. En dat bij het doopsel van volwassenen ook de persoonlijke zonden (meervoud) vergeven worden, dat staat er ook al niet.

* p. 34 - Hier staat dat iedere gedoopte, ongeacht de denominatie, op bijzondere wijze verbonden is met de katholieke Kerk. Dit is onjuist. Men is lid van de katholieke Kerk: 1. door het geldige Doopsel, 2. als men het gezag van de Paus en de met hem verenigde bisschoppen (de hiërarchie) erkent, en: 3. als men de katholieke geloofswaarheden en de katholieke leefwijze aanvaardt en volgt. Dit is de traditionele leer.

* p. 39 - Het gaat over het Sacrament van Boete en Verzoening, maar het eeuwenoude woord “de Biecht” wordt niet genoemd. Wederom: door het vermijden van de oude en bekende begrippen onstaat er een breuk tussen grootouders en kleinkinderen, die elkander niet meer verstaan.

* p.42 - Hier gaat het over het Doopsel van Jezus door Sint Jan de Doper in de Jordaan, “toen de Geest Hem zalfde” staat er in het boekje. Maar dat staat niet zó bedoeld in de Schrift. Er wordt niet uitgelegd, dat het Doopsel van Jezus niet hetzelfde is als ons Sacrament van het Doopsel. Het Sacrament van het Doopsel bestond toen nog niet - het was nog niet ingesteld. En de Godmens Jezus had geen enkele behoefte aan een doopselachtig gebeuren, noch aan een zalving. Om dit te behandelen in het hoofdstuk over het Vormsel is inleggerij en suggereert, dat Jezus de Godmens nog enige geestelijke tekorten vertoonde, wat vals is.

* p. 44 - Hier staat, dat wij door het Vormsel delen in Jezus’ priesterschap. Jezus is de Hogepriester, in diens priesterschap delen hoogstens de bisschoppen en de gewijde priesters, niet de gewone gelovigen. De tekst is een ongeoorloofde verbreding van het begrip ‘priesterschap van de gelovigen.’ In de verdere tekst in het boekje wordt dit begrip ‘priesterschap van de gelovigen’ nog verder zwaar overtrokken.

* p. 45 - Hier gaat het over het koningschap van Jezus Christus. Allereerst wordt in het ganse boekje - zo ook hier - het woord Satan met een kleine letter geschreven. Satan is echter een eigennaam en behoort daarom een hoofdletter te krijgen, niet uit respect. Jezus’ koningschap wordt een nederig en dienend koningschap genoemd, wat een niet-verantwoorde verenging van het begrip inhoudt, daar Jezus evenzeer een absoluut koningschap uitoefent. Er is geen tegenstelling tussen nederig en absoluut koningschap, waar het Jezus betreft. Het overdreven accent op de nederigheid van het koningschap is vals.

* p.50 - Hier staat, dat de zeven gaven van de Geest - bedoeld wordt de Heilige Geest - over Jezus werden uitgestort. Dit doet de Godmens tekort. Die gaven waren in de Godmens Jezus al geheel aanwezig vanaf de conceptie.

* p. 71. In het hoofdstuk over de Heilige Mis, ja, dat staat er, wordt toch weer gesproken over de Mis als zijnde een maaltijd. De Heilige Mis is geen maaltijd. Men kan hoogstens spreken van nuttiging als men te Communie gaat. Een maaltijd dient om het menselijk lichaam te verzadigen, en nieuwe lichamelijke krachten op te doen, en daarvan is hier geen sprake. De Heilige Hostie is voedsel voor de menselijk ZIEL, en NIET voor het lichaam.

* p. 72 - Hier wordt weer de Mis als teken van de verrijzenis voorgesteld. Vals. Vals. Waarom geen goed boek over dogmatiek geraadpleegd, geachte schrijver, geachte vertalers, geachte bisschop, die accoord tekent voor het boekje.

=======================================================

DE MIS HEEFT NIETS MET PASEN, NIETS MET DE VERRIJZENIS TE MAKEN.
DAT IS VALS MODERNISME.

* Zie de volgende boeken over dogmatiek:
Dr. Ludwig Ott
Fundamentals of Catholic Dogma
Tan Books - P.O. Box 424 - Rockford, Il 61105 - USA

Deze Engelse versie uitgegeven door Tan Books is een vertaling van het Duitse origineel en is een nadruk van de vierde Engelse druk van mei 1960.

Vertaling van:
Grundriss der Katholischen Dogmatik
Herder Verlag

* De Duitse uitgeverij Nova & Vétera heeft onlangs van het Duitse origineel een nieuwe herdruk uitgebracht (met een aangevulde literatuurlijst). Zeer aan te bevelen als men de katholieke geloofswaarheden grondig wil leren kennen. Men zie op het internet: http://www.novaetvetera.de/index.html

* Dan is er het volgende boek, dat is het tweede katholieke dogmatische standaardwerk in een Franse vertaling:

Mgr. Bernard Bartmann
Précis de Théologie Dogmatique
Tome I et Tome II
Sixième édition
Éditions Salvator
Mulhouse, 1947

Vertaling van:
Bernhard Bartmann
Lehrbuch der Dogmatik
Zwei Bänder
Achte Auflage, 1932
Herder Verlag

* Soms zijn van deze boeken latere drukken in Duits of Frans nog antiquarisch te vinden. Men raadplege bijvoorbeeld:
www.abebooks.com

* Opmerking: Ook de boeken van katholieke dogmatiek van Franz Diekamp zijn uitstekende bronnen.
======================================================

ENIGE DOGMATA BETREFFENDE DE EUCHARISTIE EN DE HEILIGE MIS

# Het Lichaam en het Bloed van Jezus Christus zijn waarlijk, werkelijk, en wezenlijk aanwezig in de Eucharistie. De Fide.

# Christus komt tegenwoordig in het Sacrament van het Altaar door de omvorming van het gehele wezen van brood in Zijn Lichaam en van het gehele wezen van de wijn in Zijn Bloed. De Fide.

# Nadat de Consecratie is voleindigd, zijn het Lichaam en het Bloed voortdurend aanwezig in de Eucharistie. De Fide.

# Goddelijk eerbetoon moet worden gegeven aan Christus aanwezig in de Eucharistie. De Fide.

# De belangrijkste vrucht van de Eucharistie is de innige vereniging van de ontvanger met Christus. Senténtia Certa.

# De Eucharistie is voedsel voor de ziel, en bewaart en vermeerdert het bovennatuurlijk leven van de ziel. Senténtia Certa.

# De Eucharistie is een onderpand van de hemelse heerlijkheid en van de toekomstige verrijzenis van het lichaam. Senténtia Certa.

# De macht om te consacreren berust slechts in een geldig gewijde priester. De Fide.

# De Heilige Mis is een waar en echt Offer. De Fide.

# In het Offer van de Mis wordt Christus Offer op het Kruis tegenwoordig gesteld, de gedachtenis wordt gevierd, en de verlossende macht wordt toegepast. De Fide.

# In het Offer van de Mis en in het Offer van het Kruis zijn de sacramentele gave en de offerende priester identiek; slechts de aard en de wijze van offeren zijn verschillend. De Fide.

# De wezenlijke offerdaad bestaat slechts en uitsluitend in de transsubstantiatie. Senténtia Commúnis.

# Het Offer van de Mis is niet alleen een Offer van dankzegging en lof, maar is ook een Offer van uitboeting en van smeking. De Fide.

In deze dogmatische definities wordt met geen woord gesproken over de Verrijzenis ! En meer of andere toepasselijke dogmatische definities zijn er niet !
=====================================================

* p. 75 - Het gaat hier over de vier verschillende manieren waarop Christus aanwezig komt. Onvolledig. Er wordt niet duidelijk gezegd, dat Christus ook aanwezig komt buiten de Mis bijvoorbeeld als enige glovigen thuis samen bidden. En er wordt niet gesproken over de aanbidding van de Heilige Hostie buiten de Heilige Mis.

* p. 81 - Er staat: “De Eucharistie is een maaltijd. Het is het Laatste Avondmaal.” NEEN, dus ! NEEN, dus ! Zie de dogma’s hiervoor gegeven. De Mis heeft niets van doen met het Laatste Avondmaal, behalve in zo verre, dat Jezus toen Zijn Eerste (en Zijn Laatste) Mis opdroeg en het Sacrament als zodanig instelde.

* p.99 - “God schiep de wereld, en zag dat het heel goed was,” zo staat er, maar er wordt niet uitgelegd, dat dit VÓÓR de erfzonde was. NÁ de erfzonde bestaat de cocupisciéntia, de boze begeerlijkheid, welk openbaringsbegrip niet goed aan de orde komt, ja, wordt weggemoffeld.

* p. 121 - Over onze Hemelse Moeder, de Maagd Maria, worden mooie en behartigenswaardige dingen gezegd, maar dat Zij de Onbevlekte Ontvangenis is, ontbreekt. Het gaat altijd wel over de nederigheid, en over het’nederige meisje’ uit Nazareth, maar over het Maagdschap - voor, tijdens, en na de geboorte (De Fide) - wordt gezwegen. Dat Maria een koningsdochter is uit het geslacht van Koning David wordt niet genoemd, het blijft bij het overmatige benadrukken van de nederigheid.

SAMENVATTEND.
Het blijft onbegrijpelijk, dat de vertalers en de goedkeurende bisschop dit werk niet (voldoende) hebben gecontroleerd op dogmatische juistheid. Toch heeft het werkje heel veel goede eigenschappen. Jammer, dat de dogmatiek zo te kort schiet. Wellicht is dit bij gebruik in een cursus op te vangen door de instructeur. En hopenlijk zal een mogelijke tweede druk verbetering brengen.
===============================================