BOEKBESPREKING: BOEK OVER GELOOF

Datum: 
Din, 2011-09-27

BOEKBESPEKING: BOEK OVER GELOOF

27 September 2011 --- Aangevuld 29/09/2011

1. ART11092705 - Gelezen werd BOEK OVER GELOOF van de schrijver-theoloog Piet Goris, eigen uitgave, 2008, met 340 bladzijden. Dit meer dan kloeke boek was een teleurstelling. De schrijver laat weten, dat hij de theologische opleiding aan de KTU heeft gevolgd (oude doctoraal-route). De KTU was de Katholieke Universiteit Utecht, welke later deels is opgegaan in de FKT, de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg, met vestigingen te Utrecht en Tilburg. Men zou dus verwachten, dat dit boek de onberispelijke theologie van de FKT zou hebben gevolgd; niets daarvan, het geeft de zeer berispelijke theologie van de oude KTU, destijds ook bekend als de Ketterse Theologische Universiteit.

2. De schrijver (jaargang 1929) heeft als specialisatie godsdienst-psychologie, en dat zullen de lezers dan weten ook. Het boek wemelt van de psychologische achtergronden en verklaringen - soms heel interssant - maar het schiet hopeloos tekort in de dogmatiek. Allerlei psychologische en historische diepte-verklaringen betreffende bijbelse figuren en gebeurtenissen - bedacht in de 20ste en de 21ste eeuw - zijn nadrukkelijk aanwezig, en worden als vaststaande geloofsbeginselen gepresenteerd.

3. Als nevenvakken bij zijn studie worden door de schrijver genoemd liturgie en practische theologie. En inderdaad er worden meerdere schema’s van ‘vieringen’ gegeven. Dat er officiële missaals bestaan komt eigenlijk niet ter sprake. De diepte-psychologisch zelf-geconstrueerde vieringen zouden beter voldoen, wat dat ook moge betekenen. Dat er een liturgische traditie van vele euwen bestaat, ach, wij, godsdienst-psychologen, wij weten heden immers veel beter dan vroeger hoe het moet verlopen.

4. Enige voorbeelden van dubieuze katholieke uitspraken.
* Op p. 14 wordt de Nieuwe Katechismus als bron gebruikt. Op p. 68 wordt dit boek vol valse leringen nog eens aanbevolen als een goede bron van kennis. Dit zal een echte traditionele katholieke theoloog nooit doen.

* Op p.16 staat, dat in de tempel van Amon te Luxor in Egypte een moskee is. Onder de moskee ligt een chistelijke kerk. “Zo houd je het heilig zijn van die plek in ere.” Een echte katholiek zou eerder zeggen, dat de plek werd ontheiligd door er een gebedsruimte van de ketterse secte van Mohammed bovenop te plaatsen.

* Op p. 27 wordt bezwaar gemaakt tegen het woord Almacht en het begrip ‘de Almachtige,’ als vertaling van het Griekse Panto-krater. Het zou ‘Alregeerder’ moeten zijn, van Hij, “die je gedachten beheerst.” Echter het Latijnse Omnípotens en het Nederlandse Almachtige zijn standaardwoorden uit de theologische vaktaal, die niet kunnen worden veranderd, en bovendien het begrip voldoende uitdrukken.

* Op p. 31 brengt schrijver Piet een echte vondst, te weten het gebruik van HijZ in plaats van God de Vader, “omdat geslacht bij God niet speelt. Onzijdig gaat niet op voor God. Hij is eerder alzijdig.” HijZ drukt ook het moederlijk karakter van God beter uit. Dit alles gaat geheel in tegen de Openbaring van Jezus de Heer, die vaak de uitdrukking Mijn Vader gebruikt. En wat met het gebed Onze Vader. Moet dat ‘Onze HijZ ...’ worden ?

* Op p. 40 gaat het over de betekenis van de Hebreeuwse uitdrukking JHWH. Die zou moeten zijn “Ik ben van wie geldt ‘Ik ben.’” Of: “De Zijnde.” Of: “Hij is er altijd.” Dit is in het Hebreeuws de mannelijke vorm. “Als je het vrouwelijk beeld van God wilt benadrukken, moet je die vorm niet gebruiken.” Toch weer doordrammen op die vrouwelijkheid van God, die feministische inleggerij is, die niet bijbels is te funderen.

* Op p. 41 staat: “Wat echt niet wil zeggen, dat de Islam geen achtenswaardige godsdienst is. In tegendeel.” De Islam is theologisch gezien niets anders dan een ketterse secte van het christendom van de zevende eeuw, met enige toegevoegde Joodse elementen. Hoe men de opdrachten tot moord, doodslag en diefstal van de Koran achtenswaardig kan noemen, ontgaat de niet-psychologisch geschoolde criticus.

* Op p. 48 gaat het over het ontstaan van de bijbelboeken van Mozes. “Ik denk niet, dat Mozes echt twee stenen tafelen bergop zonder en bergaf met tekst heeft gesjouwd.” En dan: “de oudste handschiften in het Hebreeuws dateren van 100 na tot 1100 na Christus.” Dat de Masoretentekst niet betrouwbaar is in dogmatische opzicht, omdat de Rabbi’s van na Jezus’ tijd die hebben gewijzigd om de komst van Jezus als Messias te verdoezelen, komt niet ter sprake. Zie de betreffende studie van Paul Drach. De Kerk heeft altijd de Septuagint als basistekst aangehouden, maar daar lezen wij niets over.

* Op p. 50 staat: “De Franse revolutie werd ‘een strafgericht Gods’ genoemd. Ik denk niet, dat wij dat nu nog beamen. We zien dat veel meer als een normale ontwikkeling van krachten en tegenkrachten.” De Franse revolutie was zeker geen organische en rustige doorontwikkeling van de er aan voorafgaande maatschappij. Schrijver Piet zou eens iets moeten lezen over de deportaties van Franse en Belgische priesters naar de eilanden Ré (Rhé) en Oléron en de deportaties naar Cayenne in Frans Guyana. Dat was beslist geen normale ontwikkeling; het was een satanische deportatie op grond van de haat ten opzichte van de Kerk en gevoed door de duivel himself.

* Op p. 51/52 gaat het over de meest geschikte bijbel-vertalingen. Ook hier wordt niet gekozen op grond van het waarheidsgehalte der vertalingen, maar op grond van de vlotheid en de moderniteit der vertalingen. De Kerk heeft altijd gekozen voor de Oude Latijnse Vulgaat, die op de Septuagint berust (behalve wat de psalmen betreft) omwille van het correct weergeven van de geloofswaarheden. De hemel zelf raadt in privé-openbaringen de Douay-Rheims Version aan (in het Engels), welke de oude Vulgaat getrouw volgt. De Nederlandse vertaling, die daar het dichtstbij komt is de Canisiusvertaling, die in het boek van schrijver Piet niet wordt genoemd. Wat prevaleert nu ? De filologie of de dogmatiek ? Voor Piet Goris en de KTU is blijkbaar de filologie belangrijker dan de dogmatiek. Maar, dan kan men zich afvragen van welk geloof dit boek een uiting is.

* Op p. 65 gaat het over geloven. Citaat:” Je kunt nooit zeggen, dat een bepaalde godsdienst alleenzaligmakend is; dan zou een Bosjesman niet in de ‘hemel’ kunnen komen.” Dit is valse niet-katholieke theologie. Er is maar één alleen-zaligmakende godsdienst en dat is de traditionele katholieke godsdienst van de Rooms-Katholieke Kerk. Extra Ecclésiam nulla salus. Buiten de katholieke Kerk is er geen heil. De Bosjesman komt in de hemel omdat hij - wellicht onbewust - een traditioneel katholieke leefwijze kent.

* Op p. 65 staat: “Moslims, Christenen en Joden belijden, dat er maar één God is; dus hebben zij alle drie uiteindelijk (!) dezelfde en ieders leer leidt naar die ene God.” Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij, zegt Jezus. Moslims en Joden willen van Jezus niets weten. Het is vals om de ene God van de Moslims en de Joden te vereenzelvigen met de ware Drieëne God. Het is vals om te zeggen, dat de valse leer van Joden en Moslims tenslotte toch naar de ware God leidt. Moslims en Joden kunnen als individu wel het heil verwerven, maar dan eerder ondanks de valse leringen van hun godsdienst, en zeker niet dankzij die valse leer.

* Op p. 65 gaat het over geloven. Dat om waarlijk tot katholiek geloof te komen er genade van God nodig is, wordt niet medegedeeld.

* Op p. 82 wordt luchthartig medegedeeld, dat de eerste hoofdstukken van de evangelist Lucas, en die niet alleen, pas geschreven werden één à twee generaties na de dood van Jezus. Deze bewering past in het modernistisch denkkader, dat de evangeliën veel jonger zijn dan men eerst dacht, en grotendeels bestaan uit de herinneringen van toehoorders, die onjuist zouden kunnen zijn. Deze bewering is in zijn algemeenheid onjuist. De evangeliën zijn veel ouder dan men heden meent. Privé-openbaringen, zo aan Maria Valtorta en Anna-Katerina Emmerick en Therese Neumann, laten weten, dat er zelfs tijdens Jezus’ onderrichtingen al teksten werden genoteerd. Niet veel later werden die bestaande delen samengevoegd en aangevuld met herinneringen.

* Op p. 83 wordt het verschil gemaakt tussen historisch waar, echt gebeurd, en waar-achtig, dat is dan niet historisch waar, maar eerlijk bedoeld. “Mij lijkt, dat Lucas Jezus gewoon menselijk probleemloos beschouwt als zoon van Jozef en Maria, en de koppeling van hem aan dat onzeggelijke heeft uitgedrukt in zijn versie van een ‘heilig verhaal’, met het bezoek van de Engel Gabriël. Bovendien geeft hij zo aan, dat het vanaf de conceptie van Jezus al zo was, vanaf het begin: wezenlijk Godmens.” Welk een gewrongen redenering van ongeloof. Wèl Godmens vanaf het begin, toch zoon van Jozef. Wat betekent Godmens dan, en hoe komt die dan tot stand ?

* Dat er zo iets als dogmatiek bestaat met absolute geloofwaarheden de fide, over de incarnatie, is blijkbaar nog niet bekend bij de schrijver na zes jaar theologische studie aan de KTU. De Apostelen waren nuchtere harde vissers, die zich tot de werkelijkheid beperkten. Dergelijke ingewikkelde redeneringen, als die in dit boek, lagen ver van hun practisch inzicht en hun eerlijkheid. Wat gebeurde, gebeurde en was waar, historisch waar. Denk er om, schrijver Piet: Het katholieke geloof is een historisch openbaringsgeloof. Knabbel je aan de historische gebeurtenissen , dan verwordt het tot verzinsels en ongeloof.

* Op p. 84 staat: “Ik meen dus dat je het geloofsgegeven van de incarnatie niet te kort hoeft te doen, als je aanneemt, dat Jezus natuurlijk kind was van Jozef en Maria.” Vals. Vals. Wat een afschuwelijk en onlogisch gedraai. Deze psychologogelaar heeft niet begrepen, dat ruwe en practische Galilese vissers voor de belachelijke redenering dat Jezus èn een natuurlijk kind was, èn de Godmens was, nimmer te vinden zouden zijn geweest. En voor dit oneerlijke gedraai zouden zij later de marteldood sterven ? Wat een psychologie !

* Op p. 85 volgende citaat: “Mijn bezwaar tegen biologische maagdelijke geboorte is, dat het later is geintroduceerd, een interpretatie is, dat de zaak op biologisch niveau eindigt.“ Hoe weet de schrijver dat het begrip maagdelijke geboorte later werd geintroduceerd ? Hij denkt dat te weten omdat hij meent, dat de twee eerste hoofdstukken van de Evangelist Lucas volgens hem veel later zouden zijn geschreven en toen werden opgesierd met dit verhaal. Dat klopt niet. Lucas zegt zelf, dat hij alles goed heeft onderzocht, en hij heeft zeker met de Maagd Maria en de leerlingen er over gesproken. In feite gaat schrijver Piet er van uit, dat zowel Lucas als Maria heeft gelogen over Jezus’ afstamming. Door haar zondeloosheid kon Maria echter niet liegen, dus moeten wij de tekst van Lucas gewoon als waar aanvaarden.

* Op p.89 lezen wij nog maar eens een grove belediging van Jozef en Maria: “Dat Jezus - menselijker wijs gesproken - zijn zoon was hoeft geen barrière te zijn om hem een plaats te geven in de overweging.”
Op p. 91: “Als je ervan uitgaat, dat Jezus gewoon de zoon van Jozef en Maria was (en nog meer), dan ...”

* Schrijver Piet heeft geen begrip van de betekenis der Onbevlekte Ontvangenis, geen begrip voor de zondeloosheid van de Maagd Maria, geen begrip voor het totaal op God gericht zijn van Maria, geen begrip voor het geestelijk Maagdschap, wat zij genoot, geen begrip voor het grote respect, dat Sint Jozef had voor deze Maagd Gods, geen begrip voor de vreze des Heren van Sint Jozef, die voor hem ook Maria insloot, zodat hij Maria nooit of te nimmer lichamelijk zou hebben kunnen benaderen.

* In het kort: schrijver Piet denkt slechts op de laag-bij-de-grondse, oversexte, denkwijze, van de moderne ongelovige, mystiekloze, mens, die geen begrip meer heeft voor de heiligheid van personen en bovennatuurlijke zaken, en die alles wil terugbrengen tot aardse en natuurlijke gebeurtenissen. Maar, zó is de werkelijkheid niet !

* De incarnatio van Jezus, de Zoon Gods, en de drievoudige maagdelijkheid van Maria (voor, tijdens, en na de geboorte), werden altijd door de Kerk letterlijk opgevat en dat is in meerdere dógmata de fide vastgelegd. Maar schrijver Piet kent die niet, of - als hij ze wel kent - aanvaardt hij ze niet.

* Om alle twijfel weg te nemen volgen nu enige dogma’s betreffende Jezus en Maria genomen uit het Dogmatische Handboek van Ludwig Ott.

- Jezus Christus is waarlijk God en is waarlijk de Zoon van God (de fide)
- Christus nam een echt menselijk lichaam aan, geen schijnlichaam (de fide)
- Christus nam niet slechts een lichaam aan, maar ook een ziel begiftigd met verstand (de fide)
- Christus werd waarlijk voortgebracht door en werd geboren uit een dochter van Adam, de Maagd Maria (de fide)
- De goddelijke en de menselijke natuur zijn in Christus hypostatisch verenigd, dat is tesamen gebracht in één Persoon (de fide)
- In de hypostatische vereniging blijft elk der naturen van Christus onvermengd met de andere natuur, en wordt niet vervormd, niet veranderd, niet verdeeld, niet gescheiden (de fide)
- Elk der naturen van Christus bezit een eigen wil passend bij die natuur, en haar eigen wijze van handelen (de fide)
- De hypostatische vereniging van de menselijke natuur van Christus met de Goddelijke Logos had plaats op het moment van de conceptie (de fide)
- De hypostatische vereniging zal nimmer ophouden (de fide)
- De hypostatische vereniging werd tot stand gebracht door de Drie Goddelijke Personen in een gemeenschappelijke handeling (de fide)
- Slechts de Tweede Goddelijke Persoon is mens geworden (de fide)
- Jezus Christus is de natuurlijke Zoon van God, niet slechts als God beschouwd, maar ook als mens bezien (de fide)
- De God-mens Jezus Christus moet worden vereerd op de enige passende wijze van godsverering, te weten de aanbidding, welke slechts aan God toekomt (de fide)
- Al de goddelijke en de menselijke kenmerken en daden van Jezus Christus kunnen worden samengevat in het ene woord incarnátio (incarnatie=menswording) (de fide)
- De twee naturen van Christus bestaan in de allernauwste vereniging (senténtia commúnis)
- Christus was vrij van elke zonde, zo wel van de erfzonde, als van elke persoonlijke zonde (de fide)
- De menselijke natuur van Christus kon sterven (de fide)
- Maria is waarlijk de Moeder van God (de fide)
- Maria werd zelf ontvangen zonder de vlek der erfzonde (de fide)
- Vanaf haar eigen ontvangenis was Maria vrij van elke ongeordende begeerte (sexuele, wellustige, zinnelijke, hebzuchtige, genotzuchtige begeerte) (senténtia commúnis)
- Als gevolg van de bijzondere genadegave van God was Maria gedurende haar ganse leven vrij van elke persoonlijke zonde (senténtia fídei próxima)
- Maria was Maagd vóór, tijdens en na de geboorte van Jezus Christus (senténtia commúnis)
- Maria heeft ontvangen van de Heilige Geest zonder de medewerking van een man (de fide)
- Maria bracht haar Zoon ter wereld, zonder dat haar maagdelijke integriteit op enige wijze geweld werd aangedaan (de fide)
- Na de geboorte van Jezus Christus is Maria altijd Maagd gebleven (de fide)

5. Na bladzijde 91 gaat het verder in dit boek zoals het al besproken is. Het boven gegeven aantal voorbeelden zal wel volstaan om duidelijk te maken, dat dit boek het ware katholieke geloof in genendele geeft. Wil men meer voorbeelden van valsheden in het licht van de katholieke dogmatiek, dan zie men de pagina’s 92, 93, 97, 99, 101, 103, 104, 105, 106, 121, 133, 134, 136, 138, 145, 148, 154, 155, 156, 157, 159, 160, enz., enz., dan nog 246, en ook 327, 329, 330, 335, 336, 337, 339, 340. Valsheden genoeg !

6. BOEK OVER GELOOF, ja, dat is het, alleen staat er NIET bij WELK GELOOF. In geen geval het bestendige katholieke geloof. Vanuit traditioneel katholiek gezichtspunt had dit boek beter BOEK OVER ONGELOOF kunnen heten.

7. Dit boek is een fraai voorbeeld van het modernistische geloof van de Nieuwe Katechismus en de school van wijlen Edward Schillebeeckx. Typisch modernistisch is ook hier, dat het begrip voor bovennatuurlijke zaken en het voorkomen van wonderen, ontbreekt. In het ganse boek komen dogmatische teksten en overwegingen niet voor, tenzij om die te ontdoen van hun vastheid en bestendigheid, en ze tot speelbal van modernistische gedachtenspinsels en hedendaagse zogenaamde onderzoeksresultaten te verklaren.

8. Ons advies: Niet kopen, niet lezen, niet bespreken, het beste kan men het boek in het vuur werpen.